Met vertraging door de Holocaust vermoord
(voor Bogdan Wojdowski (1930 - 1994))
Jij bent geboren als Dawid Wojdowski op 16 november 1930 in Warschau. Jouw Joodse ouders waren de timmerman/stoffeerder Szymon Jakub Wojdowski en Edwarda Bark. Jouw jongere zus was Irena en jullie woonden aan de Lesznostraat en de Srebrnastraat. Van november 1940 tot augustus 1942 zaten jullie in het getto van Warschau. In de zomer van 1942 werden jouw zus en jij door jullie ouders uit het getto van Warschau gehaald en aan de Arische kant verborgen, o.a. door Jadwiga Danuta Koszutska-Issat. In een laatste gesprek met jouw vader, zei jouw vader: 'Dawid, jij bent alleen achtergelaten!'. Jouw ouders zijn in het concentratiekamp Treblinka vermoord.
Jij betaalde jouw 'voogden' voor het onderdak, maar toen zij ontdekten, dat jouw ouders waren gedeporteerd, weigerden zij jou nog langer onderdak te geven en zwierf jij als Bogdan Kaminski op straat, o.a. in Leszczydol, de Zielnastraat in Warschau, Kolo en Zoliborz. Jij volgde geheim onderwijs en tijdens de Opstand van Warschau vluchtte jij naar Oltarzewo, waar jij de bevrijding meemaakte. Jij studeerde Poolse taal en literatuur aan de Universiteit van Warschau en in 1954 ben jij afgestudeerd. De literatuurhistoricus Zdzislaw Libera begeleidde jouw masterscriptie.
In 1951 debuteerde jij in het weekblad 'Wies', met als redactielid o.a. de dichteres/schrijfster Anna Kamienska, getrouwd met de dichter Jakub Spiwak, met wie zij Jan Leon en Pawel kreeg. Jij was redactielid van het 'Culturele Tijdschrift' op de Wiejska-straat 16 in Warschau. Jij was ook van 1960 tot 1964 redactielid van het tijdschrift 'Heden', net als o.a. de dichters Marian Osnialowski en Zdzislaw Jerzy Bolek, die op 22 juni 1975 in Warschau door een auto-ongeluk overleed en 41 jaar werd. Met zijn vrouw Bogna kreeg hij de dichter/schrijver Juliusz Erazm Bolek.
In 1962 verscheen jouw bundel korte verhalen 'Job's Vakantie' en in 1966 verschenen de roman 'Konotop' en de essaybundel 'Repetitie zonder kostuum. Schetsen over Theater'. In 1971 verscheen de roman 'Brood naar de overledenen gegooid', een meesterwerk, over het getto van Warschau, de vernietiging en het opnieuw tot leven brengen van de vernietigde, Joodse wereld. Jij geeft de slachtoffers hun waardigheid terug. Jij werkte er ruim 10 jaar aan. Hierna schreef en publiceerde jij enkel nog over de Holocaust, voornamelijk korte verhalen. Jij had een PTSS en een depressie vanwege de Holocaust. Jouw zus Irena Grabska overleefde de Holocaust en zij werd na de oorlog door Irena Sendler (Krzyzanowska) verzorgd.
In 1973 trouwde jij met Maria Anna Iwaszkiewicz, geboren op 22 februari 1924 in Warschau. Haar ouders waren de schrijfster Anna Lilpop en de schrijver Jaroslaw Leon Iwaszkiewicz. Beiden waren biseksueel. Maria was eerder getrouwd met de acteur Stanislaw Wlodek, met wie zij Maciej en Anna kreeg, en met Jan Wolosiuk, met wie zij Jan kreeg. In 1986 bezocht jij Israël en ontmoette jij jouw tante Ida Bark en haar familie.
Op 21 april 1994 heb jij in Warschau zelfdoding gepleegd. Jij werd 63 jaar. Jij bent in de Joodse Begraafplaats aan de Okopowa-straat in Warschau begraven, net als de schrijvers Uri Nissan Gnessin, Shloyme Zanvl Rappoport, Jacob Dinezon en Isaac Leib Peretz. Postuum verscheen in 1997 de roman 'Tamta Strona'.
27 mei 2026
Geplaatst in de categorie: idool

Geef je reactie op deze inzending: