Inloggen
voeg je beschouwing toe

tabblad: beschouwingen

< vorige | alles | volgende >

beschouwing (nr. 4012):

In het voorhoedegevecht voor de moderne kunst

(voor Katherine Sophie Dreier (1877 - 1952))

Je bent geboren op 10 september 1877 in Brooklyn Heights, New York. Jouw vader Theodor Dreier was een gevierde zakenman in een ijzerhandel en jouw moeder was Dorothea Dreier. Beiden waren Duitse immigranten uit Bremen, maar geen stadsmuzikanten. Jouw ouders waren neef en nicht van elkaar. Jij had een oudere broer en drie oudere zussen. Jouw zussen Mary Elisabeth en Margaret waren suffragettes en arbeidershervormers. Elisabeth (1875 - 1963) had een liefdesrelatie met de sociaal hervormster Frances Keller. Margaret (1868 - 1945) was een arbeidsleidster. Jouw zus Dorothea Adelheid (1870 - 1923) was ook een kunstschilderes. Walter Shirlaw portretteerde haar in 1908. Zij was een leerlinge van John Henry Twachtman en William Merritt Chase. Jij was vooral close met Mary Elisabeth.

Vanaf jouw 12-de jaar kreeg jij elke week kunstlessen en jij ging naar de privéschool George Brackett in Brooklyn. Van 1895 tot 1897 studeerde jij aan de Brooklyn Art School. In 1900 studeerde jij net als Dorothea aan het Pratt Institute. In 1900 stichtte jouw moeder het Duitse Huis voor Recreatie van Vrouwen en Kinderen, waarvoor jij van 1900 tot 1909 de penningmeesteres was. Jij was mede-oprichtster en voorzitster van de Little Italy Neighborhood Association. Je was ook directrice van de Manhattan Trade School for Girls op East 23rd Street, in 1902 opgericht door Mary Schenck Woolman, de eerste beroepsschool voor vrouwen in Amerika. In 1902 ging jij met Dorothea en Mary Quinn voor twee jaar naar Europa om de Oude Meesters te bestuderen. Daarna kreeg je privé-lessen van Walter Shirlaw, die jouw individuele expressie aanmoedigde. In 1905 maakte jij een altaarschilderij voor de Saint Paul's School kapel in Garden City, New York. In 1907 kreeg jij in Parijs drie maanden les van Raphaël Collin.

In 1909 verhuisde jij naar de wijk Chelsea in Londen. Via de actrice/schrijfster Elizabeth Robins ontmoette je schrijvers en kunstenaars. Elizabeth was de zus van de schrijver/econoom Raymond Robins, sinds 1905 de man van jouw zus Margaret. Op 8 augustus 1911 trouwde jij in jouw huis op 6 Montague Terrace in Brooklyn met de Amerikaanse schilder Edward Trumbull-Smith. Jouw zwager Raymond Robins deed de plechtigheid. Na enkele weken ontdekte je dat Edward al getrouwd was en werd het huwelijk nietig verklaard. In september 1911 was je terug in Londen, waar je in de Doré Galleries een solo-expositie had. In 1911 was jij als afgevaardigde aanwezig bij de zesde conventie van de International Woman Suffrage Alliance in Stockholm. In 1912 kreeg jij aan de Theresa Strasse in Schwabing (München) les van Gustaf Adolf Britsch, die jij jouw meest talentvolle leraar vond. In 1912 had jij een solo-expositie in Frankfurt. Je bekeek de modernistische werken en je bewonderde de moderne, abstracte schilderkunst.

Jouw eerste expositie in Amerika was in de MacBeth Gallery in New York. In 1913 exposeerde jij 'The Blue Bowl' en 'The Avenue, Holland' op de Armory Show, waar jij 'Nude Descending a Staircase' van Marcel Duchamp zag. Je bent door Duchamp en Wassily Kandinsky beïnvloed. In 1918 maakte je 'Abstract portrait of Marcel Duchamp', wat jouw overgang naar de moderne kunst markeerde. Via de kunstverzamelaar/dichter Walter Conrad Arensberg ontmoette jij avant-garde kunstenaars. Zijn vrouw was Mary Louise Stevens. Je was in 1916 mede-oprichtster van de Society of Independant Artists in New York City. Je was de beschermvrouw, vriendin en partner van Marcel Duchamp. In 1917 was jullie eerste, jaarlijkse expositie. In 1920 stichtte jij samen met Duchamp en Man Ray de Société Anonyme, voor de studie en promotie van de moderne kunst, inclusief het kubisme, expressionisme, dadaïsme, futurisme en de Bauhaus kunst. Jij was de drijvende kracht voor deze kunstorganisatie, die o.a. het werk van Piet Mondriaan en Kurt Schwitters bij het Amerikaanse publiek onder de aandacht bracht.

De eerste expositie van de Société Anonyme was op 30 april 1920. Op 19 november 1926 opende jij de eerste, grote expositie van moderne kunst in Amerika, na de Armory Show, in het Brooklyn Museum, 200 Eastern Parkway. Jij was ook lid van de groep Abstraction-Création, in 1931 opgericht in Parijs om de invloed van de surrealistische groep van André Breton tegen te gaan. Theo van Doesburg was één van de oprichters. De exposities van de Société Anonyme moesten het afleggen tegen het Museum of Modern Art (MoMA) op 11 West 53rd Street in Manhattan, ontwikkeld in 1929 door de filantroop Abigail Greene Aldrich Rockefeller en haar vriendinnen Lizzie Plummer Bliss en Mary Quinn Sullivan. Abigail was de vrouw van de filantroop/financier John Davison Rockefeller Junior. Jij overleed op 29 maart 1952 in Milford, Connecticut, door levercirrose. Je werd 74 jaar en je bent in de Green-Wood Cemetery in Brooklyn begraven.

Schrijver: Joanan Rutgers
7 sep. 2020


Geplaatst in de categorie: idool

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 17



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)