Inloggen
voeg je beschouwing toe

Beschouwingen

De koningin van de preraphaëlitische schilders

(voor Marie Spartali Stillman (1844 - 1927))

Je bent geboren als Marie Euphrosyne Spartali op 10 maart 1844 in Londen. Jouw vader was de rijke, Griekse koopman/consul-generaal Michael Spartali en jouw moeder was Euphrosyne Varsoni. Jij was hun jongste dochter. Jouw broers waren Eustratius en Demetrius. Jij kreeg les in Grieks, Italiaans, Frans, muziek, zang, dans en literatuur. Jij woonde in The Shrubery-Clapham Commons in Clapham Common en in Rylstone Manor op Isle of Wight. Nadat een leraar zag, dat jij tekentalent had, kreeg jij tekenlessen van de preraphaëlitische schilder Ford Madox Brown, die met Emma Hill was getrouwd en hun kinderen waren Catherine Emily, ook een schilderes, Oliver en Arthur (1856 - 1857), die door een hersenvliesontsteking overleed. De dichter/kunstenaar Oliver (1855 - 1874) overleed door bloedvergiftiging. Ford was eerst getrouwd met zijn nicht Elizabeth Bromley (1818 - 1846), met wie hij dochter Lucy kreeg, een schilderes/schrijfster, die op 12 april 1894 door tuberculose overleed. Zij werd 50 jaar en zij is in de begraafplaats van La Foce in San Remo begraven. Met haar man, de schrijver William Michael Rossetti, kreeg zij vijf kinderen. Je studeerde enkele jaren samen met Lucy, Catherine en Oliver. Jouw vader gaf graag uitbundige tuinfeesten, waar veel schrijvers en kunstenaars kwamen.

Samen met jouw nichten Mary Theresia Cassavetti en Aglaia Ionides was je een model voor James McNeill Whistler en Dante Gabriel Rossetti. Mary was ook een beeldhouwster en een leerlinge van Auguste Rodin. Met de arts Robert Zamfaco kreeg zij twee kinderen. Zij had een liefdesrelatie met de schilder Edward Burne Jones, maar toen zijn vrouw Georgina MacDonald een liefdesbrief van Mary vond, stopte hij de relatie, al kon hij haar nooit vergeten en schilderde hij haar als heks, tovenares en verleidster. Mary dreigde met laudanum zelfdoding te plegen om de relatie openbaar te maken. De decadente, homoseksuele, alcoholistische dichter Algernon Charles Swinburne zei over jou: 'Ze is zo mooi, dat ik wil zitten en huilen!'.

Op 10 april 1871 trouwde jij in Chelsea met de Amerikaanse schilder/journalist William James Stillman, de zoon van de politicus Jacob Davis Babcock Stillman. Je had William in 1870 voor het eerst ontmoet. Jouw ouders waren tegen dit huwelijk. William was eerder getrouwd met Laura Mack, een dochter van David Mack uit Cambridge, met wie hij drie kinderen kreeg. Laura pleegde in 1869 in Athene zelfdoding. William en jij kregen samen ook drie kinderen; Euphrosyne (1871 - 1911), Michael (1878 - 1967) en William (1881 - 1882). William was correspondent van The Times, waarvoor hij in 1875 in Herzegovina verbleef, van 1877 tot 1883 in Athene en van 1886 tot 1898 in Rome. Hij werkte samen met de fotograaf/archeoloog John Henry Haynes, die op zijn 61-ste overleed in een inrichting te Massachusetts, gebroken in geest en lichaam. William's ouders waren Seventh Day Baptists, wat hem zijn hele leven beïnvloedde.

