Inloggen
voeg je beschouwing toe

tabblad: beschouwingen

< vorige | alles | volgende >

beschouwing (nr. 3868):

Een preraphaëlitische fee met een goddelijke lier

(voor Christina Rossetti (1830 - 1894))

Je bent geboren als Christina Georgina Rossetti op 5 december 1830 in Charlotte Street (nu 105 Hallam Street) in Londen. Jouw vader was de dichter/geleerde Gabriele Rossetti (1783 - 1854) en jouw moeder was de geleerde Frances Polidori (1800 - 1886). Jouw oudere zus was de schrijfster/non Maria Francesca, die met de kunstcriticus John Ruskin bevriend was. Jouw oudere broers waren de schilder/dichter Gabriel Charles Dante en de schrijver/criticus William Michael. Jouw moeder was de zus van John William Polidori, de vriend en arts van Lord Byron. John schreef o.a. 'The Vampyre' en hij werd door Byron ontslagen. Hij had gokschulden en hij was zwaar depressief. Op 24 augustus 1821 pleegde hij in Londen zelfdoding door waterstofcyanide in te nemen. Hij werd 25 jaar.

Jij zat al vol verhalen voordat jij kon schrijven. Je kreeg les van jouw ouders en je las o.a. John Keats, Walter Scott, Ann Radcliffe, Matthew Lewis, Dante Alighieri en Francesco Petrarca. Thuis ontmoette je Italiaanse geleerden, kunstenaars en revolutionairen. Je woonde in Bloomsbury, in Charlotte Street 38 en later 50. In die straat stond het Queen's Theatre en op nr. 6 de Sass's Academy, waar John Millais, Charles Cope, William Frith, William Frost en jouw broer Gabriel Dante studeerden. De schilder John Constable overleed in 1837 op nr. 76. Zijn vrouw Maria Bicknell was daar in 1828 door tuberculose overleden. Zij werd 41 jaar. Zij lieten zeven kinderen achter. Op nr. 28 zat het high-class bordeel van Theresa Berkley, die een SM-expert was en die de hoogste aristocratie, ook vrouwen, 'verwende'. Het gesel- en martelwerktuig de Berkley Horse is door haar ontworpen. Ze overleed in 1836. De schilder Robert McIan woonde vanaf 1849 op nr. 36, maar toen woonden jullie al niet meer op nr. 38. Op jouw veertiende verliet jij de school vanwege een zenuwinzinking en een depressie.

In 1847 verscheen jouw eerste bundel 'Verses' in eigen beheer. Op jouw achttiende verschenen jouw gedichten 'Death's Chill Between' en 'Heart's Chill Between' in het literaire tijdschrift 'The Athenaeum'. En je publiceerde als Ellen Alleyne in 'The Germ'. Van 1859 tot 1870 werkte jij voor het Magdalene asylum in Highgate, een toevluchtsoord voor ex-prostituées. Hier vond jij de inspiratie voor jouw officiële dichtbundeldebuut 'Goblin Market and Other Poems' uit 1862, die bij Macmillan Publishers verscheen, in 1843 opgericht door Daniel en Alexander Macmillan. Hiermee oogstte jij veel waardering en werd jij de belangrijkste dichteres van jouw tijd. Toen Elizabeth Barrett Browning in 1861 overleed, werd jij haar veelgeprezen opvolgster. De dichters Gerard Hopkins, Algernon Swinburne en Alfred Tennyson maakten diepe buigingen voor jou. In 1866 verscheen 'The Prince's Progress and Other Poems'. Jouw vader kreeg tuberculose en hij werd blind en depressief. Hij moest zijn onderwijsbaan aan het King's College opgeven. Jouw moeder ging als lerares aan de slag.

Je verloofde met de schilder James Collinson, een lid van de Pre-Raphaelite Brotherhood, net als jouw broers. In 1850 werd James opnieuw rooms-katholiek en eindigde jullie relatie. Jij was Anglicaans. In 1858 trouwde James met Eliza Wheeler, een schoonzus van de schilder John Herbert. In 1866 kreeg jij een liefdesrelatie met de taalkundige Charles Cayley, maar je wilde niet met hem trouwen, omdat hij een agnosticus was. Jullie bleven wel goede vrienden van elkaar. De schilder/astronoom John Brett wilde ook met jou trouwen, maar jij niet met hem. In 1872 kreeg jij de diagnose de ziekte van Graves. Jij was het model voor een paar van de beroemdste schilderijen van Gabriel Dante, zoals op 'The Girlhood of Mary Virgin' en op 'Annunciation, Ecce Ancilla Domini'. Je schreef ook kinderpoëzie, zoals in 'Sing-Song: A Nursery Rhyme Book'. In 1881 verscheen 'A Pageant and Other Poems'. Je was tegen slavernij, dierenmishandeling en prostitutie door minderjarigen. In 1893 verscheen 'The Face of the Deep', een devotioneel commentaar op de Apocalyps.

In 1893 kreeg jij borstkanker, waarbij de tumor werd verwijderd, maar in september 1894 kwam het terug. Jij overleed op 29 december 1894 in Torrington Square in Bloomsbury. Je werd 64 jaar en je bent in de Highgate Cemetery begraven.


Song

When I am dead, my dearest,
Sing no sad songs for me;
Plant thou no roses at my head,
Nor shady cypress tree:
Be the green grass above me
With showers and dewdrops wet:
And if thou wilt, remember,
And if thou wilt, forget.

I shall not see the shadows,
I shall not feel the rain;
I shall not hear the nightingale
Sing on as if in pain:
And dreaming through the twilight
That doth not rise nor set,
Haply I may remember,
And haply may forget.

(1862)

Christina Rossetti

Schrijver: Joanan Rutgers, 19 mrt. 2020


Geplaatst in de categorie: idool

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 18



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)