Inloggen

biografie: Joanan Rutgers


Inzendingen van deze schrijver

4193 resultaten.

Onderdrukte emoties weergaloos moedig geopenbaard

beschouwing
5,0 met 1 stemmen 6
(voor Naima El Bezaz (1974 - 2020))
Je bent geboren op 3 maart 1974 in Meknes, Marokko, één van de vier koningssteden, met de imposante stadspoort, de Bap Mansour el-Aleuj. Je kwam uit een geletterd gezin met een groot respect voor de vertelkunst en de literatuur. In 1978 emigreerde jij naar Alphen aan den Rijn. Jouw vader werkte daar al in een fabriek. Jouw moeder werkte dag en nacht in Marokko om haar man naar Nederland te kunnen volgen. Samen met haar vijf kinderen. Jij was altijd al dol op taal en schrijven. Na de middelbare school studeerde je aan de Universiteit van Leiden. Op jouw 18-de ontmoette jij de uitgever Oscar van Gelderen (1965), die in 2007 uitgeverij Lebowski oprichtte. Terwijl je in een Van der Valk restaurant werkte, heb je een vegetarisch echtpaar varkensschnitzels te eten gegeven. Je zei: 'Zij was een secreet, hij een randdebiel!'. Ze kokhalsden, toen je het aan hen vertelde.
Tijdens een lezing van de Joodse schrijfster Yvonne Kroonenberg raakte je met haar aan de praat. Yvonne had in Leiden psychologie gestudeerd en zij was een psychotherapeute. Haar grootouders van haar moeder's kant zijn in de Tweede Wereldoorlog omgekomen. Op de lagere school is zij veel gepest. Yvonne introduceerde jou bij uitgeverij Contact, waar in 1995 jouw debuutroman 'De weg naar het noorden' verscheen. In 1996 ontving je voor dit boek de Jenny Smelik-IBBY-prijs. Het gaat over een jonge, werkloze Marokkaan, die op een beter leven in Europa hoopt. Jij had net als jouw vader een onstuimig karakter en jij kon jouw emoties niet verbergen. Je vond jezelf redelijk aantrekkelijk. Je wilde de mensen graag laten lachen en je had daarbij een sterk gevoel voor humor. Je zei: 'Ik ben heel depressief geweest. Zonder diep verdriet bestaat er geen humor.'. In 2002 verscheen 'Minnares van de duivel', met de nodige, erotische passages. Via internet kreeg jij laffe bedreigingen naar jouw hoofd geslingerd. Door alle ophef belandde jij in een diepe depressie, waar je in 'De verstotene' uit 2006 over schreef.
In 2006 verscheen ook 'De derde feministische golf' van de politiek filosoof Dirk Verhofstadt, de jongere broer van de Belgische ex-premier Guy Verhofstadt. In dit boek roept Dirk op tot een strijd tegen de onderdrukking van moslimvrouwen. Hij beschrijft interviews met jou, Ayaan Hirsi Ali, Nahed Selim, Irshad Manji, Naema Tahir en Yasmine Allas. Allemaal verwoede, zegevierende strijdsters tegen de islamitische vrouwenonderdrukking. Jij leed aan zware depressies en jij werd meerdere keren bedreigd vanwege jouw literaire boeken, compromisloze openhartigheid, non-conformistische seksualiteit en absolute vrijheid van meningsuiting. Dat was jouw goede, humanistische, democratische en goddelijke recht. Jouw politieke held was het CDA-lid Ernst Hirsch Ballin, omdat jij hem integer, betrokken en dienstbaar vond. Je hield van mannen zonder principes, die zichzelf durven zijn. Je hebt het meeste van jouw moeder geleerd, die het heel zwaar heeft gehad, maar ze was een geweldige doorzetter. ...

De vrouw achter de occultist Éliphas Lévi

beschouwing
Er is nog niet op deze inzending gestemd. 6
(voor Marie-Noémi Cadiot (rond 1830 - 1888))
Je bent geboren op 12 december 1828 of 1832 in Parijs. Je was een schrijfster en beeldhouwster. Jouw moeder was Alexandrine-Zoé de Montbarbon en jouw vader was de journalist Louis Florian Marcellin Cadiot. Jouw pseudoniem was Claude Vignon. Jij woonde in het Chandeau Institution in Choisy-le-Roi, waar een koninklijk kasteel van Lodewijk XV stond. Madame de Pompadour woonde daar ook. In 1843 ontmoette jij Eugenie Chenevier, een lerares aan het Chandeau Institution. Eugenie was bevriend met jou. Alphonse-Louis Constant ging samen met jullie stappen. Eugenie wilde met Alphonse trouwen en op 29 september 1846 werd hun zoon Xavier Henri Alphonse Chenevier geboren. Xavier leefde tot 1916 en zijn zoon Peter zette het nageslacht van Alphonse en Eugenie voort.
Jij werd smoorverliefd op Alphonse-Louis Constant, die zichzelf Éliphas Lévi noemde. Alphonse werd op 8 februari 1810 aan de Rue des Fossés-Saint-Germain-des-Prés geboren. Zijn moeder was Jeanne Agnès Beaucourt en zijn vader was de schoenmaker Jean Joseph Constant. Jij schreef vurige liefdesbrieven aan Alphonse en op jouw 18-de vluchtte jij naar de zolder van Alphonse. Jouw vader betichtte Alphonse van ontvoering van een minderjarige en hij eiste dat Alphonse met jou zou trouwen. Op 13 juli 1846 ben jij in het stadhuis van het 11-de arrondissement van Parijs met Alphonse getrouwd. Jouw familie wilde de bruiloft niet bekostigen, zodat de feestmaaltijd slechts uit gebakken aardappelen bestond, gekocht op Pont Neuf. Jij stimuleerde Alphonse om de politiek in te gaan.
De moeder van Alphonse had zelfdoding gepleegd door zichzelf met de kolenkacheldampen te verstikken. Alphonse zat op het seminarie van Saint-Nicolas-du-Chardonnet op 23, Rue des Bernardins. In 1830 overleed zijn vader en ging hij naar het seminarie van Issy om zijn filosofiestudie te voltooien. Op het seminarie van Saint-Sulpice studeerde hij theologie. Hij ontmoette de oma van Paul Gauguin, de schrijfster Flora Tristan, die op 14 november 1844 door de tyfus overleed. Ze werd 41 jaar. Flora was zijn vriendin en hij voltooide haar laatste werk onder de titel 'De emancipatie van de vrouw of het testament van de Paria'. Flora was in 1838 bijna doodgeschoten door haar ex-man Alain Chazal. Er bleef een kogel nabij haar hart zitten. Alphonse ontmoette Honoré de Balzac en hij zat in de abdij van Solesmes, waar hij Gnosis-boeken las, boeken van kerkvaders, Jean Cassien, asceten, mystici en Madame Guyon. In 1841 publiceerde hij de 'Bijbel van Vrijheid' en daarna zat hij 11 maanden in de gevangenis van Sainte-Pélagie. Hij las Emanuel Swedenborg en hij werd een Rozenkruiser en esotericus. Hij componeerde liederen en hij illustreerde twee boeken van Alexandre Dumas. Hij woonde op 10, Rue Saint-Lazare in Parijs en samen met zijn vriend, de filosoof/journalist/vrijmetselaar Charles Fauvety, stichtte hij het tijdschrift 'The Truth about All Things'. ...

De gestolen heiligenbeelden te Elsloo

verhaal
Er is nog niet op deze inzending gestemd. 5
Langs de Maas en het Julianakanaal ligt het pittoreske en gemoedelijke Elsloo te dommelen in de zon. Ver boven alle huizen uit prijkt de toren van de Sint-Augustinuskerk uit 1849. Boven de kerkdeur staat: 'K besta door deugden, ben God gewyd, Elsloo tot vreugden, de hel tot spijt. Het kaarsrechte toegangspad begint naast het Schippershuis op Op de Berg 7, waar Gozewijn Janssen drie jaar geleden zijn intrek heeft genomen. Gozewijn is een gepensioneerde juwelier uit Roermond, die de schaapjes allang op het droge heeft. Zijn grote hobby is het verzamelen van oude kunst. Voor de rest geniet hij zoveel mogelijk van zijn monumentale huis en de prachtige omgeving. Bij Kasteel Elsloo op Maasberg 2 komt hij bijna dagelijks om een kopje koffie met iets lekkers te nuttigen. Wat hem betreft hebben ze daar de heerlijkste Limburgse vlaai. Met biologische streekvruchten. Vandaag zit hij er niet alleen, maar met zijn oude vriendin uit St. Odiliënberg, barones Isabella van Schoonvorst. 'Doe ons maar een stukje vlaai met gemixte vruchten en een extra grote dot slagroom!', zegt Gozewijn tegen de serveerster. 'Heb je die Franse broche met die vier diamanten nog te koop?', vraagt Isabella, terwijl ze hem diep in de ogen kijkt. 'Heb je eindelijk een besluit genomen?', vraagt hij. 'Nou? Heb je hem nu nog of niet?' 'Jazeker, die is niet weggelopen, maar de prijs is nog steeds hetzelfde!' 'Zelfs voor een oude vriendin?' 'Goed dan, voor 5000 euro is hij van jou!' 'Verkocht, schat, en ik hoef niet eens naar de bank, want ik heb zelfs het dubbele bedrag hier bij me!' 'Niet erg verstandig als je het mij vraagt, maar dat moet je allemaal zelf maar weten!' 'Wat jij niet weet, is dat ik ook een klein blaffertje bij me heb voor het geval dat!' 'En ook nog wapenbezit erbij! Isabel, je doet me echt versteld staan!' 'Dat jij met al die kostbare schatten in jouw huis ongewapend wilt blijven, moet jij weten, heilige Gozewijn, maar dát vind ik nu onverstandig!'. Na het smikkelen van de vlaai en de koffie gaan ze gezellig door de botanische tuin wandelen, waar zo'n 2200 plantensoorten staan. 'Het lijkt hier wel de achtertuin van Claude Monet!', zegt Isabella. 'Nu je het zegt!', zegt Gozewijn, 'er zijn hier wel eens schilders, die de schoonheid van ons dorp komen vastleggen!'. 'Jouw oom Henri was toch ook een schilder?', vraagt zij. 'Dat klopt, een behoorlijk goede en bevriend met Willem de Kooning en Corneille!', antwoordt hij met een flinke dosis trots.
In het huis van Gozewijn koopt Isabella de broche en spreken ze voor de volgende keer bij haar af. Ze vertrekt op tijd, want ze wil voor het donker thuis zijn. Gozewijn kijkt naar 'Van onschatbare waarde', terwijl Agatha Schoenlapper, een aan de heroïne verslaafde zwerfster, met een klein zaklampje door de Sint-Augustinuskerk banjert. Ze is op zoek naar waardevolle spullen, die ze makkelijk kan verpatsen. Omdat ze nergens goud of zilver ziet, stopt ze eerst het houten beeld St. Anna te Drieën in een vuilniszak. Even later stopt ze ook een houten beeld van St. Barbara in de zak en tenslotte voegt ze daar het beeld van de Zwarte Madonna nog bij. In de sacristie checkt ze nog even of de neergeslagen priester nog buiten westen is en daarna loopt ze met de zak op haar rug langs het huis van Gozewijn, die haar via een zijraam ziet lopen en meteen onraad ruikt. Hij klikt de televisie uit en hij trekt zijn jas aan. In de verte ziet hij nog een schim met een zak op de rug. Hij besluit eerst naar de kerk te gaan om te kijken of daar alles in orde is. Bij de sacristie staat er een deur open en hij voelt meteen dat het mis is. Met zijn aansteker zoekt hij naar de lichtknop en dan ziet hij de pastoor liggen. Zijn hoofd ligt in een plas met bloed en Gozewijn voelt of zijn hart nog klopt. Hij schrikt heftig, want het klopt niet meer. Nadat hij thuis de politie heeft gebeld, gaat hij zelf op onderzoek door de straten van Elsloo. Hier en daar komt hij een bekende tegen en vertelt hij wat er gebeurd is. Er worden zoveel mensen als maar kan gewaarschuwd en opgetrommeld om de dader te pakken te krijgen. 'Wat vertel je me nou? Is meneer pastoor doodgeslagen?', roept Rogier Verstappen, 'ik haal meteen mijn jachtgeweer!'. Het krioelt van de zaklamplichten en fietslichten in het dorp. Iedereen is in rep en roer, terwijl Gozewijn door het park van Kasteel Elsloo sluipt. Op een bankje ziet hij haar zitten, met naast haar een vuilniszak. Hij weet dat zij de moordenares is, maar hij gaat gewoon naast haar zitten. 'Goede avond!', zegt hij, 'wat een lekkere avond om hier te kunnen zitten hé?'. 'Wat moet je, ouwe, loop gewoon door ja, oprotten ja!', zegt zij agressief. 'Nou nee, jongedame, dat ben ik echt niet van plan, want deze bank is van iedereen en ik wil er graag even op uitrusten!', reageert Gozewijn in alle rust.
Na een ongemakkelijke stilte begint Agatha aan de zak te friemelen en staat ze op. 'Dan ga ik zelf wel verkassen, oude kasplant!', sneert ze hem toe. 'Want eens even, jongedame, mag ik soms weten wat jij daar in die zak hebt zitten?' 'Soms even niet, nieuwsgierige nachtuil, tenzij je geld bij je hebt en het wilt kopen!' 'Dat hangt er van af wat het is!' 'Eerst zeggen of je geld bij je hebt!' 'Heb ik!' 'Laat zien dan!'. Gozewijn pakt zijn portemonnee en hij trekt er enkele honderdjes uit. 'Okay, ouwe, ik laat je zien wat ik te koop hebt!', zegt Agatha en ze gaat weer naast hem zitten. 'Wat doen al die lichten overal? Is er soms iets ergs gebeurd in het dorp?', vraagt Agatha. 'Ik zou het niet weten, dame, maar laat mij nu jouw koopwaar maar eens zien!', zegt hij. Hij probeert tijd te winnen en hij hoopt dat andere dorpsbewoners hun positie ontdekken. 'Ik heet Gozewijn en hoe heet jij?' 'Ik heet Agatha, maar dat gaat je eigenlijks geen donder aan, hier! dit heb ik ergens gevonden! is het wat voor jou en zo ja, wat geef je me daar dan voor?' 'Laat me eens kijken, zo-zo, dat zijn mooie beelden, het is hier wat donker, maar ik denk toch zeker dat het antieke beelden zijn, weet je wat, ik geef je 500 euro voor alle drie de beelden!' '1000 en lager ga ik niet!' 'Je zult wel moeten, want mijn laatste bod is 800 euro!' '900!' '800 of anders mag je lekker zelf houden!' 'Goed dan, 800 euro en snel een beetje, want ik heb haast!' 'Haast? Dat klinkt alsof er iemand jou op de hielen zit!' 'Bemoei je verder maar met jezelf, grijze opa, en stel niet zoveel vragen ja!' 'Hier is jouw eerlijk verdiende gelden weet je al wat je ermee gaat doen?' 'Wat zei ik nou, ouwe, geen vragen meer ja!' 'Moet je de trein soms nog halen?'. Agatha loopt weg. 'Overigens, die beelden komen me wel heel erg bekend voor, wat jammer dat meneer pastoor er niet meer bij kan zijn, wanneer ze weer in de kerk terug geplaatst worden!', roept Gozewijn luid en duidelijk. Agatha staat meteen stil en ze keert zich om. Ze ploft naast hem neer. 'Is hij dan dood?', vraagt ze met een trillende stem. 'Die kaarsenstandaard is hard aangekomen, Agatha!' 'Maar die zak wilde me de sleutel naar de kerk ook niet geven!' 'Dat kan zo zijn, maar je hebt nu wel een priester vermoord!' 'Weet jij eigenlijk wel wat het betekent, wanneer je zoals ik enorm veel naar een shot heroïne snakt?' 'Ook dat kan zo zijn, maar dat geeft je nog niet het recht om een priester te doden!' 'Ach wat man, dat was toch helemaal mijn bedoeling niet!' 'Ga je met me mee, zodat je jezelf kunt aangeven?' 'Ben je helemaal zot geworden of zo, nee, ouwe, daar trap ik mooi niet in, de ballen, jij, hier scheiden onze wegen!' 'Ik hoef maar één telefoontje te plegen en je bent erbij, Agatha!', zegt Gozewijn, terwijl hij zijn mobieltje nadrukkelijk in de hoogte houdt.
De volgende ochtend wordt het levenloze lichaam van Gozewijn in de kasteelvijver gevonden. Rondom hem drijven twee houten beelden. Het beeld van de Zwarte Madonna wordt later opgedregd. Naast een bankje vindt de politie de lege beurs van Gozewijn. Drie dagen later is de begrafenisdienst in de Sint-Augustinuskerk. De nieuwe pastoor looft de moed van Gozewijn, die zijn leven heeft gegeven voor de drie heiligenbeelden, die gelukkig weer terug zijn. Op de voorste bank zit Isabella van Schoonvorst instemmend te knikken. Op haar mantelpakjasje siert de broche met diamanten. De rouwstoet bestaat zo ongeveer uit het hele dorp. Ook het personeel van hotel-restaurant Kasteel Elsloo loopt mee en heeft de tent op deze dag gesloten....

Na 15 jaar met Rodin barstte je los

beschouwing
5,0 met 1 stemmen 14
(voor Émile-Antoine Bourdelle (1861 - 1929))
Je bent geboren op 30 oktober 1861 in Montauban. De neoklassieke schilder Jean-Auguste-Dominique Ingres is er ook geboren. De stad ligt op de rechteroever van de Tarn. In het Musée Ingres op 19, Rue de l'Hotel de Ville staan ook beeldhouwwerken van jou, zoals 'La Victoire de Hartmannwillerkopf' en 'La mort du dernier centaure'. Jouw vader was een meubelmaker. Je was 13 jaar toen je de school verliet en in het atelier van jouw vader ging werken. Daar maakte je houtsnijwerk. In 1876 kreeg je hulp van de schrijver Émile Pouvillon en kreeg je een beurs om aan de School voor Fijne Kunsten in Toulouse te studeren. Toch bleef je een felle individualist en pleegde je verzet tegen het formele lesprogramma. Émile was bevriend Pouvillon was bevriend met de schrijver/marine-officier Pierre Loti (Louis Marie-Julien Viaud), die 'Le Roman d'un enfant' schreef, wat Marcel Proust sterk heeft beïnvloed.
Op jouw 24-ste ging jij naar de École des Beaux-Arts in Parijs. Je werkte in het atelier van de beeldhouwer/schilder Alexandre Falguière en je kwam bij zijn buurman, de beeldhouwer Aimé-Jules Dalou, over de vloer. Dalou was met Irma Vuillier getrouwd en hun dochter Georgette was geestelijk gehandicapt. Hij was bevriend met Auguste Rodin. In 1885 kreeg jij een succesvolle vermelding voor 'De eerste overwinning van Hannibal'. Jij huurde een atelier op 16, Impasse du Main, naast de schilders Eugène Anatole Carrière en Jean-Paul Laurens, die ook een beeldhouwer was. Eugène Anatole was goed bevriend met Rodin en in 1890 portretteerde hij Paul Verlaine. Zijn vrouw Marguerite stond vaak model voor hem. In 1887 verliet je het atelier van Falguière en je maakte 40 sculpturen van Ludwig von Beethoven. In september 1893 ging jij in het atelier van Rodin werken en je werkte 15 jaar met hem samen.
In 1895 kreeg jij de opdracht om een oorlogsmonument voor de stad Montauban te maken. Jouw plannen veroorzaakten een schandaal, maar Rodin wist de zaak te redden, waardoor het monument in 1902 werd opgericht. In 1900 maakte je een buste van Apollo, waarmee je Rodin's stijl losliet. In 1900 werd er door Rodin, Jules Desbois (1851 - 1935) en jou een vrije school voor de beeldhouwkunst opgericht, het Institut Rodin-Desbois-Bourdelle. Desbois was een leerling van de beeldhouwer Pierre-Jules Cavelier. Henri Matisse was een leerling van jullie. De school heeft maar kort bestaan. In 1905 had je jouw eerste solo-expositie in de galerie van de gieterij-eigenaar Hébrand. Door de gieterij van Hébrand kon je grotere werken maken en kreeg je meer erkenning. In 1906 overleed jouw vader en je veranderde jouw voornaam in enkel Antoine, net als jouw vader. ...

Bij het orgel van Moreau

beschouwing
4,5 met 2 stemmen 20
Het was de zoveelste Open Monumentendag, die ik in mijn woonplaats Gouda meemaakte. Ik heb zo ongeveer alles al wel gezien, wat er aan bijzondere oudheden in deze stad bestaat. De onderaardse kasteelgewelven van het Kasteel van Jacoba van Beieren hebben mij het meest geraakt.
Het verhaal gaat, dat er kasteelgangen onder de IJssel hebben bestaan of er zelfs nog steeds bestaan. Dat spreekt natuurlijk aardig tot de verbeelding en heeft mijn hang naar ridderavonturen doen ontwaken. Een beetje in de stijl van de televisieserie 'Floris'. De naam Sindala uit deze serie vond ik als kind zeer betoverend en fantasie opwekkend. Overigens verstond ik altijd Zendelaar.
Door de coronacrisis waren de te bezichtigen monumenten danig beperkt, vooral in bewegingsvrijheid. Ik plaatste mijn oranje bakkersfiets tegen een steunbeer van de Sint-Janskerk en ik liep het hoekje om. Ik hoopte de kerktoren te kunnen beklimmen, want dat heb ik in al die jaren nog nooit gedaan. Alsof ik er door werd aangezogen, bleek de deur naar de toren gewoon open te staan. Ik moest mijzelf wel even aanmelden met een app, maar dat kon ik niet, dus deed die aardige meneer dat voor mij, op zijn telefoon. Daarna glipte ik als een vis in het water het trapportaal in. Een ronddraaiende trap zoals in de meeste, oude torens. Ik bespeurde de koele keldergeur en ik keek amper door de raampjes, omdat ik zo snel mogelijk naar de top van de toren wilde.
Op die top had ik eens vanaf het Marktplein Syb van der Ploeg 'Geef mij nu je angst' van André Hazes horen zingen. Dat was voor The Passion en Syb speelde toen Jezus. Hij hield zijn handen gespreid en hij droeg witte kleren. Heel indrukwekkend en ontroerend. Het deed ook mijn verlangen om die top eens te kunnen bereiken, aanwakkeren. Bijna overal in het land kun je torens beklimmen en dat doe ik dan ook erg graag, maar hier in Gouda lijkt het wel een gift voor uitverkorenen. Mogelijk is het feit dat de strenge protestanten nu die kerk en toren beheren daar debet aan. ...

Een kasteeltragedie in Sittard

verhaal
Er is nog niet op deze inzending gestemd. 19
De dakloze zwerver Jeroen Peeters vist zo af en toe iets eetbaars uit de afvalbakken in het centrum van Sittard. Koude frieten en half afgekloven sauseise broodjes zijn voor hem een ware traktatie. Hij snapt er geen biet van dat de mensen dat zomaar weggooien. De samenleving gaat überhaupt compleet langs hem heen. Dat is altijd zo geweest. Hij leeft in zijn eigen waanwereld en die strookt op geen enkele manier met de buitenwereld. Bovendien kan hij geen contact met andere mensen aangaan. Lijkt dat even wel te lukken, dan gaat dat al rap weer rigoreus mis. Omdat hij in zichzelf gevangen zit, verzint hij van alles om het draaglijk te maken, maar voor hem zijn die verzinsels zo echt als het maar kan. Het is meer dan fantasie. Het is zijn bitter-noodzakelijke overlevingsmechanisme. Het maakt hem weerbaar tegen de genadeloze, interne eenzaamheid. Hij weet ermee boven de voortdurende afbraak van zijn wankele psyche uit te stijgen. Jeroen weet al jaren niet meer wie hij is en om aan dat enge gevoel te ontsnappen, drinkt hij elke dag zoveel alcohol als hij maar te pakken kan krijgen. Niet dat het daar beter van wordt, maar zijn van nature sombere inborst wordt er wel behoorlijk vrolijker van en dat is hem heel wat waard. Heel soms komt hij onder zijn lotgenoten iemand tegen met wie het klikt. Dat is nu het geval met zijn nieuwe vriendin Emma Morel, die net als hij maar wat langs de straten zwerft en van de afval en de spaarzame giften leeft. Emma's ouders wonen in een groot grachtenpand in Den Haag en ze heeft zelfs het gymnasium gehaald, maar daarna ging het helemaal bergafwaarts met haar en raakte ze aan de harddrugs. Omdat ze geld van haar vader stal, heeft hij haar op straat gezet. 'Zie maar waar je gaat slapen!', zei die harteloze bullebak, 'maar hier kom je er niet meer in!'. Dat zette ze hem betaald door een week later bij hem in te breken en naast een berg geld ook de juwelen van haar moeder mee te nemen. Zo kon ze er weer een tijdje tegenaan. Om de politie te ontwijken, is ze naar andere steden uitgeweken. In Utrecht heeft ze een tijd als prostituée gewerkt om haar heroïneverslaving te bedruipen. Als het haar uitkomt, speelt ze met gemak de hoer, als het maar wat heroïne oplevert. Ze heeft Jeroen tijdens Open Monumentendag in Sittard ontmoet, toen ze beiden de 83 meter hoge kerktoren van de Sint Petruskerk beklommen. Dat is de hoogste toren van Limburg. God, wat hadden ze genoten van het imposante uitzicht! Hun vriendschap was met enkele bierblikjes begonnen, die ze daarboven open klikten.
'Ik ben Engelbrecht II van Nassau-Breda!', zegt Jeroen tegen een giechelende Emma. 'En ik ben koningin Sisi van Oostenrijk!', pocht Emma met een zwierig, koninklijk handgebaar. 'Nee echt!', vervolgt Jeroen, 'ik was Engelbrecht in mijn vorige incarnatie, dat kun je nog heel goed aan mij zien, want ik ben ternauwernood ontkomen aan de vernielzucht van Maarten van Rossum en zijn vandalen!'. 'Maar dan heb jij recht op dat nieuwe kasteel wat ze daar gebouwd hebben!', zegt Anna met klem. 'Je hebt verdorie gelijk, dat ik daar niet aan gedacht heb, kom!, dan gaan we onze edele slaapplaats innemen!', meent Jeroen in alle ernst. 'Eerst nog even wat heroïne en een fles goedkope whisky scoren!', zegt Anna en ze zwaait hem uit. 'Ik zie je over een uur bij dat huis op Markt 20!', schreeuwt Jeroen haar na. Ze knikt als een eend. Jeroen heeft nog drie euro in zijn broekzak en hij besluit een zak patat te kopen. 'Lekker warm voor de verandering!', roept hij tegen de contact vermijdende verkoopster. 'Niemand is, waar hij is!', mompelt hij, 'iedereen loert naar zijn mobieltje! Debieltjes met mobieltjes!'. Nadat Emma en Jeroen elkaar weer treffen bij het Markt-huis, gaan ze met een heilig doel voor ogen richting hun woonparadijs. Binnenkort zullen ze ware kasteelbewoners zijn. Niets kan hen daar nog van weerhouden. 'Er zal vast wel een flinke wijnvoorraad zijn!', roept Jeroen verheugd. 'En een heerlijk geurend hemelbed!', roept Emma terug. 'Dan hoeven we het tenminste niet meer in de bosjes te doen!', roept Jeroen, terwijl hij Emma in haar billen knijpt. Ze reageert meteen door hem een dikke zoen om zijn mond te geven. In het bos nabij het kasteel Millen bindt Emma nog even haar arm af en prikt ze de heroïnespuit in haar armader. Jeroen ziet hoe ze even helemaal wegvalt. Na een tijdje is ze gereed om met Jeroen het kasteel te veroveren, of zeg maar hér te veroveren. 'We slaan gewoon een ruit in en we klimmen naar binnen!', fluistert Jeroen. 'Maar dan gaat het alarm af!', fluistert Emma terug. 'Wie er nu ook woont, ik kom gewoon mijn eigendom weer innemen, zal ik zeggen!', zegt Jeroen. 'Denk je dat ze dat pikken?', vraagt Emma bezorgd. 'Geef me die fles eens, even wat moed indrinken!', zegt Jeroen. 'Dan moet het maar!', besluit Emma.
Terwijl Jeroen met een kei een raam inslaat, gaat er meteen een alarm rinkelen, maar daar laten ze zich niet door imponeren. Met grote kalmte klimmen ze door het raam naar binnen. Ze staan in een wasruimte, waar ze meteen uit willen. In een lange gang tasten ze met hun handen tegen de muren en schuifelen ze verder. In de verte worden lampen aangedaan en er komt iemand met een zaklantaarn in hun richting. 'Wie zijn jullie en wat moeten jullie hier?', schreeuwt een dikke kerel met een pistool in zijn andere hand. 'Ik ben niemand minder dan Engelbrecht II van Nassau-Breda!', roept Jeroen met een plechtige toon, 'ik kom hier samen met mijn dierbare beminde het kasteel weer overnemen, omdat het altijd van mij is geweest!'. De dikke kerel met walrussnor begint keihard te lachen. 'Barbara! Moet je nou eens zien! Hier zijn twee loslopende gekken uit de middeleeuwen!', roept hij naar achteren. 'Mag ik u verzoeken uw wapen op de grond te leggen, meneer, en mijn kasteel subiet te verlaten, samen met uw echtgenote!', zegt Jeroen. 'Luister, jongeman, geen stap dichterbij of je bent er geweest!', roept de walrussnor. Jeroen loopt argeloos naar voren en hij steekt zijn hand uit. 'Geeft u dat onzinnige wapen nu maar aan mij!', zegt hij nog, terwijl de dikke man uit pure angst begint te vuren. Emma ziet hoe Jeroen geraakt wordt en zij rent naar hem toe. Wanneer ze ziet dat Jeroen in zijn hoofd geraakt is en levenloos in haar armen ligt, raakt ze vervuld van een enorme woede en kracht. Ze springt onverwachts op de dikke man af, die zo'n beweging niet verwachtte, waardoor Emma zijn pistool weet te grijpen en hem in zijn dikke buik schiet. De man begint te kermen van de pijn. 'Hier! Dit is voor Jeroen, eikel!', zegt ze, terwijl ze hem door zijn hoofd schiet. Zijn vrouw Barbara begint heftig te gillen en weg te rennen. Emma gaat meteen achter haar aan en in één van de vele slaapkamers vindt hij haar onder een bed. Zij trekt haar eronder vandaan en ze schiet twee keer door haar hoofd. Het bloed spat als verfklodders over de vloer. Daarna probeert Emma zo snel mogelijk te kalmeren en schakelt ze het alarm af. Ze vermoedt dat de politie inmiddels op de hoogte van de inbraak is, maar dat er nog genoeg tijd over is om Jeroen naar een hemelbed te slepen. Zo gedacht, zo gedaan en even later ligt ze naast het dode lichaam van Jeroen in een brandschoon hemelbed. Het wachten is op de sirene van de politie. 'Wat raar dat die paniekzaaiers zichzelf altijd zo luidruchtig aankondigen!', denkt ze. Ze kust het bebloede gezicht van Jeroen en ze gunt zichzelf nog een hazeslaap. 'Toch even een kasteelvrouw, mijn lieve Jeroen!', fluistert ze heel minzaam....

Een XXL-occultist zonder geheimen

beschouwing
Er is nog niet op deze inzending gestemd. 10
(voor Joséphin Péladan (1858 - 1918))
Je bent geboren op 28 maart 1858 in Lyon. Jouw familie was vroom rooms. Jouw moeder was Joséphine Vaquier. Jouw vader was Louis-Adrien Péladan (1815 - 1890), een schrijver, dichter en Ridder van Sint-Sylvester. Hij was lange tijd de hoofdredacteur van 'La France litteraire'. Hij schreef over verschijningen en profetieën. Hij beleed een filosofisch-occult katholicisme. Jouw broer Adrien Péladan was geboren op 18 juni 1844 in Nîmes. Hij was een bekende homeopaat/magnetiseur, die het tijdschrift 'L'Homéopathie des familles et des médecins' stichtte.
Jij studeerde eerst aan het jezuïetencollege in Avignon. In Avignon staat het Palais des Papes, met daarnaast de kathedraal. Daar ontdekte je dat een leraar atheïst was en dat maakte je belachelijk, waardoor je naar de middelbare school in Nîmes moest. Ook van de jezuïeten. De kathedraal van Nîmes is gewijd aan de Heilige Maagd Maria en Sint Castor van Apt. Je wist jouw baccalaureaat niet te behalen en je ging in 1882 naar Parijs, waar je een literair schrijver en kunstcriticus was. In Parijs kreeg je van Arsene Houssaye een baan als artistiek recensent bij 'L'Artiste'. Je nam al vroeg het pseudoniem Sâr Merodak Péladan, verwijzend naar de Babylonische beschermgod Mardoek. Jij gaf jouw vrienden ook namen uit het Babylonische godendom. Jij was excentriek in jouw ideeën en kleding. Je had paars briefpapier en je gebruikte continu neologismen. Je was een getalenteerde, erudiete schrijver en kunstminnaar, maar door jouw grootheidswaan had je veel vijanden.
Je ontmoette de schrijvers Paul Bourget en Jules Barbey d'Aurévilly. Jules schreef het voorwoord in jouw roman 'Le Vice suprême' uit 1884. In 1884 ging jij samen met de dichter Stanislas de Guaita de Rozenkruisersbroederschap herscheppen. Jullie schakelden daarbij de hulp van Gérard Encausse in. Jij werd beïnvloed door de occultist/magiër Éliphas Lévi. ...

Bloemrijke poëzie naar de aarde gebracht

beschouwing
Er is nog niet op deze inzending gestemd. 9
(voor Frances Sargent Osgood (1811 - 1850))
Je bent geboren als Frances Sargent Locke op 18 juni 1811 in Boston. Jouw ouders waren Joseph Locke, een rijke koopman, en Mary Ingersoll Foster. Jouw vader was eerst met Martha Ingersoll getrouwd, de zus van jouw moeder. Jouw moeder was eerst met Benjamin Foster getrouwd, met wie zij twee kinderen kreeg; William Vincent Foster en Anna Maria Wells (1794 - 1868), die dichteres/kinderboekenschrijfster was. Benjamin overleed toen Anna een kind was. Jouw ouders kregen samen zeven kinderen. Anna trouwde in 1829 met de dichter Thomas Wells, met wie ze vier kinderen kreeg.
Jij groeide op in Hingham en jij had privé-docenten. In 1828 ging jij naar het Boston Lyceum voor Jonge Dames aan de Mount Vernon Street, opgericht in 1811 door de pedagoog/krantenman John Park. Zijn dochter Louisa Jane Hall was een dichteres/schrijfster. Op jouw 14-de debuteerde je met jouw poëzie in het kindertijdschrift 'Juvenile Miscellany', met als oprichtster/redactrice de invloedrijke schrijfster Lydia Maria Child. In 1834 ontmoette jij in het Boston Athenaeum de jonge portretschilder Samuel Stillman Osgood. Hij schilderde jouw portret en jullie zijn op 7 oktober 1835 met elkaar getrouwd. Kort daarna verhuisden jullie naar Londen, waar Samuel kunst bleef studeren en rijke mensen portretteerde. Op 15 juli 1836 werd jullie dochter Ellen Frances geboren.
In 1838 verscheen jouw dichtbundeldebuut 'A Wreath of Flowers from New England', inclusief het dramatische gedicht 'Elfrida'. In 1839 verscheen 'The Casket of Fate' en gingen jullie naar Boston terug, omdat jouw vader was overleden. Jij publiceerde soms onder jouw pseudoniemen Kate Carol en Violet Vane. Op 21 juli 1839 werd jullie tweede dochter May Vincent geboren. In 1841 verscheen 'The Poetry of Flowers and the Flowers of Poetry'. In 1842 verhuisden jullie naar New York City, waar jij een prominent lid van de literaire salons werd. In 1842 verschenen 'The Snowdrop, a New Year Gift for Children', 'Rose, Sketches in Verse' en 'Puss in Boots'. In 1844 verscheen 'The Marquis of Carabas'. Je publiceerde gedichten, korte verhalen en essays in o.a. de 'Broadway Journal', 'Graham's Magazine' en 'The Columbian Magazine'. Je schreef gedichten voor jouw moeder, jouw man, jouw kinderen, jouw vrienden en geliefden. Samuel verliet jou en de kinderen om goud in Californië te zoeken. ...

