Inloggen
voeg je beschouwing toe

Beschouwingen

Terwijl jij vreesde voor het leven van een ander...

(voor Arabella Árbenz (1940 1965))

Jij bent geboren op 15 januari 1940 in San Salvador in de Republiek El Salvador. Jouw ouders waren kapitein Juan Jacobo Árbenz en María Cristina Vilanova. Jouw zus Maria Leonora is op 26 april 1946 geboren. Jouw broer Jacobo is op 13 november 1946 geboren. De ouders van jouw vader waren Hans Jakob Arbenz en de basisschoollerares Octavia Guzmán Caballeros. Opa Hans was een apotheker en morfinist. Hij ging failliet en in 1934 pleegde hij zelfdoding. Jouw vader was in juli 1944 betrokken bij de afzetting van president-generaal Jorge Ubico, een tiran, die zichzelf met Napoleon Bonaparte en Adolf Hitler vergeleek. In 1945 werd jouw vader minister van Defensie van Guatemala en op 15 maart 1951 als socialist president van Guatemala, als opvolger van Juan José Arévalo Bermejo. Op 27 juni 1954 is jouw vader afgetreden en greep de dictator Carlos Castillo Armas de macht. De staatsgreep werd door de regering van president Dwight David Eisenhower georganiseerd. Jouw vader vluchtte naar Mexico, Cuba, Frankrijk, Zwitserland, Tsjechoslowakije, Uruguay en terug naar Mexico.

Jouw ouders werden beschuldigd van sympathieën voor het communisme. Jullie zaten eerst 73 dagen in de Mexicaanse ambassade in Guatumala. Op het vliegveld moest jouw vader zich voor de camera's uitkleden, omdat hij dure sieraden zou hebben, wat niet zo was. Na Mexico gingen jullie naar Canada, waar jij naar school ging. Via Nederland gingen jullie naar Zwitserland, waar jouw vader zijn Guatemalteekse nationaliteit moest opgeven, wat hij weigerde, want dat zou het einde van zijn politieke carrière betekenen, vond hij. Verder kon hij in Zwitserland officieel geen politiek asiel aanvragen. Jullie werden van 1954 tot 1960 het slachtoffer van een door de CIA georganiseerde lastercampagne. Jullie gingen naar Parijs en daarna naar Praag en 3 maanden later naar Moskou, waar jullie milder werden behandeld dan in Praag. In Moskou ging jij naar een kostschool, waar jij tenslotte een opstand leidde van Latijns-Amerikaanse studenten tegen de strenge normen. Jij werd hiervoor door jouw ouders streng berispt, want zij schaamden zich voor jouw rebelse gedrag.

In 1957 gingen jullie naar Uruguay en werd jouw vader lid van de Communistische Partij. Van 1957 tot 1960 woonden jullie in Montevideo. In 1960 werd jouw vader door Fidel Castro uitgenodigd om naar Cuba te komen, wat hij graag accepteerde. Jij sprak vloeiend Spaans, Engels, Italiaans, Frans en Russisch. Jij was een mooie en intelligente vrouw en jij had ook een sterke en moeilijke persoonlijkheid. Jij ging niet mee naar Cuba en jij besloot om in Parijs een acteerstudie te doen en als model te werken. Jouw leven in ballingschap was zwaar en bitter genoeg geweest. Jouw vader verzonk in alcoholisme, terwijl jouw moeder hem ontrouw was. Jij werd zelfs periodiek fysiek mishandeld door een zogenaamde vriend van jouw vader. Jij ging LSD en marihuana gebruiken en jij had intense relaties met mannen en vrouwen. Van Parijs ging jij naar Mexico en had jij gepassioneerde relaties met de Guatemalteekse journalist Jorge Palmieri (1928 - 2017) en de zakenman Emilio Azcárraga Milmo, die o.a. de grootste aandeelhouder van Televisa werd. Emilio hielp jouw acteercarrière starten.

Jij speelde als Claudia in de Spaanse dramafilm 'Un alma pura' (Een zuivere ziel) uit 1965 van Juan Ibáñez, inclusief erotische scènes. In 1965 speelde jij ook in de film 'Tajimare'. Ook met de schilderes/romanschrijfster/actrice Mary Leonora Carrington. Het drugsgebruik had een negatief effect op jouw gedrag en Emilio verliet jou. In oktober 1965 moest jij Mexico verlaten en ontmoette jij de Mexicaanse stierenvechter Jaime Bravo Arciga, die een tournee door Zuid-Amerika ging maken. Jij vluchtte met hem naar Columbia. Hij was getrouwd met de actrice Ann Robinson, met wie hij de zonen Jaime en Estefan kreeg. Op 5 oktober 1965 vroeg jij aan Jaime om te stoppen met stierenvechten, want jij vreesde voor zijn leven. Na een stierengevecht ging hij naar een luxe herenclub/restaurant in Bogotá. Jij belde die club om met Jaime te praten, wat hij vanwege een slecht humeur negeerde. Daarna ging jij naar die club en pleegde jij daar ten overstaan van Jaime zelfdoding. Jij hebt jezelf met jouw .22-kaliber pistool in de mond geschoten. Jij werd 25 jaar en jij bent in het Pantheon van de Nationale Vereniging van Acteurs van Mexico (Panteón Jardín de México) begraven.

Jaime overleed op 2 februari 1970 door een auto-ongeluk nabij Zacatecas en hij werd 37 jaar. Op 27 januari 1971 pleegde jouw vader zelfdoding in Mexico-Stad. Hij werd 57 jaar en hij is in de Guatemala Stad Algemene Begraafplaats begraven.

Schrijver: Sir Joanan Rutgers
11 maart 2026


Geplaatst in de categorie: idool

Er is nog niet op deze inzending gestemd.aantal keer bekeken 8

Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je e-mailadres voor anderen in beeld verschijnt)