Inloggen
voeg je beschouwing toe

Beschouwingen

Met een pop als surrogaat voor een homofiele partner

(voor Eric Stenbock (1860 - 1895))

Je bent geboren als Eric Magnus Andreas Harry Stenbock op 12 maart 1860 in Thirlestaine Hall in Cheltenham. Jouw moeder was Lucy Sophia Stenbock, de dochter van een rijke, Duitse katoenimporteur, die naar Engeland ging. Jouw vader was Erik Friedrich Diedrich Magnus Stenbock, een lid van de Zweedse en Russische aristocratie, met grote landgoederen in Estland en een familiehuis in Kolga. Jij groeide op in Thirlestaine Hall. Jouw vader overleed een jaar na jouw doop, toen hij op zijn landgoed in Tirol verbleef en jouw moeder en jij in Engeland waren. Jouw moeder hertrouwde vrij snel met Frank Mowatt, een klerk in de Treasury Office van de Engelse regering. In 1894 werd hij secretaris.

Jij had als kind een povere gezondheid en in 1874 ging jij in Wiesbaden naar school, wat jouw stiefvader wilde. In 1877 ging jij naar het Balliol College van de Universiteit van Oxford, waar je vier termijnen bleef. Je werd rooms-katholiek, wat jouw stiefvader vreselijk en stupide vond. Hij noemde het een 'belachelijke religie'. Jij noemde jezelf voortaan Stanislaus, naar jouw favoriete heilige St. Stanislaus Kostka. Jouw stiefvader was bang dat jij extravagant zou worden, waardoor hij de hand op de beurs hield. Op jouw 21-ste verscheen jouw dichtbundeldebuut 'Love, Sleep, & Dreams'. Op jouw 23-ste verscheen 'Myrtle, Rue, And Cypress', opgedragen aan de homoseksuele schilder Simeon Solomon, met wie jij een liefdesrelatie had, en opgedragen aan jouw neef Arvid Stenbock, met wie jij een intieme relatie had, die door jouw familie met afkeuring werd bekeken. Verder droeg je het op aan Charles Bertram Fowler, de zoon van een geestelijke uit Oxfordshire, die op zijn 16-de door tuberculose overleed. De gedichten zijn intens droevig, suïcidaal en paranormaal. Jouw liefde voor jongemannen werd meer en meer zichtbaar.

Je reisde naar Rusland, Estland en Duitsland. In 1884 ging jij in België wonen om aan de schuldeisende drukkers te ontkomen. Tot 1885 leefde je in Brugge in geldnood, maar jouw opa Magnus overleed en je erfde de familielandgoederen in Estland. Je verhuisde naar het landhuis in Kolga en je werd een geliefde en gulle landheer en graaf. Jouw nicht Theophile, een dochter van jouw tante Adele von Wistinghausen, woonde destijds als kind in Kolga. Jij had een kleine aap, die jij in jouw armen wiegde, een slang en een kleine beer uit St. Petersburg. Erika, de zus van Theophile, beschreef jouw wooninterieur. Je had vooral prerafaëlitische schilderijen aan de muren hangen, verlicht door een schemerige, rode lamp. In jouw blauwe slaapkamer was een altaar met Indiase sjaals, pauweveren en koperen bekers met harsgeuren. In het midden van het altaar stond een bronzen beeld van Eros, met godsdienstige lampjes ervoor. In de zomer van 1887 ging jij naar Londen. Je gaf jezelf over aan alcoholisme en drugsgebruik.

Naast slangen had je hagedissen, salamanders en padden in huis. In de tuin liepen een rendier, een vos en een beer. Tijdens jouw reizen nam jij altijd een hond, een aap en een levensgrote pop mee, genaamd Le Petit Comte. Je vertelde iedereen, dat die pop jouw zoon was en je wilde dat hij elke dag naar jou toe werd gebracht. Wanneer de pop er niet was, vroeg je naar zijn gezondheid. Een hebzuchtige jezuïet heeft jouw pop 'opgeleid', waarvoor jij hem ruimschoots betaalde. Jij had ook een liefdesrelatie met de componist/dirigent Norman Houston O'Neill, die jij in een bus had ontmoet en die 15 jaar jonger was. Jij betaalde zijn studie bij Arthur Somervell en zijn studie aan het Hoch Conservatorium in Frankfurt am Main, waar hij bij Iwan Knorr studeerde. Norman trouwde in 1899 met de pianiste Adine Ruckert, een leerlinge van Clara Schumann. Hij behoorde tot de Frankfurt Group, net als de componist/schrijver/dichter/occultist Cyril Meir Scott, die met de schrijfster Rose Laure Allatini trouwde, waarmee hij twee kinderen kreeg, Vivien Mary en Desmond Cyril. Rose en Cyril waren theosofen. Na hun scheiding woonde Rose in Rye met Melanie Mills samen. In haar roman 'Despised and Rejected' schrijft zij over homoseksualiteit en pacifisme.

Jij beleed een syncretisch geloof met facetten van het katholicisme, boeddhisme en afgoderij. Jij vormde The Idiot Club of London, gewijd aan de Suppression of Dignity and Wisdom, samen met Alyssa Whitall Pearsall Smith (1867 - 1951), Mary Costelloe en Logan Pearsall Smith. Alyssa was de vrouw van de filosoof/schrijver Bertrand Russell, die in 1950 de Nobelprijs voor de Literatuur kreeg. Haar broer Logan was een essayist/criticus, die met Walt Whitman bevriend was. Mary, de zus van Alyssa en Logan, trouwde met de Ierse advocaat Frank Costelloe, met wie zij twee dochters kreeg, Rachel en Catherine. Catherine trouwde met Adrian Stephen, de broer van Virginia Woolf en Vanessa Bell. Virginia heeft zichzelf op 28 maart 1941 in de Ouse verdronken en werd 59 jaar. Catherine, die psychologe/psycho-analytica was, was doof en manisch-depressief, net als Virginia. Zij pleegde in 1953 zelfdoding en ze werd 63 of 64 jaar.

Jij kende Audrey Beardsley en jij kocht tekeningen van hem, die jij naar Norman O'Neill stuurde. Jij had veel dezelfde vrienden als die van Oscar Wilde, die je zeker ook hebt ontmoet en gekend. Er is een anekdote, waarin Oscar zijn sigaret met het vuur van één van jouw altaarlampjes aanstak, wat jouw hevig chockeerde en waarna Oscar de benen nam. Jij kende ook de dichter/tijdschriftredacteur Arthur William Symons, een expert inzake Paul Verlaine en Charles Baudelaire. Arthur gebruikte hasj en in 1909 kreeg hij een zware psychose, waardoor hij 20 jaar nauwelijks nog werk produceerde, waar hij in 'Confessions: A Study in pathology' uit 1930 over schrijft. In 1893 verscheen jouw laatste dichtbundel 'The Shadow of Death'. In 1894 verscheen jouw romantische verhalenbundel 'Studies of Death'. Jij overleed op 26 april 1895 in Withdeane Hall nabij Brighton, waar jouw moeder woonde. De doodsoorzaak was levercirrose. Je werd 35 jaar en je bent op 1 mei 1895 in de Brighton Extra Mural Cemetery aan Lewes Road begraven.

Schrijver: Joanan Rutgers
25 jan. 2021


Geplaatst in de categorie: idool

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 32



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)