De dorpsgek van Echt

verhaal
Er is nog niet op deze inzending gestemd. 11
Niemand kijkt er meer raar van op, wanneer Lowie Houben door de straten van Echt slingert en keihard het Wilhelmus zingt of zeg maar schreeuwt. De meeste Echtenaren zijn het wel gewend, dat deze eenzame zonderling ruimschoots uit zijn dak gaat. Het is alom bekend dat hij van adel is en dat hij in het herenhuis Huis Verduynen woont, samen met zijn nicht Geertruida van Limburg Stirum, die hem zo goed mogelijk verzorgd en in bedwang houdt. Zijn vader is tijdens de jacht op vossen bij een vriend in Wales per ongeluk door een bijziende Lord uit Shrewsbury doodgeschoten. Toen was Lowie zeven jaar en sindsdien spaart hij boeken, beeldjes en foto's van vossen. Vorig jaar is zijn moeder van 101 in de gracht rondom Huis Verduynen verdronken, omdat ze dronken van de port zoveel mogelijk rondom het huis wilde zwemmen. Hij ging er in een rubberboot achteraan, ook omdat hij niet kan zwemmen, maar die is toen lek gegaan, waarna de postbode Lowie heeft kunnen redden, maar voor zijn moeder was het te laat. Nu was Lowie altijd al een beetje vreemd, maar na het overlijden van zijn moeder is hij helemaal doorgedraaid. Geertruida, die altijd een zwak voor hem heeft gehad, heeft toen meteen besloten om bij hem in te trekken en voor hem te zorgen, zolang dat mogelijk is. Zij heeft er een hele klus aan, maar zij doet het met veel liefde. Aan het stuur van zijn fiets heeft Lowie twee grote, Zwitserse koeienbellen hangen en in zijn fietstassen zitten blikjes frisdrank en zakjes snoep, die hij aan de kinderen en bejaarden uitdeelt. Lowie verkeert in een permanente, vrolijke staat van regressie en hij leeft zichzelf helemaal uit. Zolang agent Hendriks hem maar niet de les leest, want dan kan zijn humeur helemaal omslaan en zit hij soms eindeloos lang op een bankje te snikken. Vandaag is die vervelende Hendriks in geen velden of wegen te bekennen en schreeuwt Lowie 'Oranje boven! Leve de koningin!' naar iedereen, die hij tegen komt. Bij de bakkerij maakt hij een stevige slip, waarna hij zijn fiets laat vallen. Er rollen enkele blikjes Fanta over het trottoir, maar dat merkt hij niet eens, zo opgewonden is hij. Eenmaal binnen roept hij meteen 'Fien! Fien! Kom snel! Ik heb groot nieuws!'. De parmantige bakkersjuffrouw Fien Wouters snelt de winkel in en ze schenkt Lowie meteen één van haar allerliefste glimlachen. 'Zeg het eens, mijn beste Lowie, wat is het grote nieuws?', vraagt ze. 'Nou, nou, morgen, Fien, morgen komt de koningin op bezoek! Hier in Echt, bij het Karmelitessenklooster, Geertruida heeft het mij zelf laten zien!', reageert Lowie vol vreugde. 'Komt ze dan op werkbezoek of zo?', vraagt Fien. 'Ja, ja, zoiets, en de burgemeester is er ook bij!', zegt hij, terwijl hij hard met zijn benen begint te trappelen. 'En dat kom jij mij even vertellen?', zegt zij met een bezorgde blik. 'Ook!', zegt hij triomfantelijk, 'maar ik kom die taart daar kopen!'. Hij wijst naar een grote slagroomtaart. 'Om de komst van koningin Máxima te vieren?', zegt Fien, die meteen de taartschep pakt en het ronde smulwonder in een doos doet. 'Kom je ook naar haar kijken?', vraagt hij. 'Ik zou wel willen, grote bofkont, maar ik moet de winkel draaiende houden!', zegt Fien, 'maar ik wil wel graag horen hoe het geweest is, afgesproken?'. 'Afgesproken!', zegt hij en hij verlaat dansend de winkel.
De volgende dag is Lowie behoorlijk gespannen en zenuwachtig over de komst van koningin Máxima. Toch voert de verwachtingsvolle sfeer in zijn huis aan de Berkelaarseweg 15 de boventoon. Samen met Geertruida eten ze de laatste stukjes taart nog op en dan gaan ze samen naar de Bovenstestraat 48, waar hún koningin het R.K. Karmelitessenklooster gaat bezoeken. Op weg naar het feestelijke gebeuren vertelt Geertruida aan Lowie, dat het waarschijnlijk om de heilige Edith Stein gaat, die daar in het klooster heeft gezeten. 'Weet je nog van die koormantel in de Sint-Landricuskerk, die we samen bekeken hebben?', vraagt Geertruida. 'Ja, die hangt in zo'n gekke doorkijkkast!', antwoordt Lowie. 'Nou, die is dus van Edith Stein geweest en dat was een hele bijzondere mevrouw!', zegt Geertruida. 'Waarom?' 'Omdat ze heel veel van Jezus en Moeder Maria hield!' 'Leeft ze niet meer dan? Net als pappie en mammie?' 'Jawel, maar ze leeft nu weer in de Bron, bij de engelen en bij Jezus en Maria, maar dan veel dichter bij!' 'En bij pappie en mammie?' 'Zeker ook bij hen!' 'En is Máxima ook een soort Edith Stein? Is die ook heilig?' 'Heilig weet ik niet, maar het is wel een bijzondere vrouw, maar dan anders!' 'Hoe anders?' 'Nou, zij is door haar familie klaargestoomd om een belangrijke man aan de haak te slaan en dat is haar behoorlijk gelukt!' 'Is dat alles?' 'Ik vrees van wel, maar ze speelt heel goed de rol van koningin en daarom vinden wij haar leuk!' 'O, maar dan is ze dus een soort Brigitte Bardot!' 'Inderdaad, of een Grace Kelly!' 'Wie?' 'Ach, laat maar, dat was ook een actrice, maar kijk, we zijn er bijna!'. Rondom de ingang van het Karmelitessenklooster is het afgezet met dranghekken. Politie-agenten houden de belangstellende Máxima-fans goed in de gaten. Geertruida en Lowie weten nog een mooi plekje vooraan te bemachtigen. Daarna wordt het al snel veel drukker en wapperen er hier en daar oranje vlaggetjes. De spanning stijgt, wanneer een agent vertelt, dat ze elk moment kan arriveren. Zodra er een grote, dure, donkerblauwe auto aan komt rijden, stijgt het gejoel in het publiek. Lowie weet een dranghek los te wrikken en op een kier te zetten. De agenten kijken allemaal naar de elegante benen, die eerst verschijnen. 'Lekkere kuiten om in te bijten!', schreeuwt Lowie van de opwinding. 'Hé, mafkees, laat je blote kont nog eens zien!', schreeuwt een snotaap naar Lowie. Lowie reageert niet, want hij ziet iets wat hem niet bevalt. In een huis tegenover het Karmelitessenklooster ziet hij duidelijk de loop van een geweer uit een raam steken. Hij aarzelt geen moment en hij glipt door de dranghekken. Een agent schreeuwt nog: 'Hou die jongeman daar tegen!'. 'Lowie, wat doe je nou?', roept Geertruida. Koningin Máxima kijkt verschrikt en verbaasd naar Lowie, die op haar af komt stormen. Terwijl Lowie voor haar springt, klinkt er een schot vanaf de overkant. Lowie wordt in zijn borst geraakt en koningin Máxima laat van schrik haar bosje bloemen vallen. De veiligheidsagenten vuren meteen naar het raam en het publiek stuift uit elkaar. Máxima wordt meteen in veiligheid gebracht en drie agenten beuken de deur van een woning open. Geertruida knielt bij Lowie neer. Zijn laatste woorden zijn: 'Is de koningin in orde?'. Geertruida knikt door haar tranen heen en ze ziet hoe Lowie de geest geeft. Even later ziet ze hoe de politie een oude, lelijke brompot met zich mee sleuren. Hij schreeuwt wat in het Spaans. Zodra de kust veilig is, komt koningin Máxima naar de vermoorde Lowie kijken en omarmt zij Geertruida. 'Hij heeft mijn leven gered!', zegt Máxima vol ontroering, 'ik zal dat nooit vergeten!'.
Een maand later bezoekt koningin Máxima Huis Verduynen en praat zij urenlang met Geertruida. Daarna legt zij een bos bloemen op het graf van Lowie en breekt zij in tranen uit. Geertruida legt een arm om haar schokkende schouders. De brutale paparazzi ligt her en der op de loer en de gemaakte foto's zullen morgen op de voorpagina's van de kranten staan. Wanneer Máxima ineens neerknielt en haar handen vouwt, klinken er overal klikkende camera's. Er biggelen tranen over haar wangen en ze prevelt een Spaans gebed. Geertruida verdenkt haar nu wel van toneelspel en bewuste aandachttrekkerij. Geertruida ontdekt, dat Máxima met die verscholen fotografen speelt en ze trekt Máxima omhoog. 'Kom meid!', zegt Geertruida, 'even die tranen afvegen en dan naar de plek, waar Lowie zijn leven voor jou heeft gegeven!'. Terwijl ze naar de dienstwagen sjokken, schieten er allemaal donkere schimmen langs de graven. Eenmaal bij het Karmelitessenklooster onthullen Máxima en Geertruida samen de goudkleurige gedenkplaquette voor Lowie. Er staat: 'Voor Lowie Houben (1977 - 2020), die hier zijn kostbare leven voor koningin Máxima heeft gegeven. Hij stierf door de kogel, die voor de koningin was bedoeld. De koningin is hem eeuwig dankbaar.'. Bij het lezen van de laatste woorden, begint Geertruida oprecht dankbaar te huilen, waarbij koningin Máxima haar de zakdoek reikt. 'Paparazzi of niet, het is nu of nooit!', denkt Geertruida en ze geeft koningin Máxima een vette mondkus, die ze vijf seconden weet te rekken....

De gestolen ring van Oscar Wilde

beschouwing
5,0 met 1 stemmen 20
De kunstdetective Arthur Brand (1968, Deventer) groeide op in Deventer. In zijn jeugd was hij al geïnteresseerd in kunst en geschiedenis. Zijn ouders namen hem altijd mee naar de musea, waardoor zijn liefde voor de kunst is ontstaan. Als kind las hij veel stripboeken, wat zijn hang naar avontuur heeft aangewakkerd. Zijn opa vertelde hem over Han van Meegeren, de wereldberoemde vervalser van Deventer, die in de Tweede Wereldoorlog valse schilderijen aan Herman Goering verkocht. Na de middelbare school woonde Arthur in Zuid-Spanje. Daar ontmoette hij mannen, die illegaal naar archeologische schatten groeven. Hij mocht met hen mee, al vonden ze slechts twee zilveren, Romeinse munten. Arthur studeerde Spaans en geschiedenis. Hij verbleef in Buenos Aires en hij studeerde kunst- en antiquiteitenhandel.
Arthur ontmoette de omstreden kunstsmokkelaar Michel van Rijn en dat was het begin van zijn fascinatie voor de donkere kant van de kunstwereld. In 2005 was hij erbij toen de inmiddels ex-kunstsmokkelaar Michel van Rijn het Judas-evangelie vond. In 2006 publiceerde Arthur zijn boek 'Het verboden Judas-evangelie en de schat van Carchemisch'. Judas was geen verrader, integendeel. In 2008 vond de Duitse politie mede dankzij Arthur de kunstschatten van de Moches, met een waarde van 60 miljoen euro. In 2008 ontdekte Arthur ook een vervalst Olmekenhoofd, wat voor 15 miljoen euro te koop stond. Er was ook een minister uit Costa Rica bij betrokken. In 2009 gaf Arthur samen met de privédetective Sander van Betten een gestolen buste van Ossip Zadkine aan de Franse ambassade. Het is een beeltenis van Vincent van Gogh. In 2011 ontdekte Arthur in het Amsterdam Museum een schilderij, dat gestolen is van een Joodse familie, die in de Tweede Wereldoorlog is omgekomen. In 2013 bracht hij twee gestolen kunstwerken van Jan Schoonhoven naar het museum Van Bommel van Dam in Venlo terug. In 2014 ontdekt hij dat er in het Paleis Het Loo roofkunst hangt, die nog steeds niet aan de nazaten van enkele Joodse families is teruggegeven.
In 2015 ontdekte Arthur de verloren gewaande kunstschatten van Adolf Hitler, de bronzen paarden, die door Josef Thorak zijn gemaakt. In 2016 bracht hij een gestolen schilderij van Salvador Dali en het gestolen schilderij 'La Musicienne' van Tamara de Lempicka naar het Scheringa Museum terug. In 2016 bracht hij vijf gestolen schilderijen vanuit Oekraïne naar het Westfries Museum terug. In 2017 bracht hij het 30 jaar gestolen standbeeld van Minerva naar het plantsoen van het Amsterdamse Hilton Hotel terug. In 2018 verscheen de 6-delige televisieserie 'De Kunstdetective', met uitzendingen over Hitlers Paarden, De Zaak Scheringa, het Westfries Museum, Mona Lisa's Glimlach, Gestolen Schoonhovens en Cyprus. In 2018 gaf hij de gestolen, Byzantijnse mozaïek Markos aan de ambassade van Cyprus. In 2019 gaf hij twee gestolen Visigotische stenen met afbeeldingen van evangelisten aan de Spaanse ambassade in Londen. In 2019 ontdekte hij ook het gestolen schilderij 'Buste de Femme' van Pablo Picasso, wat Dora Maar voorstelt, met een waarde van 70 miljoen euro heeft.
Arthur bestrijdt de kunstmaffia. Er zijn namelijk kunsthandelaren en vervalsers die hun klanten voor veel geld oplichten. Met een kwart van alle verkochte kunst en antiek is geknoeid, van restauraties tot totale vervalsingen. De Italiaanse maffia en de IRA stalen in 1990 schilderijen uit het Isabella Stewart Gardner Museum in Oxford, met een waarde van 500 miljoen pond. Deze schilderijen zijn nog steeds spoorloos. Dus werk aan de winkel voor Arthur, al heeft hij Oxford al een grote dienst bewezen in verband met Wilde's ring. De taliban, Al Qaida en IS (wat er nog van over is) handelen in illegaal opgegraven oudheden. In 2011 richtte Arthur samen met David Kleefstra het kunst- en adviesbureau Artiaz op. Hun klanten zijn verzamelaars, beleggers, handelaren, veilinghuizen en musea. Ze helpen hen de vele valkuilen te ontwijken, die er in de kunsthandel zijn. ...

In het voorhoedegevecht voor de moderne kunst

beschouwing
Er is nog niet op deze inzending gestemd. 13
(voor Katherine Sophie Dreier (1877 - 1952))
Je bent geboren op 10 september 1877 in Brooklyn Heights, New York. Jouw vader Theodor Dreier was een gevierde zakenman in een ijzerhandel en jouw moeder was Dorothea Dreier. Beiden waren Duitse immigranten uit Bremen, maar geen stadsmuzikanten. Jouw ouders waren neef en nicht van elkaar. Jij had een oudere broer en drie oudere zussen. Jouw zussen Mary Elisabeth en Margaret waren suffragettes en arbeidershervormers. Elisabeth (1875 - 1963) had een liefdesrelatie met de sociaal hervormster Frances Keller. Margaret (1868 - 1945) was een arbeidsleidster. Jouw zus Dorothea Adelheid (1870 - 1923) was ook een kunstschilderes. Walter Shirlaw portretteerde haar in 1908. Zij was een leerlinge van John Henry Twachtman en William Merritt Chase. Jij was vooral close met Mary Elisabeth.
Vanaf jouw 12-de jaar kreeg jij elke week kunstlessen en jij ging naar de privéschool George Brackett in Brooklyn. Van 1895 tot 1897 studeerde jij aan de Brooklyn Art School. In 1900 studeerde jij net als Dorothea aan het Pratt Institute. In 1900 stichtte jouw moeder het Duitse Huis voor Recreatie van Vrouwen en Kinderen, waarvoor jij van 1900 tot 1909 de penningmeesteres was. Jij was mede-oprichtster en voorzitster van de Little Italy Neighborhood Association. Je was ook directrice van de Manhattan Trade School for Girls op East 23rd Street, in 1902 opgericht door Mary Schenck Woolman, de eerste beroepsschool voor vrouwen in Amerika. In 1902 ging jij met Dorothea en Mary Quinn voor twee jaar naar Europa om de Oude Meesters te bestuderen. Daarna kreeg je privé-lessen van Walter Shirlaw, die jouw individuele expressie aanmoedigde. In 1905 maakte jij een altaarschilderij voor de Saint Paul's School kapel in Garden City, New York. In 1907 kreeg jij in Parijs drie maanden les van Raphaël Collin.
In 1909 verhuisde jij naar de wijk Chelsea in Londen. Via de actrice/schrijfster Elizabeth Robins ontmoette je schrijvers en kunstenaars. Elizabeth was de zus van de schrijver/econoom Raymond Robins, sinds 1905 de man van jouw zus Margaret. Op 8 augustus 1911 trouwde jij in jouw huis op 6 Montague Terrace in Brooklyn met de Amerikaanse schilder Edward Trumbull-Smith. Jouw zwager Raymond Robins deed de plechtigheid. Na enkele weken ontdekte je dat Edward al getrouwd was en werd het huwelijk nietig verklaard. In september 1911 was je terug in Londen, waar je in de Doré Galleries een solo-expositie had. In 1911 was jij als afgevaardigde aanwezig bij de zesde conventie van de International Woman Suffrage Alliance in Stockholm. In 1912 kreeg jij aan de Theresa Strasse in Schwabing (München) les van Gustaf Adolf Britsch, die jij jouw meest talentvolle leraar vond. In 1912 had jij een solo-expositie in Frankfurt. Je bekeek de modernistische werken en je bewonderde de moderne, abstracte schilderkunst....

De nicht van Donald Trump opent de beerput

beschouwing
4,5 met 2 stemmen 33
Mary Lea Trump geeft een vlijmscherpe analyse van haar op macht beluste oom Donald Trump, die als zittende president van Amerika er werkelijk alles aan zal doen om te kunnen blijven zitten. Haar boek 'Too Much and Never Enough: How My Family Created the World's Most Dangerous Man' verscheen op 14 juli 2020. Hierin ontmaskert zij haar leugenachtige oom als een zeer gevaarlijke psychopaat, die over lijken gaat en tot het uiterste gaat als het om winnen gaat. Volgens Mary is de hele ellende met haar opa Frederich (Fred) Christ Trump begonnen. Deze Fred was een keiharde, meedogenloze vastgoedontwikkelaar in New York City, die volop fraudeerde. Zijn zoon Fred Trump junior (1938 - 1981) zou in eerste instantie zijn vaders bedrijf overnemen, maar Fred vond Fred junior te min, omdat hij vriendelijk en gevoelig was en bereid was om zijn fouten toe te geven. Dat haatte Fred Trump. Ik hoef maar een foto van die Fred Trump te zien en ik ga acuut over mijn nek. Die man symboliseert alles wat ik in een mens veracht. Maar zijn zoon Donald Trump keek tegen hem op alsof hij een held en superman was. Donald verafgoodde hem.
Terwijl Donald Trump toch een zeer slechte kindertijd heeft gehad. Hij is als kind vreselijk in de steek gelaten en hij heeft weinig tot geen liefde ervaren. Hij was doodsbang, waardoor hij stevige afweermechanismen ontwikkelde. Donald had een competitiestrijd met zijn oudere broer Fred junior als het om de aandacht en de goedkeuring van hun vader ging. Donald heeft als kind enorm geleden en hij doet dat nu andere mensen aan, vooral mensen, die hij als minderwaardig beschouwt, zoals de Mexicaanse immigranten. Zo wil Donald hele, scherpe, ijzeren stekels op zijn racistische muur, omdat er in hem een diepgewortelde wreedheid zit. Zijn broer Fred junior leed aan alcoholisme en hij overleed op 26 september 1981 door een hartaanval. Hij was in zijn jeugd emotioneel gebroken. Hij werd 42 jaar. Fred junior was de vader van Mary Lea. Zeg maar de Trump-tak met wel een geweten.
Mary Lea is geboren op 3 mei 1965 en zij is een klinisch psychologe. Zij studeerde Engelse literatuur aan de Tufts University en zij behaalde een master aan de Columbia University. Aan de Adelphi University behaalde zij een doctoraat klinische psychologie. Zij werkte een jaar in het Manhattan Psychiatric Center en zij gaf cursussen over ontwikkelingspsychologie, trauma en psychopathologie. In 2002 was zij mede-auteur van 'Diagnosis: Schizophrenia'. Dat ging niet over Donald Trump, want voor schizofrenie is hij te goed bij de pinken. Vermoed ik. Mary's moeder is de stewardess Linda Lee Clapp. Mary's oma Mary noemde Elton John ooit 'een flikker!' en sindsdien heeft Mary haar lesbisch-zijn maar voor zichzelf gehouden. Mary heeft veel bronmateriaal verzameld uit de mond van Donalds zus Maryanne. Deze tante van haar heeft blijkbaar ook de onstuitbare behoefte om schoon schip te maken. Mary en velen met haar zien Donald Trump als 'de gevaarlijkste man ter wereld'. Daarbij moet ik nog even denken aan die grote opblaaspop boven Londen, die Donald als baby voorstelde. Als je niet beter weet, dan kun je inderdaad herhaaldelijk in een deuk liggen over die simplistische cliché-opmerkingen van die B-acteur, die Ronald Reagan lookalike. Maar Mary zegt:
Dat Donald Trump geen principes heeft en niet te vertrouwen is. ...

