Inloggen
voeg je beschouwing toe

Beschouwingen

Een drankzuchtige vrouwengek en Schotland's grootste dichter

(voor Robert Burns (1759 - 1796))

Jij bent geboren op 25 januari 1759 in Alloway, South Ayrshire, Schotland, in Burns Cottage, in 1757 door jouw vader William Burness gebouwd en nu het Robert Burns Birthplace Museum, wat in 1818 door John Keats is bezocht. Jouw vader is geboren op 11 november 1721 in Dunnottar, met het schitterend gelegen, middeleeuwse, grotendeels verwoeste Dunnottar Castle. Jouw grootouders waren Robert Burnes en Isabella Keith van de Clan Keith, die Dunnottar Castle bewoonde. Jouw moeder was Agnes Brown (17 maart 1732 - 14 januari 1820), geboren op het landgoed Culzean, waar sinds 1792 Culzean Castle staat. Haar ouders waren Gilbert (1708 - 1774) en Agnes Rainie (1708 - 1742). Jij was de oudste van 7 kinderen. De anderen waren: Gilbert (1760 - 1827), Agnes (1762 - 1834), Annabella (1764 - 1832), William (1767 - 1790), die door de tyfus overleed, John (1769 - 1785), die door een onbekende oorzaak overleed, en Isabella (1771 - 1858).

Tot Pasen 1766 woonde jij in het huis in Alloway. Nadat jouw vader het verkocht, huurde hij de Mount Oliphant boerderij buiten Alloway, waar jij in armoede en ontberingen opgroeide. De zware handenarbeid verzwakte jouw gestel vroegtijdig. Jouw vader leerde jou lezen, schrijven, rekenen, aardrijkskunde, geschiedenis en godsdienst. Verder kreeg jij les van John Murdoch, die in 1763 een eigen school in Alloway begon. John gaf jouw broer Gilbert en jou van 1765 tot 1768 les in Latijn, Frans en wiskunde. In 1772 ging jij naar de Dalrymple Parish School, maar in de oogsttijd was jij terug en deed jij tot 1773 boerenarbeid. Jij logeerde 3 weken bij John om Latijn, Frans en grammatica te leren. Op jouw 15-de was jij de belangrijkste arbeider op de Mount Oliphant boerderij. In de oogsttijd van 1774 kreeg jij hulp van Nelly Kilpatrick, jouw eerste geliefde en muze. Haar ouders waren de molenaar John Kilpatrick en Jane Reid van de Perclewan Mill bij Dalrymple. Nelly is geboren op 24 februari 1759 in Perclewan en zij inspireerde jou tot het gedicht 'Handsome Nell' uit de herfst van 1774. Zij trouwde met de koetsier William Bone.

In 1775 studeerde jij bij de leraar Hugh Rodger in Kirkoswald, waar jij Peggy Thompson ontmoette, die bij haar ouders naast de school woonde. Peggy was verloofd en jij ontmoette haar vaak in Tarboth of Tarboltan Mill en jullie gingen naar dezelfde kerk. Zij trouwde met John Neilson, een bekende van jou. De invloed van deze heftige verliefdheden en teleurstellingen moet niet worden onderschat. Jij was continu ongelukkig en jullie verhuisden van boerderij naar boerderij zonder dat de omstandigheden verbeterden. In 1777 verhuisden jullie van Mount Oliphant naar een boerderij in Lochlea, nabij Tarbolton. In 1779 werd jij lid van een countrydansschool/bierhuis en heb jij samen met o.a. Gilbert op 11 november 1780 de Tarbolton Bachelors' Club opgericht, op 1 Sandgate Street, en nu een museum. Op 4 juli 1781 ben jij in dit huis in de vrijmetselaarsloge St David ingewijd. Hier ging jij op countrydansles, wat jouw vader vreselijk vond. Iedere vergadering van de Tarbolton Bachelors' Club besloot met een toast op de minnaressen van de club. Die minnaressen waren de moeders van elk huishouden. Jij schreef 4 liefdesgedichten voor de huishoudster Alison Begbie (Elizabeth Gebbie), met wie jij wilde trouwen, maar zij wees jou af, waardoor jij depressief werd.

