Volkomen belachelijk
Adriaan van Dis heeft eens gezegd in een interview: “Ik heb geleerd dat ik volkomen belachelijk ben.” Ik ook, Adriaan, dacht ik.
Sinds ik moeder ben, zeker. Adriaan van Dis heeft niet eens kinderen. Kinderen prikken de ballon door; het restje ego dat er nog in zit, loopt vanzelf leeg.
„Ik ben mijn eigen bananenschil”, zei Kees van Kooten ooit. Van Kooten cultiveerde zichzelf als vleesgeworden lulligheid in zijn boeken met titels als Kees droomt zich af en Veertig. Ik vond het heerlijk en sommige verhaaltjes las ik meer dan eens omdat ik er zo onbedaarlijk om moest lachen.
Het gaf me een bevrijdend gevoel: de belachelijkheid van jezelf. Ik ben met humor opgegroeid. Jezelf belachelijk maken, anderen plagen. Weglachen, vrolijkheid, luchtigheid.
Dat ik af en toe ook zwaar op de hand was, paste niet zo goed. Die emoties moest je maar voor jezelf houden. Dit is nooit expliciet zo gezegd. Maar als het er echt op aankwam, was er weinig ruimte voor serieuze gevoelens.
Die luchtigheid heeft me in de loop der jaren in evenwicht gehouden.
Wat Adriaan van Dis zei, geldt misschien wel voor ons allemaal. In talkshows kan ik soms maar moeilijk aanzien hoe serieus mensen zichzelf en hun opvattingen nemen. Hoeveel ruimte ze innemen voor hun eigen gelijk. Luisteren naar de ander is dan bijzaak.
De Amerikaanse schrijfster Rebecca Solnit maakte dit mee. Op een borrel begon een man haar te vertellen over een heel goed boek dat hij onlangs had gelezen. Zij had het boek zelf geschreven. “She wrote that book,” zei haar vriendin meermaals. De man praatte door en luisterde niet eens.
Bij ons thuis ben ik in de minderheid. Veel mansplaining. Als ik iets zeg, wordt er vaak overheen gepraat. Maar vraag het aan man en zoon en ze zullen zeggen dat ik het meest aan het woord ben. Wie heeft er gelijk?
Zie ook: https://www.mohairschrijft.nl
Schrijver: Mohair
21 augustus 2026
Geplaatst in de categorie: humor
5.0 met 1 stemmen
7