Inloggen
voeg je beschouwing toe

Beschouwingen

Met de blote borsten voor Renoir's schilderogen

(voor Amélie Diéterle (1871 - 1941))

Jij bent geboren op 20 februari 1871 op 44, rue Kinderspielgasse in Straatsburg. Jouw moeder was Dorothée Catherine Dieterle, een dienstmeid uit Rot, nu Bad Mergentheim. Haar ouders waren Nikolaus Dieterle en Anna Ehmann. Jouw vader was de jonge, Franse officier/kapitein Louis Laurent, die in 1870 in een garnizoen nabij München verbleef en in 1871 in Straatsburg. Hij diende in het leger van Versailles tegen de Commune van Parijs. Hij diende in Algerije, Sedan, Lunéville, Saint-Germain-en-Laye en Dijon. Op 3 november 1842 werd jouw zus Charlotte in Rot-Mergentheim geboren. Zij werkte als dienstmeid in Parijs, waar zij op 53, rue de Grenelle-Saint-Germain woonde. Zij trouwde op 9 juli 1872 met de koffiehandelaar Auguste Grado. Zij hadden een supermarkt op 2, rue Boucry en zij kregen samen 3 kinderen; in 1874 Augustin, in 1876 Nicolas, die 2 jaar werd, en in 1878 Anna-Pauline, die muzieklerares werd. Op 31 mei 1849 werd jouw zus Anna Rosina in Rot-Mergentheim geboren. Zij woonde op 43, rue Kinderspielgasse in Straatsburg. Op 25 september 1871 kreeg zij zoon Henri. Op 15 februari 1872 werd jouw broer Ernest in Straatsburg geboren.

In Dijon woonden jullie jullie op 5, rue Gagnereaux. In 1885 ging jij naar het conservatorium op 40-42, rue Chabot-Charny in Dijon. Op 16 juni 1888 overleed jouw broer Ernest in de zandputten van de Route de Ruffey, in de wijk La Maladière in Dijon. Hij is na een epilepsie-aanval verdronken en hij werd 16 jaar. Jouw leraar op het conservatorium was de componist Charles Laurent. Op 1 juni 1890 verhuisden jullie naar Parijs. Op 28 juli 1890 won jij de eerste prijs voor zang en notenleer aan het conservatorium van Dijon, uitgereikt door Théodore Dubois. In Parijs woonde jij eerst op 51, rue des Dames. Jij werd uit 40 deelnemers gekozen om aan de Concerten Colonne mee te doen. Het Colonne Orkest is in 1873 opgericht door de dirigent/violist Édouard Juda Colonne, wiens tweede vrouw de sopraan Elise Vergin was. Jij kreeg zangles van Anne-Elisa Alice Ducasse, die operazangeres in de Opéra-Comique was geweest. In 1891 werd jij door de dirigent van het Théâtre des Variétés ontdekt, waarna de theaterdirecteur/operahuisregisseur Eugène Bertrand jou inhuurde. Rond 1895 ben jij door Nadar gefotografeerd. Mooier kan een vrouw niet zijn. In juni 1898 was jij op tournee in Moskou, in het Aumont Theater en het Olympia Theater, en in Sint-Petersburg. Jij zong Bretonse, Provençaalse en Nederlandse liederen. Je verbleef 1 maand in Krasnoye Selo. Eugène Bertrand overleed op 31 december 1899 in Parijs en hij werd 65 jaar. Jij bleef bijna 35 jaar lid van het Théâtre des Variétés. Jij begon in de komedie 'Un chapeau de paille d'Italie' van de toneelschrijvers Eugène Labiche en Marc-Michel.