Na de mis in Bladel

verhaal
Er is nog niet op deze inzending gestemd. 17
De naar buiten toe altijd opgeruimde en vrolijke Henk Hengelaar heeft alles wat zijn hartje begeert en zijn makelaarskantoor in Eindhoven loopt als een intercity. Hij trekt een paar baantjes in zijn binnenzwembad en als beloning heeft hij een glas champagne op de rand gezet. Hij kan eindeloos naar die luchtbelletjes kijken en verder nergens aan denken. Champagne-Zen. Nadat hij zichzelf afdroogt en in een duster kruipt, wandelt hij door zijn ruime villa aan de Sniederslaan 139 in Bladel. In zijn inloopkast kiest hij een duur pak uit en kleedt hij zich aan. Terwijl hij zichzelf voor de spiegel kamt en met parfum besprenkelt, gaat de deurbel. Het is zijn buurvrouw Milou de Winter, die hij al verwachtte, want ze gaan vanavond samen naar de kerk. 'Oelálá, jij zit er chic uit zeg!', zegt Milou, die duidelijk meer van hem wil, dan een escorte naar de kerk. 'Dat kan ik anders van jou ook wel zeggen!', zegt Henk met een brede glimlach. 'Vind je?', antwoordt zij en ze schudt een beetje met haar roomzachte borsten heen en weer. Henk trekt de deur stevig achter zich dicht en als man en vrouw lopen ze gearmd naar de St. Petrus'-Bandenkerk aan de Sniederslaan 8. Milou's man Gerard de Winter is op zakenreis naar Italië en Milou heeft het rijk voor zich alleen, waar ze dan ook volop van profiteert. Overigens heeft ze al jaren geen sex meer met Gerard en vertelt hij haar openlijk over zijn ervaringen met zijn buitenlandse scharreltjes. Dat windt haar op, maar is uiteindelijk natuurlijk niet genoeg voor haar. Vandaar dat ze haar oog op buurman Henk heeft laten vallen. Ze heeft al zo vaak over hem gefantaseerd, maar ze wil nu wel eens samen met hem klaarkomen. Met die intentie zit ze naast hem tijdens de eucharistieviering.
Maar Henk heeft zijn zinnen op de kapster Christianne Appelhof gezet, die hij zojuist twee banken achter zich heeft waargenomen. Terwijl priester Theo Fraaiman 'Credo in unum deum' zingt, loert hij vluchtig naar achteren en ziet hij de vloeiende lijnen van de strakke mantel, die zijn oogappel met zoveel charme draagt. Het orgelspel brengt hem nog meer in een liefdesroes en hij vergeet bijna dat Milou naast hem zit. Tijdens de korte preek blijft zijn hoofd bijna de hele tijd scheef staan en ziet hij hoe Christianne haar jas heeft uitgedaan. Een lichtgele bloes staat strak rond haar weelderige boezem. Een gouden hangertje met een gouden kruisje glimt verblindend. Hij moet denken aan die videoclip bij 'When the Lady Smiles' van de Golden Earring, waarin de bloes van een supersexy non kapot wordt gescheurd. Christianne heeft zijn brutale geloer allang opgemerkt en inwendig kookt ze van woede, want ze is hier niet om met een zelfingenomen makelaar te gaan flirten. Ze heeft wel wat anders aan haar hoofd. Ze voelt zich al maandenlang heel erg eenzaam en depressief en ze hoopt troost in haar geloof te vinden. Ze piekert ook over haar baan, want de kapperszaak dreigt haar te ontslaan. Zelfs tijdens het in de rij staan voor de hostie, waagt Henk het om iets uit de rij te gaan staan en naar haar te gluren. Terug in de banken blijft Henk maar vervelend achterom kijken. Nu heeft Christianne er genoeg van en ze kijkt hem ineens heel strak in de ogen, waardoor hij meteen schaamtevol zijn hoofd naar voren draait. Juist op dat moment glijdt de rechterhand van Milou over het kruis van Henk, wat zijn rode hoofd bijna doet barsten. Franciscus Naaktgeboren, die in het Gindrahuis woont, ziet wat Milou doet en hij proest er bijna zijn hostie door uit. Milou heeft de rits naar beneden geschoven en haar hand is naar binnen geglipt. Terwijl ze beet heeft, kijkt Henk nog even heel snel naar Christianne, die neergeknield is en met gesloten ogen aan het bidden is. Hij trekt de hand van Milou minzaam uit zijn gulp en hij fluistert: 'Later, schat, later!'. Milou glundert dolblij voor zich uit en in haar erotische hallucinatie is de kerk opeens één groot lustoord geworden, waar orgieén aan de orde van de dag zijn. Wat kan het haar nou schelen, dat Henk ook op die halve non geilt, als zij maar aan haar trekken kan komen. Bij het uitgaan van de kerk kwijlt Henk bij het zien van die heerlijke billen van Christianne. Hij weet dat kapsters als losbandige dames van plezier te boek staan. Zij is dat dus ook, denkt hij. 'Kom, laten we eerst nog een ommetje lopen!', zegt Milou en ze trekt hem mee.
Bij het beeld van de koopvrouw Mie Moors doet Henk alsof hij de bronzen haan kan stelen, maar die zit natuurlijk veel te vast. 'Wat moet je ook met die haan?', vraagt Milou. 'Aan jou cadeau doen!', antwoordt Henk, terwijl hij in haar billen knijpt, maar aan de billen van Christianne denkt. 'Ik heb liever jou!', zegt ze op een zwoele toon en ze knijpt hem stevig in zijn kruis. 'Wat zat je nou toch steeds naar die stijve trut te loeren?', vraagt Milou toch nog even. 'Ach, ik weet het niet!', zegt hij, 'ze heeft wel iets intrigerends!'. 'Nou, dat heb ik ook hier!', zegt Milou en ze plaatst haar hand op haar naar strelingen hunkerende, reusachtige borsten. Henk voelt zich net een bakker, die het brooddeeg aan het kneden is. In gedachten is hij bij de goddelijke exemplaren van Christianne. Juist die zweem van vroomheid in Christianne's aura maakt haar dubbel aantrekkelijk. Bij de Sniederslaan 46 houden ze halt. 'Hier woont Franciscus Naaktgeboren nu', zegt Henk, 'volgens mij heeft hij gezien, dat jij met jouw hand in mijn broek zat te friemelen.'. 'Vroeger woonde hier de kunstschilder Joseph Gindra', vervolgt hij, 'en zijn vriend, de kunstschilder Victor de Buck heeft hier ook gewoond, die heeft zelfs Vincent van Gogh nog ontmoet!'. 'Ik weet het ja, ze zeggen, dat Joseph Victor vermoord heeft en in de tuin begraven!', zegt Milou. 'Dat is een spookverhaal, want Victor is in Sint-Niklaas overleden!', vertelt Henk in volle overtuiging. 'Toch is er een tuinman geweest, die na de Tweede Wereldoorlog menselijke botten heeft gevonden!', zegt Milou. 'Die zijn gewoon van iemand anders geweest!', zegt Henk, die nu heel veel zin in Milou krijgt en hij trekt haar mee naar de 15-de eeuwse toren van de vroegere kerk van St. Petrus'-Bandenkerk. Daar doet hij zijn broek en onderbroek naar beneden en hij legt Milou voorzichtig in het gras, met haar hoofd tegen de toren. Milou raakt helemaal buiten zinnen en ze trekt haar slip over haar enkels. Haar rok volgt. Bij het schijnsel van de maan beminnen zij elkaar. Er is geen houden meer aan en beiden gaan er helemaal in op. Beiden raken duizelig en de toren lijkt op hen te vallen. Terwijl Henk wild in Milou tekeer gaat en zij hem tot nog meer stootgedrag aanwakkert, glijdt zijn tong begerig over haar geprikkelde tepelhoven, die op maanlandschappen lijken. Beiden zien niet dat een wraakzuchtige Christianne om de hoek van de toren kijkt. Christianne herleeft een verkrachting, die niet ver van dezelfde plek heeft plaatsgevonden. In de ban van haar vreselijke trauma ziet ze niet dat het Henk en Milou zijn. Milou duwt met alle macht haar benen rond de billen van Henk. Henk zuigt aan een keiharde tepel alsof het de nek van een bierflesje betreft. Hij ziet niet wat Milou ziet. In een flits slaat Christianne de bijlpunt in het hoofd van Henk, die op slag dood is. Milou begint diep vanuit haar buik te gillen. Het gaat door merg en been. Christianne laat de bijl uit haar handen vallen en ze rent vliegensvlug weg. In haar ogen was het zelfverdediging, maar de verschrikte ogen van Milou achtervolgen haar en ze weet niet goed meer wat ze gedaan heeft. In een staat van totale ontreddering belt ze bij de pastorie aan. Pater Theo ontvangt haar met open armen, maar dat zal niet lang meer duren. De totaal verwarde Milou, die onder het bloed zit, wordt ondertussen op de Sniederslaan door een voorbijganger opgevangen. Na een telefoontje is de politie al snel paraat....

Een onberispelijke koningin met een groot hart

beschouwing
Er is nog niet op deze inzending gestemd. 22
(voor koningin Emma (1858 - 1934))
Je bent geboren als Adelaïde Emma Wilhelmina Therèse Prinzessin zu Waldeck und Pyrmont in Schloss Arolsen op 2 augustus 1858 in Arolsen, Hessen. Het 18-de eeuwse Schloss Arolsen is door Julius Ludwig Rothweil ontworpen. Jouw vader was regerend vorst George Victor van Waldeck-Pyrmont, geboren op 14 januari 1831 in Arolsen. Zijn vader was vorst George II van Waldeck-Pyrmont en zijn moeder was prinses Emma van Anhalt-Bernburg-Schaumburg-Hoym, een kleindochter van prinses Carolina van Oranje-Nassau en vorst Karel Christiaan van Nassau-Weilburg. Op 28 september 1853 trouwde jouw vader in Biebrich met prinses Helena van Nassau, jouw moeder, geboren op 12 augustus 1831 in Wiesbaden. Helena was de dochter van hertog Willem van Nassau en Pauline van Württemberg. George Victor was de achterneef van Helena.
Jij had zes zussen; Sophie Nicoline, die op haar 15-de door tuberculose overleed, Pauline, Maria, die op haar 24-ste overleed aan de complicaties na de bevalling van een doodgeboren dochter een week eerder, Helena en Elisabeth. Jouw broer was Frederik, de laatste regerend vorst van Waldeck en Pyrmont. Jij stamde via twee lijnen van het Huis Oranje-Nassau af. Jij bent in Schloss Arolsen opgegroeid. Je kreeg een gedegen, brede, christelijke opvoeding en je leerde handwerken, tekenen en Franse literatuur. Thuis werd er Frans gesproken. Je was leergierig en sociaal bewogen. Jouw Engelse gouvernante leerde jou over de arbeidsverhoudingen. In jouw jeugd bezocht jij o.a. Frankrijk, Engeland, Italië en Scandinavië.
Op 29 september 1878 ben jij in Bad Arolsen met koning Willem Alexander Paul Frederik Lodewijk verloofd. Hij was op 19 februari 1817 in Brussel geboren. Jij was dus dik 40 jaar jonger. Hij was eerder getrouwd met koningin Sophia Frederika Mathilda van Wurtemberg, met wie hij drie zonen kreeg; Willem, Maurits en Alexander, die respectievelijk 38, 6 en 32 jaar werden. Willem overleed door een longontsteking, Maurits door een hersenvliesontsteking en Alexander door de vlektyfus. Koningin Sophia overleed op 3 juni 1877 in Wassenaar, in Paleis Huis ten Bosch. Zij werd 58 jaar. ...

