1982 Begeerte 2
Drie dagen later:
De jeugdige Bjarne was alleen met Frits de kater in het klassieke herenhuis van zijn hospita. Hij besloot weer verder te gaan lezen in het boek van haar favoriete schrijver Karel Krampool. Het boek met de titel “De mecenas en de kunstverslaafde”.
Op een gruwelijke wijze werd in de laatste hoofdstukken van het verhaal duidelijk dat Ancel Favre, hoofdpersoon in het boek van Karel Krampool, twintig jaar eerder zijn beide bejaarde ouders door vergiftiging om het leven bracht. Die dubbele moord was de reden dat hij gechanteerd werd door werkschuw tuig dat hem geld en schilderijen aftroggelde. Ze wisten alle details van de dubbele moord en ze hadden ook bewijzen. Hij kon geen kant meer uit.
Tijdens de afwezigheid van zijn hospita Emma Petronella was Bjarne zodra hij er tijd voor had met zijn neus in het boek “De mecenas en de kunstverslaafde” te vinden. Frits was vaak op muizenjacht en bracht af en toe een dode muis mee naar binnen. Bjarne bestelde weer een pizza omdat de vorige zo lekker was en hij door het lezen niet aan koken toekwam. Er kwam een andere pizzakoerier dan de vorige keer en de pizza was ook minder lekker. Bjarne vroeg zich af of Kees Broodakker een andere baan had gevonden.
Een laatste intieme schets voor deze week. Een zelfportret in nerveuze lijnvoering.
Terug in het spannende boek was Bjarne Gosse in een andere wereld. Gelukkig niet langer in het verkeerde hoofdstuk van een boek dat nooit geschreven was.
Het romanpersonage Ancel Favre had zijn ouders in zijn schildersatelier in Montmartre vergiftigd en ze daarna op de binnenplaats begraven. Frits was al aan zijn derde dode muis toe.
Bjarne sloeg het boek met een luide klap dicht. De beschrijving van de binnenplaats in Montmartre, waar de vermoorde ouders lagen begraven, liet hem niet los. Hij keek door het hoge raam naar buiten. Achter het klassieke herenhuis van Emma Petronella lag een exact identieke binnenplaats, ommuurd met oude, verweerde bakstenen en overwoekerd met klimop.
Met een bonkend hart liep Bjarne naar de werkkamer van zijn hospita. Op haar bureau lag het zelfportret in nerveuze lijnvoering dat die middag was bezorgd. Hij bekeek de tekening nu pas echt goed. De getekende figuur had exact dezelfde gelaatstrekken als de auteur op de achterflap van het boek: Karel Krampool. Maar de achtergrond van de schets deed Bjarne de adem stokken. Achter de nerveuze lijnen van de man tekende zich heel vaag de contouren af van de kamer waarin hij nú stond. Het was geen zelfportret van een fictief personage. Het was een portret van iemand die híér was geweest.
De bakelieten telefoon op het bureau van Emma Petronella rinkelde dwingend. Bjarne aarzelde, maar liep toen met trillende benen naar het toestel en nam de hoorn op.
Aan de andere kant van de lijn bleef het even angstaanjagend stil. Bjarne hoorde alleen een zware, onregelmatige ademhaling.
"Met... met Bjarne," stamelde hij.
"Bjarne," klonk een schorre, nerveuze mannenstem. De toon was gehaast, alsof de beller voortdurend over zijn schouder keek. "Je moet daar nu weggaan. Leg het boek neer. Je weet niet waarin je verzeild bent geraakt."
"Wie bent u?" vroeg Bjarne, terwijl zijn grip om de hoorn verstrakte. "Bent u Karel Krampool?"
Er viel een korte stilte, gevolgd door een bittere lach. "Krampool is een naam uit het verleden. Luister goed: de kunstverslaafde uit het boek is niet fictief. En hij wil zijn geheimen terughalen. Hij weet dat Emma weg is. Hij weet dat jij daar alleen bent. De vorige pizzakoerier... Kees... die is niet zomaar van baan veranderd. Die wist te veel."
Voordat Bjarne iets terug kon zeggen, hoorde hij aan de andere kant van de lijn een harde klik, gevolgd door de bezettoon. De verbinding was verbroken.
Bjarne stond verstijfd met de hoorn in zijn hand. Zijn blik dwaalde automatisch weer naar het raam, richting de binnenplaats. Frits de kater was gestopt met graven. De kat zat nu doodstil op de stenen muur te kijken naar de achterdeur van de tuin.
De poort van de binnentuin stond op een kier. En op de drempel lag de vierde dode muis van die dag.
Zijn hart bonkte in zijn keel toen Bjarne de gang doorkruiste. De achterdeur was een zware, klassieke houten deur met een grote koperen klink en een ouderwetse schuifgreep. Door het matglas van de deur kon hij de contouren van de binnentuin zien.
Hij reikte uit naar de metalen schuif, maar net op dat moment bewoog de klink aan de buitenkant geruisloos naar beneden.
Bjarne hield zijn adem in. Met een ijselijke traagheid week de deur een paar centimeter achteruit. De koude avondlucht stroomde de warme gang binnen.
Bjarne reageerde puur op instinct. Hij gooide zijn volle gewicht tegen de deur aan om hem dicht te duwen. Er klonk een doffe klap aan de andere kant, gevolgd door een korte, ingehouden vloek. Iemand probeerde met brute kracht tegen te duwen.
"Wacht!" riep een stem van buiten.
Bjarne zette zijn voet schrap tegen de houten drempel en wist met een uiterste krachtsinspanning de zware schuifbalk in het slot te rammen. Het metaal schoot met een luide klik op zijn plaats. Hij deed geschrokken twee stappen achteruit en staarde naar het matglas. De schaduw van een man stond vlak aan de andere kant van de ruit. De figuur bewoog niet, maar hief langzaam één hand op en drukte die plat tegen het glas. In het schijnsel van de grote hang-lamp zag Bjarne dat de sterke vingers van de man onder de zwarte, vette aarde zaten. De aarde uit de tuin waar Frits net had staan graven.
Geplaatst in de categorie: literatuur

Geef je reactie op deze inzending: