Inloggen
voeg je beschouwing toe

Beschouwingen

De Calvarieberg in een SS-moordspelonk

(voor Annemarie Ladewig (1919 - 1943))

Je bent geboren op 5 juni 1919 in Neidenburg, Oost-Pruisen, waar de rivier de Neide doorheen stroomt en waar het kloosterkasteel Neidenburg staat, althans de herbouw. Daar woonde de ook in Neidenburg geboren schrijver/journalist/historicus Ferdinand Gregorovius de eerste elf jaren van zijn leven. Hij werkte 18 jaar aan zijn boek 'De geschiedenis van Rome in de Middeleeuwen'. Jouw vader was de architect Rudolf Ladewig, geboren op 30 april 1893 in Brodersdorf. Jouw Joodse moeder was Hildegard Bucka (1892 - 1945), die samen met jouw vader architectuur studeerde. Ze trouwden op 15 maart 1919 in Wroclaw. Jouw broer was Rudolf Karl (1923 - 1945). Jij bent in Waldenburg opgegroeid, waar jouw vader stadsarchitect was. In 1925 werd hij de eerste stadsarchitect in Reichenbach in het Vogtland, waar jij de middelbare school voltooide.

In 1935 verhuisden jullie naar Hamburg, waar jouw vader bij de architect Fritz Höger werkte, die sinds 1932 nazi-lid was en hij was tot 1940 getrouwd met Annie Oldenburg. Als kind toonde jij een opmerkelijk tekentalent. In 1936 werd het jou verboden om aan de Hochschüle für Bildende Künste in Hamburg te gaan studeren. Jij ging in de leer als schilderes en grafisch kunstenares op de kunstacademie op de Mittelstrasse 169 van de Joodse Gerda Koppel. Een andere studentes daar was de Joodse Alma del Banco, die op 8 maart 1943 in Hamburg-Blankenese zelfdoding pleegde, net als eerder de schrijfster/verpleegster Sophie Rahel Jansen (1862 - 1942) en de kunstpromotor Ida Dehmel (1870 - 1942). Verder studeerden daar: de Joodse Lore Feldberg-Eber, de Joodse Gretchen Wohlwill en Harriet Wolf. Jouw voornamelijk expressionistische leraren waren Erich Hartmann, getrouwd met Ida Jenichem, Eduard Bargheer, Hinrich Groth en Karl Kluth.

In 1938 nam Gabriele Stock-Schmilinsky de kunstacademie van Gerda over, omdat Gerda als Jodin geen les meer mocht geven en zij naar Kopenhagen verhuisde. Tot 1 december 1940 ging jij dus naar de Kunstschule Schmilinsky. Een medestudent was Volker Detlef Heydorn. Verder werkte jij op de reclame-afdeling van Reemtsma Cigarettenfabriken, waarvan er ook een fabriek in Bussum stond. Jouw baas, de graficus/reclamepsycholoog Hans Domizlaff, beschermde Joodse medewerkers door persoonsbewijzen te negeren. In 1941 verloofde jij met de arts Hermann Sartorius. Met veel moeite kreeg jij werk als reclamekunstenares bij Montblanc Simplo Filler Pen Co., gesticht in 1908 in Hamburg door Max Koch. De productie van de vulpennen was in het Industrieel Paleis, Caffamacherreihe 1/5. Er waren 22 werknemers.

In 1943 verhuisde je naar de Blumenstrasse 32. Aangespoord door jouw broer Rudolf en jouw verloofde Hermann werd jouw moeder vanwege 'mentale verwarring' naar het psychiatrisch ziekenhuis Hamburg-Eppendorf gestuurd, waar zij op 30 november 1944 is vermoord door Action T4, geleid door de Reichsgesundheitführer Leonardo Conti, die zichzelf op 6 oktober 1945 in zijn cel in Neurenberg heeft opgehangen. De hoofdpsychiater in het ziekenhuis was Hans Bürger-Prinz, een actief nazi-lid en een nazaat van de dichter Gottfried Augustus Bürger (1747 - 1794). Jouw vader was lid van de verzetsgroep Kampf dem Faschismus. Vanaf januari 1945 deden Rudolf en jij dwangarbeid in de Howalldtswerke Hamburg, een scheepswerf.

Op 22 maart 1945 werden jouw vader en zijn vriendin Elisabeth Rosenkranz door de Gestapo gearresteerd, verraden door de Gestapo-medewerker en infiltrant/spion Alfons Pannek. Rudolf en jij werden ook gearresteerd en in de Gestapo Gevangenis Fuhlsbüttel opgesloten. De Gestapo arresteerde jullie in het huis op de Blumenstrasse 32, vanwege het afluisteren van vijandelijke radiozenders, wat zij verzonnen, want zij hadden geen enkel bewijs tegen jullie in handen. Het was wel zo, dat Rudolf en jij vaak een boekhandel op de Dammtor bezochten, waar Bertold Neidhard de leiding had. Bertold was lid van de KdF-verzetsgroep. Jullie namen stonden op een Liquidatielijst met 71 Hamburgse verzetsleden daarop. Op 20 april 1945 werden jullie naar het concentratiekamp Neuengamme gebracht. Omdat er geen aanklacht of proces was geweest, dachten jullie, dat jullie werden vrijgelaten. Jij schreef aan Hermann: 'Wist ik maar waar wij morgen heen gingen. Ik zeg je 'Tot ziens' en kus je lief en intiem. Altijd jouw Annemarie. Ik ben prima!'.

In de nacht van 21 op 22 april 1945 werden jullie één voor één opgehangen aan een balk in de gevangenisbunker. Twaalf vrouwen en jij werden eerst vermoord. Jullie werden naakt opgehangen. Extra vernederend. Erika Etter of de actrice Hanne Mertens werd apart vermoord. De anderen werden in twee groepen van zes mensen vermoord. Jij werd 25 jaar. De andere vrouwen waren: Erna Behling, Senta Dohme, Sophie Marie Fiering, Helene Heyckendorf, Anna Jakuditsch, Anni Kreuzer, Margarete Mrosek, Elisabeth Rosenkranz, Margarete Zinke en Zinaida Strelzowa. De 58 mannen werden ook vermoord, waaronder jouw vader en jouw broer. De opdrachtgever van deze wrede moordpartij op de valreep van de oorlog was de SS-er Georg-Henning Graf von Bassewitz-Behr, getrouwd met Ise Grafin von Pfeil und Klein-Ellguth. Toen Hermann jouw persoonlijke spullen ophaalde, spraken de SS-ers over jou als een landverraadster. Zonder te beseffen dat Duitsland door haatdragende en moordzuchtige demonen was bezeten.

Schrijver: Joanan Rutgers
28 dec. 2020


Geplaatst in de categorie: idool

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 24



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)