DOE NIET ZO ONGEZELLIG
Ik drink geen alcohol. Vroeger wel, maar al een tijd, niet meer.
Voor mij geen issue. Tot je ergens komt met veel mensen en de onvermijdelijke alcoholinname.
Dan weet je als niet drinker wat er gebeurt:
Op een verjaardag bijvoorbeeld.
"Wat wil je drinken?”
"Een frisdrankje graag.”
Stilte.
Dan, het verschrikt om zich heen kijken van de vrager.
"Frisje?"
"Graag.”
"Geen biertje?”
"Nee.”
"Maar drink je dan niet of zo?”
"Jazeker, maar geen alcohol.”
Dan die verwarring. Mensen die elkaar vragend aankijken.
Alsof ik zojuist heb verteld dat ik besloten heb voortaan uitsluitend nog levende konijnen te eten.
Mensen kijken dan naar je alsof je een ziekte onder de leden hebt. Medelijdend bijna.
"Waarom niet?”
Fascinerende vraag.
Je vraagt tijdens een verjaardag iemand die geen bloemkool eet, toch ook niet: "waarom juist geen bloemkool?"
Bij alcohol bestaan er andere regels.
Dat moet je uitleggen. Verklaren. En je moet wel met een heeel erg goede reden komen, waarom je niet drinkt. Dat je het lef hebt om hier doodleuk een glas fris te gaan drinken.
Dus zeg je:
"Ik houd er gewoon niet van. Van alcohol.”
Dat blijkt dan onvoldoende.
"Je proeft alcohol toch helemaal niet in een wijntje?”
'Dat zal best, maar ik drink geen wijn."
"Een biertje dan.”
Dwingender nu.
"Ik lust geen bier. Smaakt naar apenzeik."
Je wordt iets geïrriteerder nu.
"Kom op, man, één glaasje kan toch wel?”
Dat ene glaasje is intussen een terugkerend tot leven gekomen nachtmerrie in mijn leven.
Het reist overal met mij mee en is altijd aanwezig op verjaardagen, recepties, feestdagen, vakanties, bij mooi weer, bij slecht weer. Als het Nederlandse elftal wint. Of verliest.
En mocht er niets te vieren zijn: Ach , dan is er altijd de vrijdag nog.
En dan die opvatting dat je ongezellig bent zonder alcohol:
"Ach man, doe eens gezellig.”
Een interessante redenering.
Gezelligheid is dus gratis mee gebrouwen in de fles.
Ik ben ongezellig omdat de alcohol ontbreekt in mijn glaasje fris.
Ik kijk om mij heen. Door elkaar pratende mensen.
Iemand is voor de derde keer begonnen over een overlevingstocht in de Ardennen. Na de vierde keer verandert dat in een overlevingstocht in de buurt van Mars. Er loopt kwijl uit zijn mondhoeken.
Een man staat al twintig minuten, met trillende handjes, bij de hapjes te hengelen naar een toastje paling. Uiteindelijk lukt het niet om het ongeschonden in zijn mond te proppen. De helft valt terug op de schaal met hapjes.
Verderop wordt uitbundig gelachen om iemand die op commando scheten kan laten.
Ik neem nog een slokje fris. En kijk op mijn horloge.
Gezelligheid kent, net als alcohol, geen tijd.
Tijd om op te stappen dus..
8 september 2026
Geplaatst in de categorie: algemeen

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!