voeg je verhaal toe

Verhalen

Laatst toegevoegde verhaal (nr. 8.113):

De libertijnse graaf en de protestantse lerares

Graaf Jacobus van Lennep is een echte flierefluiter en een gedreven vrouwengek. In zijn Huis te Vogelenzang op de Bekslaan 14 in Vogelenzang hangen voornamelijk schilderijen met naakte vrouwen of vrouwen met suggestie wekkende naaktheid erop, zoals ´Code RED´ van Reneta Isin, ´Nudo´ en La mia modella´ van Luciano Ventrone, ´Lethargie´ en ´Vermutung´ van Marina Krasnitskaya, ´Peek-a-boo´ van Mel Ramos, 'Désordre de la jarretière' van Bernard Peltriaux en 'An Eternity Of Lies' en 'Monica Bellucci' van Marco Paludet. De moderne schilderes Anna Schellberg is een minnares van Jacobus en het is dan ook niet verwonderlijk dat er van haar vele schilderijen door hem gekocht zijn. Die hangen in een speciale Schellberg-kamer, waar Jacobus zich graag terugtrekt om haar aanwezigheid te voelen. Dat doet hij dan het liefste onder het genot van een fles Jam Jar Gin Morus LXIV en een volle opiumpijp. Soms doet hij dat samen met gravin Agniese Banninck Cocq van Teylingerbosch op de Bekslaan 22. Agniese is niet alleen zijn goed bevriende buurvrouw, maar ook een minnares van hem. Hun smaak voor schilderkunst en humor komt veelal overeen. Jacobus koopt de meest opwindende en dure lingerie voor Agniese en die zit bij haar altijd als gegoten. Zij heeft een zeer elastisch lichaam, wat door Jacobus aanbeden wordt. Soms gluurt hij bij haar thuis naar binnen, wanneer zij zich aan het omkleden is. Dat is dan afgesproken werk en Agniese doet er extra langzaam over, zodat hij helemaal gek van verlangen wordt. Zij vindt het ook heerlijk om hem gierend gek van geilheid te zien worden. Wanneer hij dan tegen het raam tikt, doet zij net alsof zij heel erg schrikt en slaat zij gauw een deken om haar heen. Of zij opent het raam en zegt: 'Ga weg jij, viezerik, of ik stuur mijn jachthonden op jou af!'. 'Ach toe, edele vrouw, heb medelijden met mij, laat mij toch even binnen!', zegt Jacobus dan, 'want uw schoonheid is onweerstaanbaar!'. 'Meen je dat?', zegt zij dan al veel milder. 'Maar natuurlijk, u bent de mooiste van alle vrouwen op aarde!'. 'Klim dan maar even door dit raam naar binnen!', zegt zij dan en vervolgens wordt haar liefdesbed voor de zoveelste keer een ravage vanwege de onstuimige minnerij. Met barones Geertruida van der Does van Oud-Berkenroede in Heemstede gaat Jacobus wel eens naar de Onze-Lieve-Vrouw ten Hemelopnemingkerk op het Kerkplein 1 in Vogelenzang om aan biechtstoelseks te doen. Jacobus speelt dan dat hij de pastoor is en Geertruida biecht haar seksuele avonturen op. De spanning van het feit dat ze ieder moment ontdekt kunnen worden, geeft hen een enorme kick. Geertruida zat eens wijdbeens op Jacobus toen er een dronken toerist nietsvermoedend de kerk in stapte. 'O, pardon, ik wist niet dat dit een bordeel is!', zei die man en hij liep stoïcijns de kerk uit.

Via Geertruida leerde Jacobus Heemstede meer en meer kennen . Hij ontmoette daar gravin Wendela Gevers van het Huis te Manpad, barones Brigitte van Bevervoorden van Ipenrode en de lesbische baronessen Agnetta van Bylandt en Sabilla Festetics de Tolna van Slot Assumburg. Wendela liet hem meteen zien, dat zij ook een schilderij van Anna Schellberg heeft hangen en zij toonde hem vol trots haar originele 'Bathsheba in haar bad' van Rembrandt van Rijn. 'Maar schat, die hangt toch in het Louvre?', zei hij. 'Je kijkt niet goed!', zei zij, 'dit is de eerste versie uit 1653, ongeveer hetzelfde schilderij als in het Louvre, wat hij in 1654 schilderde!'. 'Maar daar weet ik niets van!', zei hij. 'Klopt! Jij bent de enige, die dat nu ook weet!', zei zij, 'de anderen maak ik allemaal wijs dat het een kopie is!'. 'Dat ding kost een vermogen!', zei hij. 'Kijk, op mijn schilderij ontbreekt bijvoorbeeld de armband!', zei zij, terwijl zij haar rokken omhoog deed en hem haar ruw behaarde vulva toonde. 'Gaan we wat anders doen?', vroeg hij. 'Ja, dit is ook kunst en daar mag je vooral heel veel aanzitten!', zei zij. Brigitte wilde eerst eindeloos met Jacobus converseren over het volgens haar onoverbrugbare verschil tussen klassieke en moderne kunst. Een fles Macallan M whisky scherpte de tongen. Uiteindelijk wist Jacobus haar te overtuigen en gaf zij haar zwart-wit-denken op en meteen ook haar afstandelijkheid, want zij liet haar kneedbare schommelborsten pardoes uit haar bloes vallen. Haar kleine, maar zo meesterlijk geboetseerde tepels smeekten om strelingen en minzaam tonggestreel. De tepelhoven leken op grote glimlachogen van de Godin zelf. Bij de tepelhoven van Agnetta en Sabilla was dat ook het geval, toen zij Jacobus gelijktijdig hun vrouwelijke rijkdommen lieten zien. 'Soms zijn we ook best biseksueel!', zei Agnetta superlief. Nou, dat heeft Jacobus geweten, hállo zeg, wat konden die dames geraffineerd en gepassioneerd liefhebben! In het Grand Café Van Ruysdael ontmoette Jacobus de bloedmooie lerares Haasje van Lynden. Zij geeft les op de Protestants Christelijke Basisschool De Ark in Heemskerk. Het klikte meteen tussen hen, maar zij moeten uiterst voorzichtig zijn, want haar vader Maarten van Lynden is verschrikkelijk streng in de protestantse leer en hij duldt geen ongelovige kerels in de buurt bij zijn dochter, laat staan een libertijnse rokkenjager als Jacobus.

