Inloggen
voeg je beschouwing toe

Beschouwingen

Tenslotte samen met jouw aartsrivaal begraven

(voor Juliusz Slowacki (1809 - 1849))

Je bent geboren op 4 september 1809 in Kremenets, Oekraïne, maar destijds van Polen. De dichter Zygmunt Jan Rumel (1915 - 1943) is ook in Kremenets geboren. Hij werd op zijn 28-ste door leden van de Organisatie van Oekraïense Nationalisten, van de politiemacht/beveiligingsdienst, vermoord. Jouw vader Eusebiusz Tomasz Slowacki (1773 - 10 november 1814) was een literatuurhistoricus, dichter en toneelschrijver, die door tuberculose overleed, toen jij 5 jaar was. Jouw moeder was Salomea van Januszewski (1792 - 7 augustus 1855). In 1811 verhuisde jij naar Vilnius, waar jouw vader professor aan de universiteit was. Na het overlijden van jouw vader ging jouw moeder met jou naar Kremenets terug. Op 17 augustus 1818 hertrouwde jouw moeder met August Bécu, een professor geneeskunde aan de Universiteit van Vilnius en een chirurg. Hij had twee dochters met zijn eerste vrouw Pilar; Aleksandra Mianowska (1804 - 1832), een grote vriendin en vertrouwelinge van jou, en Hersylia Januszewska (1806 - 1872), die met jouw oom Theophilus trouwde.

August overleed begin september 1824 door een blikseminslag tijdens zijn middagdutje. Jouw moeder bestuurde een literaire salon, zodat jij universitaire intellectuelen ontmoette. Zo ontmoette jij de activiste Ludwika Sniadecka, jouw eerste, onbeantwoorde liefde. Zij trouwde met de schrijver/dichter Michal Tsjaikovski, die zichzelf op zijn 81-ste heeft doodgeschoten. Hij stichtte het Poolse dorp Polonezköy nabij Constantinopel. In jouw moeder's salon ontmoette jij de dichter Adam Mickievics. Van 1825 tot 1828 studeerde jij rechten in Vilnius. Jij was de grootste mysticus van de Poolse poëzie. Half februari 1829 ging je naar Warschau. Je werd stagiair bij het Regeringsoverheids- en Schatkistcomité. In april 1930 verscheen jouw dichtdebuut 'Hugo', over een Teutoonse ridder, in het tijdschrift 'Melitele' van de dichter Antoni Edward Odyniec. Op 29 november 1830 begon de Pools-Russische Oorlog en jij publiceerde patriottische gedichten, zoals 'Hymne' en 'Ode aan de Vrijheid'.

Je werd lid van de diplomatieve staf van de revolutionaire, Poolse, nationale regering, geleid door de staatsman/schrijver Adam Jerzy Czartoryski. Je ging als koerier naar de Polen in Dresden, Londen en Parijs. Je bleef als politiek vluchteling in Frankrijk en in 1832 verschenen jouw eerste dichtbundels en twee drama's, 'Mindowe' en 'Maria Stuart'. Je ontmoette Adam Mickiewicz weer en je werd boos op hem, omdat hij met zijn publicaties alle aandacht opeiste en in zijn 'Dziady' jouw stiefvader als een schurk neerzette. Je wilde met hem duelleren, maar dat gebeurde niet. Je zag hem voortaan als jouw grootste rivaal. De Poolse gemeenschap in Parijs lustte jou niet en je kreeg scherpe kritiek van Mickiewicz. Je ging naar Genève en Frankrijk liet jou niet meer toe. Van 1833 tot 1836 woonde jij in Zwitserland. Jouw nationalistische poëzie kreeg meer erkenning in Polen en in 1834 verscheen het romantische drama 'Kordian', een meesterwerk over de zoektocht naar de Poolse ziel na de mislukte opstand van november 1830. Je werd beïnvloed door William Shakespeare en Lord Byron. Het is een kritiek op de romantische helden van Mickiewicz in 'Dziady'.

In Rome ontmoette je de dichter Zygmunt Krasinski, aan wie jij enkele werken wijdde, zoals het drama 'Balladyna' uit 1834. In 1836 reisde je van Napels naar Griekenland, Egypte, het Heilige Land en Syrië. Er verschenen diverse gedichten over jouw ervaringen, o.a. 'Een gesprek met de piramides'. In juni 1837 was je weer in Italië, in Florence, en in december 1838 in Parijs. In 1840 werd je hoogleraar Slavische literatuur aan het Collége de France. Je schreef de drama's 'Mazepa' en 'Fantazy' en het poëtische topwerk 'Beniowski'. Je was een jaar lid van de Cirkel van Gods Zaak van de religieuze leider Andrzej Towianski, die een visioen van de Heilige Geest en de Maagd Maria had gekregen. 'Beniowski' en 'Vader Marek' zijn hier de weerslag van. In 1844 schreef je in Pornic 'Genesis uit de Geest', over jouw eigen filosofische systeem. Je was bevriend met Frédéric Chopin en de professor Zygmunt Szczesny Felinski, aartsbisschop van Warschau en in 2009 door paus Benedictus XVI heilig verklaard. Je wilde meedoen aan de Wielkopolska Opstand van 1848 en je ging met enkele vrienden naar Poznan.

Op 27 april 1848 sprak je met het Nationaal Comité en op 9 mei 1848 werd de opstand neergeslagen. Je werd door de Pruisische politie gearresteerd en naar Parijs teruggestuurd. In jouw gedicht 'Tijdens de onenigheid luidt God de klok' profeteerde jij de komst van een eerste, Slavische paus. In 1978 werd de Poolse kardinaal en aartsbisschop van Krakau Karol Józef Wojtyla inderdaad paus Johannes Paulus II, die in 2014 door paus Franciscus heilig werd verklaard. In maart 1849 kelderde jouw gezondheid en kreeg jij drie keer bezoek van de beeldhouwer/schilder/dichter Cyprian Kamil Norwid. Jij overleed op 3 april 1849 door tuberculose in Parijs. Je werd 39 jaar en je bent in de Begraafplaats van Montmartre begraven. Jouw vriend, de schilder Charles Pétiniaud-Dubos, ontwierp de grafsteen, in 1851 vervangen door een grafsteen van de beeldhouwer Wladyslaw Oleszczynski. In 1927 werden jouw overblijfselen in de Kathedraal van Wawel in Krakau herbegraven. De overblijfselen van jouw aartsrivaal Adam Mickiewicz zijn daar ook herbegraven. Verder zijn daar de heiligen Jadwiga van Polen en Stanislaus van Szczepanów en vele vorsten begraven, zoals koningin Anna Jagiellon van Polen.

Schrijver: Joanan Rutgers
31 jan. 2021


Geplaatst in de categorie: idool

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 46



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)