Inloggen
voeg je beschouwing toe

tabblad: beschouwingen

< vorige | alles | volgende >

beschouwing (nr. 3640):

De literaire ambassadrice van Knutsford

(voor Elizabeth Gaskell (1810 - 1865))

Je bent geboren als Elizabeth Cleghorn Gaskell op 29 september 1810 in Lindsey Row, Chelsea, Londen. Jouw geboortehuis heeft nu het adres 93, Cheyne Walk. Vernoemd naar de politicus William Cheyne, die in het Chelsea Manor House woonde, waar ooit de koninginnen Elizabeth I en Anne of Cleves woonden. Jij was de jongste van acht kinderen. Alleen jouw broer John en jij overleefden de kindertijd. Jouw vader was William Stevenson, een Schotse, nonconformistische predikant/schrijver/leraar/ambtenaar. Jouw opa was een kapitein bij de marine. Jouw moeder Eliza Holland overleed in oktober 1811. Daarna stuurde jouw vader jou naar jouw tante Hannah Lumb in Knutsford, Cheshire, waar jij opgroeide. Je verbleef ook bij jouw opa en oma.

In 1814 hertrouwde jouw vader met Catherina Thomson. In 1815 werd jouw stiefbroer William geboren en in 1816 jouw stiefzus Catherine. Jouw vader bezocht jou amper. John kwam vaak op bezoek. Je woonde in het grote huis met de rode dakpannen 'Sandlebridge', wat over Alderley Edge uitkeek. Je ging naar een school van Miss Byerleys in Barford House en naar het deftige Avonbank in Stratford-on-Avon. Je las talloze boeken en je hield van de natuur. Je sjoelbakte met jouw familieleden, die geregeld in het Royal George Hotel logeerden.

De romanschrijfster Selina Davenport woonde ook ik Knutsford en ze had daar een winkeltje om rond te kunnen komen. Jij gaf haar morele steun door het Koninklijk Literair Fonds voor haar in te schakelen. Haar officiële man Richard Davenport, een schrijver/geleerde, wilde voorkomen dat zij geld van het Literair Fonds kreeg. Werkelijk een misselijke vent. Selina is in de St. John the Baptist Church in Knutsford begraven. Op jouw zestiende ging jij naar jouw neven van jouw moederskant in Londen. Daarna ging je per trein naar Edinburgh. In 1827 ging jouw broer John met de Oost-Indische Compagnie op expeditie naar India, waar hij vermist raakte. In 1832 maakte de broer van jouw stiefmoeder, de Amerikaanse William John Thomson (1771 - 1845), die in Edinburgh woonde, een schitterend miniatuur portret van jou.

Op 30 augustus 1832 trouwde je met de unitaire minister en schrijver/dichter William Gaskell (1805 - 1884). In 1833 werd jullie eerste dochter doodgeboren. In 1834 werd Marianne geboren en in 1837 werd Margaret Emily geboren. In juli 1841 reisde je door België en Duitsland. In 1842 werd Florence Elizabeth geboren en in 1846 werd Julia Bradford geboren. In 1845 overleed jullie in 1844 geboren zoon door roodvonk. William stimuleerde jou om een eerste roman te schrijven. In 1848 verscheen jouw debuutroman 'Mary Barton', over de moeilijkheden van de arbeidersklasse in Manchester. Het werd geprezen door Thomas Carlyle en Mary Edgeworth, die met Sir Walter Scott correspondeerde.

In 1850 verhuisden jullie naar de villa op 84, Plymouth Grove in Manchester. Heel apart, maar je nam jouw geliefde, rustgevende koe mee. Jullie waren bevriend met William en Mary Howitt, de schrijfster/sociologe, de dichter/politicus Lord Richard Monckton Milnes, die graag met Florence Nightingale wilde trouwen, maar ze weigerde, Charles Dickens, de kunstcriticus John Ruskin, Harriet Beecher Stowe en de schrijver/kunsthoogleraar Charles Eliot Norton. De dirigent/pianist Charles Halli woonde bij jullie in de buurt en hij gaf aan één van jouw dochters pianoles. Hij was bevriend met Alfred de Musset en George Sand. Jouw vriendin Charlotte Brontë was drie keer bij jou in Manchester op bezoek, waar ze een keer verlegen achter de gordijnen van de tekenkamer bleef staan, huiverig voor de andere gasten.

In 1853 verscheen jouw roman 'Ruth', geïnspireerd door het meisje Pasley, die jij in de gevangenis had bezocht. In datzelfde jaar verscheen 'Cranford', gebaseerd op Knutsford. Charles Dickens bewerkte deze roman. In 1854 verscheen de sociale roman 'North and South'. In juni 1855 vroeg Patrick Brontë of jij de biografie van zijn dochter Charlotte wilde schrijven. Die verscheen in 1857 en Patrick kwam er als huistiran bekaaid van af. In 1863 verscheen 'Sylvia's Lovers'en in 1866 de onvoltooide roman 'Wives and Daughters'. Op 12 november 1865 bezocht jij een door jou gekocht huis in Holybourne, nabij Alton, en kreeg jij plotseling een dodelijke hartaanval. Je werd 55 jaar en je bent in het kerkhof bij de Brook Street Unitarian Chapel in Knutsford begraven. Op 12 juni 1884 is jouw man William bij jou begraven.

Schrijver: Joanan Rutgers, 5 aug. 2019
5 aug. 2019


Geplaatst in de categorie: idool

5,0 met 1 stemmen 45



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)