Inloggen
voeg je beschouwing toe

Beschouwingen

Het hart kan vele malen sterven

(voor Ida Nettleship (1877 - 1907))

Jij bent geboren als Ida Margaret Nettleship op 24 januari 1877 in Hampstead, Londen. Jouw vader was de dierenschilder John Trivett Nettleship, geboren op 11 februari 1841 in Kettering. Jouw vader schilderde leeuwen, tijgers en cheeta's. Hij ging naar Heatherley's en de Slade School, maar hij was grotendeels autodidact. In 1868 publiceerde hij 'Essays on Robert Browning's Poetry' en in 1895 'Robert Browning: Essays and Thoughts'. Hij was intiem bevriend met Robert Browning. Hij illustreerde de dichtbundel 'Epic of Women' uit 1870 van Arthur O'Shaughnessy. Hij was bevriend met de Prerafaëlieten en zeker met de broers Rossetti. Jouw moeder was de kleermaker/kostuumontwerpster Adaline Cort Hinton, geboren in 1856 als de dochter van de chirurg James Hinton en Margaret Haddon. Beroemde klanten van jouw moeder waren: de actrice Ellen Terry, de sopraan Mary Susan Etherington, de actrice Winifred Emery, Sarah Bernhardt en de actrice Beatrice Rose Stella Tanner.

In 1884 maakte jouw moeder de trouwjurk voor Constance Mary Lloyd, die op 29 mei 1884 in de St James' Church Paddington met Oscar Wilde trouwde. Een cirkelmuurplaquette in de kerk herinnert aan deze feestelijke en indrukwekkende gebeurtenis. Jouw moeder maakte ook andere kleding voor Constance, in de Esthetiek-stijl. Op het schilderij 'Ellen Terry - Lady Macbeth' uit 1889 van John Singer Sargent is de schitterende, esthetische jurk te zien, die jouw moeder met 1000 iriserende kevervleugels maakte. Deze beroemde, uiterst kostbare jurk is ontworpen door Alice Vansittart Comyns Carr. De unieke en door mij felbegeerde jurk bevindt zich in Smallhythe Place in Small Hythe, het voormalige woonhuis van Ellen Terry. Daar ligt ook een brief van Oscar Wilde. Het schilderij van Sargent is in Tate Britain aan Millbank in Londen te bewonderen.

Jullie woonden in Wigmore Street. Jij was de oudste van drie dochters. Jouw jongere zussen waren Ethel (1879) en Ursula (1886). Jouw grootouders waren de advocaat Henry John Nettleship en Isabella Ann Hogg. Op jouw 15-de ging jij aan de Slade School of Art studeren. Dat voltrok zich tot 1898. Jij kreeg les van: Frederick Brown, Henry Tonks en Philip Wilson Steer. Jouw bevriende medestudenten waren: Gwendoline Salmond, Edna Waugh, Gwendolen John en Bessy en Dorothy Salaman. Jij was verloofd met de broer van de twee laatsten, Clement Salaman, wat jij in 1897 afbrak, omdat je smoorverliefd op jouw medestudent Augustus John werd, de broer van Gwendolen. In 1897 reisde jij naar Florence, waar je in een pension vol Amerikanen, dichters en grijsharige spinsters zat. In 1898 ging jij naar Parijs, waar jij met Gwen John en Gwen Salmond een flat deelde. Met Brian Louis Pearce woonde je in een flat aan de Rue Froidveau. Jullie gingen naar de Académie Carmen, waar jullie van James Whistler les kreeg. Jullie maakten schilderijen van elkaar en zelfportretten.