Jullie woonden enkele jaren in Florence, waar jij door Dante Alighieri en zijn geliefde/muze Beatrice Portinari geïnspireerd was. Beatrice trouwde met de bankier Simone dei Bardi en Dante met Gemma Donati, met wie hij minstens vier kinderen kreeg. Beatrice werd 25 jaar en ze is in de Chiesa di Santa Margherita de' Cerchi in Florence begraven, waar ze altijd bad. Jij maakte zo'n 170 schilderijen/aquarels, zoals het meesterlijke 'Madonna Pietra degli Scrovegni' uit 1884, het zeer schone "Love's Messenger' uit 1885, 'Dante's Vision of Leah and Rachel' uit 1887, 'Dante in Verona' uit 1888, 'De Betoverde Tuin van Messer Analdo' uit 1889, 'Kloosterlelies' uit 1891 en het wonderschone 'Beatrice' uit 1896. Jij blinkt vooral uit in de sierlijke, betoverende, sprookjesachtige, verbijsterend beeldschone vrouwenportretten. In 1898 stopte William met zijn werk voor The Times, waardoor jullie naar Engeland terug keerden. Jullie woonden in een speciaal gebouwd, riant boshuis in Frimley Green. Op 6 juli 1901 overleed William in Frimley Green. Hij werd 73 jaar.

Jij ging met jouw stiefdochter Bella in Kensington wonen. Bella's man was in 1896 door een overdosis morfine overleden. Per ongeluk. Hij werd 49 jaar. Jij schilderde Kelmscott Manor, de woning van William en Jane Morris, zoals op 'The Long Walk' uit 1904. Jane Burden-Morris was inmiddels weduwe. Zij was ook een zeer gewild model. Zij had een witte huid en koperrode haren. Een niet te versmaden unicum. Jij bent vele malen door de kunstzinnige Julia Margaret Cameron gefotografeerd. In 1865, 1868 en 1870. In 1868 was jij 24 jaar en op de foto zie ik hoe jouw weelderige haren tot over jouw billen vallen. Jij kijkt met een indringende, melancholische, diepmystieke blik. Uit dat jaar is ook een foto van jou, die van jouw zijkant is genomen. Je draagt een sierlijke, koninklijke jurk en jouw haar is prachtig mooi opgestoken. Op de foto uit 1870 toon je een contemplatieve, ingekeerde en hoogst serieuze, alwijze blik. Je hebt een grote, scherp omlijnde, kaarsrechte, halve piramide achtige neus. In 1872 fotografeerde Julia het 20-jarige model Alice Liddell, die droevig en ernstig recht in de lens kijkt. Blijkbaar was het mode om met een diepe blik zoveel mogelijk de ziel uit te stralen.

In 1889 maakte Eveleen Tennant Myers een artistieke foto van jou. Eveleen was een model voor de preraphaëlitische schilders George Frederic Watts en John Everett Millais. Ze was getrouwd met de filoloog/paranormaal onderzoeker Frederic William Henry Myers, met wie zij twee kinderen kreeg; de schrijver Leopold Hamilton Myers, die op zijn 62-ste bewust door een overdosis Veronal overleed, en de schrijfster Silvia Myers Blennerhassett (1883 - 1957). Frederic Myers had homoseksuele relaties met de klassieke, Oud-Grieks Oxford-leraar Arthur Sidgwick (1840 - 1920), de dichter John Addington Symonds en Cyril Flower, 1ste Baron Battersea, getrouwd met Constance de Rothschild. Hij was verliefd op de vrouw van zijn neef Walter James Marshall, Annie Eliza, die in september 1876 zichzelf heeft verdronken. In 1889 maakte Eveleen ook een portretserie van de dichter/toneelschrijver Robert Browning.

In 1908 had jij een solo-expositie in New York City en in 1923 was je weer in New York City. Jij overleed op 6 maart 1927 in South Kensington, Londen. Je werd 82 jaar en je bent in de Brookwood Cemetery in Woking gecremeerd en begraven. Jouw as is bij William geplaatst.

Schrijver: Joanan Rutgers
15 feb. 2021


Geplaatst in de categorie: idool

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 42



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)