voeg je beschouwing toe

Beschouwingen

Laatst toegevoegde beschouwing (nr. 5.547):

Zijn en verschijnen.

Zijn en verschijnen bewegen als twee stromen door hetzelfde lichaam van de werkelijkheid. Het zijn is de stille kern, het ongeboren midden waarin alles rust voordat het zich toont. Het verschijnen is de trilling aan de rand: het moment waarop iets zich losmaakt uit die stilte en zichtbaar wordt, even maar, als een lichtvlek op een muur die al eeuwen bestaat. In die beweging ontvouwt zich een wereld die tegelijk vast en vloeibaar is, een wereld waarin ook wij voortdurend bewegen tussen diepte en contour, tussen wat wij zijn en wat wij verschijnen.

Het zijn is als een ondergrondse rivier. Je hoort haar niet, je ziet haar niet, maar je voelt haar aanwezigheid: een onophoudelijke stroom die geen richting nodig heeft om toch te bewegen. In dat zijn rust een oervertrouwen, een weten dat niet door woorden wordt gedragen, maar door aanwezigheid. Het is het deel van ons dat geen uitleg verlangt en niet afhankelijk is van de blik van een ander. Het is de plek waar je thuiskomt, zonder adres, zonder deur, zonder sleutel, zonder naam.

Het verschijnen daarentegen is het moment waarop die rivier even aan de oppervlakte komt, als een glinsterende bron die door het zonlicht wordt aangeraakt. Verschijnen is altijd kwetsbaar, omdat het een wereld nodig heeft die kijkt. Het is een uitnodiging - soms zacht, soms schuchter, soms bijna dwingend - om gezien te worden. Maar juist in dat gezien worden schuilt ook een risico: wat verschijnt kan worden misverstaan, vastgezet in een vorm die geen recht doet aan het stille water daaronder. Wat verschijnt is nooit het geheel, maar slechts een fragment dat zich voor een ogenblik laat lezen.

In de mens ontmoeten zijn en verschijnen elkaar in een subtiele spanning. We weten dat we meer zijn dan wat zichtbaar wordt, maar we kunnen niet anders dan verschijnen. Soms voelen we ons gevangen in dat verschijnen, alsof de wereld slechts de nevel ziet en niet het water waaruit zij opstijgt. Soms verlangen we naar een verschijnen dat dichter bij ons zijn ligt: een vorm die niet vervormt, maar onthult. En soms, heel soms, vallen zijn en verschijnen samen in een woord, een blik of een gebaar waarin het zijn even ongehinderd door het verschijnen heen schijnt, alsof de wereld en onze innerlijke diepte elkaar voor een ogenblik herkennen.

Misschien is dat de essentie van mens-zijn: leven in de ruimte tussen wat we zijn en wat we lijken te zijn, tussen de stilte van de rivier en de glans van de bron. In die ruimte ontstaat een zachte waarheid: het besef dat we nooit volledig zichtbaar zullen zijn, maar dat iedere verschijning toch een poging is om iets van onze kern met de wereld te delen. Misschien is dat genoeg. Misschien is verschijnen er niet om het zijn te vervangen, maar om het in de wereld te laten ademen - als een fluistering die door de tijd reist en af en toe wordt opgevangen door iemand die werkelijk luistert.

Zo blijven zijn en verschijnen elkaar zoeken, als twee handen die elkaar nooit volledig kunnen omvatten, maar elkaar wel voortdurend raken. In die aanraking ontstaan betekenis, beweging en leven. En in dat leven, hoe broos ook, gloeit iets van het onuitsprekelijke: het stille water dat zich soms, heel even, toont als licht. En zo blijft de rivier stromen: onzichtbaar in haar diepte, zichtbaar in haar glans, gedragen door de stille oorsprong waaruit alles verschijnt.


Zie ook: http://spirituelefilosofie.blogspot.com

Schrijver: J.J.v.Verre
19 oktober 2026


Geplaatst in de categorie: filosofie

1.0 met 1 stemmen aantal keer bekeken 5

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!

reageer Geef je reactie op deze inzending: