Inloggen
voeg je beschouwing toe

tabblad: beschouwingen

< vorige | alles | volgende >

beschouwing (nr. 3816):

De componiste van Rimbaud's 'Les Illuminations'?

(voor Johanna Roepman (1892 - 1971))

Je bent geboren op 4 augustus 1892 in Rotterdam. Je was de middelste van drie dochters van de apotheker Maarten Adrianus Roepman (1860 - 1923) en Elisabeth Ringlever (1863 - 1949). Jouw vader was een tijd de enige apotheker in Feijenoord. Hij verdiende toen veel geld bij de grote zeeschepen, die hij bevoorraadde. Rond zijn veertigste kreeg hij een mislukte halsoperatie en kon hij niet meer werken. In 1904 verhuisden jullie naar de Wilhelminastraat in Den Haag. Jouw zussen en jij kregen piano- en zanglessen, wat jou slecht is bevallen. Je studeerde Engels en je werd een lerares Engels.

In oktober 1911 kreeg jij contact met Ferdinand Bordewijk, die met zijn familie in de Wilhelminastraat was komen wonen. Zijn oudere broer Hugo was al op jouw oudere zus Adèle verliefd geworden. Hugo en Adèle trouwden met elkaar. Op 1 augustus 1914 zijn Ferdinand en jij met elkaar getrouwd. Ferdinand was op 10 oktober 1884 in de Jan Steenstraat in Amsterdam geboren. Hij woonde al vanaf 1894 in Den Haag en hij zat op het gymnasium aan het Hoge Westeinde. In 1913 was hij als advocaat beëdigd en ging hij bij een advocatenkantoor in Rotterdam werken. In 1916 verscheen zijn dichtbundeldebuut 'Paddestoelen' onder zijn pseudoniem Ton Ven. Het maakte weinig indruk. Rond 1917 begon jij als autodidact te componeren. In 1919 was Ferdinand kort een leraar handelsrecht aan de Handelsschool in Rotterdam en daarna werd hij advocaat in Schiedam, maar jullie bleven in de villa aan de Jacob Graefflaan in Den Haag wonen. Rond 1920 schreef jij voor jouw zoon Robert muziek bij het versjesboek 'Mijn eigen tuintje' van Rie Cramer.

Jullie kregen twee kinderen. In 1915 was jullie zoon Robert Ferdinand geboren. Hij overleed in 2003. Robert werkte in de advocatenpraktijk van jouw man. Op 12 augustus 1918 werd jullie dochter Nina (Nick) geboren en zij werd een letterkundige. Zij studeerde Nederlandse letteren, kunstgeschiedenis en Engels aan de Universiteit van Leiden. Ze was korte tijd getrouwd met de advocaat Willem Herfst. In 1947 hertrouwde ze met de tabaksplanter George Funke. In 1961 verscheen haar debuutroman 'Millicent', in 1962 'Vlucht', in 1964 'Sneeuw', in 1977 'Leo' en in 1980 'Wraak'. Haar romans verkochten nauwelijks en ze kregen er flink van langs, met name door Jan Greshoff. De kat van haar buren in Wassenaar, Napoleon, kreeg op haar verzoek een straatverbod, omdat hij dagelijks door haar kattenluikje naar binnen kwam en het eten van haar poesen op at. Nina overleed op 25 maart 1995 in Wassenaar.

In 1923 verscheen de Vioolsonate en in 1927 'The Garden of Allah', wat in Groningen is uitgevoerd, door Kor Kuiler. Als componiste raadpleegde je o.a. Rosa Spier en ging je in de leer bij Eduard Flipse, de dirigent van het Rotterdamsch Philharmonisch Orkest. Je schreef 'Boerecharleston', met een tekst van Paul van Ostaijen, wat in 1937 door Flipse in het Amsterdamse Concertgebouw is uitgevoerd. Je schreef een orkestbewerking van jouw pianowerk 'Poolsche suite' en composities voor diverse koren en een strijkorkest. Op geregelde tijden speelden jullie als gezin met elkaar. Jij op de piano, Nina op de cello en Robert en Ferdinand op de viool. Walgelijk Spartaanse discipline. Toen Nina een keer te laat thuis kwam, gaf Ferdinand haar met de badborstel op de blote billen billenkoek. Echt een calvinistische sadist. En dat was nog maar het topje van de ijsberg. Hij was een ware slavendrijver, een egoïstische narcist en een harteloze dictator. Al zijn mooie woorden ten spijt.

