Inloggen
voeg je beschouwing toe

tabblad: beschouwingen

< vorige | alles | volgende >

beschouwing (nr. 3941):

Theresienstadt kon de kleren krijgen!

(voor Alma del Banco (1863 - 1943))

Je bent geboren op 24 december 1863 in Hamburg, in een Joodse familie. Jouw vader had een commercieel bedrijf, wat door jouw broer werd overgenomen. Je deed kunstzinnige werkzaamheden en op jouw dertigste ging je schilderen. Van 1895 tot 1905 studeerde je schilderkunst aan de kunstschool voor vrouwen van Valeska Röver (1849 - 1931) in Hamburg. Valeska was een leerling van de impressionistische schilder Franz Skarbina. Men kreeg daar ook les van de schilders Ernst Eitner en Arthur Illies. Ernst was getrouwd met Antonia Bissling, met wie hij drie kinderen kreeg. In 1897 ging je met Ernst op studiereis naar Neustadt in Holstein, samen met negen andere leerlingen, zoals Lilla Pauline Emilie Gäde, Gertrud Jungnickel, Gerda Koppel, Hedwig Westphal, Gretchen Wohlwill, Lore Feldberg-Eber, Annemarie Ladewig en Harriet Wolf.

De schilder/graficus Arthur Illies was getrouwd met zijn studente Minna Schwerdtfeger, die op 20 juni 1901, na de bevalling van hun dochter Helga, overleed. Minna werd 23 of 24 jaar en ze is in het Friedhof Ohlsdorf begraven. Arthur hertrouwde met zijn studente Georgie Rabeler, met wie hij vijf kinderen kreeg. In 1904 werd Gerda Koppel de directrice van de kunstacademie van Röver aan de Glockengiesserwall 23 in Hamburg. Jij kopieerde de werken van Paul Cézanne en Henri Matisse, die jou beïnvloedden, net als jouw leraar Ernst Eitner. Jij reisde door Zuid-Europa en vlak voor de Eerste Wereldoorlog ging je naar Parijs en studeerde je bij Fernand Léger, André Lhote en Jacques Simon. Lhote was schilder/beeldhouwer en een kubist. Hij was bevriend met de schrijvers Jacques Riviére en Alain-Fournier, die op zijn 27-ste op 27 september 1914 als reserve-luitenant bij Verdun werd vermoord. Jacques Riviére overleed op 14 februari 1925 door de tyfus. Hij werd 39 jaar.

Jij bestudeerde de vroege werken van Fernand Léger, het kubisme en het expressionisme. Léger was beïnvloed door Picasso en Georges Braque. In 1914 ging jij naar Hamburg terug. Via jouw halfbroer Sigmund del Banco kreeg je een atelier aan de Grosser Theaterstrasse 34/35. Je was één van de belangrijkste mensen in de Hamburgse kunstscene. In 1919 was jij één van de oprichters van de Hamburgische Sezession en in 1920 werd jij lid van de Hamburgische Künstlerschaft en in 1921 van de Deutscher Künstlerbund. In 1922 reisde jij met de Joodse Gretchen Wohlwill naar Italië. Je reisde ook naar Frankrijk en de Balkan. Gretchen reisde in 1923 met Ida Schilling naar Frankrijk en in 1926 was ze een tijd in Ascona. Je verscheen bij de wekelijkse Tafelrunde van de schrijver/theatercriticus Hans Waldemar Fischer, die allerlei diverse soorten kunstenaars uitnodigde. Jouw atelier was een ontmoetingsplek voor kunstenaars. In 1931 was je mede-oprichter van de eerste Zonta Club in Duitsland, opgericht in Hamburg. 'Zonta' is een Sioux-Lakota woorden betekent: eervol, geheel getal en betrouwbaar. Deze Club bevordert de status van vrouwen wereldwijd.

Jij was een populaire portrettiste. Jij portretteerde o.a. de advocaat/politicus Wilhelm Burchard-Motz, wat Anita Rée ook deed, de Joods-Duitse vrouwenrechtenactiviste/kunstpromotor Ida Dehmel, die op 29 september 1942 op haar 72-ste zelfdoding pleegde, omdat ze anders gedeporteerd werd. De uitgever Peter Suhrkamp en de advocaat Robert Gärtner hadden deze aangekondigde deportatie nog een tijd verhinderd. En je portretteerde de directeur van het Museum für Kunst und Gewerbe op het Steintorplatz in Hamburg/kunsthistoricus Max Sauerlandt. Vanwege zijn inzet voor de moderne kunst hebben de nazi's Max op non-actief gesteld. In 1933 werd jij als Jodin uit het Hamburgische Künstlerschaft gegooid en in 1937 werden er zes schilderijen en acht prenten van jou uit de Hamburger Kunsthalle in beslag genomen. In 1938 werd je uit de Reichskulturkammer gezet. Je mocht niet meer exposeren, je werd door kunstenaarsorganisaties buitengesloten en er was een publieke minachting voor jouw werk.

Je vertoefde in een artistiek en sociaal isolement. Samen met jouw halfbroer Sigmund deelde jij een appartement aan de Jungfernstieg in Hamburg. Toen Sigmund overleed, verhuisde jij naar Hamburg-Blankenese, naar jouw zwager Hans Lübbert, die een atelier had. Daar gaven de nazi's jou huisarrest en leed jij aan hartfalen. Je was te oud en te zwak om te emigreren. Je kreeg het bericht, dat je naar Theresienstadt zou worden gedeporteerd. Op 8 maart 1943 pleegde jij zelfdoding met een overdosis morfine. Je werd 79 jaar en je bent in het Friedhof Ohlsdorf begraven, nabij het Lübbert-familiegraf.

Schrijver: Joanan Rutgers
3 jun. 2020


Geplaatst in de categorie: idool

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 17



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)