Over Religie
Socioloog Hartmut Rosa weet wel waarom onze democratie niet werkt zonder religie, hij schreef er zelfs een boek over: ‘Democratie vraagt om religie’. Hij stelt hierin dat “het onderliggende probleem is dat onze verhouding tot de wereld is verstoord. Veel mensen hebben het gevoel dat ze allerlei aspecten van hun omgeving en hun toekomst niet meer in de hand hebben. Die onzekerheid vertaalt zich steeds vaker in een politieke stem op radicaal-rechts. Mensen willen de controle terug. Bij Brexit was dat letterlijk de tekst van de voorstanders een vertrek uit de EU: ‘Take back control’.”
De Engelse politicoloog en filosoof Isaiah Berlin schreef in 1996 dat het van begrip positieve vrijheid kenmerkend is voor het moderne zelfbewustzijn: “ik wil dat mijn leven en mijn beslissingen van mij zelf afhangen, niet om het even van welke krachten van buiten. Ik wil het instrument zijn van mijn eigen, niet van andermans wil. Ik wil bewogen worden door redenen, door bewuste bedoelingen die van mij zijn en niet door oorzaken die mij als het ware van buitenaf overvallen. Ik ben een doener – beslissend, niet iemand over wie beslist wordt, alsof ik een ding ben, een dier, niet in staat om een menselijke rol te spelen, dat wil zeggen om eigen doeleinden en strategieën te ontwikkelen en te realiseren”.
Deze liberale claim van vrijheid als afwijzing van elke vorm van inmenging is inmiddels de waan van de dag geworden. Hiermee zijn we bij de kern van de zaak. Vrijheid en autonomie zijn nu identiek aan zelfbeschikking geworden. Elke autoriteit wordt gewantrouwd, niet-inmenging is de evidente claim: wie ben jij dat jij mij kunt zeggen wat ik moet doen en hoe ik moet leven? De grote verhalen en de traditie hebben weinig impact meer op het moderne leven. Ze zijn vervangen door de media en het gekakel van zgn ‘duiders’ op de bank van de nieuwsshows.
Zolang mensen samenleven is er religie, in welke vorm dan ook. Religie kent vele verschijningvormen en lange tijd was religie zo sterk met godsdienst verbonden dat er in het alledaags spraakgebruik geen onderscheid was. In oude tijden (ca 400) waren het Lactantius en Augustinus die de verbinding met godsdienst maakten door religie af te leiden van re-ligare (opnieuw verbinden) of re-eligere (opnieuw verkiezen). Lange tijd was de kerk weliswaar belangrijk voor samenhang in de samenleving, maar op z’n zachtst gezegd is de zaak toch wel wat aan het schuiven door voortschrijdend inzicht van wetenschap en techniek. In onze cultuur is het christendom als verschijningsvorm van religie (nog) dominant, weliswaar verscheurd en versplinterd door zekerheden, opvattingen en machtspelletjes, maar toch dominant.
Religie wordt pas werkelijk een probleem als het als taboe óf als gebod gesteld wordt, dan wordt religie ook elitair en komt buiten de werkelijkheid van alledag te staan en verliest het zijn verbindende functie. Als religie op deze wijze absoluut gemaakt wordt en al het andere minder waard(ig) geacht wordt, en nog erger, de ander minderwaardig wordt, dan raken we echt van het padje.
In die beleefde, doorleefde alledaagsheid, waar we belangstelling voor elkaar hebben en elkaar zien, waar in een gemeend “Hoe gaat het met je?”, de werkelijke waarde van religie ligt; interesse zogezegd. (voor wie het opzoeken wil: inter-esse of tussen-zijn.).
We hoeven helemaal niet ver van huis om te zien wat er gebeurt als de verbinding er niet meer is. Vlaggen in Dieverbrug, en net over de brug. Een teken dat boeren klem komen te zitten tussen marktwerking en regelgeving, lees bureaucratie. Maar ook op een ander vlak als er geen verbinding meer is tussen boeren en burgers of tussen de samenleving en de natuur?
Wat is dan het antwoord op het-dikke-ik denken? Wat komt er als we verder dan het-dikke-ik willen denken? Verder willen kijken dan zich dik makende politici en zichzelf verrijkende managers? Als de verschijningsvorm van het welvarende weldoorvoede (om niet te zeggen volgevreten) individu dat alleen voor zichzelf leeft, lomp om zich heen slaat en ruimte opeist, wat blijft er dan nog overeind van de vraag naar het goede leven?
Als religie inderdaad verbinding is en we zoeken die verbinding, dan kunnen we opnieuw innerlijk orde scheppen en daarmee een zekere gemoedsrust en vitaliteit bewaren – in goede maar ook in toekomstige mindere tijden. Een kwaliteit van levenskunst.
Zeg maar: met trotse bescheidenheid.
22 september 2026
Geplaatst in de categorie: filosofie

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!