Eind 1875 heeft de componist Charles de Sivry tevergeefs geprobeerd 'Les Illuminations' van Arthur Rimbaud op muziek te zetten. Paul Verlaine had hem het manuscript gegeven. In 1940 brak jij pas echt door met 'Les Illuminations', de prozagedichten van Arthur Rimbaud. Je gebruikte zijn teksten voor een sopraan en een orkest. Ik weet niet of daar opnames van zijn gemaakt. Wat ik wel weet is dat de componist Benjamin Britten in 1939 de compositie 'Les Illuminations: 1. Fanfare (Op. 18)' schreef, wat zo'n 23 of iets meer minuten duurt, dat hangt van de uitvoering af. Hij gebruikte zes verzen van Rimbaud. Zijn première was op 30 januari 1940 en Sophie Adele Wyss was de eerste mezzosopraan, die het zong. Later volgden o.a. de mezzosopranen Emma Greve, Roxana Constantinescu, Ria Brezova, Jaquelina Livieri, Sandrine Piau en Susan Gritton.

Jouw première was op 9 maart 1940, met de mezzosopraan Henriëtte Sala en het Rotterdamsch Philharmonisch Orkest. Jouw compositie duurt zo'n 20 minuten. De lengte van de compositie komt overeen met de lengte van Britten's compositie, net als zo ongeveer het tijdstip van de première, wat bij jou klaarblijkelijk wat later was. Of je hebt pure plagiaat gepleegd of je hebt hier en daar wat naar eigen goeddunken veranderd en de compositie voor jezelf opgeëist. Het is allemaal wel heel bizar toevallig, dat Britten net wat eerder met zijn 'Les Illuminations' op de proppen kwam. Wellicht kan een muziekexpert ons uit de brand helpen. Ik ben geneigd om te zeggen: 'Geen wonder dat je hiermee doorbrak, want het niveau van Britten haalde jij absoluut niet!'. Volgens mij heb jij de boel beduveld, maar ik hou nog een slag om de arm. Misschien kan de biografe Elly Kamp, die in 2016 'Ferdinand en Johanna' publiceerde, uitsluitsel geven. Het lijkt mij overigens sterk dat niemand Britten in jouw compositie herkende, wanneer je ook maar iets van zijn compositie gestolen hebt. Er waren immers uitvoeringen in Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Amsterdam en Arnhem. Daar woonden toen ook grote kenners van klassieke muziek.

In 1941 componeerde je de opera 'Rotonde', met een libretto van Ferdinand. Op 3 maart 1945 stortte jullie huis in door een bombardement. Veel ging verloren, o.a. manuscripten, partituren, schilderijen en muziekinstrumenten. In 1949 maakten Ferdinand en jij het symfonische gedicht 'Plato's dood'. En verder schreef je 'Bierbaum Lieder' en een pianoconcert voor de broer van Eduard, Marinus Flipse. Na de oorlog schreef je vooral voor zangkoren, zoals 'De Heilige Cirkel' (1950) voor het mannenkoor De Mastreechter Staar. Jij speelde al jouw composities aan jouw man voor en jij las altijd eerst zijn schrijfwerk. Je schreef drie composities voor de beiaard. Jouw laatste compositie was 'The moon was but a chin of gold' voor een vrouwenkoor, met de tekst van Emily Dickenson.

Jouw man overleed op 28 april 1965 in Den Haag door een longontsteking. Hij is in de begraafplaats Oud Eik en Duinen begraven, net als jij, nadat jij op 8 oktober 1971 in Den Haag overleed. Louis Couperus, P.C. Boutens, Menno ter Braak en J.J. Voskuil zijn daar ook begraven. Daar tegenover ligt begraafplaats Nieuw Eykenduynen, waar Willem Kloos en Simon Vestdijk zijn begraven.

Illustratie: Johanna Roepman
Schrijver: Joanan Rutgers, 27 jan. 2020


Geplaatst in de categorie: literatuur

4,3 met 3 stemmen 148



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)