Inloggen
voeg je beschouwing toe

tabblad: beschouwingen

< vorige | alles | volgende >

beschouwing (nr. 3991):

Een beeldschone dichteres in de harem van vorst Crowley

(voor Jeanne Robert Foster (1879 - 1970))

Je bent geboren als Julia Elizabeth Oliver op 10 maart 1879 in Johnsburg, New York, in de Adirondack Mountains. Hier woonden vroeger de Mohawk-Indianen, de Oneida en de Mahicans. In 1896 trouwde jij met Matlock Foster. Jij was 18 jaar en hij was 46 jaar. Jullie woonden op 19 East Avenue in Rochester. In Rochester woonden vroeger de Seneca-Indianen. Jij studeerde drama aan de Stanhope-Wheatcroft Dramatic School in New York en je was een journaliste voor een tijdschrift. In diezelfde tijd studeerde je aan het Radcliffe College en de Boston University, opgericht in 1839 door Methodisten in Newbury, Vermont. In 1867 verhuisde de Boston University naar 23 Pinkney Street in Boston. Radcliffe College was een vrije kunstacademie voor vrouwen in Cambridge, Massachusetts, in 1879 opgericht door de pedagoog/bankier/filantroop Arthur Gilman en zijn vrouw Stella Scott, die in 1884 'Mothers in Council' schreef. In 1877 was het Helen Magill White, die als eerste vrouw promoveerde aan een Amerikaanse universiteit, aan de Boston University, met een proefschrift over 'The Greek Drama'.

Jouw persoonlijke instructeur was de dichter/schrijver Charles Townsend Copeland (1860 - 1952), professor aan de Harvard University. Charles was drie jaar jouw instructeur en hij heeft jou als dichteres sterk beïnvloed. Hij was ook de instructeur van de schrijfster Helen Keller. Jij was een toonaangevend modemodel en in 1903 was jij de 'Harrison Fisher Girl'. De illustrator Fisher publiceerde geregeld op de cover van Cosmopolitan magazine. Matlock en jij verhuisden naar Boston, waar jij als journaliste werkte, net als in New York. Je was lange tijd de literaire redactrice van de 'American Review of Reviews'. In 1913 was er in New York een expositie van moderne kunst, de Armory Show, en jij publiceerde een artikel over Paul Cézanne, Pablo Picasso, André Derain, Georges-Pierre Seurat en andere modernisten. Dat was gewaagd in een tijd van anti-modernisme, maar je floreerde en je kreeg contact met de kunstverzamelaar John Quinn (1870 - 1924), een belangrijke mecenas voor de modernistische kunstenaars en de literaire modernisten.

John Quinn verzamelde ook literaire manuscripten, o.a. van Joseph Conrad. Als advocaat verdedigde hij Aleister Crowley, die voor de Ierse onafhankelijkheid streed, waar John het absoluut mee eens was. John had ook het originele manuscript van 'The Waste Land' van T.S. Eliot. Hij was bevriend met William Butler Yeats, Ezra Pound en de uitgeefsters Jane Heap en Margaret Anderson. Hij bezat o.a. een zelfportret van Vincent van Gogh uit 1887, waarbij zijn rechteroor veel te laag geschilderd is, schilderijen van Seurat, een beeld van het hoofd van Charles Baudelaire door Raymond Duchamp-Villon, schilderijen van Jean Metzinger, Picasso en Henri Rousseau, beelden van Constantin Brâncusi en 'Blue Nude' van Henri Matisse. Jij hield John eerst op een afstand, omdat hij volgens sommigen gevaarlijk was voor jonge vrouwen. In zijn laatste levensjaren was jij zijn beste vriendin. Je werkte samen met hem om zijn moderne kunstcollectie te vergroten. Hij overleed op 28 juli 1924 door darmkanker in Fostoria. Hij werd 54 jaar.

Na het overlijden van John verzamelde jij zijn literaire brieven, met name een grote correspondentie met Joseph Conrad, die op 3 augustus 1924 in zijn huis 'Oswalds' in Bishopsbourne was overleden. Hij werd 66 jaar en hij is in de Canterbury Cemetery begraven, nabij Harbledown aan de Westgate Court Avenue. De brievencollectie wordt in de New York Public Library aan de 5th Avenue bewaard. De NYPL is in 1895 opgericht. Aan de zijkanten van de toegangstrappen staan de beelden van de leeuwen Patience en Fortitude. Jij was ook bevriend met James Joyce, Ford Madox Ford, Ezra Pound, met wie je correspondeerde, Picasso en Aleister Crowley.

Je had een korte liefdesaffaire met Aleister Crowley. Hij gaf jou de mystieke naam Hilarion. Je was één van Crowley's Scarlet Women/minnaressen. Hij had er als hypnotiserende vrouwenversierder echt een heleboel, o.a.: Rose Edith Kelly, Mary d'Este (Estelle) Dempsey, Roddie Minor (1884 - 1979), Marie Rohling, Bertha Almira Prykri, Lea Hirsig, Leila Ida Nerissa Bathurst Waddell, de sopraan Susan Strong (1870 - 1946), Dorothy Olsen, Elaine Mary Simpson, Ada Ester Leverson, Helen Westley, Gerda Maria von Kothek, Alice Ethel Coomaraswamy, Anna Katherine Miller, Marie Lavroff, Ninette F. Shumway (Isabella Fraux), Maria Theresa Ferrari de Miramar SW, Hanni Larissa Jaeger, Bertha (Billy) Busch, Pearl Driver en Deirdre Patricia Doherty. Daar was het Crowley dus allemaal om te doen. Je kunt gerust zeggen, dat hij zwaar oversekst was, de testosteron spatte van zijn bolle, kale kop! Verder en logischerwijze at hij van twee walletjes. Zijn magie was niets anders dan een ordinaire versiertruc. Zo zijn er Casanova, Don Juan en Crowley. De Heilige Drieëenheid van de Vrouwenversierderij.

In 1916 begon jij verhalende poëzie over de Adirondack Mountains te publiceren. In 1916 verschenen jouw dichtbundels 'Wild Apples' en 'Neighbors of Yesterday'. 'Wild Apples' verscheen bij Sherman, French & Company en je hebt het opgedragen aan jouw vriend en mentor, de kunstschilder John Butler Yeats, de vader van William Butler Yeats, die jij ook kende. In 'Wild Apples' staat o.a. het gedicht 'The Highest Love'. Jij zocht de hoogste, geestelijke, onbezoedelde liefde, voorbij de lust. In het gedicht 'The Resurrection' heb je het over 'liefde voorbij het liefhebben'. In 1922 werd jij een redactrice van de 'Transatlantic Review'. In 1923 verscheen jouw dichtbundel 'Rock Flower' bij Boni and Liveright. In 1926 won jij de Drama League Prize voor jouw toneelstuk 'Marthe'. Je reisde door Europa en je ontmoette belangrijke modernisten. Met jouw zus woonde jij een tijd in Maine en in 1932 verhuisde jij naar Schenectady, waar je maatschappelijk werkster was.

Jij overleed op 22 september 1970. Je werd 91 jaar en je bent in de Chestertown Rural Cemetery in de Adirondacks begraven, nabij John Butler Yeats.

Schrijver: Joanan Rutgers
12 aug. 2020


Geplaatst in de categorie: idool

5,0 met 1 stemmen 28



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)