voeg je autobiografie toe

Autobiografieen

Laatst toegevoegde autobiografie (nr. 948):

Donderdag 26 februari 2015

Donderdag 26 februari 2015: Het had Florian vier dagen gekost om de vettige vingerafdrukken van de oorlogssaus van de kaft te poetsen, maar nu lag Nachtschade dan eindelijk open op zijn rommelige keukentafel. Bjarne had het boek afgedaan als pretentieuze onrust, maar Florian had altijd al een oog gehad voor patronen die anderen misten.

In het schrille licht van een kale spaarlamp las hij de verzen van Gerard Vroeg opnieuw en opnieuw. Het begon hem op te vallen bij het derde gedicht, ‘Schaduwtuin’. Vroeg maakte gebruik van vreemde, haast geforceerde afbrekingen. Woorden die halverwege de regel bruusk werden afgekapt, alsof het ritme moest wijken voor iets anders.
Florian pakte een liniaal en een rood potlood. Hij begon de beginletters van de afgebroken lettergrepen te omcirkelen.
Toen hij de coördinaten van de letters onder elkaar zette, doken de eerste vreemde verbanden op. Het waren geen willekeurige poëtische metaforen; het waren data en straatnamen. Een specifieke datum in het verleden bleef maar terugkeren, subtiel verweven in de strofen over vergankelijkheid en gif: 14 november 2009. De dag dat de oude stadsbibliotheek in vlammen opging.

Florian hield zijn adem in en bladerde snel naar de titelpagina. Daar stond het handgeschreven hartje dat Vroeg erin had gezet, met daaronder nog een extra opdracht: “Voor hen die de as nog kunnen ruiken.”

Bjarne had gedacht dat hij zijn gemoedsrust had teruggekocht voor een portie patat, maar Florian besefte met een schok dat Vroeg dit boek nooit als poëzie had bedoeld. Het was een bekentenis. Of een handleiding. En het volgende gedicht droeg de titel van de straat waar Bjarne nu woonde.

Florian bladerde naar de allerlaatste bladzijde van Nachtschade. Daar, op het witte schutblad dat eigenlijk leeg had moeten zijn, was met een haastig handschrift een lijstje met vier namen gekrabbeld. De inkt was blauw en leek er veel later in te zijn gezet dan de rest van het gedrukte boek.
Florian las de namen hardop voor in zijn lege kamer:
1. Florian van Driesteveld – Er stond een dikke streep doorheen.
2. Gerard Vroeg
3. Hector
4. Bjarne

Zijn blik gleed naar de onderste twee namen. Hector en Bjarne. Bjarne had geprobeerd Hector te vergeten. Hij had die naam diezelfde middag nog met dikke strepen doorgehaald op zijn brief op het lijntjespapier. Maar Gerard Vroeg wist blijkbaar allang dat Hector en Bjarne dezelfde persoon waren. En de naam Bjarne was niet doorgestreept. Die stond nog open.
Het was geen poëzie. Het was een checklist.
Terwijl de blauwe inkt op het schutblad van Nachtschade in het schrille lamplicht leek te branden, kon Florian zijn ogen niet van de vierde naam afhouden. Bjarne. Niet doorgestreept. Open. Vrijblijvend bijna, als een uitnodiging die nog op de mat lag te wachten.

Florian liet de liniaal op de keukentafel vallen. Het geluid kletterde luidruchtig door de stille kamer. Hij begreep nu dat de ruil op straat – die simpele portie patat met oorlogssaus – geen toeval was geweest. Het boek had zijn weg naar Bjarne gevonden, en nu via een omweg naar hem. Maar wat was de betekenis van die dikke, blauwe kras door zijn eigen naam? Was hij uitgesloten van het gevaar, of was hij simpelweg al gemarkeerd als voltooid dossier? Het onbehagen kroop onder zijn huid. Hij moest naar Bjarne toe. Niet morgen, maar nu.
Een paar straten verderop had Bjarne geen weet van de koortsachtige blik waarmee Florian naar zijn naam staarde. Voor Bjarne was de rust van de zondag alweer vervlogen, ingehaald door de onverbiddelijke wetten van zijn eigen geest.

Het ging niet goed. De mist in zijn hoofd, die hij een paar dagen geleden nog zo succesvol had weggeschreven met de nuchtere poëzie van Kopland, was teruggekeerd als een zware, verstikkende rook. De symptomen van zijn psychiatrische diagnose – de bonzende chaos, de achterdocht die als een koude tocht onder de deur door glipte – drongen zich weer op de voorgrond. De geplande gedichtenbundel over bloemen, waar hij met zoveel zorg aan had willen beginnen, voelde ineens als een onmogelijke opgave. Hoe kon hij schrijven over de tere blaadjes van een anemoon of de structuur van een roos als zijn eigen gedachten weigerden wortel te schieten? Hij nam het besluit: de bloemen moesten wachten. Tot een latere datum. Tot de storm in zijn hoofd ging liggen.
Om de chaos te bezweren was hij begonnen met wat hij altijd deed als de wereld te luid werd: opruimen. Met trillende handen trok hij oude verhuisdozen open, vastbesloten om de ballast van het verleden weg te gooien. Maar tussen de vergeelde knipsels en administratieve rommel stuitte zijn hand op iets zwaars.
Het was een oud, hand getypt manuscript. De letters waren hier en daar vaag, afkomstig van een oude typemachine waarvan het lint bijna op was. Bjarne streek met zijn vingers over de titelpagina: Over de Noodzaak van Totale Ontwapening en het Absolute Pacifisme.

Bjarne ademde diep in. De geur van oud papier en stof vulde zijn neus. Terwijl de chaos in zijn hoofd bleef tollen, voelde dit document vreemd rigide en kalm aan. Geen poëtisch gif, geen checklists, geen namen. Gewoon een pleidooi voor vrede, geschreven in een tijd waarin hij blijkbaar nog geloofde dat men wapens kon neerleggen. Maar toen hij het manuscript omsloeg, zag hij in de marge iets staan wat zijn hart deed overslaan.
In de kantlijn van de eerste pagina stond een handgeschreven aantekening. Het was dezelfde blauwe inkt als die in het boek van Vroeg.

Geciteerde: Bjarne Gosse, 18 september 2026


Geplaatst in de categorie: bedankt

Er is nog niet op deze inzending gestemd.aantal keer bekeken 3

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!

reageer Geef je reactie op deze inzending: