voeg je autobiografie toe

Autobiografieen

Laatst toegevoegde autobiografie (nr. 947):

Zondag 22 februari 2015

In de ochtend van zondag 22 februari 2015 schrok Bjarne wakker met een kater. Niet een dierlijke, maar een menselijke, een kater als gevolg van een teleurstelling. Tot een confrontatie met Gerard Vroeg was het gisteren niet gekomen. Nee hij was Florian van Driesteveld onderweg op straat tegengekomen en die had hem de inmiddels befaamde gedichtenbundel “Nachtschade” van Gerard Vroeg, gesigneerd met een hartje ontfutseld voor een portie gratis Amsterdamse patat met oorlogssaus. Alhoewel de gratis maaltijd had gesmaakt voelde Bjarne toch een soort van ongemak.
Hij beoordeelde zijn eigen gedrag als laf, want was het niet veel beter geweest om de confrontatie met Gerard aan te gaan?

Toen de zondagmiddag aanbrak was de onrust verdwenen. Bjarne had er goed aangedaan het boek aan Florian te geven. Bjarne had toch geen tijd om het helemaal te lezen en hetgeen hij had gelezen had alleen maar voor onrust gezorgd. Er waren andere schrijvers.

Schrijvers zoals Rutger Kopland. Bjarne liep naar zijn boekenkast en trok een beduimelde pocket tevoorschijn. Hij sloeg het open op een willekeurige pagina en las een paar regels over een tuin, over de tijd die voorbijging zonder dat er geoordeeld werd. Dit was wat hij nodig had: geen poëtisch gif of cryptische verwijzingen naar een verleden dat pijn deed, maar de nuchtere constatering dat de dingen zijn zoals ze zijn. Terwijl de middagzon schraal door het raam naar binnen viel, voelde de ruil van gisteren definitief als een overwinning. Een gesigneerde Nachtschade was een te hoge prijs voor zijn gemoedsrust; een portie patat met oorlogssaus was tenminste overzichtelijk geweest. Hij dacht er smakelijk aan terug en realiseerde zich dat hij geen eten in huis had. Althans, geen fatsoenlijk eten. Een inspectie van de koelkast leverde weinig hoopgevend op: een half pak houdbare melk, een pot augurken waarvan de uiterste houdbaarheidsdatum al in het vorige decennium lag, en een vergeten stuk belegen kaas dat aan de randen begon te zweten.

Bjarne stroopte zijn mouwen op. Dit was geen middag voor een supermarktbezoek; dit was een middag voor improvisatie. In de broodtrommel vond hij nog twee gortdroge sneetjes witbrood. Met het botte schilmesje schraapte hij de zachte delen van de kaas en legde die tussen het brood. Geen boter, maar wel een flinke lik pittige Groninger mosterd die hij nog achter in het keukenkastje opspoorde.
Vijf minuten later zat hij weer op de bank. De tosti – ietwat zwartgeblakerd omdat hij de koekenpan te hoog had gezet – geurde naar vet en nostalgie. Terwijl de gesmolten kaas onhandig langs zijn vingers droop, nam hij een grote hap. Het was precies zoals de poëzie van Kopland: pretentieloos, een tikkeltje schraal, maar warm en volkomen bevredigend. Hij sloeg de pocket weer open met zijn schone hand. De onrust van Gerard Vroeg was definitief naar de achtergrond verdwenen.
De tosti liet een vette afdruk achter op het bord, maar Bjarne negeerde de afwas. De herwonnen rust in zijn hoofd vroeg om een uitlaatklep. Hij liep naar het houten bureau in de hoek van de kamer, schoof een stapel ongeopende rekeningen aan de kant en pakte een leeg vel lijntjespapier. Hij zocht naar een pen die het nog deed. Pas nadat hij een blauwe balpen een paar keer stevig over de rand van het bureau had gekrabd, begon de inkt te lopen.


“Brief aan mijn onbekende ik” schreef Bjarne met zijn onzekere handschrift.

Hij liet de pen even rusten op de witruimte onder de titel. De naam Hector stond er nog, maar die had hij met twee dikke, blauwe strepen doorgehaald. Hector was de buitenkant geweest. Hector was de man die hij dacht te moeten zijn voor de wereld: daadkrachtig, iemand die confrontaties aanging en zijn recht opeiste. Maar de mislukte ontmoeting met Gerard Vroeg en de loutering van de mislukte tosti hadden hem dichter bij die andere, stillere man gebracht. Bij Kopland.
Hij zette de pen weer op het papier en schreef in de trage, observerende stijl van de dichter die hem net nog gezelschap had gehouden:
Er is gisteren iets weggegaan, schreef hij. Een boek, een hoop gedichten die niet de mijne waren. Ik dacht dat ik erachteraan moest lopen, dat ik de schrijver ervan moest dwingen om te kijken naar wat hij had achtergelaten. Maar onderweg was er de straat. Er was een man die honger had, en er was de geur van vet en uien. Het was allemaal heel erg aanwezig.
Bjarne verplaatste zijn blik naar het raam, waar een ekster op de dakgoot van de overburen landde. De vogel keek om zich heen, pikte naar niets, en vloog weer weg. Het liet de middag net zo leeg achter als hij was.

Ik geloof dat ik heb geleerd hoe iets voorbijgaat, vervolgde Bjarne, terwijl zijn handschrift gaandeweg iets vaster werd. Niet met veel lawaai of met een klap op iemands gezicht. Gewoon, door het te ruilen voor iets wat op dat moment warmer is. Een gesigneerd hartje op een titelpagina weegt niet op tegen de nuchtere vaststelling dat ik hier nu zit. Alleen. Zonder Gerard. Zonder de antwoorden die ik dacht te zoeken. De tuin ligt erbij alsof er niks gebeurd is. De tijd gaat voorbij zonder te oordelen. Misschien ben jij, mijn onbekende ik, wel degene die dit allang wist.
Hij legde de pen neer. De inkt glansde nog op de laatste letters. Het was geen brief die op de post hoefde. De geadresseerde zat al aan de tafel.

Geciteerde: Bjarne Gosse, 17 september 2026


Geplaatst in de categorie: voedsel

Er is nog niet op deze inzending gestemd.aantal keer bekeken 4

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!

reageer Geef je reactie op deze inzending: