Inloggen
voeg je beschouwing toe

Beschouwingen

De dronken naaktdanseres met diepgang

(voor Nina Hamnett (1890 - 1956))

Jij bent geboren op 14 februari 1890 in het Shirley House aan de Picton Road in de badplaats Tenby in Pembrokeshire, Wales. In Tenby staan de 13-de eeuwse stadsmuren en de 16-de eeuwse Vijf Bogenpoort en de resten van Tenby Castle, door de Noormannen gebouwd. Jouw vader was de legerofficier George Hamnett, geboren in Madras, India. Jouw moeder Mary was in St. John's op Newfoundland geboren. Van 1902 tot 1905 zat jij op een privé-kostschool in Westgate-on-Sea, een flink eind van huis. Op jouw 12-de ging jij naar de Royal School for Daughters of Officers of the Army in Bath, een kostschool voor meisjes, met als directrice Miss Louisa Story. Deze kostschool was tot 1920 alleen voor protestanten. Jouw vader werd oneervol uit het leger ontslagen, waarna hij taxichauffeur werd. Jouw tantes betaalden jouw opleidingen en via een lening. Van 1906 tot 1907 studeerde jij aan de Pelham Art School en daarna tot 1910 aan de Londen School of Art.

Tijdens jouw studie in Londen poseerde je voor de schilder/beeldhouwer Henri Gaudier-Brzeska, die een reeks naaktbronzen van jou maakte. Jij had ook een liefdesrelatie met hem. Henri had een relatie met de schrijfster Sophie Brzeska, die ruim 19 jaar ouder was en zijn muze. Zij schreef brieven aan jou. Henri werd op 5 juni 1915 in de loopgraven bij Newville-Saint-Vaast vermoord. Hij werd 23 jaar. De knappe en fragiele Sophie pleegde op 17 maart 1925 in het psychiatrische County Mental Hospital in Gloucester zelfdoding. Zij werd 52 jaar. Sophie was ook bevriend met Ezra Pound en de dichter Thomas Ernest Hulme, die op 28 september 1917 in Oostduinkerke door een granaat werd vermoord. Hij werd 34 jaar. Jij schepte op over het hebben van de beste borsten in heel Europa. Toch gek dat je daar geen foto van hebt laten maken. Maar ik zie ze, wanneer ik dat wil. In 1914 ging jij naar Montparnasse en studeerde jij aan de Academie van Marie Vassilieff, waar veel kunstenaars samenkwamen, o.a. Henri Matisse, Amedeo Modigliani, Ossip Zadkine, Olga Sacharoff, Jean Gris, Chaim Soutine, Picasso, Fernand Léger en Erik Satie. Jij danste naakt voor de kunstenaars van Montparnasse, jij was biseksueel en jij was aan de laudanum verslaafd.

Jij raakte bevriend met Ezra Pound en de superbeauty/schrijfster/kunstmecenas Olivia Tucker-Shakespear, die een al even beeldschone dochter Dorothy had, een kunstenares, die op 20 april 1914 in de St Mary Abbots in Londen met Ezra Pound trouwde. Olivia had een seksuele affaire met William B. Yeats en zij was levenslang bevriend met hem. Jij had een liefdesrelatie met Amedeo Modigliani, die jou portretteerde, en met Roger Fry. In café La Rotonde ontmoette jij Amedeo. Jij was bevriend met Pablo Picasso, Serge Diaghilev en Jean Cocteau. Jij was een tijd in La Ruche, waar veel avant-garde kunstenaars woonden. In de zomer van 1914 ontmoette jij in Montparnasse de Noorse kunstenaar Edgar de Bergen, geboren in 1893, die zichzelf later Roald Kristian noemde. Jij ging met hem naar Londen en in oktober 1914 trouwde jij met Edgar, die in juli 1917 als een niet geregistreerde vreemdeling naar Frankrijk werd uitgezet. De relatie duurde drie jaar, al bleven jullie 40 jaar getrouwd. In maart 1915 kregen Edgar en jij een zoon, die in de kindertijd overleed. Jij had ook een te vroeg geboren baby, die kort na de geboorte overleed. In 1916 schilderde Walter Sickert Edgar en jou in 'The Little Tea Party', waarbij jullie op een sofa zitten, jij met jouw jas aan.

