De vrouw bedrijft de liefde om zestien uur dertig.
Maar tevergeefs ga je op zoek naar
de aard van haar reumatische aandoeningen,
de schaduw van haar verdriet.
Wat een leven, mompel ik,
terwijl ik mijn koffie drink
voor het venster
dat de winden en de stormen
weerspiegelt. En dan, zeg ik:
foert, dan maar!
We eten,
we stoppen met ontwaken…
Het was met gevoelens van heftige, tomeloze melancholie en heimwee dat ik mij bevond onder voortijlende en drachtige wolkenluchten in alle mogelijke eenzaamheid op het terrein van de zwakzinnigeninrichting, in afwachting van mijn taxi.
De redeloze, razende tijd had alles als in een stormachtige wind meegesleurd en in haar razernij verzwolgen.
Was…