Inloggen
voeg je beschouwing toe

tabblad: beschouwingen

< vorige | alles | volgende >

beschouwing (nr. 3519):

De mysterieuze priester van Rennes-le-Château

(voor François Bérenger Saunière (1852 - 1917))

Je bent geboren op 11 april 1852 in Montazels, waar jouw vader Joseph Saunière de burgemeester was. Jouw moeder was Marguerite Hugues. Je was de oudste van zeven kinderen. Je was als kind erg opvliegend, maar ook zeer intelligent. Bij jouw speelkameraden was jij een natuurlijke leider. Je ging naar de school van Saint-Louis in Limoux. Daarna zat je op het klein en groot seminarie van Carcassonne. In juni 1879 werd je daar tot priester gewijd.

Van 16 juli 1879 tot 1882 was je de vicaris van Alet. Van 1882 tot 1885 was je de waarnemende priester van Le Clat. Op 1 juni 1885 werd je de pastoor van de parochie Rennes-le-Château. Je was een voorstander van de monarchie, maar de republikeinen wonnen de verkiezingen. Je werd door bisschop Billard van Carcassonne uit jouw ambt ontzet en je was een tijd de opzichter van het kleine seminarie in Narbonne. In juli 1886 werd je weer tot priester van Rennes-le-Château benoemd. Op 5 juni 1887 begonnen de renovaties met de vernieuwing van de kerkvloer. In mei 1890 kreeg je een tweede post in Antugnac. In 1891 werd Marie Dénarnaud jouw trouwe huishoudster. Marie is geboren op 12 augustus 1868 in Espéraza. In 1892 verhuisden Marie's vader, een hoedenmaker, en broer ook naar Rennes-le-Château en hielpen ze mee om de pastorie en de tuin op te knappen.

Tijdens de verbouwingen kwam de toegang tot de graftombe van de rijke, adellijke dame Delsol vrij, waarin je misschien enkele schatten vond. In een houten altaarzuil vond je een perkament. Onder een vloertegel vond je misschien kerkelijke objecten, die door Antoine Bigou waren verstopt. Sinds die tijd begon je 's nachts met Marie op het kerkhof te graven en te beitelen. Op de zogenaamde grafsteen van gravin Marie de Nègre d'Ables stond een geheime code van jouw voorganger priester Antoine Bigou. Er stond 'mortepee', wat 'dood zwaard' betekent. Dat was een sleutelwoord voor een andere code. De letters op de grafsteen heb je weggebeiteld. Uiteindelijk vond je vier perkamenten.

De Heilige Graal is de schoot van Maria Magdalena, waarin de Koninklijke Bloedlijn van Jezus wordt bewaard. San Grael = Sang Real = Koninklijk Bloed. Maria vluchtte met Jezus en Jozef van Arimathea naar de Joodse kolonie nabij Marseille. Jezus heeft de kruisdood overleefd. Jezus en Maria Magdalena kregen drie kinderen; dochter Sarah en twee zoons, een tweeling, waarvan er één Judah heet. De perkamenten hebben het wapenschild van de grootmeester/Tempelier Bertrand de Blanchefort en een origineel zegel van de Tempeliers. Marie de Nègre d'Ables stamde af van de Tempeliers. Bij Château Blanchefort is een uitgehouwen beeld van de vijf-tallige Heilige Familie en het Paard van God. Dagobert II wist van deze 'schat', deze ontdekking. De nakomelingen van Jezus Christus en Maria Magdalena zijn de Merovingische Dynastie. De kinderen van Jezus en Maria Magdalena zijn feitelijk de ware opvolgers van de Heilige Christusgeest en het Heilige Christuslicht. En dus niet de kerken! Want die zijn immers op zichzelf verrijkende leugens gebaseerd! De Heilige Bloedlijn heeft zich vermengd met de Merovingen, met koning Pharamond (370 - 427) als eerste koning van de Salische Franken en met de derde koning Merovech, die van 447 tot 457 regeerde, als de naamgever van de Merovingische dynastie. Sarah trouwde met een West-Frankische koning, wellicht Chlodomir I, en zo werd ze een stammoeder van de koninklijke Merovingen.