Jacobus gaat vermomd als Johannes Calvijn naar de protestantse dorpskerk op het Kerkplein 1 in Heemskerk om eens te vernemen wat daar allemaal gepredikt wordt. Hij schrikt zich rot van de soberheid en de strengheid, die er heerst. 'Dat lullige orgeltje zou ik als eerste in de fik steken!', denkt hij. Dominee Barend van Nassau La Lecq met zijn bulderende stem jaagt iedereen schrik aan. Hij sleurt iedereen het liefste terug naar de glorietijd van de Reformatie. 'Geen wonder dat iedereen kromgebogen zit!', denkt Jacobus, 'en kijk eens hoe wezenloos ze uit hun ogen staren!'. Barend heeft het over verzonnen erfzonde, bijgelovige vervloekingen, talloze zogenaamde zonden en verboden, waar je het bestaan niet van vermoedde, de oudtestamentische, moorddadige toorn van God, verfoeilijke, wereldse ijdelheden, duivelse verleidingen, vooral op het gebied van seksualiteit, de apocalyptische tekenen des tijds om de goedgelovige schaapjes nog meer te knechten, een denkbeeldige hel (waar gejammer en tandenknars is) en eeuwige verdoemenis voor hen die niet doen wat de protestantse leer allemaal beveelt. 'Geen wonder dat die mensen allemaal zwaar depressief geworden zijn!', denkt Jacobus, 'Satanisme is er niets bij, ze worden geleid door schijnchristenen, oftewel verkapte, sneaky fascisten!'. Hij kijkt eens goed naar de puriteinse Maarten en het is alsof een bliksemschicht hem treft. 'Godallemachtig, die vent lijkt sprekend op Heinrich Himmler!', denkt hij geschrokken.

Enkele weken later liggen Jacobus en Haasje naakt in elkanders armen na te genieten van een stevig potje vrijen. De bel gaat en Jacobus drentelt naar de voordeur. Wanneer hij die opent, schrikt hij meteen klaarwakker, want Herr Himmler staat voor de deur. 'Is mijn dochter hier?', vraagt hij nadrukkelijk en vijandig. 'Hoe heet uw dochter en wie bent u?', vraagt Jacobus. 'Mijn dochter heet Haasje van Lynden en ik ben haar vader Maarten van Lynden!', zegt Maarten woest en ongeduldig. 'Dan heb ik goed nieuws voor u, want zij is hier bij mij!', zegt Jacobus met een onschuldige glimlach. 'God vervloekt jou, smerige heiden, uit de weg, zodat ik haar kan meenemen!', schreeuwt Maarten. 'Ik zou niet weten met welk recht u...', zegt Jacobus, maar verder komt hij niet, want Maarten heeft ineens een misericorde dolk in zijn buik gestoken. Hij zakt door zijn benen en Maarten grijpt hem bij zijn haren, waarna hij in één snelle beweging zijn keel doorsnijdt. Door het zien van de naaktschilderijen, waar hij vol walging zijn hoofd van afwendt, voelt hij zich bevestigd in zijn volgens hem christelijk gerechtvaardigde moord. Haasje heeft zich al bijna aangekleed en zij staat op het punt om haar vader te volgen. 'Ik wil niet weten waar dat misbaksel jou allemaal toe heeft verleid, maar kom, dan gaan we God om vergeving vragen!', zegt Maarten, die de hand van zijn dochter vast pakt en haar zeer koppig en bruut met zich mee trekt. Wanneer ze langs de doodgebloede Jacobus snellen, bromt Maarten: 'Niet naar de duivel kijken!'.

Schrijver: Sir Joanan Rutgers
1 oktober 2026


Geplaatst in de categorie: adel

Er is nog niet op deze inzending gestemd.aantal keer bekeken 2

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!

reageer Geef je reactie op deze inzending: