Inloggen
voeg je beschouwing toe

Beschouwingen

Een letterlijke strijder voor de bevrijding van Polen

(voor Adam Bernard Mickiewicz (1798 - 1855))

Je bent geboren op 24 december 1798 in Novogrudok of in Zavosse, Wit-Rusland, waar jouw oom een landgoed had. Jouw vader Mikolaj Mickiewicz was een advocaat en van Poolse adel. Hij droeg het Poraj wapenschild, net als jij. Jouw moeder was Barbara Majewska. Je had een oudere broer. Je bent in Novogrudok opgegroeid. Je kreeg les van jouw moeder en privéleraren. Van 1807 tot 1815 ging je naar een Dominicaanse school. Vanaf september 1815 studeerde je aan de Keizerlijke Universiteit van Vilnius, opgericht in 1579 door de koning/groothertog Stephen Báthory. In oktober 1817 was jij net als jouw vrienden lid van de geheime studentenorganisatie De Philomaths geworden. Net als de dichter/activist Tomasz Zan, de geoloog/miniralogist Ignacy Domeyko, de dichter Antoni Edward Odyniec, die jou imiteerde, de dichter Jan Czeczot, de dichter Józef Jezowski, de oriëntalist Józef Kowalewski, de dichter Onufry Pietraszkiewicz en de advocaat/journalist Franciszek Malewski.

Franciszek trouwde in 1832 met Helena Szymanowska, de dochter van de componiste/pianiste Maria Szymanowska, die ook de tweeling Celina en Romwald kreeg. Celina (1812 - 1855) trouwde op 22 juli 1834 in Parijs met jou. In 1818 publiceerde je jouw eerste gedicht 'Winterstad'. Van 1819 tot 1823 was je leraar aan een middelbare school in Kaunas. In 1820 verscheen het gedicht 'Ode aan de jeugd', wat men te patriottisch en te revolutionair vond. In de zomer van 1820 ontmoette jij Maryla Wereszczakówna, de liefde van jouw leven, die potverdorie al verloofd met graaf Wawrzyniec Puttkamer was, met wie zij in 1921 trouwde.

In 1923 verscheen het gedicht 'Grazyna', gebaseerd op jouw geliefde Karolina Kowalska uit Kaunas. In die tijd verscheen jouw belangrijkste werk 'Dziady' (Vooravond), een romantisch drama, vergelijkbaar met 'Faust' van Goethe en 'Manfred' van Lord Byron. Byron's poëzie beïnvloedde jou. De Philomathes hadden banden met de radicale, pro-Poolse, naar onafhankelijkheid strevende studentenorganisatie De Filaret Association. In 1824 werd jij samen met veel andere leden van De Philomathes gevangen genomen en naar centraal Rusland verbannen. Je verbleef in St. Petersburg, Moskou, Odessa en de Krim. In 1828 verscheen jouw gedicht 'Konrad Wallenrod', wat mede tot de Pools-Russische Oorlog inspireerde. In 1829 mocht je Rusland verlaten. Je ontmoette de filosoof Hegel en Goethe. Je woonde in Rome, Genève en Parijs. Je had een korte romance met Henrietta Ewa Ankwiczówna en met Konstancja Lubienska. Op 25 juli 1831 overleed Maria Szymanowska in St. Petersburg door de cholera. Ze werd 41 jaar. In 1834 verscheen jouw epische gedicht 'Pan Tadeusz', een meesterwerk, wat verplichte kost op de Poolse scholen is en in 1999 door Andrzej Wajda verfilmd werd.

Celina en jij kregen samen twee dochters, Maria en Helena, en vier zonen; Wladyslaw, Józef, Aleksander en Jan. Celina werd o.a. door de dichter Zygmunt Krasinski verafschuwd. Zygmunt was verliefd op de getrouwde Joanna Bobrowa, hij had een romance met gravin Delfina Potocka, een vriendin van Frédéric Chopin, en hij trouwde met gravin Eliza Branicka, met wie hij vier kinderen kreeg. Celina werd beschuldigd van extravagantie, slechte kookkunsten, het verlangen om jou te domineren en een mentale labiliteit. In 1839 verklaarde de depressieve Celina zichzelf tot profetes, de incarnatie van de Moeder Gods en de verlosser van de Polen en de Joden. Ze zie dat ze genezende krachten had. Op 17 december 1838 deed jij een poging tot zelfdoding door uit een raam te springen. Je had onenigheid met Celina en haar geestesziekte. Je liet haar in een psychiatrisch ziekenhuis in Vanves opnemen, waar met slaaptekort, koud water en shocktherapie werd gewerkt.

De filosoof en messiaanse, religieuze leider van de Cirkel van Gods Zaak sekte Andrzej Towianski bevrijdde Celina uit het ziekenhuis, omdat hij haar op miraculeuze, magische, goddelijke wijze genezen had, wat Celina geloofde en ze bleef in zijn ban voor de rest van haar leven. Celina overleed op 5 maart 1855. Ze werd 42 jaar en ze is vanuit Père-Lachaise herbegraven in de Les Champeaux begraafplaats in Montmorency, in jouw familiegraf. Jij was ook bevriend met Alexander Poesjkin, die op 29 januari 1837 op zijn 37-ste overleed door een kogelschot van baron Georges-Charles d'Anthès. In 1838 werd jij hoogleraar Latijnse literatuur aan de Academie van Lausanne en in 1840 hoogleraar Slavische talen en literatuur aan het Collège de France. Je werd steeds meer begeesterd door de religieuze mystiek, beïnvloed door Towianski. In de winter van 1848-1849 bezocht Chopin jou in Parijs. Hij speelde rustgevende pianostukken voor jou. Hij had al twee gedichten van jou op muziek gezet.

In april 1852 verloor jij jouw baan bij het Collège de France, waarna je enkele maanden later bibliothecaris bij de Bibliothèque de L'Arsenal werd. Daar werd je door de arme, steeds meer blinde en dove dichter Cyprian Norwid bezocht, die in Parijs woonde. Op 11 september 1855 ging je naar Constantinopel, vanwaar je tegen Rusland wilde vechten. Je overleed op 26 november 1855 door de cholera. Je werd 56 jaar en je bent in Montmorency begraven. Op 4 juli 1890 zijn jouw overblijfselen in de Wawel Kathedraal in Krakau herbegraven, in de Crypte van Nationale Dichters, net als Cyprian Norwid en Juliusz Slowacki.

Schrijver: Joanan Rutgers
30 nov. 2020


Geplaatst in de categorie: idool

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 51



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)