Als vaste actrice had jij jouw eigen kamers. Jouw fluitende stem en trompetterende neus maakten jou erg gewaardeerd en populair. Jouw mecenas was de kunstverzamelaar/theatereigenaar/bibliofiel Paul Sébastien Gallimard. Zijn zoon was de uitgever Gaston Gallimard, die op 31 mei 1911 Éditions Gallimard oprichtte, samen met André Gide en Jean Schlumberger. Paul's vrouw was Lucie Duché, met wie hij 3 zonen kreeg; Gaston, Jacques en Raymond. Lucie was de kleindochter van de schrijfster Amédée Guyot. Jij was Paul's 21 jaar jongere minnares. Paul was bevriend met Pierre-Auguste Renoir, van wie hij 16 werken had. In 1892 portretteerde Renoir Lucie Gallimard, Eugène Anatole Carrière portretteerde haar ook. Eugène portretteerde in 1890 Paul Verlaine en in 1891 Paul Gauguin. Paul had o.a. een uitbundig vormgegeven 'Les Fleurs du mal' van Charles Baudelaire, met pentekeningen van Auguste Rodin. Eugène's vrouw was Sophie Desmonceaux, met wie hij 7 kinderen kreeg. In 1904 had jij succes in Argentinië, Brazilië en Uruguay. Jij stond ook in het Teatro Reina Victoria in Madrid. Eugène overleed op 27 maart 1906 in Parijs en hij werd 57 jaar. In september 1911 vloog jij voor het eerst met de piloot Robert Martinet, die op 9 april 1917 nabij Mikra tijdens een vliegtuigtest overleed. Op 29 september 1919 overleed jouw vader in Croissy-sur-Seine.

Paul en jij waren vaak bij de schilder Félix Vallotton in zijn Villa Beaulieu in Honfleur. Jij woonde ook op 6, rue du Marché en 21, rue d'Orleans. In Parijs speelde jij ook in La Parisiana op 27, boulevard Poissonnière. Paul en jij kochten bronzen namaak-Rodins van de broers Montagutelli. Jullie hadden er 50 stuks in jullie woning op 68, boulevard Malesherbes, die naar 79, rue Saint-Lazare zouden gaan, een herenhuis van Paul. Je verbleef ook met Paul op 33, boulevard Haussmann. Jij was bevriend met Stéphane Mallarmé en jij speelde ook in de zwijgende films, de komedies van Georges Monca. In de Eerste Wereldoorlog was jij een verpleegster in het militair hospitaal van Fouras. In 1917 keerde jij naar het Variétés terug. Na de ontdekking van de Rodin-fraude begon het einde van jouw relatie met Paul en het einde van jouw acteercarrière. Paul overleed op 9 maart 1929 op 79, rue Saint-Lazare. Op 29 november 1930 overleed jouw moeder in Vallauris. Jij woonde een lange tijd in de villa 'Omphale' in Croissy-sur-Seine, op de hoek van Rue Maurice-Berteaux en Rue des Coteaux.

Jij bent diverse keren door Renoir geschilderd, o.a. in 1911, samen met de bediende/verpleegster/nanny/zijn model Gabriëlle Renard, die hij meerdere keren met haar blote borsten schilderde. Hij schilderde jou ook met jouw blote borsten, op 'De slapende baadster' (1897) en op 'Vrouw met naakte buste'. Op een schilderij uit 1913 van Alfred Roll heb jij een blote linkerborst, zij het heel vaag geschilderd. Het is in de tuin van 'La Bellandière' in Brolles geschilderd. Alfred's vrouw was de schilderes/schrijfster Henriette Daux. Jij bent ook geschilderd door André Sinet, Maxime Dethomas, William Malherbe, José Engel en Henri Toulouse-Lautrec. Op 16 juni 1930 trouwde jij in Vallauris met de familievriend André Louis Simon (Parijs, 1877 - Nice, 1965), een bedrijfsleider, die op 26 november 1929 van zijn eerste vrouw gescheiden was. Met haar kreeg hij 3 kinderen; Marcelle, Anne en Robert.

Jij overleed op 20 januari 1941 in 'Palais Alexandre III' aan de Boulevard Alexandre III in Cannes. Jij werd 69 jaar en jij bent in de Cimetière du Grand Jas op 205, avenue de Gasse in Cannes begraven. Klaus Mann is daar ook begraven, na zijn zelfdoding op 21 mei 1949 in het Madrid Paviljoen in Cannes met een overdosis slaappillen. Hij overleed in de Lutetia kliniek en hij werd 42 jaar.

Schrijver: Sir Joanan Rutgers
2 september 2022


Geplaatst in de categorie: idool

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 30



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)