Eens zo sierlijk op de spitzen...
(voor Tatjana Barbakoff (1899 - 1944))
Jij bent geboren als Tsipora Cilly/Cilia Edelberg op 15 augustus 1899 in Hasenpoth, Letland, Russisch Rijk. Jouw ouders waren de in China geboren Genya en de in Rusland geboren Joodse slager Aizik. Genya is geboren op 22 september 1856 in Aizpute en haar ouders waren Israel en Gintel Hirschberg uit Aizpute. Jij zei: 'Mijn voorouders van moederskant woonden in Shanghai en Hankou (Wuhan) en ik voel in mijn bloed dat alles wat ik artistiek probeer uit te drukken daar vandaan komt.'. Jouw zus was Fani en jij had een oudere broer. Jullie moeder overleed op 11 mei 1903 in de Letse havenstad Libau (Liepaja) en jullie vader hertrouwde met Haja-Sora Itskovitch, geboren in 1886 in Pskov. Jullie vader en Haja-Sora kregen in 1912 in Libau een dochter. Op jouw 10-de jaar ging jij naar een balletschool en leerde jij Chinese dans, maar verder kreeg jij als kind geen dansles. In 1918 kreeg jij een liefdesrelatie met Georg Waldman (1880 - ?), een Duitse soldaat, die tijdens de Eerste Wereldoorlog in de Baltische Staten diende. Op jouw 19-de jaar werd jij lid van het Berlijnse literaire cabaret 'Schall und Rauch', geleid door de Joodse regisseur Max Reinhardt (1873 - 1943).
Jij ging met Georg naar Duitsland, waar jij met Georg trouwde. Georg was gastpresentator en gebruikte het pseudoniem Marcel Boissier. Hij was ook zanger. Met hem voerde jij Russische en Chinese dansen uit. Vanaf 1921 deed jij als Tatjang Barbakoff solovoorstellingen in grotere zalen in binnen- en buitenland. Jij hebt jouw kostuums meestal zelf ontworpen. Zij waren plastic- en schilderachtig. Op 28 maart 1921 danste jij 'A Vision of Ash Wednesday in Seven Metamorphoses', begeleid door Georg. Vanaf 1924 deed jij solo naast Russische dansen ook Chinese dansen. Vanwege jouw aantrekkelijke, persoonlijke charisma was jij een echte publiekstrekker. In 1925 debuteerde jij als solist in Berlijn. Georg en jij waren lid van 'Corso', het literaire cabaret van Düsseldorf, en het danscabaret 'Simplizissimus' in Keulen. Jij had een charmante persoonlijkheid en een klein, maanvormig gezicht. In Düsseldorf had jij contact met de kunstgalerie van Johanna Ey en de artistieke beweging 'Das junge Rheinland'.
Veel kunstenaars hadden interesse in jou, zoals Rudolf Heinisch, Otto Pankok, Eugen Spiro, Arthur Grunenberg, Christian Rohlfs, Willy Maywald, Hans Robertson, Gert Heinrich Wollheim, Kasia von Szadurska, Waldemar Flaig, Wilhelm Schmurr en de beeldhouwer Benno Elkan. Heinisch en Von Szadurska hebben jou in talrijke foto's, schilderijen en sculpturen vastgelegd. Rudolf Heinisch was getrouwd met Erika Ditt. Hij schilderde jou in 1929 als danseres. Kasia von Szadurska overleed op 3 april 1942 in een ziekenhuis in Berlijn. Zij had een borstamputatie ondergaan. Zij werd 56 jaar. Zij maakte vier portretstudies van jou.
In 1927 gingen Georg en jij uit elkaar. Jij was verliefd op de schilder Gert Wollheim. In 1927 kreeg jij in Berlijn balletles van de ballerina Catherine Devilliers (1891 - 1959), de liefdespartner van prinses Dilkusha de Rohan, vriendin van Gertrude Stein en Alice Babette Toklas. In Berlijn werkte jij op de Knesebeckstrasse 100. Waldemar Flaig maakte in 1927 een portret van jou in een Chinees kostuum. Hij maakte diverse portretten van jou. Jij was bevriend met de moderne danseres Julia Tardy Marcus, leerlinge van Mary Wigman. Van 1929 tot 1935 was jij geregeld bij de expressionistische schilder Christian Rohlfs en zijn vrouw Helene Voght in Ascona, waar jij in het privétheater San Materno van de danseres Charlotte Bara danste. In april 1933 vluchtte jij naar Parijs, net als Gert, die met jou samenwoonde. Jij danste aan de Dansacademie. In 1937 hebben de nazi's het schilderij 'De Danseres Tatjana Barbakoff' vernietigd. Waldemar overleed op 4 april 1932 in Villingen en hij werd 40 jaar. In 1933 vluchtte jij naar Parijs en bleef jij optreden. In 1940 werd jij door de nazi's gevangengezet. Op 10 mei 1940 stuurden de nazi's jou naar het detentiekamp Gurs. Op 15 december 1941 is Haja-Sora in de Letse havenstad Libau door de nazi's vermoord. Op 20 oktober 1940
Tijdens de wapenstilstand na 22 juni 1940 werd jij in juni 1940 bevrijd en wist jij Nay te bereiken. Na Nay zat jij in Clelles. Na zijn ontsnapping uit het detentiekamp Gurs arriveerde Gert in september 1942 bij jou in Préchacq-Navarreux. Jullie zaten in het huis van een boerenvrouw verstopt. Op 20 oktober 1940 schreef jij een wanhopige brief aan jouw vriendin Maria My vanuit Préchacq-Navarreux. Jij vroeg om een voedselpakket. Jouw zus Fani werd in juni 1943 met haar zoon naar Polen gestuurd en zij keerde nooit terug. Jij vluchtte naar Nice, wat op 8 september 1943 door de nazi's werd bezet. In januari 1944 ben jij door de Gestapo gearresteerd en naar het detentiekamp in Drancy gestuurd. Vervolgens werd jij op 3 februari 1944 met het konvooi 67 naar het concentratiekamp Auschwitz gestuurd, waar jij op 6 februari 1944 door vergassing bent vermoord. Jij werd 44 jaar. Gert hertrouwde met Mona Loeb.
20 september 2026
Geplaatst in de categorie: idool

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!