Inloggen
voeg je beschouwing toe

Beschouwingen

Door jouw Tsjechische oma geïnitieerd

(voor Bozena Nemcová (1820 - 1862))

Jij bent geboren op 4 februari 1820 in Alservorstadt, Wenen. Jouw ouders waren de Oostenrijkse koetsier Johann Pankl en het Boheemse dienstmeisje Terezie Novotná. Jouw vader werkte voor Katharina Friederike Wilhelmine Benigna, prinses van Koerland, hertogin van Sagan, geboren op 8 februari 1781 in Mitau, nu Jelgava in Letland. Haar ouders waren Peter rijksgraaf van Biron en Anna Charlotta Dorothea von Medem. In 1795 annexeerde het Keizerlijk Rusland het rijk van Peter Biron. De familie verhuisde naar het hertogdom Sagan, wat Wilhelmine erfde. Samen met de Finse generaal/graaf Gustaf Mauritz Armfelt kreeg zij de dochter Adelaide Gustava Aspasta. Door de incompetentie van de vroedvrouw kon zij daarna geen kinderen meer krijgen. Zij gaf Adelaide aan een familielid van Gustaf en zij zag haar nooit meer. Zij trouwde met Louis de Rohan en met Vasili Troebetskoj. Zij scheidde van beiden. Haar salon in Wenen werd door de hoogste adel bezocht. Zij had veel affaires met aristocraten. In 1813 kreeg zij een liefdesrelatie met de staatsman/graaf Klemens von Metternich, vorst van Metternich-Winneburg. Van 1819 tot 1828 was zij met prins Karl Rudolf von der Schulenburg getrouwd. Zij overleed op 29 november 1839 in Wenen.

Jouw moeder werkte als dienstmeisje in de herberg van haar tante in Alservorstadt. Jij bent als Barbara Novotná in de Heilige Drie-eenheidskerk gedoopt. Jij bent naar jouw peettante Barbara Hauptmann vernoemd. Vlak na jouw doop verhuisden jullie naar Ratiborice, Noord-Tsjechië. Jouw moeder werkte als wasvrouw voor hertogin Wilhelmine von Sagan. Op 7 augustus 1820 zijn jouw ouders in Malá Skalice (nu Ceska Skalice) getrouwd en heette jij Barbora Panklova. Van 1825 tot 1829 werd jij deels opgevoed door jouw oma Magdalena Notcvotná (1770 - 1841), een volksvrouw uit Náchod, die alleen Tsjechisch sprak en die jou eenvoud en zuinigheid leerde. Zij schonk jou ook de liefde voor het Tsjechische volk en de Tsjechische taal, wat later in jouw literaire schrijfwerk volop tot uitdrukking kwam. Jij bent in de omgeving van het kasteel Ratiborice opgegroeid, in de vallei van de rivier Üpa in het Reuzengebergte. In jouw jeugd sprak jij vooral Duits en kreeg jij een voorliefde voor Duitstalige schrijvers, zoals Friedrich Schiller en Heinrich Heine. Jij schreef ook zelf gedichten. De idyllische omgeving en de warme band met jouw oma inspireerden jou tot jouw beroemdste werk, de roman 'Babicka' (Grootmoeder) uit 1855.

