Inloggen
voeg je beschouwing toe

Beschouwingen

Een groot schrijver, die desondanks Joden en verzetsstrijders verraadde

(voor Maurice Sachs (1906 - 1945))

Jij bent geboren als Maurice Ettinghausen op 16 september 1906 in Parijs. Jouw ouders waren Herbert Ettinghausen en Andrée Sachs (1887 - 1961). De familie van jouw vader kwam uit Höchst. Jouw vader verdween snel en voorgoed. Jouw moeder hertrouwde met de schilder/romanschrijver/vertaler Michel Georges Dreyfus, die van 1913 tot 1929 de artistiek adviseur van Serge Diaghilevs Ballet Russes was. In 1929 verscheen zijn roman 'Les Montparnos', met o.a. een portret van Amedeo Modigliani, wat in 1919 door Jeanne Hébuterne is geschilderd.

Jij werd naar een elitair internaat in Normandië gestuurd. Dat werd door jouw opa Sachs, die diamanthandelaar was, betaald. Jij was half-Joods, homoseksueel, aangetrokken tot diefstal en verliefd op literatuur. Vlak voor jouw baccalaureaat werd jij uit het internaat weggestuurd, vanwege jouw homoseksuele praktijken. Op jouw 16-de verhuisde jouw moeder na een frauduleus faillissement naar Londen. Jij ging daar ook een jaar naartoe en jij werkte in een boekwinkel. Op jouw 17-de ontmoette jij Jean Cocteau en werd jij zijn privésecretaris. Op jouw 18-de kreeg jij contact met de filosoof Jacques Maritain. In of na jouw militaire dienst leefde jij samen met een ongehuwde moeder en haar zoontje. In 1925 werd jij rooms-katholiek en onder de invloed van de filosofen Jacques en Raïssa Maritain ging jij naar een karmelietenseminarie.

In 1926 was jij met een zeer jonge, Amerikaanse homoseksueel in Juan-les-Pins, waar jouw oma van moederskant Alice Franckel woonde. Hierdoor moest jij het seminarie verlaten. Cocteau stuurde jou naar Max Jacob in Saint-Benoît, waar Max jou stimuleerde om te gaan schrijven. Jij ging in therapie bij de psycho-analyticus René Allendy, maar jij verviel al snel weer tot losbandigheid, lichtzinnigheid, snobisme en diefstal. Jij was ook secretaris van André Gide. Voor Coco Chanel verzamelde jij een mooie bibliotheek om daarna de kunsthandel in te gaan. Jij verhandelde o.a. werk van Picasso en Soutine. Jij bent door de vrouw van de arts Jacques Bizet, jouw oma Alice Franckel, aan de alcohol gegaan. Jacques, die aan de alcohol en de morfine verslaafd was, was een jeugdvriend van Marcel Proust en hij pleegde op 3 november 1922 zelfdoding in Parijs. Hij werd 50 jaar. Zijn ouders waren de componist Georges Bizet en de salonnière Geneviève Halévy, één van de modellen voor het romanpersonage Oriane de Guermantes van Proust, die jarenlang de bezoekers van Geneviève's salon observeerde.

Jij raakte in de schulden en jij verkocht geleende kunst. Jij spendeerde veel geld in het homobordeel Ballon d'Alsace, waar jij naar de verhalen van de hoerenbaas Albert luisterde, o.a. over het homoleven van Marcel Proust, die jij ook kende. Jij vond het stelen net zo opwindend als het seksuele plezier. Na jouw Parijse kunsthandel zou jij bij een kunstgalerie in New York een afdeling voor moderne kunst opzetten. In 1930 ging jij daar naartoe, maar die afdeling viel in duigen. Jij schreef 'Décade de l'illusion' en jij werd een rondreizende spreker over kunst, cultuur en politiek in Europa. Jij verkocht vooral veel lariekoek. Jij kreeg een verstandshuwelijk met de dochter van de voorman van de presbyterianen. Jullie zijn in Seattle getrouwd en jij werd een Presbyteriaan. De huwelijksreis ging naar Albany en jullie woonden in San Francisco, kort, want jij vluchtte naar Parijs en jij had vier jaar een vaste minnaar. Er was eerst veel armoede, maar jij schreef boeken en toneelstukken en jij was net als André Gide, André Malraux en Gaston en Raymond Gallimard redacteur van de 'Nouvelle Revue'.

Met jouw minnaar uit Californië woonde jij op een woonboot in de Seine. Toen hij naar Amerika terug ging, stortte jij in. Jij bent van de alcohol afgekickt en jij ging schrijven en vertalen. In 1935 verscheen jouw autobiografie 'Alias' bij Gallimard. Tijdens de Duitse bezetting vluchtte jij eerst naar Bordeaux en daarna weer terug naar Parijs. Jij handelde op de zwarte markt, jij hielp vluchtelingen over de Franse grens en jij stond op de lijst van ter dood veroordeelden. De politie zocht jou, maar jij was als collaborateur voor de Gestapo aan het werk. In 1942 zat jij samen met de schrijfster Violette Leduc drie maanden in Anciens. Jij deed alsof zij jouw vrouw was en zij was onmogelijk verliefd op jou. Jij ging naar Hamburg, waar jij in een fabriek werkte en politie-informant was. Jij werkte in de haven van Hamburg, mogelijk als kraanmachinist. Waarschijnlijk heb jij de leden van de Weisse Rose aan de nazi's verraden en overgeleverd. Puur om jouw eigen hachje te redden. Een walgelijke misdaad. Jij loog tegen de Joden, die naar de niet bezette zone wilden gaan.

Op 16 november 1943 weigerde jij een jezuïetenpriester in het verzet te veroordelen, waardoor de Gestapo jou arresteerde. Jij werd naar het concentratiekamp Fuhlsbüttel gestuurd. Tijdens een vreselijke dodenmars naar Kiel ben jij na drie dagen ingestort. Jij kon niet meer verder en een Vlaamse SS-er heeft jou met zijn pistool vermoord. Hij schoot jou op 14 april 1945 in Neumünster in jouw achterhoofd. Jij werd 38 jaar en jij bent in de begraafplaats van Neumünster begraven.

In 1946 verscheen jouw autobiografie 'De Heksensabbat', over de periode 1920 - 1940. Er werden meerdere schrijfwerken van jou gepubliceerd, o.a. in 1949 'De Jacht te Paard', in 1950 'Het Decennium van de Illusie', in 1952 'Achter Vijf Tralies' en 'Abracadabra', in 1954 'Tafereel van de Zeden van de Tijd' en in 1955 de onvoltooide roman 'Geschiedenis van John Cooper d'Albany'.

Schrijver: Sir Joanan Rutgers
24 maart 2026


Geplaatst in de categorie: literatuur

Er is nog niet op deze inzending gestemd.aantal keer bekeken 6

Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je e-mailadres voor anderen in beeld verschijnt)