Inloggen
voeg je beschouwing toe

tabblad: beschouwingen

< vorige | alles | volgende >

beschouwing (nr. 3963):

Schizofrenie als motor voor literatuur

(voor Robert Otto Walser (1878 - 1956))

Je bent geboren op 15 april 1878 in Biel/Bienne in Zwitserland. Jouw vader Adolf Walser (1833 - 1914) was een professionale boekbinder en een werkplaatseigenaar met briefpapiergoederen en beeldkaders. Jouw moeder was Elisa Walser (1839 - 1894). Jij was het op één na jongste kind van acht kinderen. Jouw oudere broer Karl was een schilder/decorontwerper/illustrator. Jouw oudste zus was Lisa. Jij ging naar het gymnasium, maar voor het eindexamen verliet je de school, omdat jouw familie het niet meer kon betalen. Je was vanaf jouw jeugd een frequente theaterbezoeker. Jouw meest geliefde toneelstuk was 'Die Räuber' uit 1781 van Friedrich Schiller. Van 1892 tot 1895 was je een stagiair in de Bernischer Kantonalbank in Biel. Daarna werkte je korte tijd in Basel.

Jouw moeder kreeg lange tijd medische zorg, omdat zij geestesziek/emotioneel gestoord was. Lisa verzorgde jouw moeder. Jij had een symbiotische relatie met jouw moeder, wat deels vormend en opbouwend was voor jouw werk. In 1895 verhuisde je naar Stuttgart, waar Karl woonde. Karl volgde een stage als decoratief schilder en hij ging naar de kunstacademie. In Stuttgart werkte jij als griffier op de reclame-afdeling van de Union Deutsche Verlagsgesellschaft. Het lukte jou niet om als schrijver door te breken en je wandelde naar Zwitserland terug. Eind september 1896 arriveerde je in Zürich en werkte je enkele jaren als kantoormedewerker en typist. Vanaf 1903 illustreerde Karl jouw boeken. In 1904 debuteerde je met de verhalenbundel 'Fritz Kochers Aufsätze' bij Insel Verlag in Leipzig. Begin 1906 ging je naar Berlijn, waar Karl woonde en waar je de uitgevers Samuel Fischer en Bruno Cassirer ontmoette. De dichter Christian Morgenstern was jouw redacteur. In 1907 verscheen jouw debuutroman 'Geschwister Tanner'.

Je publiceerde in het tijdschrift 'Die Insel' en je ontmoette de schrijver Frank Wedekind, getrouwd met de actrice Tilly Newes, met wie hij twee dochters kreeg; de actrice/zangeres Pamela, bevriend met Erika en Klaus Mann, en de schrijfster/actrice Kadidja. Je ontmoette de dichter/schilder Max Dauthendey, die op zijn 51-ste door malaria overleed, en de schrijver/redacteur Otto Julius Bierbaum, die in 1910 in Dresden overleed. Hij werd 44 jaar. Je was bediende, opgeleid in Schloss Dambrau, waarover je in jouw roman 'Jakob von Gunten' uit 1909 schreef. In 1910 trouwde Karl met Hedwig Agnes Czametzki. Je werd o.a. geprezen door: Hermann Hesse, Franz Kafka, Robert Musil, Kurt Tucholsky, Stefan Zweig, Walter Benjamin en Thomas Bernhard.

In 1913 ging je naar Zwitserland, waar je ook met jouw zus Lisa woonde. Zij was lerares in het verzorgingstehuis voor geesteszieken in Bellelay. Je raakte bevriend met de schoonmaakster Frieda Mermet. Vanaf juli 1913 tot 1920 woonde je in het hotel Blaues Kreuz. Eind 1916 overleed jouw broer Ernst, die geestesziek was en in de psychiatrische kliniek Waldau verzorgd werd. In 1919 pleegde jouw broer Hermann, hoogleraar aardrijkskunde, zelfdoding in Bern. Jij raakte steeds meer geïsoleerd. Je was een fanatiek wandelaar, ook 's nachts. Begin 1921 verhuisde je naar Bern, waar je in twaalf verschillende kamers woonde. In het begin van 1929 werd je in de kliniek Waldau opgenomen, vanwege jouw angsten, hallucinaties en een mentale inzinking. Dit was door het aandringen van Lisa. Je hoorde stemmen en je werd als catatonisch schizofreen gediagnostiseerd. Inclusief psychotische verschijnselen.

In 1933 werd jij tegen jouw wil naar een verpleeghuis in Herisau overgeplaatst. Door de nazi's kon je niet meer in kranten en tijdschriften publiceren. De directeur van jouw kliniek, Otto Hinrichsen, ook een dichter, gaf jou alle ruimte voor literaire activiteiten, maar je stopte met schrijven. Je zat daar om gek te zijn, mopperde je. Je produceerde papieren zakken, je sorteerde de bonen en je veegde de gangen en slaapzalen. Verder las je vermakelijke literatuur. Vanaf 1936 bezocht de schrijver Carl Seelig jou, een bewonderaar en beschermheer. Carl was ook bevriend met Eduard Einstein, de zoon van Albert Einstein en de natuurkundige Mileva Maria. Eduard had schizofrenie en hij vertoefde in de psychiatrische inrichting Burghölzli in Zürich. Karl maakte soms lange wandelingen met jou. Daar schreef hij 'Wanderungen mit Robert Walser' over.

Op 28 september 1943 overleed jouw broer Karl en in 1944 overleed jouw zus Lisa. Carl werd jouw voogd. Je had lange tijd geen tekenen van geestesziekte vertoond, maar je weigerde de inrichting te verlaten. Hospitalisatie. Je bleef lange, eenzame wandelingen maken. Op 25 december 1956 overleed jij al wandelend nabij de kliniek en Herisau. Je kreeg een hartaanval. Je werd in een sneeuwveld gevonden en je werd 78 jaar.

Schrijver: Joanan Rutgers
30 jun. 2020


Geplaatst in de categorie: idool

4,3 met 3 stemmen 22



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)