Apocalyps in pastelkleuren.
Een oude ingekleurde ets onthult in zachte tinten hoe menselijke kwetsbaarheid en kosmische onrust elkaar raken. Tussen ramp en verlossing weerspiegelt de Apocalyps zowel de wereld van toen als de onrust van nu. In reflectie op de huidige oorlog in Iran.
In de ingekleurde ets uit 1562 ontvouwt zich een wereld die tegelijk ver weg en pijnlijk nabij lijkt. De zachte pastelkleuren die het tafereel omhullen, verzachten de contouren van het lijden, maar niet de betekenis ervan. Hongersnood, besmettelijke ziekten, valse profeten en de stille opstijging van engelen die de rechtvaardigen opnemen, het zijn beelden die ontsproten zijn aan de profetie van Christus en aan de visionaire taal van de Openbaring van Johannes. In deze oude afbeelding lijkt de tijd zelf te zijn opengebroken, alsof de wereld haar eigen schaduw had afgeworpen en haar innerlijke waarheid toont. De waarheid dat de mensheid altijd balanceert op de rand van chaos en verlossing.
De Apocalyps is geen verslag van gebeurtenissen, maar een spiegel van menselijke ervaring. Johannes schrijft als iemand die door een scheur in de werkelijkheid heeft gekeken en daar niet alleen vernietiging zag, maar ook een belofte. Zijn visioenen zijn als stormwolken waarin lichtflitsen oplichten: de ruiters die de aarde doorkruisen, het Lam dat de zegels opent, de stemmen die klinken als trompetten. Het zijn beelden die niet bedoeld zijn om te voorspellen, maar om te onthullen. Ze tonen de kwetsbaarheid van beschavingen, de broosheid van orde, en het verlangen van mensen naar een horizon die verder reikt dan hun eigen tijd.
Wanneer we deze ets bekijken, met haar gelaagde scènes van lijden en hoop, dringt zich onvermijdelijk de gedachte op dat de wereld nog altijd haar eigen apocalyptische verhalen schrijft. De oorlog in Iran, met zijn rook boven steden en zijn echo’s van angst die door de regio golven, lijkt een hedendaagse resonantie van dezelfde existentiële onrust. Niet omdat de geschiedenis zich letterlijk herhaalt, maar omdat de menselijke ervaring van dreiging en ontwrichting telkens opnieuw dezelfde contouren tekent. De berichten over escalaties, strategische belangen en internationale spanningen zijn moderne varianten van het oude refrein dat Johannes al kende: dat naties tegen naties opstaan, dat macht wankel is, en dat mensen worden meegesleurd in krachten die groter zijn dan zijzelf.
Toch is het misleidend om de hedendaagse wereld te lezen als een letterlijk vervolg op de Apocalyps. De oude tekst is geen blauwdruk voor de geschiedenis, maar een innerlijke kaart van menselijke angst en hoop. Wat zich in Iran afspeelt, hoe complex en gelaagd ook, is geen vooraf geschreven hoofdstuk uit een heilig boek, maar een echo van dezelfde kwetsbaarheid die Johannes probeerde te vangen in zijn visioenen. De rook die opstijgt boven steden, de onzekerheid die door samenlevingen trekt, de spanning die als een koord tussen naties gespannen staat, het zijn tekenen van een wereld die haar evenwicht zoekt, niet van een wereld die onvermijdelijk ten onder gaat.
In deze ets uit 1562 zien we hoe mensen zich bewegen tussen wanhoop en verwachting, alsof zij gevangen zijn in een kosmisch ritme dat hen overstijgt. De engelen op de achtergrond, die de rechtvaardigen opnemen, herinneren eraan dat zelfs in tijden van ontwrichting een verlangen naar betekenis blijft bestaan. Misschien is dat de diepste verwantschap tussen de oude prent en de moderne wereld: dat mensen, geconfronteerd met geweld en onzekerheid, blijven zoeken naar een horizon die niet door angst maar door hoop wordt bepaald. De Apocalyps is in die zin geen verhaal van vernietiging, maar van onthulling, een onthulling van wat er gebeurt wanneer de mens wordt teruggeworpen op zijn meest fundamentele vragen.
Zo wordt de ets een spiegel waarin de tijdlagen over elkaar schuiven. Het verleden fluistert tegen het heden, en het heden werpt zijn schaduw terug op het verleden. De oorlog in Iran verschijnt dan niet als een apocalyptisch teken, maar als een herinnering aan de broosheid van menselijke orde, aan de kwetsbaarheid van vrede, aan de noodzaak om telkens opnieuw te zoeken naar een manier van samenleven, die niet door macht, maar door menselijkheid wordt gedragen. In dat licht krijgt de oude prent een onverwachte actualiteit: zij toont niet hoe de wereld zal eindigen, maar hoe zij telkens opnieuw dreigt te kantelen, en hoe mensen, ondanks alles, blijven verlangen naar een wereld die niet door angst maar door compassie wordt gevormd.
Misschien is dat uiteindelijk de stille boodschap die door de pastelkleuren heen klinkt: dat zelfs in de donkerste visioenen een glimp van licht blijft bestaan. Dat de mens, hoe vaak hij ook struikelt, blijft zoeken naar een weg omhoog. En dat de Apocalyps, hoe dreigend ook, altijd de belofte van vernieuwing in zich draagt, een belofte die niet in de hemel begint, maar in het hart van ieder mens die weigert de wereld aan haar eigen duisternis over te laten.
... Op deze ingekleurde ets van Frans Hogenberg (1535-1590) uit 1562 wordt de profetie van Christus over het einde der tijden verbeeld, met engelen die op de achtergrond de ware gelovigen opnemen in de hemel. Een echo van de Openbaring van Johannes van Patmos, de Apocalyps, het laatste boek van het Nieuwe Testament. Zwart/wit afbeelding overgenomen uit artikel NRC 5-3-2026, daarna ingekleurd. ...
Zie ook: http://levendgeheugen.blogspot.com
Schrijver: J.J.v.Verre
11 maart 2026
Geplaatst in de categorie: actualiteit

Geef je reactie op deze inzending: