Inloggen
voeg je beschouwing toe

tabblad: beschouwingen

< vorige | alles | volgende >

beschouwing (nr. 3667):

Zelfs de schoonste bloem verwelkt

(voor Lily Elsie (1886 - 1962))

Je bent geboren op 8 april 1886 in Armley, West Yorkshire. Jouw moeder Charlotte Elizabeth Hodder (1864 - 1922) was een huisbediende en naaister. Zij trouwde in 1891 met de theaterarbeider William Thomas Cotton. Jullie woonden in Manchester. Jouw neef, de acteur Wilfred Cotton, trouwde in 1902 met de actrice Ada Reeve. Als kind verscheen je al in Music Hall's. Je was uiterst verlegen, ook als volwassene. In 1895 speelde je in concerten en pantomimes in de theaters in Salford. In 1896 speelde je prinses Mirza in 'The Arabian Nights' in het Queen's Theatre in Manchester.

Vanaf Kerst 1896 speelde je drie maanden de hoofdrol in 'Little Red Riding Hood'. In Kerst 1898 speelde je Aerielle in 'King Klondike' in het Britannia Theatre van Sara Lane in Londen. In 1900 speelde je in 'McKenna's Flirtation' in Bristol en Hull. Je speelde in de pantomimes 'Dick Whittington', 'The 40 Thieves' en 'Blue Beard'. En je speelde in Edwardian Musical Comedy's, zoals 'The Silver Slipper' van Owen Hall en 'Three Little Maids' van Paul Alfred Rubens, die op zijn 41-ste door tuberculose overleed.

Je werd een koormeisje in Daly's Theatre van de theatermanager/producer George Edwardes, die met de operazangeres/actrice Julia Gwynne getrouwd was. Je speelde o.a. de prinses in de succesvolle, komische musical 'A Chinese Honeymoon' van George Dance. Je speelde in 'Lady Madcap', 'The Cingalee', 'Les P'tites Michu' (The Little Michus) en 'Little Cherub'. Jouw grootste succes had je met de hoofdrol in 'The Merry Widow', waarbij je eerst met Edwardes naar Berlijn ging om de originele versie 'Die Lustige Witwe' te zien. Edwardes overtuigde jou, dat de rol geknipt voor jou was en je kreeg op maat gemaakte kleren en gepluimde hoeden van de beroemde mode-ontwerpster Lucy Christiana, Lady Duff-Gordon.

Je deed 778 voorstellingen van 'The Merry Widow' in het Daly's Theater en vanaf augustus 1908 ging je ermee op tournee. Lucy ontwierp ook jouw kostuums voor andere shows. Iedereen roemde jouw volmaakte schoonheid en je kreeg veel geschenken van grote waarde en legaten van talloze, mannelijke bewonderaars. Overigens deed al die aandacht jou vrij weinig, want je vond de mannelijke karakters afschuwwekkend onaangenaam. Je was één van de meest gefotografeerde schoonheden van het Edwardiaanse tijdperk. Een Amerikaanse krant schreef, dat jij exact op de Venus van Milo lijkt en dat je dat je de mooiste vrouw in Amerika zou zijn, wanneer je naar Amerika zou komen. Iedereen vindt dat jij de meest aantrekkelijke mond om te kussen hebt.

Vreemd genoeg waren de meest toegewijde bewonderaars van jou de vrouwen. Na 'The Merry Widow' verscheen je nog in 16 andere shows, o.a. in de succesvolle musical 'The Dollar Princess', gebaseerd op de operette 'Die Dollarprinzessin' van de Oostenrijkse componist/kapelmeester Leo(pold) Fall. Leo's broers Siegfried en Richard waren ook componisten. Zij overleden in het concentratiekamp Auschwitz-Birkenau. Jij speelde Franzi Steingruber in de operette 'A Waltz Dream' van Oscar Straus en jij speelde Angèle Didier in 'The Count of Luxemburg' van Franz Lehár, die met de Joodse Sophie Paschkis was getrouwd, die in 1938 ehrenarien door haar huwelijk werd. Toch probeerden de nazi's haar te deporteren.

De muziek van Franz Lehár werd voor nazi-propagandadoeleinden gebruikt en Adolf Hitler genoot van zijn muziek. Hitler gaf hem persoonlijke onderscheidingen, o.a. de Goethe-medaille für Kunst und Wissenschaft. Franz kon de moord door een Kapo op de librettist Frits Löhner-Beda (1883 - 1942) in het concentratiekamp Monowitz niet voorkomen. Datzelfde gold voor het echtpaar Louis en Stefanie Treumann, die in het concentratiekamp Theresienstadt overleden. Zijn connectie met Hitler was daarvoor ontoereikend.

Jij trouwde met Major John Ian Bullough (1885 - 1936), de zoon van een rijke textielfabrikant. In 1920 verhuisden jullie naar het dorp Redmarley D'Abitot. Jij speelde jezelf in de films 'The Great Love' van D.W. Griffith en 'Comradeship' van Maurice Elvey, waarin je de hoofdrol speelde. In 1930 zijn John en jij na een ongelukkig huwelijk eindelijk gescheiden. Daarna werd je hypochondrisch en leed je aan psychiatrische aandoeningen. Je verbleef in verpleeghuizen en Zwitserse sanatoria. Een hersenoperatie zorgde voor verbetering. Op 16 december 1962 overleed jij in het St. Andrew's Hospital in Cricklewood, Londen. Je werd 76 jaar en je bent in het Golders Green Crematorium gecremeerd.

Schrijver: Joanan Rutgers, 30 aug. 2019
30 aug. 2019


Geplaatst in de categorie: idool

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 29



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)