Op 12 september 1837 trouwde jij in de fraaie Sint-Jacobuskerk in Cervený Kostelec met de 32-jarige belastingambtenaar Josef Nemec (1805 -1879), die in Tsjechisch patriottische kringen actief was. Het was een gearrangeerd en ongelukkig huwelijk. Jouw ouders wilden dat jij trouwde, want als aantrekkelijke jongevrouw kreeg jij veel aandacht van aristocratische jongemannen en zij wilden niet dat jij voor een impulsieve jeugdliefde bezweek. Josef was een aanhanger van het panslavisme 14 jaar ouder. Met zijn strenge persoonlijkheid sloot hij slecht bij jouw dromerige en poëzieminnende inborst aan. Voor zijn werk verhuisden jullie bijna om het jaar. Van september 1837 tot april 1838 woonden jullie in Cervený Kostelec, van 1839 tot 1840 in Litomysl en van 1840 tot 1842 in Polná. Na de promotie van Josef woonden jullie van 1842 tot 1845 in Praag. Op 6 augustus 1838 werd jullie zoon Hynek geboren, op 18 oktober 1839 jullie zoon Karel, op 19 juni 1841 jullie dochter Theodora en op 2 oktober 1842 jullie zoon Jaroslav. Bij de geboorte van Jaroslav waren er ernstige complicaties en was er het dringende advies om geen zwanger meer te worden. Op 5 april 1843 werd jouw gedicht 'Tsjechische vrouwen' in het tijdschrift 'Kvety' (Bloemen) gepubliceerd. In 1944 verschenen de gedichten 'Vodnik', 'Mijn vaderland', 'Verlangen', 'Teken' en 'Mijn ster'. In 1845 verschenen 'Koekoek' en 'Verloving' en in 1846 verscheen 'Glorieuze morgen'.

Tussen 1845 en 1847 publiceerde jij Tsjechische sprookjes en legendes en in 1857-1858 Slowaakse sprookjes en legendes. Duits was de dominante voertaal en de Tsjechische taal/cultuur werd onderdrukt. Josef wilde dat er thuis Tsjechisch werd gesproken en hij wilde dat jij meer Tsjechische literatuur las. In Polná vertoefde jij in patriottische kringen en nam jij de Tsjechische voornaam Bozena aan. In de lente van 1841 ontdekte jij dat jouw oma Magdalena was overleden, wat jou diep raakte. In 1842 bracht Josef jou met de Praagse intelligentsia in contact, die voor de Tsjechische Wedergeboorte was. Jij werd o.a. door de schrijvers Václav Bolemir Nebeský en Karel Jaromir Erben gestimuleerd om in het Tsjechisch te gaan schrijven. Volgens de wens van Josef stopte jij met het schrijven van Duitstalige boeken en gedichten. Jij verbeterde jouw beheersing van de Tsjechische taal en jij streed voor de emancipatie van de Tsjechen. Van 1845 tot 1847 woonden jullie in Domazlice, in 1847-1848 in Vseruby, van 1848 tot 1850 in Nymburk en in 1850-1851 in Liberec, waar de autobouwer Ferdinand Porsche is geboren.

In 1842 had jij een korte tijd een geheime liefdesaffaire met de dichter Václav Bolemir Nebeský, geboren op 18 augustus 1818 in Praag. Jij ontmoette hem op 8 februari 1842 op jouw eerste bal in het Zofin-paleis op het eiland Zofin in Praag. Op Zofin staat een bronzen beeld van jou, in 1855 gemaakt door Karel Pokorný. In 1845 ben jij door Josef Vojtech Hellich geportretteerd, in opdracht van de arts/politicus Václav Stanek, voor zijn beroemde salon op 738/11, hoek Jungmannova- en Palackého-straat. Stanek's vrouw was Karolina Reissová en zij kregen samen 5 kinderen. Karolina's jongste zus Antonie was jouw vriendin en jij correspondeerde met haar. Zij was ook een dichteres/schrijfster en haar artiestennaam was Bohuslava Rajska. Haar man was de dichter Frantisek Ladislav Celakovski, met wie zij samen 3 kinderen kreeg. Jij adviseerde Antonie om met de dichter Samo Bohdan Hrobon te trouwen, met wie jij een affaire had. Antonie koos voor Frantisek, die met Marie Ventová getrouwd was geweest, met wie hij 4 kinderen kreeg. Marie overleed op 17 april 1844 door de tyfus en zij werd 34 of 35 jaar. Antonie en Frantisek hadden een ongelukkig huwelijk. Antonie overleed op 2 mei 1852 in Praag door tuberculose. Zij werd 34 jaar en zij is in de Olsany begraafplaatsen begraven. Frantisek overleed op 5 augustus 1852 in Praag. Hij werd 53 jaar en hij is naast Antonie begraven.