Op 24 januari 1901 trouwde jij in een geheime ceremonie met Augustus Edwin John, geboren op 4 januari 1878 in de betoverend mooie badplaats Tenby. De getuigen waren Gwen John en Ambrose McEvoy. De arme, onverzorgde bohemien Augustus droeg oorbellen, kleedde zich als een zwerver en leefde bij de zigeuners. Jouw moeder was op zijn zachtst gezegd not amused. Ze had een afkeer van Augustus. Jullie gingen op huwelijksreis naar Swanage en jullie woonden eerst in een flat in Fitzroy Street, Londen. Binnen drie maanden was je zwanger. Jullie verhuisden naar Liverpool, waar Augustus kunstleraar aan de University of Liverpool werd. Rond 1901 maakte Augustus (Gus) een schilderij van jou in jouw eerste zwangerschap, wat nu in het National Museum Wales hangt. In januari 1902 werd in Liverpool jullie eerste zoon David Anthony geboren, die muzikant/postbode werd. Na 18 maanden verlieten jullie Liverpool. Op 31 augustus 1902 overleed jouw vader, die in de Kensal Green Cemetery is begraven. Begin 1903 gingen jullie naar Londen terug en richtte Augustus de Chelsea Art School op, samen met William Orpen. Begin 1903 ontmoette Augustus Dorothy (Dorelia) McNeill in Holborn, Londen. Hij was 25 en zij was 21. Zij was een secretaresse voor een tijdschriftredacteur. Ze werden verliefd op elkaar en jullie begonnen een ménage à trois.

Vanaf 1903 woonden jullie samen met Dorelia in Matching Green in Essex. Op 22 maart 1903 werd jullie tweede zoon Caspar John geboren, die Admiral of the Fleet werd. In 1904 werd jullie derde zoon Robin in Essex geboren, die taalkundige werd en in 1905 werd jullie vierde zoon Edwin geboren, die bokser/aquarellist werd. Dorelia kreeg in 1905 en in 1906 kinderen met Augustus. Jullie woonden ook in een woonwagen in Dartmoor en jullie hadden een kat en een papegaai. Jij stopte met schilderen om voor de kinderen te zorgen en het huishouden te doen. Dat vond jij erg vermoeiend en jij wilde van Augustus af. Jouw vriendin was Mary Frances Harriet Borthwick, geboren op 11 februari 1876 in Mayfair, Londen, getrouwd met de rechter Harold Chaloner Dowdall, met wie zij 4 kids kreeg. Jij schreef aan Mary: 'Dit huis is poreus en ik leef het leven van een slaafse dame, maar ik zou niet willen veranderen, vanwege Augustus, c'est un homme pour qui mourir, en soms ben ik letterlijk geneigd om zelfmoord te plegen!'. Je was eenzaam, depressief en uitgeput. Augustus zat maar achter de vele, andere vrouwen aan.

In 1905 ging jij samen met de zeer charmante, mysterieuze Dorelia en de kinderen naar Parijs om aan Augustus te ontsnappen, die in Londen bleef. Je zei tegen Dorelia: 'Hij is onze grote kinderkunstenaar, laat hem zijn kaken breken!'. In totaal heeft Augustus bij diverse vrouwen zo'n honderd kinderen gekregen. Jij was ook bevriend met de actrice Alice Mary Knewstub, Lady Rothenstein. Haar vader was de kunstenaar Walter John Knewstub en haar moeder was de prerafaëlitische muze Harriet Eliza Emily Renshaw. Jouw moeder wilde dat jij Augustus verliet en terug naar Londen kwam. Op 14 maart 1907 overleed jij in een ziekenhuis in Parijs door een puerperale koorts na de geboorte van jouw vijfde zoon Henry. Jij werd 30 jaar en jij bent op de Cimetière du Père-Lachaise gecremeerd, waarna jouw moeder jouw as en jouw drie oudste zonen mee naar Londen nam. In zijn memoires 'Chiaroscuro' uit 1952 heeft Augustus jou nergens genoemd. Dat zegt genoeg over die ondankbare schavuit. Jouw moeder overleed op 19 december 1932 op 45 Weymouth Street in Londen. Augustus John was wel bij haar sterfbed. Ik vraag mezelf af hoe ze dat gevonden heeft. Of waren ze met elkaar verzoend geraakt? Jouw moeder is ook in de Kensal Green cemetery begraven.

Schrijver: Joanan Rutgers
11 sep. 2021


Geplaatst in de categorie: idool

4,4 met 5 stemmen 21



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)