Inloggen
voeg je beschouwing toe

tabblad: beschouwingen

< vorige | alles | volgende >

beschouwing (nr. 3926):

Een mooie vrouw, die mooie vrouwen beminde

(voor Jeraldine Jewsbury (1812 - 1880))

Je bent geboren op 22 augustus 1812 in Measham, Leicestershire, toen Measham Hall, in 1767 gebouwd door William Abney, er volop schitterde. Het is in 1959 als gevolg van mijnbouwverzakkingen gesloopt. De kasteelachtige St Lawrence Church uit 1340 glimlacht nog. Jouw vader Thomas Jewsbury was een katoenfabrikant en een koopman. Jouw moeder was Mary Smith. Jouw oudste zus was Maria Jane, een schrijfster/dichteres/recensente. Jouw oudere broers waren Thomas en Henry en jouw jongere broers waren Arthur en Frank. Opa Thomas Jewsbury was een landmeter van wegen en een ingenieur van kanalen. Hij had filosofie gestudeerd. Nadat jouw moeder in 1819 overleed, nam Maria Jane de zorg voor het gezin over.

Jij ging naar de kostschool van de Misses Darbys op Alder Mills nabij Tamworth, in Staffordshire. In Tamworth bouwden Robert en Matilida Marmion vanaf 1100 Castle Tamworth. In Tamworth staat ook de 14-de eeuwse Church of St Editha. In 1830-1831 studeerde je Frans, Italiaans en tekenen in Londen. Je werd depressief en je ging naar jouw ouderlijke huis terug. Je had religieuze twijfels, die je in jouw debuutroman 'Zoe: the history of Two Lives' uit 1845 verwerkte. Maria Jane schreef voor de Manchester Gazette en het literaire tijdschrift 'The Athenaeum', waarin jij van 1849 tot 1880 boekrecensies publiceerde, zo'n 2300. Op 1 augustus 1832 trouwde Maria Jane met dominee William Kew Fletcher, met wie ze naar India zeilde. Op 4 oktober 1833 overleed Maria Jane in Poona door de cholera. Ze werd 32 jaar. Daarna zorgde jij voor jouw vader en Frank, totdat hij trouwde.

Rond 1840 schreef jij naar de schrijver/historicus/filosoof Thomas Carlyle. Je vroeg hem om raad inzake jouw literaire carrière. In zijn huis in Cheyne Row, Chelsea, kreeg jij direct een hechte vriendschapsband met zijn vrouw, de brievenschrijfster Jane Welsh Carlyle, geboren op 14 januari 1801 in Haddington. Jane en jij waren verliefd op elkaar, maar Jane bleef bij haar man. Jij wilde graag haar minnares zijn. Je had kritiek op Thomas, die Jane niet als zijn gelijke behandelde. Jane hielp jou met jouw eerste roman en met 'The Half Sisters'. Jouw debuutroman werd vergeleken met het werk van Charlotte Mary Yonge, Mary Augusta Ward en George Sand, gezien de aansluiting van de seksuele emoties met de spirituele angsten. Jane was jaloers op jouw minnaars, zoals op de politicus/natuuronderzoeker Walter Mantell, wat jouw relatie met Jane deed verwijderen. Jij wilde met Walter trouwen, maar hij vond al jouw aandacht too much en jullie groeiden uit elkaar. Jij had seksuele relaties met vrouwen en mannen. In tijden van ziekte verpleegde jij Jane.

In jouw romans zette jij vragen bij de geïdealiseerde standaardrollen van vrouwen en moeders. Je wilde de spirituele waarde van de werkzaamheden van de vrouw bevorderen en je maakte jouw vrouwelijke karakters vaak wijzer en geschikter dan de mannelijke karakters. 'The Half Sisters' verscheen in 1848 en zet weer vraagtekens bij de rol van de vrouw en de moeder, die als niet bevredigend en als beperkend wordt beschouwd. Twee karakters zijn gebaseerd op Jane en jouw favoriete actrice Charlotte Sawnders Cushman. In 1851 verscheen 'Marian Withers', opnieuw over de levensvervullingen van vrouwen, maar dan in een industriële wereld. In 1855 verscheen 'Constance Herbert', in 1856 'The Sorrows of Gentility' en in 1859 'Right or Wrong'. Jij schreef twee kinderboeken; 'The History of an Adopted Child' en 'Angelo, or, The Pine Forest in the Alps'. Op verzoek van Charles Dickens schreef jij 17 verhalen voor zijn tijdschrift 'Household Works'.

Jij hielp de schrijfster Sydney Owenson, Lady Morgan om haar memoires te schrijven. Zij had in 1806 haar populaire roman 'The Wild Irish Girl: A National Tale' gepubliceerd. Sydney overleed op 14 april 1859 en ze is in de Brompton Cemetery begraven.

Op 21 april 1866 overleed Jane Carlyle in Londen en ze is in de St Mary's Collegiate Church in Haddington begraven. Jij verhuisde naar Sevenoaks in Kent, waar het weelderige Knole House staat, een voormalig aartsbisschoppelijk paleis. Jij was medewerkster van de uitgever Richard Bentley, getrouwd met Charlotte Botten, met wie hij negen kinderen kreeg. Via jouw positie bij Bentley wist jij de schrijfcarrières van andere vrouwen te helpen, zoals die van jouw vriendinnen Margaret Oliphant en Frances Power Cobbe, die een lesbische liefdesrelatie met de beeldhouwster Mary Charlotte Lloyd had. Jij droeg mannenkleren en jij rookte. Je had een seksuele liefdesrelatie met Charlotte Cushman. Jane was daar boos en jaloers over. Jij hielp de schrijfster Sydney Owenson, Lady Morgan om haar memoires te schrijven. Charlotte overleed op 18 februari 1876.

In 1879 kreeg jij kanker en op 23 september 1880 overleed jij in een privé-ziekenhuis in Londen. Je werd 68 jaar en je bent in de Brompton Cemetery begraven.

Schrijver: Joanan Rutgers
14 mei. 2020


Geplaatst in de categorie: idool

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 24



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)