Inloggen
voeg je beschouwing toe

tabblad: beschouwingen

< vorige | alles | volgende >

beschouwing (nr. 4003):

De halfbroer van Paul Verlaine's vrouw

(voor Charles de Sivry (1848 - 1900))

Je bent geboren als Louis Charles Erhard de Sivry op 15 november 1848 op 43, rue de Miromesnil in Parijs. Jouw vader was Pierre Louis de Sivry, die in 1849 overleed. Jouw moeder was Antoinette-Flore Chariat, een pianolerares, die enkele lessen van Frédéric Chopin had gekregen. Jouw moeder hertrouwde met Theodore Jean Mauté. Ze kregen op 17 april 1853 in Nogent-le-Rotrou samen een dochter, Mathilde Sophie Marie Mauté, jouw halfzus. Jullie woonden in Parijs. In 1857 verhuisden jullie naar een groot appartement aan de Rue Suresnes, waar jouw moeder muzikale avonden organiseerde. In 1859 werd jouw halfzus Alice Marguerite geboren. Jouw stiefvader kocht het huis op 14, rue Nicolet in Montmartre. Jouw moeder was een vertrouwelinge van de Hertog van Rohan Henri Charles Louis de Beurges en zijn vrouw Alexandrine de Rohan-Chabot. Hun dochter was Osine de Beurges (1853 - 1877), de jeugdvriendin van Mathilde. Samen met jullie ouders kwamen jullie vaak op Château Reynel, 15 jaar lang iedere jachtperiode van drie maanden.

Jouw moeder gaf pianoles aan Claude Debussy, ter voorbereiding voor het Conservatorium van Parijs. Zij ontmoette vele Russische en Poolse kunstenaars. Jij ging naar de salons van Nina de Callias (1843 - 1884), waar je jouw moeder en Mathilde mee naartoe bracht. Daar kwamen de schrijver/arts Antoine-Hippolyte Cros, de schilder Henry Cros, de dichter Charles Cros, de dichter/schilder Léon Dierx en de schrijver Anatole France. Mathilde zong er 'En passant par la Lorraine' en ze ontmoette er jouw vriend Paul Verlaine, die ze eerst maar lelijk en slecht gekleed vond. Later ontmoette ze Paul bij de beeldhouwster Hélène Bertaux, waar jij Paul en zijn jeugdvriend, de dichter/schrijver Edmond Lepelletier, liet zingen. Mathilde was toen 14 jaar en jij liet haar 'Saturniens' en 'Fêtes Galantes' van Paul lezen. Jij zette enkele gedichten van Paul op muziek.

Paul Verlaine wilde in augustus 1869 al met Mathilde trouwen, toen ze 16 jaar was. In 1870 verscheen zijn 'La Bonne Chanson', geïnspireerd door Mathilde. Op 11 augustus 1870 trouwden Mathilde en Paul in de Notre-Dame-de-Clignancourt. Op 30 oktober 1871 werd hun zoon Georges Auguste Verlaine geboren. Ze woonden bij jouw ouders op 14, rue Nicolet. Arthur Rimbaud heeft er dan al enkele weken gelogeerd. Mathilde vond Arthur ongevoelig, omdat hij boeken uit de boekhandels in Charleville stal. Jij studeerde aan het lycée Chaptal, 45, Boulevard des Batignolles en daarna aan het Conservatorium bij Alexandre Chevillard (1811 - 1877) voor celloles. Je was zeer weerbarstig en je werd weggestuurd. Jouw stiefvader stuurde jou naar de landbouw- en penitentiaire kolonie Mettray. Daarna werd je een eenvoudige werknemer bij een verzekeringsmaatschappij. Je werkte ook voor een effectenmakelaar, die zelfdoding pleegde na het faillissement van Émile en Isaac Pereire.

Naast boekhouder bleef je muzikant. Jij volgde de componist/dirigent Jules Olivier Métra op, op 58, Boulevard Rochechouart. In 1867 dirigeerde jij op de Wereldexpositie bij Hongaarse muzikanten in het Paviljoen van de Fanta-brouwerij. De zigeunermuziek raakte jou diep. Met Edmond Lepelletier en Paul Verlaine bezocht je de salon van Nina de Callias op 17, Rue Chaptal. Je werkte samen met de componist Emmanuel Chabrier en de componist/dichter/pianist Ernest Cabaner, door Verlaine 'Jezus Christus na drie jaar absint' genoemd. Samen met Verlaine en Cabaner ging je vanaf 1869 elke maand naar de diners van Les Vilains Bonshommes. In mei 1871 trouwde jij met Emma Comiot, een dramatische kunstenares. Met als getuigen Verlaine en de drie gebroeders Cros. Jullie kregen samen vier kinderen.

Jij werkte voor de Commune van Parijs en je werd door de Versaille-militairen gevangen genomen en in het Satory-kamp gestopt. Van oktober tot november 1871 feestte je mee met de Cercle des poètes zutiques. Samen met Verlaine had je eind september 1871 Rimbaud een kamer aan de Rue Nicolet gegeven. In enkele, kleine theaters werden jouw operettes en pantomimes opgevoerd, o.a. 'De Rhinoceros en zijn kind', 'De burggraaf van Chrysocale', 'Jolicoeur', 'Blind door Liefde' en 'De Kleine Prinses'. In 1871 woonde jij op 14, rue Nicolet. Eind 1875 gaf Paul jou het manuscript 'Les Illuminations' van Rimbaud om het door jou om muziek te laten zetten, wat mislukte. In 1878 componeerde jij samen met Antoine-Hippolyte Cros 'De Legende van Hiram', een vrijmetselaarsshow, die in het Palais de Trocadero werd opgevoerd. Vanaf 1881 was je aanwezig bij het cabaret van 'Le Chat Noir' van Rodolphe Salis. Je bracht vele vergeten liederen uit Bretagne, die je tevens publiceerde. Je gaf twee composities over libretto's van de dichter/toneelschrijver Charles Maurice Donnay en je toonde kunstwerken van de schilder/graveur/illustrator Henri Rivière, die de decorontwerper van 'Le Chat Noir' was.

Je was verbonden met de zanger/componist Paul Julien Delmet, wiens liederen o.a. door Marie-Louise Thibaudot werden gezongen. En je was verbonden met de acteur/auteur Alexandre Honoré Ernest Coquelin. Je ontwierp schaduwtheatershows voor 'Le Chat Noir'. Je was de pianist van het Quat'z'arts cabaret op 62, Boulevard de Clichy in Montmartre, vlakbij de Moulin Rouge. Verder was je de vaste begeleider van de zanger-liedschrijver Théodore Botrel en zijn vrouw Hélène (Lena) Lutgen, met wie jij door Frankrijk en België tourde.

Jij overleed op 16 januari 1900 in jouw huis op 38, rue des Abbesses in Parijs. Je werd 51 jaar.

Schrijver: Joanan Rutgers
25 aug. 2020


Geplaatst in de categorie: idool

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 18



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)