Inloggen
voeg je beschouwing toe

Beschouwingen

De grote afstand tot menselijk geluk

(voor Gyula Juhász (1883 - 1937))

Jij bent geboren op 4 april 1883 in Szeged, waar de rivier Tisza doorheen stroomt. In 1728-1729 waren er heksenprocessen in Szeged, waardoor er 14 mensen levend werden verbrand. In 1777 werd de laatste 'heks' in Hongarije vermoord. Jouw moeder was Antal Källó en jouw vader was Matild Kálló (1862 - 1953), een post- en telegraafofficier. Jij was hun eerste kind. Van 1893 tot 1902 zat jij op de Piarista Hoge School in Szeged. Op 21 mei 1899 verschenen jouw eerste gedichten in de krant Szegedi Napló, met de redacteur/schrijver Antal Peacefi, die met de actrice Vilma Kükemezeij (1864 - 1891) getrouwd was, met wie hij de zoon Laszlo kreeg, een beroemde komiek/cabaretier. Vilma overleed door wiegkoorts. Antal op zijn 49-ste door tuberculose. Op 25 augustus 1899 werd jouw gedicht 'Ovidius' in de krant Budapesti Napló gepubliceerd, waarin Ady Endre ook publiceerde. De hoofdredacteur was de schrijver Jozsef Vészi.

Van 26 augustus 1899 tot mei 1900 was jij novice in een klooster en wilde jij priester worden. Van 1903 tot 1906 studeerde jij Hongaars en Latijn aan de Universiteit van Pest. Op deze universiteit raakte jij bevriend met de dichters Mihály Babits, Dezso Kosztolányi en Gábor Oláh. In 1904 deed jij mee aan een studentendemonstratie. Een politie-agent heeft jou met zijn zwaard aan jouw hoofd en jouw rechterhand verwond. Dit bepaalde voor altijd jouw visie op macht en geweld. Jij studeerde ook klassieke talen, waardoor jij ook sonnetten, balladen, tanka's en haiku's kon schrijven. In 1905 ontmoette jij Ady Endre, wat zeer indrukwekkend voor jou was. Tot 1908 was jij leraar op de Piarist Hoge School op het eiland Maramures, in Oradea, Mako, Syolca en Léva. Op 1 oktober 1907 verliet jij Léva en ging jij naar de Kettingbrug uit 1849 (330 meter lang), die over de Donau ligt. Jij wilde jezelf in de Donau verdrinken. Jouw jeugdliefde Ilona Klima kwam voorbij en zij vertelde jou, dat jouw dichtbundeldebuut 'Gedichten van Gyula Juhász' verschenen was. Op 3 oktober 1907 ging jij naar Szeged terug.

Op 9 februari 1908 verdween jij uit jouw woonstad en deed jij een poging tot zelfdoding. Op 17 maart 1908 ontmoette jij de kunstschilder Gulácsy Lajos, die in 1914 een zenuwinzinking kreeg en vanaf 1919 tot zijn overlijden op 21 februari 1932 in een psychiatrisch ziekenhuis in Boedapest zat. Ik noem zijn 'De Opium Rokers Droom' uit 1913-1918. Jij was leraar aan de Hogeschool van Premontre in Oradea, opgericht in 1699. De dichter Laszlo Solomon studeerde hier. Jij ontdekte de actrice Anna Sárvári (1887 - 1938), op wie jij smoorverliefd werd, maar jij durfde haar niet aan te spreken. Jij keek naar haar theatervoorstellingen en jij bleef op een veilige afstand. Op 25 oktober 1908 schreef jij een eerste liefdesgedicht voor haar, maar het was een hopeloze liefde. Zij vond jou maar een enge kerel. Jij was natuurlijk voor haar zwoele, vrijzinnige en lustopwekkende uitstraling gevallen. Naast haar sterfbed lag er een dichtbundel van jou op de grond, geopend bij jouw woorden 'Anna, met eeuwige liefde, Gyula'. Ergens moet ook zij geweten hebben, dat ze een liefdesboot gemist heeft.

Van 1911 tot 1913 was jij leraar aan de Koninklijke Katholieke Hoge School in Sakolca, waar je jezelf een banneling voelde. Van 1913 tot 1917 was jij leraar aan de Staats Hogeschool in Macau. In januari 1914 verscheen jouw tweede dichtbundel 'Nieuwe Gedichten'. Op 6 maart 1914 heb jij jezelf in het Nationaal Hotel in Pest in de borst geschoten. Jij werd door Juliet Eörsi in het St. Rókus Ziekenhuis behandeld. Op 8 januari 1917 kreeg jij een zenuwaanval en werd jij in de Moravcsik Kliniek behandeld. Op 9 april 1917 werd jij geestesziek verklaard. In 1918 verscheen jouw dichtbundel 'Late Oogst', in 1919 'Het Is Mijn Bloed' en in 1921 'Vergeet-Mij-Niet'. Vanaf 8 april 1919 was jij directielid van het Szeged Theater. Nadat je van die post werd verdreven, kreeg je geen pensioen en moest je van jouw gedichten en artikelen leven. Je werkte o.a. voor de sociaaldemocratische krant 'Arbeid'.

In 1923 werd jij feestelijk begroet door de dichter/schrijver Mihály Babits, getrouwd met de dichteres/schrijfster Ilona Tanner. Hun adoptiekind was Ildikó Babits. Door de schrijver Kosztolányi Dezso, die op 3 november 1936 door een longontsteking overleed en 51 jaar werd. Hij was met de Joodse actrice/schrijfster Ilona Harmos getrouwd en hun zoon was de schrijver Adam Kosztolányi. En door de schrijver Móra Ferenc, die op 8 februari 1934 in Szeged overleed. In 1924 stond je met Ferenc en Ödon Reti Makón op de foto. Samen op een stadsbank. In 1926 begeleidde Attila József jou door Wenen en je ontmoette de schrijver/baron Lajos Hatvany, getrouwd met de schrijfster/beeldhouwster Christa Winsloe, bekend van 'Mädchen in Uniform'. Christa was openlijk lesbisch en zij woonde samen met de vertaalster Simone Gentet in Zuid-Frankrijk. Op 10 juni 1944 werden Christa en Simone door vier Franse mannen in een bos bij Cluny vermoord. Zij werden ten onrechte verdacht van spionage voor de nazi's.

Op 18 januari 1929 kreeg jij de Baumgartenprijs, die jij ook in 1930 en 1931 kreeg. Je was verlamd door het succes en je zat grotendeels in het Schwartzer Sanatorium in Buda. Jij was vereenzaamd en geïsoleerd. Jij verliet nauwelijks jouw kamer. Na een ongelukkig en krankzinnig eenzaam leven pleegde jij op 6 april 1937 in Szeged zelfdoding met een overdosis Veronal. Jij werd 54 jaar en jij bent in de Begraafplaats Szeged Downtown begraven. In 1957 maakte György Segesdy een prachtig en eervol standbeeld van jou, wat in Szeged staat.

Schrijver: Joanan Rutgers
12 jun. 2021


Geplaatst in de categorie: idool

5,0 met 1 stemmen 36



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)