De tempelpriesteres van Isis

verhaal
Er is nog niet op deze inzending gestemd. 19
In Vogelenzang gaat alles rustig zijn gangetje. Zou je denken. Maar onder de vredelievende oppervlakte gebeuren er soms rare dingen. Zo op het eerste gezicht vonden de inwoners van Vogelenzang die mevrouw Dorith Doolittle uit Darlington best wel te pruimen en echt niet zo'n vreemde eend in de bijt, maar na verloop van tijd moesten de brave middelmatigen hun mening toch bijstellen, want ze vertoont wel heel erg vreemde kuren en malligheden, menen zij. Dorith kleedt zich de laatste weken uitsluitend in mannelijke kleren en ze rookt de ene sigaar na de andere sigaar. In haar zwarte, hoge hoed heeft ze pauweveren gestoken en meestal loopt ze op haar blote voeten. Rond haar enkels heeft ze rinkelende belletjes. De deftige dames in het dorp spreken er schande van. Ze denken dat die Engelse nieuweling kierewiet is en waarschijnlijk hartstikke lesbisch. Niet dat ze iets tegen lesbiennes hebben, o nee, maar ze moeten zich wel een beetje gedragen en niet het dorpsgezicht verpesten. Het maakt Dorith allemaal niet uit, al die roddelende tongen van simpele zielen, zij zingt vrolijk Engelse volksliederen en ze doet gewoon waar zij zin in heeft. Bij de slager had mevrouw Hendriks van kasteel Leijduin bewust langdurig afkeurend naar Dorith's blote voeten gekeken, terwijl haar knalgeel gelakte tenen krabbelbewegingen op het graniet maakten. 'Is dat niet koud?', had mevrouw Hendriks gevraagd. 'Zit dat niet strak?', had Dorith terug gevraagd, waarna mevrouw Hendriks heel wankel op haar dure hakschoenen ballanceerde. Ze was vooral geschokt door het vloeiende Nederlands, wat Dorith spreekt. 'Je spreekt al een aardig mondje Nederlands!', had mevrouw Hendriks gezegd. 'Mijn moeder kwam uit Katwijk aan Zee, dat had je niet gedacht hé! Ik moet alleen mijn Engelse accent nog een beetje schuren!', antwoordde Dorith met een grote glimlach. 'En loop je in de winter ook zonder schoenen?', vroeg mevrouw Hendriks nog, terwijl ze in de ogen van de slager keek en schamper lachtte. Na het aanpakken van de biefstukken, liep mevrouw Hendriks bewust vlak langs Dorith en zei ze: 'Oeps! Nou loop ik bijna op jouw tenen!'. 'Gelukkig heb ik ze geel gelakt!', dacht Dorith en ze bestelde een pond rundergehakt en twee ons rosbief.
In haar woning aan de Deken Zondaglaan heeft Dorith de gordijnen aan de voorkant altijd gesloten. Binnen heerst een serene sfeer en heeft zij alles in zachte tinten geverfd. Op de grond liggen allemaal zachte kleden schots en scheef over elkaar heen. In de achterkamer heeft zij een altaar opgericht, waarop een beeld van de vruchtbaarheidsgodin Isis staat te pronken. Wanneer zij thuis is, brandt er altijd een waxinelichtje voor. Verder gebruikt ze veel wierook en muziekinstrumenten, die de trance-sferen verhogen. Ze heeft zelfs een ouderwetse sistrum, die ze enkele jaren geleden in Cairo heeft gekocht. Dat is een voorloper van de tamboerijn. Dorith heeft haar priesterlijke gewaad aangetrokken en het wachten is op Rebecca Goudsmid, haar eerste leerlinge in Vogelenzang, die in kasteel Vinkenduin aan de Vogelenzangseweg 39 woont. Ze hebben elkaar op het strand ontmoet, toen het bloedheet was en Dorith bij Rebecca onder de parasol mocht liggen. Ze waren beiden topless en ze hebben elkaar heel teder met zonnebrandcrème ingesmeerd. Toen ze elkaar hartstochtelijk kusten, liep pastoor Wam de Moor langs en riep hij: 'Maar Rebecca toch, wat zullen we nou krijgen? Ik hoop dat je beseft waar je mee bezig bent! O, goede genade, arm dwalend schaapje toch!'. Rebecca en Dorith stopten even met tongzoenen en Rebecca lachtte vol vuur naar de pastoor. 'O, dag, meneer pastoor!', zei ze, 'lekker aan de wandel? Niet teveel naar de jongemannen kijken hé!'. 'O, jij ondeugd!', reageerde de pastoor nog. De zondagen daarna zijn Rebecca en Dorith steevast naar de kerk gegaan, alleen om de pastoor te chockeren. Dat lukte aardig, want hij gaf de hostie met zwaar trillende handen, terwijl hij hen boos had aangekeken. 'Toch geen Parkinson hé?', had Rebecca tegen hem gefluisterd. Wam was bijna van zijn stokje gevallen. De trouwe kerkgangster Louise Freya Frederika van Duinkerken, die in het landhuis Huis te Vogelenzang woont, kreeg de schrik van haar leven, toen zij op een zondagmiddag door het bos wandelde en Dorith en Rebecca zag. Beiden waren naakt en ze vreeën als wilde bosdieren met elkaar. 'Ik geloof dat ze zoiets standje 69 noemen of zoiets!', had ze later tegen pastoor Wam gezegd. 'Zeg maar standje 999!', riep een rood aangelopen Wam, 'die twee zijn door de duivel bezeten!'. 'U moet ze nu echt de eucharistieviering weigeren!', zei Louise, 'u moet ze eerst met exorcisme te lijf gaan!'. 'Zal ik doen! Zal ik doen!', had Wam gepreveld. Hij heeft inmiddels al met een groot kruis en een relikwie van Sint Gregorius de Grote in de achtertuin van Dorith gestaan, terwijl hij haar gekke dansbewegingen zag maken en met een dolk zag zwaaien. 'Dat is vast een offerdolk en Rebecca loopt een groot gevaar!', dacht Wam, 'of anders wel de loslopende katten van Vogelenzang!'. Hij was daarna meteen naar Louise gefietst en hij vertelde haar van Dorith's hekserij-praktijken en het gevaar wat Rebecca loopt. Ze spraken af om hen een volgende keer samen te begluren en eventueel op te treden.
De voordeurbel rinkelt en Dorith schrijdt naar het voorportaal om open te doen. Rebecca springt superenthousiast naar binnen en ze omhelst Dorith meteen. Na veel gekus en gestreel bereiden de dames zich voor op een inwijdingsritueel. Boven de deur naar de huiskamer staat 'Philae' en Rebecca vraagt wat dat betekent. 'Dat was een eilandje in de Nijl', zegt Dorith, 'waar een tempelcomplex van Isis was!'. 'Is dat er nu niet meer?', vraagt Rebecca. 'Ze hebben de Tempel van Isis op een ander eilandje, Agilkia, gezet, wat ik bezocht heb, misschien kunnen we er samen eens naartoe gaan!'. 'Om in trance te geraken, gebruikten ze vroeger moederkoren, een schimmel op de aren van granen zoals rogge en tarwe. Een teveel daarvan is dodelijk, dus gebruiken wij vandaag een LSD-pilletje, wat hetzelfde effect geeft.', legt Dorith uit. Rebecca vindt het prima en ze slikt het pilletje met een glas bier door. Dorith steekt diverse wierookstokjes en enkele kaarsen aan. Beiden gaan naakt op de grond zitten, terwijl Dorith muziek begint te maken en extatisch begint te zingen. Het zijn oergeluiden, lage en hoge, die een eigen, geheimzinnige melodie vormen. Deze zielsdiepe zangkunst verhoogt de trance-staat. Dorith slaat ritmisch op een Afrikaanse trommel, terwijl ze wilde bewegingen met haar hoofd maakt en aan één stuk door zingt. Rebecca kan zich nauwelijks inhouden, want ze wil dolgraag met Dorith de liefde bedrijven. Dorith pakt enkele kristallen klankschalen, waar ze hoge, zingende, rondcirkelende tonen mee maakt. Af en toe schudt ze met haar sistrum. Het doordringende geluid van een weergalmende gong dreunt door hun lichamen. Dorith wisselt dat af met vrolijke, lichte belgeluiden. Ze voelen zichzelf door de ruimte zweven en van alle kanten naderen er naakte vrouwen, die wilde, erotische dansbewegingen maken. De klankschaalmuziek opent hun chakra's en met name hun kruinchakra's, die nu wijd open zijn gaan staan. Zij tintelen van top tot teen en een gloeiend vuur ontbrandt in hun stuitchakra's. Dat liefdesvuur danst als een bezweerde slang omhoog via hun ruggegraten, totdat het via de kruinchakra, het open dak, los komt en een algehele bevrijding veroorzaakt.
'Het is zover!', zegt Dorith, 'ga maar op het altaar liggen, zodat Isis je kan ontvangen, zodat Isis een priesteres van jou kan maken! En daarna krijg je het witte gewaad!'. Rebecca ziet overal felle kleuren om zich heen, maar ze weet het altaar te bereiken en ze gaat er languit op liggen. Buiten staan Wam en Louise naar binnen te loeren en ze weten niet wat ze zien. Louise wil de politie bellen, maar Wam zegt, dat die niets van dit soort zaken snappen. Dorith steekt de dolk hoog in de lucht en ze brabbelt zelfverzonnen toverspreuken, die volgens haar rechtstreeks van Isis komen. 'Ze gaat haar toch niet dood steken hé?', vraagt Louise doodsbang aan Wam. 'Nee, kijk maar!', zegt hij. Dorith snijdt in haar hand en ze laat het bloed in de mond van Rebecca sijpelen. 'Drink dit, Rebecca, het is het bloed van Isis, nu ben je één van haar tempelpriesteressen!', zegt Dorith op een gedragen toon. Juist op dat moment tikt Wam keihard tegen het raam met zijn houten kruis. Dorith en Rebecca schrikken van zijn monsterlijke uiterlijk, de lange, zwarte baard en de felle, demonische, vuurspuwende ogen. Schuin achter hem zien ze de pinnige duivelin Louise gehurkt zitten alsof ze een plasje doet, wat ze in feite ook doet. Rebecca aarzelt geen moment en ze grist de dolk uit Dorith's handen. Ze springt van het altaar en ze rent naar de achterdeur, die niet op slot zit. Buiten in de achtertuin slaat ze woest om zich heen en steekt ze diverse keren toe. Wam is in zijn nek geraakt en het bloed spuit er als een geiser uit. Louise is in elkaar gezakt en beweegt niet meer. Wam knalt met zijn hoofd door het achterraam van de woonkamer en ook hij blijft roerloos liggen. Het is een bloedbad en Dorith probeert Rebecca te kalmeren, maar die is nu in alle staten en ze ziet Dorith ineens voor een volgende duivelin aan. 'Geef die dolk nou maar aan mij!', zegt Dorith zo lief mogelijk. 'Ik dacht het niet!', schreeuwt Rebecca, 'je krijgt hem wel, maar dan recht in jouw hart, lelijk monster!'. Dorith staat nog enkele seconden verbaasd voor zich uit te staren en daarna valt ze als een kaartenhuis in elkaar. Rebecca is de kluts helemaal kwijt, maar ze weet wel te vluchten, voordat de gealarmeerde buurman de politie belt. Enkele uren later is ze opgeknapt en wel op Schiphol en neemt ze het vliegtuig naar Egypte. Naast haar zit een vriendelijke Egyptenaar, die vraagt waar zij in Egypte naartoe gaat. 'Naar de Tempel van Isis!', zegt ze opgelucht, 'omdat Dorith daar ook is geweest!'. 'Dorith?', vraagt hij. 'Zij heeft van mij een tempelpriesteres gemaakt!', zegt Rebecca met een verliefde glimlach. De man kijkt maar snel uit zijn raampje....

Emma Shapplin - Spente le Stelle

beschouwing
Er is nog niet op deze inzending gestemd. 19
Zij is geboren als Crystêle Madeleine Joliton op 19 mei 1974 in Savigny-le-Temple, een voorstad van Parijs. Zij heeft twee oudere broers. Als kind speelde zij liever met de jongens dan met de meisjes. Ze voetbalde, ze klom in de bomen en ze moest niets van muziek hebben. Als kind was zij veel te verlegen om te zingen en haar familie was niet erg muzikaal. Haar vader was een politie-agent en hij hoopte dat zij dat ook wilde worden. Haar moeder was een secretaresse en zij vond, dat dat ook wel wat voor haar was. Op haar elfde werd ze geraakt door een tv-commercial, waarin de Queen of the Night van The Magic Flute zong. Die manier van zingen raakte haar ziel. Hierdoor werd ze plotseling verliefd op de zangkunst.
Op haar veertiende ontmoette ze een zanglerares, een kleine, oude dame van zo'n 70 jaar, die vroeger een geweldige zangeres was. De muziek begon voor haar te leven en vleugels te krijgen. Je ontwikkelde een vurige passie voor muziek. De zanglerares had een piano, brandende kaarsen en katten. Ze was een sopraan coloratura en Emma vond de Italiaanse taal zo mysterieus en romantisch. Emma kreeg twee jaar les van haar. Later speet het Emma dat ze met die lessen gestopt is. Jouw ouders wilden die klassieke zanglessen niet meer betalen. Ze wilden dat ze een opleiding tot secretaresse ging doen. Ze geloofden niet in de zangkunst als een goede baan, maar Emma kon niet zonder het zingen, zonder de zang voelde zij zich leeg van binnen. Ze werkte wel een tijdje als secretaresse, maar dat was geen succes.
Op school werd Emma de zangeres van de heavy metal band North Wind. Ze rookte twee pakjes sigaretten per dag om een rauwe rockstem te krijgen, maar na twee jaar begon ze de operamuziek te missen. Met een vriendin van haar moeder ging ze in Parijs naar een uitvoering van 'Don Giovanni' van Mozart. Ze zaten op het balkon en Emma wilde wel gaan springen en vliegen, zo mooi vond ze het. Ze nam zanglessen bij een leraar op een muziekschool, maar zijn manier van lesgeven vond zij kil en formeel. Ze ging met een vriend naar New York, waar ze rhythm & blues zong, wat haar manier van opera zingen gevormd heeft. Terug in Frankrijk nam ze opnieuw zangles, maar ze wilde geen opera gaan zingen, vooral niet na de kritiek van een leraar op haar zingen van een beroemde aria. Hij veroordeelde een bepaalde groef van haar. Zij koos voor haar eigen stemgebruik.
Emma ontmoette de popster/componist Jean-Patrick Capdevielle en op haar 18-de heeft hij haar overgehaald om weer klassieke zanglessen te nemen om haar zangtechnieken te verbeteren. Jean-Patrick is geboren op 19 december 1945 in Levallois-Perret, vlakbij Parijs. In Londen ontmoette hij ooit The Beatles, The Rolling Stones en Jimi Hendrix. Hij is een goede vriend van Eric Clapton. Emma vroeg Jean-Patrick of hij een album voor haar wilde schrijven. 'Maar ik ben Verdi niet!', zei hij. 'En ik ben geen echte operazangeres, dus moeten we samen iets gaan doen!', antwoordde zij. Na een week gingen ze samen werken, wat resulteerde in het betoverend mooie debuutalbum 'Carmine Meo', wat in 1997 verscheen. Het is grotendeels door Jean-Patrick geschreven. Hij schreef het in het Frans en het is in het Latijn en Oud-Italiaans vertaald. Zij zingt een mix van opera-, trance-, rock- en popmuziek. Zij ontving veel gouden platen voor 'Carmine Meo'. In 2000 verscheen het Remix album 'Spentele Stelle (Opera Trance)'....

