Kaalkap van het atheïstische elfjesbos
“Door dartele bomen geen bos meer te zien”. Zo luidt de titel van een door J.H.W. Heilloos ingezonden column die afgelopen donderdag op de startpagina prijkte. Hij reageerde daarmee op mijn beschouwing van 13 januari, waarin ik een paar voorbeelden gaf van bizarre uitspraken die ik de afgelopen jaren uit de mond van New Age-sprekers heb opgetekend. In zijn betoog probeert Heilloos te laten zien dat de brave, burgerlijke typen die naar de kerk gaan minstens zo naïef en kritiekloos zijn als de hippe vogels die New Age-centra bevolken.
Nu zal ik niet ontkennen dat ook binnen de kerken soms nogal wonderlijke standpunten worden ingenomen. Wie met zijn gedachten bij voorkeur in een andere wereld vertoeft, kan wel eens een rare uitglijder maken. Ik was dan ook benieuwd naar zijn verhaal. Jammer genoeg is zijn stuk niet meer dan een atheïstisch pamflet waarin alle cliché’s, die binnen de anti-God brigade bestaan, nog eens worden opgelepeld. Het zijn de karikaturen die telkens weer worden gebruikt om het christelijk geloof aan te vallen. Daarom lijkt het me goed om de verschillen te laten zien tussen deze prietpraat en de kerkelijke praktijk.
Heilloos steekt van wal met de opmerking dat hij in een volgepakte kerk heeft gezeten waarbij iedereen met open mond zat te luisteren naar een voorganger die verkondigde dat de wereld in zeven dagen was geschapen. De mannelijke grootheid die dat had klaargespeeld was almachtig, wat o.a. blijkt uit het feit dat hij ziekte, armoe en oorlogen kon veroorzaken. Toch is zijn persoonlijkheid niet helemaal negatief: als je maar braaf volgens de regels van de voorganger leefde, kwam je in de hemel terecht.
Allereerst dit: volle kerken zie je alleen op Kerstavond. De rest van het kerkelijke jaar is het in de meeste kerken akelig leeg. Bij bevindelijk gereformeerde gemeenten en bij evangelische en pinkstergroepen (samen iets meer dan 2% van de bevolking) worden de diensten o.h.a. goed bezocht. Ook binnen orthodox-gereformeerde kringen (iets meer dan 1%) is het kerkbezoek relatief hoog. Grote kerken zoals de PKN (in 2006 bijna 2 miljoen leden) en de Rooms-Katholieke Kerk (in 2006 bijna 4,5 miljoen leden) voeren al jaren een taaie strijd om de leegloop tot staan te brengen, maar zien hun ledental desondanks voortdurend afnemen. Hun diensten worden heel slecht bezocht. De ervaring van Heilloos kan daarom hooguit slaan op de situatie in een protestantse kerk van pakweg 50 jaar geleden. Kenmerkend voor de situatie in het hier en nu is zijn beschrijving niet.
Er is nog een ander element dat op mij nogal ongeloofwaardig overkomt. Zo vertelt hij dat de dominee verkondigde dat de wereld in zeven dagen was geschapen. Dit kan alleen maar slaan op zgn. ‘creationisten’, d.w.z. mensen die geloven dat God de wereld letterlijk in zeven dagen heeft geschapen. Procentueel wordt dat door hooguit 5% van de bevolking geloofd, en dan vooral in de befaamde ‘Bible Belt’, de smalle strook die van west-Overijssel naar de Zeeuwse eilanden loopt. Daar bevinden zich veel aanhangers van pittige kerkjes waar het geloof nog zwaar tegen de hanenbalken hangt.
Het pamfletkarakter van de column komt ook duidelijk tot uiting in de opmerking dat de goddelijke almacht zich manifesteert in ziekte, armoede en oorlogen. Volgens mij betekent almacht letterlijk de macht om overal en altijd in te grijpen, ook om dingen ten goede te keren. Het lijkt erop dat Heilloos beweert dat God de mensen bewust op alle mogelijke manieren laat lijden, alsof Hij daarvan geniet.
Dat puur negatieve karakter van het geloof blijkt ook uit de opsomming die hij maakt van de gevolgen van het christelijk geloof, namelijk ‘gewetensnood’, ‘oorlog’, ‘haat’ en ‘onverzoenlijkheid’. Dat juist dankzij datzelfde christelijke geloof in het Westen de eerste scholen, universiteiten en ziekenhuizen zijn ontstaan, incl. de ziekenzorg, wordt helemaal door hem vergeten. Ook vermeldt hij niet dat nog steeds tal van organisaties drijven op een heel leger vrijwilligers van kerkelijke origine. Relatief doen christenen twee maal zo vaak vrijwilligerswerk als de rest van de bevolking. Zonder hen zouden hele sectoren binnen bijv. de zorg niet eens kunnen draaien.
De manier waarop de christelijke canon is samengesteld (het geheel van de bijbelboeken die door de kerken als betrouwbaar worden beschouwd), is volgens Heilloos ‘arbitrair’. Dat valt nogal mee. Men heeft er tientallen jaren over gedaan voordat men het hierover eens kon worden. Bij de concilies van Hippo (393) en Carthago (418) werd deze canon definitief vastgesteld. Van de al of niet opzettelijk gemaakte vertaalfouten (bijv. t.a.v. de leer van de Drie-eenheid) kan worden gezegd dat ze later allemaal zijn ontdekt en gecorrigeerd. Op de huidige leer hebben ze daarom geen of nauwelijks invloed.
Tot slot nog het laatste punt dat Heilloos noemt: niemand mag stellen dat hij gelijk heeft t.a.v. de mysteries van tijd en ruimte, leven en dood. Natuurlijk niet, maar het is wel degelijk mogelijk om daar zinvolle uitspraken over te doen op grond van alles wat bekend is d.m.v. BDE-onderzoek, theologie en parapsychologie. Als je de resultaten van al die onderzoeksgebieden naast elkaar legt, zie je dat de grote lijnen daarvan verbluffend veel op elkaar lijken. Dat niemand daar iets zinnigs over kan zeggen, moet ik dan ook beslist ontkennen, ook al mogen die uitspraken natuurlijk nooit dwingend aan anderen worden opgelegd.
Zie ook: http://spiritueelaurora.blogspot.nl/
Schrijver: Hendrik Klaassens, 20 januari 2013
Geplaatst in de categorie: religie
3.6 met 121 stemmen
1.372