Tijdens de restauratiewerkzaamheden vond je dus vier oude perkamenten/documenten, waarop ook een stamboom uit 1244 stond, van Blanche de Castille. Verder stond er de datering 1644 door François-Pierre d'Hautpoul en het testament van Henri d'Hautpoul uit 1695. Plus twee gecodeerde Bijbelteksten. Je was een doorleefde alchemist en je liet in de kerk een alchemistische beeldengroep maken; een wijwatervat met Asmodeus en vier engelen, die het kruisteken maken, wat je 300 franc kostte. De ijzeren hekken rondom de moestuin en het park kostten 2550 franc. Jouw ex-libris had je van de alchemist Adrian von Mynsicht geleend, een aanhanger van de Rozenkruisers.

Tussen 1898 en 1905 kocht je vijf landgronden nabij de kerk, op naam van Marie. Marie werd door de dorpelingen (iets van 300) 'De Madonna van de priester' genoemd en er werd geroddeld dat Marie en jij een seksuele relatie hadden. Jij gaf haar dure kledij volgens de Parijse mode en schitterende juwelen. Op een foto ziet zij er inderdaad goeddoorvoed en welgesteld uit. In 1901 begon de bouw van Villa Béthania, wat in mei 1905 klaar was. Jouw privé-bibliotheek 'La Tour Magdala' heeft een prachtig uitzicht over de bergen. In 1906 overleed jouw vader. Jij weigerde de bron van jouw rijkdom kenbaar te maken, waardoor bisschop de Beauséjour op 22 januari 1909 jou naar Coustouge wilde overplaatsen, wat je weigerde te doen. Je nam ontslag als priester, maar je bleef wel in de pastorie van Rennes-le-Château wonen.

Je verzamelde postzegels, munten, postkaarten en kranten. Je was op acht kranten geabonneerd. Boven de ingang van Villa Béthania pronkt een Heilig Hart Beeld van Jezus. Je had een schilderij van St. Thérère de Lisieux en een privé-kapel, waar je de missen bleef opvoeren. Je nodigde de dorpelingen uit voor rijke banketten met de duurste port. In de kerktuin liet jij een groot beeld van Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes plaatsen en bouwde je van zelf verzamelde rotsblokken een Lourdes-grot met daarin een beeld van de geknielde, biddende Maria Magdalena. In het midden van de tuin plaatste je een Christus aan het kruis op de Calvarieberg. Op de achterkant van de sokkel staat: 'Moge Christus zijn volk voor al het kwade behoeden.'.

Op 17 januari 1917 kreeg je nabij de Tour Magdala een beroerte. Marie vond je bewusteloos. Op 22 januari 1917 ben je in jouw bed in de pastorie overleden. Je werd 64 jaar. In de ochtend van 24 januari 1917 hield pastoor Rivière van Espéraza om 10 uur de uitvaartmis en je bent in het dorpskerkhof van Rennes-le-Château begraven. In september 2004 is jouw stoffelijk overschot in een sarcofaag herbegraven.

In 1945 mocht de avonturier/schrijver/zakenman Noël Corbu met zijn gezin in Villa Béthania wonen en woonde Marie in de pastorie. Marie beloofde Noël dat zij hem het geheim van jou en haar zou verklappen, maar ze leed aan het einde van haar leven aan geheugenverlies. Op 29 januari 1953 overleed Marie door een beroerte en was ze onverstaanbaar. Ze is naast jou begraven. Noël was wel de enige erfgenaam.

André Douzet ontdekte, dat jij een maquette liet maken van de plek, waar Jezus en Jozef van Arimathea zijn begraven. André ontdekte deze rotsgraven nabij het verlaten ruïne-dorpje Périllos en Perpignan. Het gaat om de Tombe van Christus en de Tombe van Jozef van Arimathea. Die laatste tombe was geplunderd, op aardewerk uit de eerste eeuw en munten uit latere eeuwen na. André houdt de exacte plekken geheim. In het Courtade-register uit 1632 worden o.a. het Koninklijk Graf, Golgotha en de Olijfberg genoemd, maar dan wel gesitueerd nabij Périllos.

Schrijver: Joanan Goddess Namaste, 4 apr. 2019
4 apr. 2019


Geplaatst in de categorie: idool

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 45



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)