Inloggen
voeg je autobiografie toe

Autobiografieen

De zomer van 1991

“ Neem voor langdurige somberheid of depressieve klachten altijd contact op met je eigen huisarts in Amsterdam om de situatie te bespreken en eventuele doorverwijzingen te krijgen.” De informatie in de brief van de huisarts was duidelijk, maar Bjarne dacht dat zijn depressieve klachten wel vanzelf voorbij zouden gaan. Het was volgens hem slechts een tijdelijke gemoedsvernauwing
door de weemoed die hem ten deel viel.
Bjarne verdwaalde in zijn dwaze gedachten. Hier moest het zijn, het sombere denken. Het donkerde in de liefdesuren. Bjarne liep in de schaduw van de nacht. Het liet hem niet los, de inhoud en de vorm in de leegte van de ruimte.
Dit was geen ziekte. Dit was gewoon de tol die hij betaalde voor het diepe voelen. Een tijdelijke stilstand van de ziel.
Hij kleedde zich mechanisch aan: een versleten onderbroek, een oude spijkerbroek, een verwassen linnen overhemd, twee verschillende sokken. Zonder te ontbijten stapte hij de straat op in de Amsterdamse Baarsjes.
Bij de sluis kwam hij Thomas tegen, een oude studievriend. "Bjarne! Man, wat ben je bleek. Gaat het wel?" Thomas legde een hand op zijn schouder. De aanraking voelde zwaar, alsof Thomas probeerde hem in de grond te duwen.
Thomas keek hem bezorgd aan, zijn wenkbrauwen fronsend onder zijn natte pet. "Je hoort me niet hè, Bjarne? Je staat gewoon te staren."
Bjarne trok zijn schouder zachtjes los uit de greep van zijn vriend. De beweging kostte hem onredelijk veel kracht. "Ik hoor je wel," loog hij. Zijn eigen stem klonk vreemd in zijn oren, alsof die van heel ver weg kwam, ergens diep uit de grijze mist die zijn hoofd vulde. "Ik ben gewoon moe. Slecht geslapen."
"Je ziet eruit alsof je al een maand niet geslapen hebt," zei Thomas, terwijl hij Bjarne kritisch opnam. Zijn blik bleef even hangen op de twee verschillende sokken die boven de rand van Bjarnes versleten schoenen uitstaken. "Kom. We gaan koffie drinken. Hier om de hoek."

Zonder op antwoord te wachten liep Thomas al richting het terras aan de overkant van de gracht. Bjarne bleef een seconde staan. Zijn benen voelden als lood, gevuld met de zwaartekracht van de hele stad. Hij dacht eraan om zich om te draaien, terug te rennen naar zijn donkere kamer en de deur op slot te draaien. Maar de energie om te vluchten ontbrak hem simpelweg. Mechanisch zette hij de ene voet voor de andere en volgde het ritme van Thomas' stappen.

Het café was warm en rook naar gemalen koffiebonen en vochtige jassen. Het geluid van pratende mensen en rinkelend servies sloeg als een muur van lawaai tegen hem aan. Bjarne kromp ineen. Dit was de wereld, de felle, luide wereld waar hij geen deel meer van uitmaakte. Hij zat aan een tafeltje bij het raam, maar voelde zich alsof hij achter dik, geluiddicht glas zat.

Thomas schoof een asbak van zwaar, groen glas naar het midden van de tafel. "Het is 1991, Bjarne. De wereld verandert in een razend tempo. Iedereen bouwt aan de toekomst, en jij blijft hier maar hangen in de mist." Hij stak een sigaret op en blies de rook richting het plafond. "Die brief van de huisarts... die ligt er nu al een week. Je kunt dit niet blijven negeren."

"Het is de tijdgeest," mompelde Bjarne, terwijl hij met zijn vingertop een kringetje trok in de condens op het caféraam. Buiten reed een rammelende, geel-blauwe tram voorbij. "Iedereen rent maar door. Ik kan het tempo gewoon niet bijbenen, Thomas. Alsof mijn batterij leeg is en de lader niet meer past."

Thomas nam een slok van zijn filterkoffie. "Lul niet zo filosofisch, man. Dit gaat niet over de tijdgeest. Dit gaat over jou. Je kleedt je alsof het je allemaal niks meer scheelt, je komt je huis niet meer uit. Als je die huisarts niet belt, doe ik het voor je. Je kunt in deze tijd niet achterblijven."

“Ik moet nu gaan Thomas.” zei Bjarne zenuwachtig en hij vertrok terug naar zijn gehorige woning.

Geestelijke armoede van zondaars verzamelde zich als nachtmerries in het duister. Momenten van verwarring kwamen na heldere gedachten. Bjarne gaf het niet op, de levenskunst om in elkaars ogen te kijken. Bjarne nam het in zich op met het kinderlijk vertrouwen. Dit was geen droom, dit was de werkelijkheid of toch nee dit was wel een droom. Het sombere denken vorderde dieper tussen de tranen van de nacht. Het was niet de eerste keer dat hij depressieve gevoelens had.

“Dank je de koekoek” klonk de echo in zijn dromenland. Bjarne was hopeloos aan zijn dromen overgeleverd. Er was niemand om te bedanken. De arme Bjarne kon wel janken. Familieleden gingen dood, Bjarne lag bijna in de goot. Aan de andere kant van het plafond was de vloer van een dievenbende. Waar moest hij naar toe met de overlast die hij van deze vage mensen had? De woning was gehorig. Bjarne was niet doof voor de geluiden. Het ging er vreemd aan toe.

Een opdracht van Berend Pierkool uit de provinciestad Utrecht bracht soelaas. Berend wilde een van de abstracte diersoorten wel kopen voor zijn ergonomie kantoor. Het liefst een eekhoorn in de wildernis. Bjarne beloofde zijn best te doen. Hij had al een kleurenpalet voor ogen. Bruine en groene tinten, een klein beetje rood.

Hij maakte een serie van veertien schilderwerken over de eekhoorn in de wildernis. Berend koos een van de werken uit voor zijn kantoorruimte. Hij zorgde er ook voor dat het werk werd ingelijst.
Het stemde Bjarne gelukkig dat zijn eekhoorn een bestemming kreeg. Maar de verwarde gevoelens bleven. Evenals de overlast van de buren op de tweede verdieping van het pand waar Bjarne woonde in de Amsterdamse buurt “de Baarsjes “.

Schrijver: Bjarne Gosse, 28 juni 2026


Geplaatst in de categorie: welzijn

Er is nog niet op deze inzending gestemd.aantal keer bekeken 25

Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je e-mailadres voor anderen in beeld verschijnt)