De gelukzoeker
De gang naar Canossa, spitsroeden lopen, met het lood in de schoenen ... Welke spreekwoorden je er maar voor kon bedenken, ze waren van toepassing.
Gelukkig bood het ritje met de trein wat afleiding; de vader had er een gewoonte van gemaakt de konijnen te tellen die hij onderweg zag. Altijd wel een paar. Die wisten hem voor even los te weken van zijn reisdoel: een doorsnee nieuwbouwwijkje in het hart van Zuid-Holland waar hij zijn eerstgeborene weer onder ogen zou komen in zijn gevoerde grijze jas van alledag. Zijn oudste zoon had zich nooit veel om hem bekommerd; een fles drank voor zijn verjaardag werd niet feestelijk in persona thuisbezorgd, maar er werd hem te verstaan gegeven dat hij die kon komen halen. Wie reist er een paar uur heen en weer voor een fles jenever? Een toegewijde vader, die zich vastklampt aan de rand om niet bij zijn zoon weg te hoeven vallen, de afgrond in want tussen de konijnen wrong zich op het gerikketik van de rails het verleden van een bij zijn eerste vrouw achtergelaten kinderschare en het daaruit voortgekomen schuldbesef.
Met die als altijd gemengde gevoelens meldde hij zich bij de voordeur in C. a/d IJ. Dit keer was anders dan anders. De stem van zijn oudste zoon was gevoerd met fluweel en zijn handdruk ongewoon hartelijk. De vader op leeftijd voelde zich meer dan ooit welkom. Ook al stopte hij al af en toe zijn vingers in zijn oren om zich af te sluiten voor de ketelmuziek van het leven, dit keer wenste hij ze nog even goed te spitsen.
Het is dat hij lang geleden gestopt was met roken anders had zijn zoon hem een Havana in handen gestopt met door zijn ondernemerspartij voorgeschreven model: onmetelijk dik en oneindig lang.
Was het een kermisattractie waarin hij had plaatsgenomen en was het wachten tot het wagentje over de kop zou gaan en hij voor het oog van de camera van zijn zoon omlaag zou tuimelen? Er leek de nodige moeite gedaan om deze dag alles op zijn plek te laten vallen. Je kon gerust het woord setting gebruiken.
Een beetje zoals in `The dead' van James Joyce de kerstavond voortkabbelt tot de man met de hamer je het verhaal uit ranselt.
De (klein)kinderen passeerden de revue, de laatste vakantietrip, de tuin die op orde gebracht moest worden, het florerende fotozaakje. Toen werd het gesprek door zijn zoon op de nog af te lossen hypotheek gebracht. Het wagonnetje van de kermisattractie schokschouderde naar het hoogste punt en de oude man voelde het aan zijn water. Hij was hier voor een door zijn zoon met precisie berekend doel en vervolgens stortte het karretje inderdaad omlaag: of hij niet wat centjes kon afschuiven.
Gevolgd door de goed getimede verzachtende apotheose van de compositie: het logeerbed dat exclusief door de schoonvader beslapen mocht worden waarbij zijn vader steeds achter het net gevist had. Hij altijd laat in de avond gedwongen was geweest af te reizen via Rotterdam CS met zijn gedrogeerde bevolking. Hij had een aversie van de junkies die het station onveilig maakten. Dit keer was dat warme bed bij hoge uitzondering zijn deel met schone lakens die hij tot aan zijn kin kon optrekken. Het stond voor waar hij altijd naar verlangd had: erkenning door zijn oudste zoon. Hij wilde ervan genieten en deed dat ook tot een paar tellen later het laken begon te schuren, het gif van de adder onder het gras zich begon te verspreiden en dat zou blijven doen tot na het ontbijt van de volgende ochtend waar hij alles overdenkend al geen trek meer in had gehad
Voor de verandering maakte hij de terugreis eens bij daglicht, maar het voelde eerder donker. Hij probeerde de gedachte dat zijn kind hem als een pinautomaat had willen gebruiken in ruil voor een overnachting van zich af te schudden. Het tot schuim opgeklopte gif had op zijn lippen moeten staan vergezeld van ordinaire grofheden, maar als altijd zorgden konijnen tellen voor de verzachtende afleiding. Verder dan een gemompeld `broddelcaddie' verwijzend naar de golfhobby (quote: hoe ouder de zak hoe kleiner het balletje) van zijn oudste zoon kwam hij niet, want hij zou hem eens voor het hoofd kunnen stoten.
Thuis werd hij ontvangen door het enig kind uit zijn tweede huwelijk dat zijn verhaal aanhoorde dat uitgesproken werd met een flink brok in zijn keel.
Door mij gevraagd waarom hij nog altijd naar zijn oudste zoon toe ging antwoordde hij dat hij bang was hem te verliezen.
... Op zijn begrafenis hield mijn oudste halfbroer de grafrede. Dat hij als enige woorden aan hem zou wijden deed hem onvoldoende recht vond ik en ik heb mede daarom staand bij zijn graf ook bijgedragen met een gedicht.
Dit verhaal is onvermijdelijk deels fictie, want ik was niet bij die ontmoeting. Of het geld bemachtigd is weet ik niet, maar de naargeestige intentie is door mijn/zijn vader onverbloemd overgedragen. Henk Goudberg is op `X' nogal kritisch over `gelukzoekers'. Hij kan zichzelf daar ook toe rekenen, maar dan niet met doodsangst navigerend op een wrak bootje richting Europa, maar veilig binnen de familiegelederen. En er zijn nog meer wapenfeiten. Waarom deze bijdrage? Er wordt gemanipuleerd met mijn internetgegevens - kwalijk dat dat zo makkelijk kan - en dat leg ik zijn stijl herkennend bij hem en/of directe omgeving neer. Ik heb hem verwittigd. Hopelijk kan ik deze donkere bladzijde, als beloofd, dan spoedig wissen. ...
Zie ook: https://www.apartefact.nl
Geciteerde: Albert Goudberg, 14 oktober 2026
Geplaatst in de categorie: familie

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!