Samen met Robert Fry en Dolores Courtney werkten Edgar en jij voor de kunsthandelaar Arthur Ruck op Berkeley Street. Jij was flamboyant en onconventioneel. Jij danste ooit naakt op een cafétafel in Montparnasse. Dat kan ik ook met eigen ogen zien door me er sterk geconcentreerd op af te stemmen. Jij was een zware alcoholiste en jij had talloze, seksuele contacten. Jij had ook veel geliefden en hechte relaties binnen de artistieke gemeenschap. Jij was een model voor veel artiesten en in de Omega Workshops op 33 Fitzroy Square in Londen maakte jij gedecoreerde stoffen, kleding, muurschilderingen, meubels en tapijten. De directie bestond uit Roger Fry, Vanessa Bell en Duncan Grant. Jij exposeerde op de Royal Academy in Londen en op de Salon d'Automne in Parijs. Van 1917 tot 1918 gaf je les aan het Westminster Technical Institute op Vincent Square, opgericht door barones Angela Georgina Burdett-Coutts. Nadat Edgar weg was, jij verliet hem, kreeg jij een relatie met de componist Ernest John Moeran, die in 1917 als tweede luitenant een ernstige hoofdwond kreeg en alcoholist was. In 1945 trouwde hij met de celliste Kathleen Peers Coetmore en hij overleed op 1 december 1950 door een hersenbloeding in Kenmare, Ierland. Jij kreeg ook een relatie met de kunstenaar Waclow Zawadowski.

Jij was veel in de wijk Fitzrovia te vinden, in de cafés wel te verstaan, net als jouw vriend, de kunstschilder Augustus John. Fitzrovia was ook geliefd bij Arthur Rimbaud, Paul Verlaine, Dylan Thomas, Virginia Woolf, George Bernard Shaw, George Orwell, Quentin Crisp, Aleister Crowley, Anthony Burgess en Ian McEwan. Jij vertoefde in de pubs de Fitzroy Tavern, de Wheatsheaf, Café Royal, The Newman Arms op 23 Rathbone Street, The Duke of York op 47 Rathbone Street, wat ooit een bordeel was, en zo af en toe in de Cargoyle Club in Soho. In 1931 schilderde jij Dolores Courtney supermooi en etherisch. In 1932 verscheen jouw autobiografie 'Laughing Torso', over jouw leven als bohémienne, wat een bestseller in Engeland en Amerika was. Aleister Crowley klaagde jou en jouw uitgever aan, omdat jij hem beschuldigde van zwarte magie. Hij kreeg ongelijk, maar je was wel diep geraakt en je vluchtte nog meer in de alcohol. Je zat meestal aan de bar in de Fitzroy Tavern op 16 Charlotte Street, waar je pittige anekdotes ruilde voor sterke drank.

Jij woonde in een smerige kamer in Howland Street, de straat waar Rimbaud en Verlaine ook een kamer hadden, met luizen en ratten, één kapotte stoel, een waslijn en wat kranten om op te slapen. Jij was verloederd en straatarm. Jij was in het openbaar incontinent en jij braakte in jouw handtas. Je had een wandelstok met horizontaal handvat en een hond als metgezel. In 1947 was er een brand in jouw flatgebouw, waarbij een meisje uit een raam sprong en op de leuningen werd gespietst. Jij identificeerde jezelf met haar. Na een tijd dakloos te zijn geweest, kwam je tenslotte in Paddington te wonen. In 1955 verscheen jouw tweede boek 'Is She a Lady?'. Op 16 december 1956 viel jij of sprong jij uit het raam van jouw appartement en werd jij op een scherp hek gespietst. Je zei nog: 'Why can't they let me die?'. Volgens mij was jij dronken en suïcidaal. Het eerder genoemde meisje indachtig. Je lag nog drie dagen in een ziekenhuis, waar jij aan de complicaties overleed. Jij werd 66 jaar.

Schrijver: Joanan Rutgers
20 mei. 2021


Geplaatst in de categorie: idool

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 40



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)