Een mislukte sollicitatie (vervolg)
Op een dag struinde ik rond in een buurt die nog onvermoede geheimzinnigheden voor mij verborg en belde ik aan op nummer eenenzeventig.
Mevrouw zit aan haar keukentafel in een grauwe, ongezellige flat en begint, zodra ze een menselijk wezen ontwaart in de vorm van mijn persoon met het uitstorten van jammerklachten.
De portretten in fotolijstjes op het salontafeltje tonen de gezichten van de diep betreurde geliefden en vrienden en een van hen, wiens beeltenis gemarkeerd wordt door een zilveren kruisje, was de laatste kameraad die afscheid moest nemen, de trouwe vrijwilliger, die eveneens niet meer te midden van de levenden is.
De tranen van mevrouw zijn gestold tot ijspegels die in de spelonken van haar hart hangen.
Het verdriet wast alsmaar aan; de rivier van het verdriet zwelt maar aan en is door geen enkele kunstmatige dam meer te stoppen. (We hadden nog naar het paviljoen van Peerke Donders kunnen rijden met de rolstoel of naar het graf van de zoon in Baarn kunnen gaan, maar mijn diensten zijn voor mevrouw nietsbetekenend, als een zandkorrel in de Sahara en dus tot mislukken gedoemd).
Ik moet haar achterlaten in een oceaan van ellende.....
Schrijver: I.Broeckx, 25 februari 2017
Geplaatst in de categorie: verdriet
3.0 met 1 stemmen
525