Václav Nebeský verbrak zijn liefdesaffaire met jou, omdat hij in Wenen ging studeren. Jouw huwelijk was liefdeloos en het bazige karakter van Josef zorgde vaak voor ruzies. In 1851 ging Josef na een promotie naar Hongarije en ging jij niet met hem mee. Jij ging samen met de kinderen naar Praag en jij regelde dat Josef niet naar Eger, maar naar Miskolc ging, waar een grote, Slowaakse commune was. Jij zorgde dat jouw kinderen Tsjechisch onderwijs kregen en jij deed huishoudelijk werk, jij waste kleding en jij deed wat schrijfopdrachten. Vanwege schulden vroeg jij jouw vrienden om financiële steun. Jij had een aantal bevriende, literaire patriotten, die jou hielpen en jij verhuisde zes keer binnen Praag. Jij hebt Josef enkele keren bezocht. Op 9 april 1853 bezocht jij hem samen met Jaroslav en Dora in Balassagyarmat. Karel en Hynek woonden toen bij jouw vriend, de schrijver Frantisek Sumavsky, om hun middelbare school te voltooien. De autoriteiten ontdekten dat Josef respectloos over keizer Ferdinand had gesproken en zij verdachten hem ervan, dat hij een patriot en republikein was, met revolutionaire ideeën tegen het keizerrijk, waardoor zijn salaris was gehalveerd en zijn post werd ingenomen. Sumavsky schreef jou, dat Hynek ernstig ziek was en tuberculose had. Op 17 oktober 1853 arriveerde jij in Praag, waar Hynek op 19 oktober 1853 overleed en 15 jaar werd. Hierna schreef jij 'Babicka', ook als rouwverwerking.

In 1856 kreeg Josef een baan in Villach, maar hij moest al gauw ontslag nemen, omdat hij van verduistering was beschuldigd. Op 19 september 1856 ging hij bij jou in Praag wonen. In de zomer van 1857 verhuisden jullie van de Stepánskástraat naar Reznická, waar een grote ruzie over de toekomst van Karel en Jaroslav ontstond. Josef wilde dat Karel ook belastingambtenaar werd en jij vond dat Karel zelf mocht kiezen wat hij wilde worden. Er was ook sprake van fysiek geweld, waardoor de politie moest ingrijpen. De ruzies hielden aan, er was geldgebrek, politietoezicht en publicatiecensuur, omdat jij een bekende, regeringsvijandige schrijfster was. Jij nam veel schrijfopdrachten aan om het gezin draaiende te houden, maar jij voelde jezelf een slavin van de regering en jij wilde zelfs naar Rusland of Amerika gaan. In 1861 wilde jij het na een echtelijke ruzie niet meer met Josef goed maken en ging jij naar Litomysl om de publicatie van jouw oeuvre voor te bereiden. Jij zou ook als proeflezeres aan de slag kunnen gaan, maar jij was vreselijk ziek en helemaal blut. Josef heeft jou van Litomysl terug naar Praag gebracht. In Praag ben jij door Theodora en Markyta, de dochter van Sumavsky, verzorgd. Op 20 januari 1862 schreef jij het korte verhaal 'Verpleegsters' over hen. Jij overleed op 21 januari 1862, waarschijnlijk door kanker en tuberculose. Jij werd 41 jaar en jij bent in het Vysehradkerkhof bij de Sint-Petrus-en-Pauluskerk in Praag begraven, net als de componist Bedrich Smetana.

Bedrich Smetana is geboren in Litomysl en zijn eerste vrouw was de pianiste Katerina Otilie Kolárová, geboren op 5 maart 1827 in Klatovy. Zij kregen samen 4 dochters; Bedriska, Gabriela, Sophie en Katerina. 3 zijn vroeg overleden. Katerina Otilie overleed op 19 april 1859 in Dresden en zij werd 32 jaar. Bedrich's tweede vrouw was Bettina (Barbora) Fernandová en met haar kreeg hij de dochters Zdenka en Bozena Ludmila. Door zijn syfilis werd Bedrich doof en geestesziek en belandde hij in de psychiatrische kliniek Katerinky in Praag, waar hij op zijn 60-ste overleed.

Schrijver: Sir Joanan Rutgers
8 oktober 2022


Geplaatst in de categorie: idool

5.0 met 1 stemmen 52



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)