Inloggen
voeg je beschouwing toe

tabblad: beschouwingen

< vorige | alles | volgende >

beschouwing (nr. 3899):

Een druïde, nar, ziener en magiër ineen

(voor Ian Anderson)

Je ben geboren op 10 augustus 1947 in de oude hoofdstad Dunfermline, Schotland. In de 12-de eeuwse Dunfermline Abbey is koning Robert I van Schotland begraven, behalve zijn hart, want die is in Melrose Abbey begraven. Er staat nog een ruïne van het Dunfermline Palace, wat koning Jacobus VI van Schotland als bruidscadeau aan de 14-jarige Anna van Denemarken gaf. Jouw ouders waren Irene en James Anderson. Jouw twee oudere broers zijn Robin (1930) en Alistair (1935). Jouw vader was de directeur van het familiebedrijf RSA Boiler Fluid Company in East Port. In 1950 verhuisden jullie naar Edinburgh, waar je naar de Roseburn Primary School ging.

In 1959 verhuisden jullie naar Blackpool in Engeland, waar je naar de Blackpool Grammar School op Old Road ging. Van 1964 tot 1967 ging je naar het Blackpool College of Art. Je kreeg een ruige opvoeding. Als tiener was je verkoper in een Lewis's winkel en in een kiosk, waar je de muziektijdschriften 'Melody Maker' en 'New Musical Express' las, wat jou inspireerde om in een band te gaan spelen. In 1963 vormde jij de soul- en bluesband The Blades met jouw schoolvrienden Michael Stephens (gitaar), John Evan (keyboards), Jeffrey Hammond (bas) en Barriemore Barlow (drums). Jij zong en jij speelde mondharmonica en electrische gitaar. Later speelde jij vooral de dwarsfluit, de akoestische gitaar, de sopraansaxofoon, de mandoline, de basuri en de keyboards. De eerste show was in de Holy Family Church Hall in North Shore.

In 1965 heette de band The John Evan Band. In 1967 was je nog een schoonmaker in de Ritz Cinema in Luton. Het lukte niet om in Londen door te breken en de andere bandleden keerden gedesillusioneerd naar Blackpool terug. Jij woonde in Luton, waar jij de drummer Clive Bunker en de gitarist Mick Abraham ontmoette. Samen met hen en Glenn Cornick stichtte jij in 1968 de band Jethro Tull. Jij schreef alle teksten en composities. Jij speelde mondharmonica en fluit, terwijl jij op één been stond. In oktober 1968 verscheen het debuutalbum 'This Was', in 1969 'Stand Up', met o.a. 'Bourée' en 'We'Used to Know'. In 1970 verscheen 'Benefit', met o.a. 'Witch's Promise' en 'Just Trying to Be'.

Van 1970 tot 1974 was je getrouwd met Jennie Franks. Jullie woonden in een appartement in Baker Street, Londen. Jullie kregen samen twee kinderen; James Duncan (mei, 1977) en Gael Clutterbuck, getrouwd met de acteur Andrew Lincoln. Gael is o.a. de personal manager van Coldplay. In 1971 verscheen 'Aqualung', in 1972 verschenen het maatschappijkritische 'Thick as a Brick' en het dubbelalbum 'Living in the Past', in 1973 verscheen 'A Passion Play', in 1974 'War Child', in 1975 'Minstrel in the Gallery' en in 1976 het verzamelalbum 'M.U. - The Best of Jethro Tull' (M.U. = Musicians Union). In 1976 verscheen ook 'Too Old to Rock 'n' Roll: Too Young to Die!'. In 1977 verschenen 'Songs from the Wood', het eerste deel van de trilogie van folkrockalbums, en een tweede verzamelalbum, terwijl jij naar het Schotse Isle of Skye was verhuisd, naar een groot landgoed. Daar begon je een grote zalmkwekerij.

De song 'Dun Ringill' verwijst naar een fort uit de ijzertijd op het Isle of Skye. Jij woonde tot 1994 in het nabijgelegen Kilmarie House op het landgoed Strathaird. Je zong over de Keltische cultuur, pagan onderwerpen, voorchristelijke mythen en beelden, inclusief de seksuele gewoonten. In 1978 verscheen 'Heavy Horses', het tweede deel van de trilogie, en in 1979 'Stormwatch', het derde deel. Vlak daarna overleed de bassist John Glascock door een hartziekte. In 1995 verscheen jouw solo-debuutalbum 'Divinities: Twelve Dances with God' en in 2000 'The Secret Language of Birds', geïnspireerd door schilderijen. In 2003 verscheen jouw derde solo-album 'Rupi's Dance', met 'Griminelli's Lament', wat je voor jouw vriendin, de fluitiste Andrea Griminelli, schreef. In 2014 verscheen 'Homo Erraticus'.

Vanaf 1994 woon je in Braydon Hall op een 18-de eeuws landgoed in Minety, Wiltshire. Het landhuis stamt uit 1753 en het heeft drie verdiepingen en 11 slaapkamers, 15 toiletten, een helicopterplatform, een opnamestudio, een binnenzwembad, een bubbelbad, een sauna, solarium en gym. Jij haat het zwembad en de muurschildering. Je behoudt het, omdat het 'zo walgelijk en zo gigantisch zielig' is. Op het landgoed staan nog vijf andere huizen, die je voor de gasten gebruikt. Er zijn boomgaarden en Victoriaanse kassen. Je hebt een tweede huis in Montreux, naast het huis van Phil Collins. Je woonde ook in een 16-de eeuws, Victoriaans landhuis met 11 slaapkamers in Radnage, Buckinghamshire.



The Poet and the Painter
(een deel)


And the poet lifts his pen
While the soldier sheaths his sword
And the youngest of the family
Is moving with authority
Building castles by the sea
He dares the tardy tide
To wash them all aside, oh
The cattle quietly grazing
At the grass down by the river
Where the swelling mountain water
Moves onward to the sea
The Builder of the castles
Renews the age-old purpose
And contemplates the milking girl
Whose offer is his need
The young men of the household
Have all gone into service
And are not to be expected
For a year
The innocent young master
Thoughts moving ever faster
Has formed the plan
To change the man he seems
And the poet sheaths his pen
While the soldier lifts his sword

Illustratie: Ian Anderson
Schrijver: Joanan Rutgers
17 apr. 2020


Geplaatst in de categorie: idool

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 28



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)