voeg je verhaal toe

Verhalen

Laatst toegevoegde verhaal (nr. 8.136):

Het tragische einde van gravin Christine van Liauckama

Op 9 oktober 1893 is er in de Martenastate op de Swarte Singel 2 in Cornjum iets verschrikkelijks gebeurd, maar men heeft nooit geweten wat daaraan vooraf is gegaan en dat weet men nog steeds niet. De enige, die het wel weet, is een nazaat van Wopke van Hania, die op de Emmakade 7 in Leeuwarden woonde. Deze nazaat, Sjoerd van Hania, vond op een dag een vergeelde brief onder de vloer van zijn overgeërfde woonhuis. Na het lezen van een duistere bekentenis van zijn voorouder heeft Sjoerd de brief in de open haard gegooid en dat wat hij gelezen heeft in zijn geheugen gewist. 'Er is niemand bij gebaat om dat nu nog te weten!', dacht hij. Hij stak de pijptabak in zijn pijp aan en hij blies de rookwolken om zich heen. De glaasjes Sonnema berenburg deden de rest. 'Sa iets kin men better gewurde litte!', dacht hij tevreden.

Op 9 oktober 1893 woonde Wopke van Hania al enkele decennia op de Emmakade 7. Hij ging iedere zondag naar de Jacobijnerkerk, waar hij als hoogleraar in de rechtsgeleerdheid enige aanzien genoot. Wopke werkte in het Gerechtshof Leeuwarden en hij werd door zijn collega's bijzonder goed gewaardeerd. Niemand heeft hem ooit op een gerechtelijke dwaling of een menselijk foutje kunnen betrappen. Alleen zijn collega Rinse Troelstra wist, dat Wopke geregeld naar de prostituee Jildou Schurer ging, maar dat deed hij zelf ook, dus verzweeg hij dat maar al te graag. Jildou had er wel schik in om met die rechters te vozen, alleen al om de extra verdiensten. Tijdens een zondagsdienst in de Jacobijnerkerk zag Wopke een buitengewoon knappe vrouw en daar wilde hij meer van weten. Het bleek om gravin Christina van Liauckama te gaan, die in de Martenastate op de Swarte Singel 2 in Cornjum woonde. Christine ging meestal naar de Nicolaaskerk op De Wier 7 in Cornjum, maar soms naar de Jacobijnerkerk, omdat zij de sfeer daar zo inspirerend vond. Zij liep al tegen de vijftig en zij was nog steeds een maagd. Toch droomde zij iedere dag van de ware Jacob, die in haar geval natuurlijk 100% protestants moest zijn. Dat was de onderliggende reden van haar kerkbezoeken aan de Jacobijnerkerk en andere protestantse kerken in de omgeving. Wopke zag wel, dat hij bij die vrouw niet snel een voet over de drempel zou krijgen. 'Lykwols sil ik it besykje!', dacht hij.

Op 9 oktober 1893 belde hij bij haar aan en gaf hij haar meteen een grote bos bloemen en een vluchtige handkus. 'Mei wa haw ik de eare?', vroeg zij. 'Ik bin professor Wopke van Hania en ik wol graach efkes mei dy prate!', zei Wopke. 'Moat ik dan elk folslein frjemde professor mar binnenlitte?', vroeg Christina. 'Ik fiel in sielsskriuw yn dy!', zei Wopke. 'No, foarút dan!', zei zij en zij duwde de voordeur verder open. In de behaaglijk woonkamer spraken zij over bijbelonderwerpen en hun meningen over diverse predikanten. Christina hield haar benen heel kuis stevig tegen elkaar aan. Haar rok leek wel een dwangbuis. Het begon Wopke steeds meer te irriteren, want hij wilde wel wat vooruitgang boeken. Haar enorm wijde blouse liet ook al niets van haar borsten prijsgeven. Ze beloofde hem een keer op te zoeken, wanneer zij weer een keer in de Jacobijnerkerk was, maar dat duurde Wopke allemaal veel te lang. Uit beleefdheid zei hij: 'Dat fyn ik in poerbêst plan!'. 'Tank foar it unverwachte besite!', zei zij nog, voordat zij de deur heel langzaam sloot.

In de reeds donkere avond van 9 oktober 1893 sloop Wopke rond de Martenastate en zocht hij naar een ingang. Die was er niet echt, dus gooide hij met veel kabaal een ruit in. Hij glipte er snel door naar binnen en grotendeels op de tast spoedde hij zich naar boven. Op de trap botste hij tegen Christine aan. Zij hield een spade in haar handen. 'Ik sla dy hielendal ferrot!', schreeuwde zij. Wopke rukte de spade uit haar handen en hij trok mee naar haar slaapkamer. Daar smeet hij haar op haar bed en trok hij de nachtjapon van haar lijf. 'Mar Wopke, wêrom dochst dit eins?', schreeuwde zij. 'Omdat ik dy no wol beminne!', schreeuwde hij. Totaal verslagen opende zij haar benen en liet zij hem zijn gang gaan. Bij het zien van haar prachtige vagina met de grote bos, zwarte schaamharen werd hij wild van begeerte en ramde hij zijn knotsgekke knots in haar weerloze Heilige der Heiligen. Hij verkracht haar op een werkelijk beestachtige wijze. 'Lik myn tiet!', riep zij wanhopig om hem van het ruwe, zeer pijnlijke stoten in haar af te leiden. 'Hâld dyn mûle, skande!', schreeuwde hij woest. Nadat hij was klaargekomen, stond hij hijgend en zwetend op. Zij huilde vreselijk en zij probeerde wat troost bij hem te vinden, maar hij sloeg haar ongenadig hard in haar gezicht en hij verdween in de nacht.

De volgende ochtend vond boer Wiebe Soepboer, die zoals altijd eieren en melk kwam brengen, het verdronken lichaam van gravin Christine van Liauckama. Zij had zich niet lang na de brute verkrachting van Wopke in het water rond de Martenastate verdronken. Men zei, dat zij zwaar depressief was en onherstelbaar eenzaam. De echte reden is nooit boven water gekomen.

Schrijver: Sir Joanan Rutgers
24 oktober 2026


Geplaatst in de categorie: adel

Er is nog niet op deze inzending gestemd.aantal keer bekeken 7

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!

reageer Geef je reactie op deze inzending: