Inloggen
voeg je beschouwing toe

Beschouwingen

Misschien was het liefdesverdriet

(voor Maria Czaplicka (1884 - 1921))

Je bent geboren als Maria Antonina Czaplicka op 25 oktober 1884 in Warschau, in de wijk Stara Praga, aan de oostelijke oever van de rivier Vistula, waar de Kathedraal van St. Michael de Aartsengel en St. Florian de Martelaar staat, die jij hebt zien bouwen (van 1897 tot 1904), met twee torens van 75 meter hoog. Jouw adellijke, Poolse familie was verarmd. Je studeerde aan de Flying University (Wyzsze Kursy Naukowe), een ondergrondse universiteit in het Russische Polen. Je verdiende wat bij als lerares, secretaresse en gezelschapsdame. Je schreef poëzie en proza. Jouw kinderboek heet 'Olek Niedziela'. In 1910 was jij de eerste vrouw, die een Mianowski Scholarship kreeg, waardoor je jouw studie in Engeland kon voortzetten.

In 1910 verhuisde je naar Engeland. Je vervolgde jouw studie aan de Faculteit Antropologie van de London School of Economics aan 10 Terras Adelphi en Clare Market, in 1895 opgericht door Beatrice en Sydney Webb. Beatrice was een sociologe/econome/barones. Sydney was econoom/hervormer/1e baron Passfield. Jouw leraar was de arts/etnoloog Charles Gabriel Seligman, die de culturen van het Vedda-volk en het Shilluk-volk beschreef. Je studeerde ook aan het Somerville College in Oxford, Woodstock Road, vernoemd naar de Schotse wiskundige/astronome Mary Somerville, opgericht in 1879. De huidige directrice is Janet Royall, Barones Royall of Blaisdon (1955, Gloucester).

Jij kreeg les van de etnoloog Robert Ranulph Marett, die jou stimuleerde om jouw Russische taalvaardigheden te gebruiken voor een overzicht van de literatuur over de inheemse stammen in Siberië. In mei 1914 begon je met het veldwerk en leidde je een expeditie van de University of Oxford en de University of the Pennsylvania Museum of Archaeology and Anthropology. Samen met de ornithologe Maud Doria Haviland, de schilderes Dora Curtis en de antropoloog Henry Usher Hall (1876 - 1944) ging je op expeditie langs de Yenisei rivier in Siberië naar de Kara zee. Na de Eerste Wereldoorlog werd deze expeditie door Henry Hall en jou voortgezet, terwijl de anderen terug naar Engeland gingen. In de winter van 1918-1919 reisden jullie ruim 3000 kilometer langs de oevers van de Yenisei rivier. Jullie werden vergezeld door de Tungus-vrouw Michikha. Een bekende Tungus-sjamane was Olga Dmitrievna Kudrina, die meer specifiek tot de Evenks behoorde. Haar petekind Anatolij Kajgorodov was een etnograaf van de Yungus-mensen.

Jij maakte honderden foto's van de Siberische mensen en je schreef over de antropometrie en hun gewoonten. Via fondsen van het Comité voor Antropologie van het Pitt Rivers Museum in Oxford kon jij Siberische specimens verzamelen. Je schonk 193 voorwerpen aan de Aziatische collectie van het Pitt Rivers Museum. Je verzamelde ook botanische exemplaren voor het Fielding-Druce Herbarium van de Oxford University. In 1915 ging je naar Engeland terug. In 1916 verscheen jouw dagboek 'My Siberian Year' bij Mills & Boon, in 1908 opgericht door de uitgevers Gerald Rusgrove Mills en Charles Boon. Ze publiceerden o.a. avontuurlijke romans van Jack London en de romans 'The Wooden Horse' en 'Mr. Perrin and Mr. Traill' van Sir Hugh Walpole. De laatste is in 1948 verfilmd door Laurence Huntington, met David Farrar, Marius Goring en de Noorse actrice/zangeres/danseres Greta Gynt (Margrethe Woxholt).

In 1916 werd jij de eerste, vrouwelijke docent antropologie aan de Oxford University. Je gaf o.a. lezingen over de gewoonten van Siberische stammen. In 1920 ontving jij de Murchison Award van de Royal Geographical Society voor jouw etnografische en geografische werk in Noord-Siberië. Jouw financiële toekomst was erg onzeker en je werkte tijdelijk als een lerares antropologie aan de Bristol University. De lonen voor vrouwen waren nog ver onder de maat, in het algemeen en in vergelijking met die van de mannen op dezelfde posities. In 1921 hoopte je de Albert Kahn Travelling Fellowship te krijgen, maar dat mislukte.

Op 27 mei 1921 pleegde jij in Bristol zelfdoding door jezelf te vergiftigen. Rond die tijd trouwde de elegante charmeur en innemende snorremans Henry Hall met een vrouw in Amerika. Hij erfde jouw notities en verslagen. Wellicht hield jij wanhopig veel van hem en is er tijdens die ijskoude, Siberische nachten een vurige passie tussen jullie geweest. Je werd 36 jaar en je bent in de Wolvercote Cemetery aan de Banbury Road in Oxford begraven. John Ronald Reuel en Edith Mary Tolkien zijn daar ook begraven.

Schrijver: Joanan Rutgers, 8 feb. 2020


Geplaatst in de categorie: idool

4,0 met 1 stemmen 35



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)