Aan de rand van het immense weiland stond ik te kijken, turend in de verte...nog even en de zon zou ondergaan om plaats te maken voor het mooie avondrood- vervolgens zou de vooravond langzaam...hè? Wat hoor ik nu, langzaam verdwijnt het vergezicht. Ik zie allemaal spikkels mijn kant opkomen.
Nee, het zullen toch geen wespen zijn, ik ben als de dood…
Je voelt het vlindervluchtig even
maar wilt het telkens weer beleven.
Je wilt zo’n ogenblik bewaren,
stil koesteren, opnieuw ervaren.
Het streelt steeds weer die tere snaren…
Is ontroering te verklaren?…
In de geplooide zoom van het meer
waar takken van de treurwilg teer
het eigen spiegelbeeld doorkringen
en ’t met hun jonge groen omringen
dwarrelt een stervende vlinder neer
Hij vloog in het hemelruim omhoog
ontdaan van beschermende teugels
naar de warme stralen van de zon
hoger dan hij werk’lijk vliegen kon
en verbrandde er z’n frêle vleugels…
Hoe graag zou je nu even
de lente willen aanraken,
het groen dat fluistert
in het vijverwater
van dichtersdromen
over vlindervluchten,
weerspiegelt in je
zonnebloem
zo zachtjes terug, als
wederkerende bloesems,
koester je duizend beelden
in één gloed weerkaatst
je legt ze teder neer
in alle zomers, verlengt
de geur van tijm in mei…
O, groene bies, bewogen
In de onbewogen avondlucht
Door ’t vallen van een beukenvrucht,
Door ’t suizen van een vlindervlucht,
Door ’t koeltje dat uit ’t Zuiden zucht,
Maar tot de grond door ’t stormgerucht
Gebogen!
O, paardenbloem aan ’t bloeien!…
langzaam vervagend in vergetelheid
verdwijnt de tijd
die donkersomber, omberkleurig
het allervroegste "vroeger" heet
nog één keer kijk ik om
en zie in duisternis
de Wanhoopmoeder, Schildervader zonder geld
en het Broertje dood.
Is of ik proeven kan
de kale rijst met zout
en suiker op het droge brood
Voel de armoe-spanning sfeer
de…