Inloggen
voeg je beschouwing toe

Beschouwingen

Van modder gouden schilderijen gemaakt

(voor María Blanchard (1881 - 1932))

Jij bent geboren als María Gutiérrez-Cueto y Blanchard op 6 maart 1881 in Santander, net als de schilder Francisco Nicolás Iturrino y González, die circa 1908 'Het Bad' schilderde en in 1916-1918 'Naakte vrouwen in een rondedans'. Jouw ouders waren de journalist Enrique Gutiérrez Cueto en Concepción Blanchard Santisteban. Jij had meerdere zussen. Jij was de nicht van de Mexicaanse kunstenaar Germán Gutiérrez Cueto y Vidal, geboren op 8 februari 1893 in Mexico-Stad. Jij werd geboren met diverse fysieke misvormingen, zoals een misvormde wervelkolom, wat volgens sommigen kwam door een val van jouw moeder tijdens de zwangerschap. Jij had kyfoscoliose en bilaterale heupdisarticulatie. Jouw groei werd geremd en jij liep mank. Jij werd op school gepest en jij werd 'de heks' genoemd. Dit veroorzaakte een emotionele pijn, die in veel van jouw schilderijen te zien is. Jij uitte jouw verdriet in jouw schilderijen.

Jouw vader moedigde jou aan om te tekenen. In 1903 verhuisde jij naar Madrid en ging jij aan de Real Academia de Belles Artes de San Fernando aan de Calle de Alcalá 13 studeren. Jij kreeg les van o.a. Emilio Sala y Francés en Manuel Benedito Vives. Emilio leerde jou precisie en het uitbundig kleurgebruik. Met zijn vrouw Eugenia Bernard kreeg hij Marcela. In 1880 schilderde hij 'María de las Mercedes de Alcázar y Nero Vera de Aragón, markiezin van Coquilla'. Emilio overleed op 14 april 1910 in Madrid door hartfalen en hij werd 60 jaar. In 1906 debuteerde jij met het schilderij 'Gitane' op de Nationale Tentoonstelling van de Schone Kunsten. In 1908 won jij daar de derde prijs voor jouw schilderij 'Primeros pasos'. Jij kreeg een studiebeurs van Santander om in Parijs verder te studeren.

In 1909 ging jij naar Parijs en ging jij naar de Vitti Academie, waar Hermenegildo Anglada Camarasa jouw leraar was. Jij kreeg ook les van Kees van Dongen. Hier werd jij door de kubisten Jacques Lipchitz en Juan Gris beïnvloed. Jij was bevriend met Juan Gris, die met zijn vrouw Lucie Belin (1891 - 1942) in 1909 de zoon Georges kreeg. De gemankeerde actrice Lucie was de minnares van Édouard Vuillard, die haar diverse keren heeft geschilderd. Juan, Lucie en Georges woonden van 1909 tot 1911 in de Bateau-Lavoir op 13, rue Ravignan. Van eind 1913 tot 1922 woonde Juan daar met zijn tweede vrouw Charlotte Augusta Fernande (Josette) Herpin. Toen Juan op 11 mei 1927 in Parijs door nierfalen overleed, werd jij depressief. Jouw zus Carmen en jouw neven gingen bij jou wonen, waardoor jij minder eenzaam was. Financieel ging het slechter en jij speelde met het idee om het klooster in te gaan. Jij bleef schilderen om jouw zus en neven te onderhouden.

Jij deelde een huis jouw vriendin, de schilderes Angelina Petrovna Belova, geboren op 23 juni 1879 in Sint-Petersburg. Zij was van 1911 tot 1921 met Diego Rivera getrouwd. Hun zoon was Miguel Ángel (1916 - 1918). In 1910 bezocht jij geregeld het huis annex atelier van de schilderes Maria Vassilieff op 21, avenue du Maine. In 1910 won jij een tweede medaille met 'Nymfen die Silenus ketenen'. Jij ging korte tijd naar Spanje terug en in 1912 ging jij met een nieuwe beurs naar Parijs terug. Toen de Eerste Wereldoorlog begon, vluchtte jij naar Madrid, waar jij experimenteerde met het kubisme. In maart 1915 was de avant-garde expositie 'Los pintores integrals' in de Salón de Arte Moderno in Madrid, georganiseerd door Ramón Gómez de la Serna. Jij exposeerde samen met Diego Rivera, Agustín Choco en Luis Bagaría. Jouw 7 schilderijen kregen vernietigende recensies. In 1917 mocht jij als tekenlerares aan de Normale School van Salamanca beginnen, maar jij ging naar Parijs terug. Jij bent nooit meer naar Spanje gegaan.

Jij werkte samen met de kunsthandelaar Léonce Rosenberg en in 1920 toonde jij 'De Communicante' uit 1914 op de Salon des Indépendants, die volop werd geprezen. In 1921, 1922 en 1923 exposeerde jij daar ook. In april 1923 had jij een solo-expositie in de Galerie du Centarure in Brussel, wat jij in 1927 herhaalde. In 1928 exposeerde jij op de 16-de Biënnale van Venetië in de sectie 'La Scuola di Parigi', samen met de beeldhouwster Chana Orloff en de schilderes Olga Nicolaevna Sacharoff. In 1930 begon jij aan tuberculose te lijden en kon jij niet meer schilderen. Op 5 april 1932 ben jij door tuberculose overleden. Jij werd 51 jaar en jij bent in de begraafplaats van Bagneux begraven. Jouw vriendin Isabelle Rivière schreef jouw eerste biografie en haar dochter Jacqueline kreeg les van jou. Jouw zus Aurelia (1877 - 1936) overleed tijdens de Spaanse Burgeroorlog.

Schrijver: Sir Joanan Rutgers
12 maart 2026


Geplaatst in de categorie: idool

Er is nog niet op deze inzending gestemd.aantal keer bekeken 9

Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je e-mailadres voor anderen in beeld verschijnt)