WAARHEEN ZIJN WIJ ONDERWEG? (4)
Op zoek naar een antwoord op bovenstaande vraag hebben we vier subvragen gesteld. Vraag a (Zijn alle ontwikkelingen causaal bepaald?) kwam in het vorige artikel aan de orde. Dit vervolgartikel gaat over vraag b: “Hebben de ontwikkelingen een richting?” Nog wat nauwkeuriger geformuleerd: “Tenderen alle ontwikkelingen in hun onderlinge samenhang in een bepáálde richting?” Het woord "ontwikkelingen" heeft hier betrekking op het continue proces van veranderingen/bewegingen van zowel materiële als energetische aard.
Er is nog niet zo erg lang geleden een hele discussie gevoerd over het zogeheten Intelligent Design als aanvulling op of als alternatief voor de evolutietheorie. Aanhangers van het I.D.-idee menen dat tal van zaken in de natuur zo complex zijn dat hun ontstaan niet op toeval kan berusten. Daar hebben ze m.i. gelijk in, maar wie het toeval als verklaring verwerpt, hoeft de evolutietheorie niet af te zweren en te vervangen door een I.D. (mét uiteraard de aanname van een Designer). Alleen al het feit dat de evolutietheorie uitgaat van natuurlijke selectie, geeft aan dat zij de ontwikkelingen niet aan louter toeval toeschrijft. Ik ga daar nu niet dieper op in, maar vraag aandacht voor nog twee elementen die de gang van de evolutie bepalen.
A. DE RICHTING VAN OORZAAK NAAR GEVOLG
Vaststellen dat oorzakelijkheid een richtingscomponent is in de evolutie lijkt een wat flauwe, want al te voor de hand liggende constatering. Toch is ze niet zonder belang! Zonder een strenge samenhang tussen oorzaak en gevolg zou in principe iedere ontwikkeling zich op elk moment op autonome wijze in een x-aantal willekeurige richtingen kunnen voortzetten. Dan zou er sprake zijn van een toevallig universum met een toevallig verleden en een toevallige toekomst. Het causaliteitsbeginsel daarentegen sluit iedere toevalligheid uit en het feit dat het universum geen volstrekte chaos is, maar dat er continuïteit en samenhang in veranderingsprocessen valt waar te nemen, lijkt de juistheid daarvan te ondersteunen. Dat houdt natuurlijk niet in dat we de zaak ook mogen omkeren door te stellen dat causale wetmatigheid een toereikende verklaring vormt voor de wereld om ons heen. Door oorzakelijkheid sec had de wereld ook geheel onproductief kunnen zijn in het vormen van complexe structuren of zouden complexe structuren zowel kunnen zijn ontstaan als weer afgebroken. Een van de hoofdwetten van de thermodynamica stelt immers dat in een gesloten natuurkundig systeem de entropie, dus de wanorde, toeneemt en die toename is wel degelijk causaal bepaald. Er moet dus meer aan de hand zijn dan causaliteit alleen.
B. DE RICHTING VAN GESCHEIDENHEID NAAR VERENIGING
Als tweede richtingscomponent die aan de ontwikkeling van de materie stuur geeft in evolutionaire zin, zie ik die van gescheidenheid naar vereniging, van enkelvoudigheid naar samengesteldheid, van onafhankelijkheid naar onderlinge afhankelijkheid (interdependentie). Heel expliciet komt deze "gerichtheid" tot uitdrukking in het volgende citaat dat ik ontleen aan het boek "Evolutie en wijsbegeerte" van prof. dr. A.G.M. van Melsen:
"Geconstrueerde mechanismen kunnen slechts daarom menselijke doeleinden verwezenlijken, omdat de erin samengebrachte natuurdingen bepaalde activiteiten bezitten en deze activiteiten op een bepaalde afloop gerícht staan. (...) De eigenlijke finaliteit, die bij de verklaring van de evolutie aan de orde is, kan geen andere zijn dan de geríchtheid van de anorganische structuren, de levende te vormen."
Op dit laatste wees lang geleden al de Engelse biochemicus J.B.S. Haldane in zijn boek "The Inequality of Man". Hij schreef:
“Wij vinden geen enkel klaarblijkelijk spoor van denken noch leven in wat wij de materie noemen. Dientengevolge bestuderen wij die eigenschappen bij voorkeur daar waar zij duidelijk aan de dag treden. Indien evenwel de tegenwoordige gezichtspunten van de wetenschap juist zijn, kunnen wij verwachten dat wij ze uiteindelijk, althans in rudimentaire vorm, door het gehele heelal terugvinden."
En hij voegt daar nog aan toe:
"Wanneer de samenwerking van enige honderden miljarden cellen in de hersenen ons vermogen tot bewustzijn bewerkt, wordt het denkbeeld van een samenwerking van geheel de mensheid, of van een deel, welke leidt tot wat Comte het grote boven-menselijke Wezen genoemd heeft, aanmerkelijk meer aannemelijk.”
Samengevat: het ziet ernaar uit, dat de evolutie zich voltrekt door de wetmatigheid dat, vanaf de meest elementaire deeltjes van de materie tot en met de meest omvattende sociale verbanden in de menselijke samenleving, alles (met ups en downs, maar wel trendmatig) is gerícht op de vorming van steeds complexere gehelen die meer zijn dan de som van hun delen.
(Wordt vervolgd.)
Schrijver: H.P. Winkelman, 3 januari 2012
Geplaatst in de categorie: filosofie
3.2 met 4 stemmen
686