Jij woonde 9 maanden in Irvine, waar jij in de vlasbewerking werkte en in de Eglinton Woods wandelde. Jij werkte in The Heckling Shop. Jouw vriend, de zeekapitein Richard Brown, stimuleerde jou om als dichter te gaan publiceren. Alison trouwde met Hugh Brown, met wie zij 4 kinderen kreeg; Helen, Agnes, Hugh en Elizabeth. Nadat de vlaswinkel afbrandde, ging jij naar Lochlea terug, waar op 13 februari 1784 jouw vader overleed, die 62 jaar werd. In maart 1784 verhuisde jij naar een boerderij in Mossgiel, nabij Mauchline. Op 22 mei 1785 werd jouw dochter Elizabeth geboren. De moeder was Elizabeth Paton, die dienstmeisje op Lochlea Farm was. Moeder Elizabeth trouwde met de ploeger John Andrew, met wie zij 4 kinderen kreeg. Dochter Elizabeth trouwde met de herbergier/landgoedbeheerder John Bishop, met wie zij 7 kinderen kreeg. Zij is waarschijnlijk tijdens de 7-de bevalling overleden, op 8 januari 1917. Op een dansfeest in Mauchline ontmoette jij Jean Armour, geboren op 25 februari 1765 in Mauchline. Op 31 juli 1786 verscheen jouw eerste dichtbundel 'Poems, Chiefly in the Scottish Dialect', uitgegeven door John Wilson in Kilmarnock. Het waren er 612 exemplaren. Zes originele manuscripten zijn in het bezit van de Irvine Burns Club in het Wellwood House aan de Eglinton Street in Irvine, met twee lantaarpalen naast de voordeur. Dit zijn de gedichten 'The Twa Dogs', 'The Holy Fair', 'The Author's Earnest Cry and Prayer', 'The Address to the Deil', 'Scotch Drink' en 'The Cottar's Saterday Night'.

Op 3 september 1786 kregen Jean en jij een tweeling, Robert (1786 - 1787) en Jean. Mary Campbell (1763 - 1786) was ook zwanger van jou, maar zij overleed voor de bevalling op 20 oktober 1786 door de tyfus. Zij werd 23 jaar en zij is eerst bij de Old West Kirk begraven en later in de Greenock Cemetery. Van 27 november 1886 tot februari 1788 was jij in Edinburgh. Jij had daar een seksuele affaire met het dienstmeisje May Cameron, die dichtbij jouw uitgever William Creech werkte. Jij ontmoette de 16-jarige Walter Scott en jij had een liefdesrelatie met Agnes Maclehose, met wie jij liefdesbrieven uitwisselde, maar zij liet zich niet zomaar tot de fysieke liefde verleiden, zodat jij overstapte naar Jenny Clow, haar huisbediende, met wie jij in 1788 de zoon Robert kreeg. Op 3 maart 1788 kregen Jean en jij tweelingdochters, die op 10 en 22 maart 1788 overleden. Op 5 augustus 1788 trouwde jij met Jean en gingen jullie tot 1891 in de Ellisland Farm aan de Holywood Road in Auldgirth wonen. Jullie kregen samen 9 kinderen en jij kreeg nog minimaal 4 kinderen bij andere vrouwen. De andere kinderen van Jean en jou waren: William, Elizabeth, James, Francis en Maxwell. In 1789 schreef jij in de Ellisland Farm het gedicht 'To Mary in Heaven'. Jij wilde mogelijk met Mary naar Jamaica emigreren, waar jij in een suikerplantage kon gaan werken.

Op 11 november 1791 verhuisden jullie naar een huis in Dumfries. In 1791 verscheen jouw lange gedicht 'Tam o' Shanter', een meesterwerk. Jij overleed op 21 juli 1796 in het huis aan Mill Hole Brae (nu Burns Street) in Dumfries. Jij had een reumatische hartaandoening, verergerd door matigheid en moedeloosheid. Jij leed aan een manische depressie. Jij werd 37 jaar en jij bent op 25 juli 1796 eerst vrij eenvoudig in een uithoek van de begraafplaats van de Sint-Michielskerk in Dumfries begraven. In september 1817 ben jij in het Robert Burns Mausoleum herbegraven. Jean overleed op 26 mart 1834 in Dumfries. Zij werd 69 jaar en zij is bij jou begraven. Misschien vind je het verbazingwekkend, maar er zijn wereldwijd standbeelden van en voor jou opgericht.

Schrijver: Sir Joanan Rutgers
21 mei 2022


Geplaatst in de categorie: idool

4.5 met 4 stemmen 60



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)