De macabere wreedheid van het domme gepeupel

beschouwing
Er is nog niet op deze inzending gestemd. 16
(voor Olympe de Gouges (1748 - 1793))
Je bent geboren als Marie Gouze op 7 mei 1748 in Montauban. Je was de onwettige dochter van Jean-Jacques Lefranc, Markies de Pompignan, een erudiete brievenschrijver/dichter, die in een herenhuis op 10, rue Armand Cambon in Montauban woonde. Lefranc heeft jou nooit als zijn dochter erkend, waardoor jij jezelf bent gaan inzetten voor de rechten van buitenechtelijke kinderen. Jouw moeder was een dienstbode uit Montauban.
Op jouw 16-de trouwde jij met een veel oudere man, Louis Aubry, een cateraar. Dit was tegen jouw wil. Louis was niet rijk en jij hield niet van hem. Je voelde een grote afkeer voor hem. In 1766 overleed hij, kort na de geboorte van jullie zoon Pierre Aubry. Jij veranderde jouw naam in Olympe de Gouges. Jouw moeder heette ook Olympe. Jij verhuisde in 1770 naar Parijs, waar jij in de literaire kringen vertoefde en de salons bezocht. Je woonde met jouw zoon bij jouw zus. Je bent nooit meer getrouwd. Je begon een relatie met de rijke Jacques Biétrix de Rozières en je weigerde zijn huwelijksaanzoek. Tijdens de Franse Revolutie was jij close met Jacques. Met zijn hulp begon je een theatergezelschap. Je ontmoette o.a. de schrijvers Jean-François de La Harpe, Louis-Sébastien Mercier en Sébastien-Roch Nicolas, die in september 1793 een poging tot zelfdoding deed, waardoor hij op 13 april 1794 overleed. Hij werd 53 jaar.
En je ontmoette de Girondins-leider Jacques Pierre Brissot, die op 31 oktober 1793 door de guillotine vermoord werd en 39 jaar werd, en de filosoof/wiskundige Nicolas, Markies de Condorcet, die op 29 maart 1794 in de gevangenis Bourg-la-Reine overleed, door moord of zelfdoding met vergif. Hij werd 50 jaar. Je ging o.a. naar de salons van Madame de Montesson en de Comtesse Fanny de Beauharnais, die net als jij toneelschrijfsters waren. Madame de Montesson trouwde op haar 19-de met de 70-jarige Jean Baptiste, Markies de Montesson, Hertog van Orléans. Jij was een vrijmetselaar, o.a. van de Loge des Neuf Soeurs van jouw vriend, de schrijver Michel de Cubières. ...

Een liefdesdrama op Kastellorizo

verhaal
Er is nog niet op deze inzending gestemd. 21
Agapios Petridis komt uit een familie van vissers, maar hij heeft de traditie doorbroken en hij heeft in Athene de kunstacademie gedaan. Hij was enkele jaren leraar op een kunstschool in Rodos op Rhodos, maar zijn heimwee naar zijn geboortestad Megisti op Kastellorizo was te sterk en nu woont hij alweer drie jaar op dit goddelijke eiland. Hij woont in één van de schitterende huizen rondom de haven en hij werkt voornamelijk als kunstschilder. Soms geeft hij schilderlessen aan iemand op het eiland. Hij verkoopt de meeste schilderijen in het toeristenseizoen, want dan vliegen ze de deur uit. Ieder cruiseschip wat aanmeert, betekent voor hem weer volop klandizie. Hij gaat nog geregeld met de veerboot naar Rhodos om verfspullen te halen en om nieuw werk bij zijn vriend Calisto Dellas te exposeren. Calisto is helemaal lyrisch van zijn werk en zijn galerie is een echte eyecatcher in de binnenstad van Rodos. Bovendien heeft Calisto weer veel connecties met de kunstwereld in Athene. Ze bellen veel en graag met elkaar. Vorige week was Calisto nog in Megisti en hebben ze samen in de Blauwe Grot gezwommen, een zwemgrot op Kastellorizo. De blauwe zee projecteert het blauw op de rotsen. Echt een mystieke plek. In hun bootje hebben ze toen van een fles ouzo en broodjes met feta, tomaat en sla genoten. 's Avonds zijn ze toen naar een café geweest, waar ze met enkele vrouwen hebben gedanst en geflirt. De jongedames droegen zijden bloezen en wollen petten. Hun lange onderrokken met gouden draden zwiepten frivool omhoog. En de open splitten aan de voorkanten schoven steeds meer open. Het was een zalig, wild festijn in de zwoele avondlucht. Agapios had ook met zijn leerlinge Amarante Papantoniou gedanst, terwijl Calisto veelbetekenend naar hem had geknipoogd. Calisto is wat sneller van begrip en hij had meteen gezien, dat er wat schoons bloeide tussen Amarante en Agapios.
De sfeer op Kastellorizo is de laatste dagen flink gekelderd, vanwege de vijandige houding van Turkije. De oorlogstaal en almachtswaanzin van de Turkse dictator Recep Tayyip Erdogan wordt met spanning gevolgd. Via de Griekse televisie. Er hangt een oorlog met Turkije in de lucht, ook al wil niemand daar echt in geloven, want de reden is te kinderachtig voor woorden. Die maffe Erdogan maakt van Allah een hebzuchtige oorlogsgod. 'Nou wil die mafkees olie en gas gaan jatten uit de gebieden van de Middellandse Zee, die van andere landen zijn!', zegt Agapios tegen Amarante, die op een krukje zit te schilderen. 'Ik weet het!', zegt Amarante, 'hij is zelfs met die Libische schurken in zee gegaan!'. 'Soort vindt soort!', zegt Agapios, 'maar we liggen hier zo dicht bij de kust van Turkije, dat we weinig kunnen uitrichten, mocht die oelewapper Griekenland de oorlog verklaren!'. 'Gelukkig ligt dat Griekse oorlogsschip nu vlakbij om ons te beschermen!', zegt Amarante. Agapios pakt er een krukje bij en hij gaat naast haar zitten. 'Dit kun je beter wat donkerder maken!', zegt hij, terwijl hij met zijn hand haar hand en penseel aanraakt. Cupido begint te schaterlachen en hij schiet meteen twee pijltjes in hun harten. De liefdesmagie vult het vertrek en Amarante en Agapios kijken elkaar recht in de ogen aan. Ze zijn smoorverliefd op elkaar en ze weten het van elkaar. Hun lippen plakken aan elkander vast en ze openen zich, waarna hun vurige tongen als speelse hondjes achter elkaar aan rennen en tegen elkaar op botsen. Ze glijden van hun krukjes af en ze gaan op een kleed liggen. Ze zinken helemaal weg in hun liefdesroes. Agapios streelt haar stevige, welgevormde, superronde borsten en zij streelt met haar hand over zijn gezwollen lid. Ineens stopt Amarante en zegt ze: 'Zullen we naar Ro gaan, dan nemen we het bootje van mijn oom, want die mag ik altijd gebruiken, heeft hij tegen mij gezegd en hij is nu bij zijn familie in Antalya!'. 'Een goed idee!', antwoordt Agapios, 'maar dan nemen we wel wat verse vis mee en een flesje ouzo!'. Ze veren omhoog en ze staan eerst nog een kwartier tegen elkaar aan, friemelend en tongzoenend. Vanuit het raam kijken ze naar het rode, 14-de eeuwse kasteel van de Ridders van Rhodos. Het staat daar fier op de hoge rotsen. 'Wil jij mijn koningin zijn?', vraagt Agapios. 'Als jij mijn koning wilt zijn!', reageert Amarante.
Agapios maakt de touwen van het wit-blauwe bootje los en Amarante staat achter het roer. Met een gemoedelijke vaart tuffen ze richting het piepkleine eiland Ro, wat onbewoond is. Vanaf 1927 woonde de markante vrouw Despina Achladioti daar, eerst met haar man, die in 1940 overleed, en toen met haar blinde moeder, die daar ook overleed. Zelf overleed ze op 13 mei 1982 en ze werd 92 jaar oud. Ze hadden daar een paar geiten en kippen en een moestuin. Despina hees iedere dag de Griekse vlag. Ze was apetrots op haar Griekse afkomst. Het was al die tijd haar privé-eiland. Erdogan zou een hele kluif aan haar gehad hebben. Ze zou een doorn in zijn oog geweest zijn. Maar het eilandje Ro is natuurlijk te min voor zijn megalomane boevenstreken, piraterij en landjepikkerij. Op Kastellorizo staat anders wel mooi een riante buste van Despina. Apapios draait de dop van de ouzofles en hij schenkt twee kleine glaasje vol. Door de deining van de zee morst het een en ander, maar ze proosten op hun prille geluk en een aangenaam vertoeven op Ro. Soms zijn er Griekse militairen op Ro gelegerd en dat is nu ook het geval, maar die hebben wel wat anders te doen, dan op een verliefd paartje te letten. Overigens mag iedere Griek daar aanleggen en vertoeven. Het is een vrij eiland. Amarante en Agapios wandelen hand in hand over het ongerepte eiland en ze genieten van de mooie vergezichten en de ongestoorde natuur. Ze lopen zover ze kunnen en tijdens zonsondergang bakt Agapios de vis op een houtvuur. De ouzo maakt hen loom en lacherig. Na een heftige vrijpartij verwarmen ze elkaar onder een grote doek en bij het vuur. Langzaamaan wordt het donker en luisteren ze naar het klotsen en beuken van de golven.
Ineens trapt Agapios het nog licht flakkerende vuur uit en trekt hij Amarante mee achter een rots. 'Ik dacht al dat ik wat zag naderen!', zegt hij, 'kijk! dat zijn rubberboten met Turkse commando's!'. 'Hoe zie je dat ze Turks zijn?', vraagt Amarante. 'Geen twijfel mogelijk, wie zouden ons anders in het donker aanvallen?', zegt hij gespannen. 'Laten we er snel vandoor gaan!', zegt Amarante. Ze rennen zo hard ze kunnen, maar door het donker struikelen ze geregeld. 'We moeten die Griekse militairen waarschuwen!', roept Agapios. Na een lange tocht zien ze hoe de barakken van de Griekse militairen omsingeld worden door Turkse commando's. Even later klinken er ontelbare schoten. Hun boot ligt te schommelen tegen de kade. Wonder boven wonder worden ze niet gezien en varen ze terug naar Kastellorizo, maar hoe meer ze naderen, hoe meer ze voelen en zien dat het daar ook niet veilig meer is. In de verte zien ze de silhouetten van Turkse oorlogsschepen. Er staat een schip in de brand. Dat moet het Griekse oorlogsschip zijn. Op land is het grote paniek en de mensen weten niet wat ze kunnen doen. De burgemeester belt met Athene en er zijn straaljagers onderweg, maar de eerste kanonskogels treffen de stad. Zelfs het rode kasteel krijgt een voltreffer. 'Die verdomde Turken!', schreeuwt Agapios. In het donker kijken ze naar elkaar. Hun liefde vlamt hoog op. Hun zielen versmelten. Amarante legt de boot tegen de kade en juist op dat moment valt er een bom op hun boot. Ze krijgen niet eens meer de kans om aan land te stappen. Ze worden wreed en hondsbrutaal weggevaagd. Terwijl niemand van die stompzinnige, Turkse soldaten hen persoonlijk kent. Het zijn koelbloedige vechtmachines met de holle, houten koppen van slaafse pionnen. Allemaal in de ban van de egoïstische, zwaargestoorde, zwarte magiër Erdogan, die gewetenloos over lijken gaat. De vernietigingsdrift van verrotte onmensen, die niet zelf nadenken en die vernietigingssystemen dienen, omdat ze daar voor betaald worden. Dat geldt overigens voor al het oorlogstuig van alle landen. Terwijl de oorlogsherrie voortduurt, worden er twee ontzielde lichamen tegen de kade gespoeld. De grote, gekleurde sjaal rond Amarante's heupen licht zo af en toe op door de lichtflitsen van de bommen. Een paar meter verder op dobbert Agapios. Hij ligt op zijn rug en zijn gezicht is onherkenbaar verwoest. Zijn benen ontbreken en zijn hart lijkt eruit gehapt. De buste van Despina krijgt ook een flinke opdoffer en de gruzelementen knallen alle kanten op. De burgemeester knielt op de grond en hij huilt en krijst: 'Waar blijven die straaljagers?'....

De lancering van een nieuwe schrijf-ster

beschouwing
4,5 met 2 stemmen 44
Terwijl ik met mijn houten haan op een bank in hartje Assen zat, kreeg ik van een aardige, goedgemutste jongedame een gratis Trouw aangeboden. Volgens de weermannen zou het deze zaterdag 29 augustus 2020 gaan regenen en onweren, maar er viel geen spatje regen en de zon scheen de hele dag. Ik begin me echt af te vragen of al die Gerrit Hiemstraatjes wel eerlijk en terecht hun salaris verdienen. Het enige wat me boeide in die Trouw was het interview met de kersverse schrijfster Emy Koopman, in ieder geval kersvers voor mij.
Haar debuutroman 'Orewoet' uit 2016 is langs mij heen gegaan en wellicht heeft dat iets met de vreemde titel te maken, die mij doet denken aan een sprookje of de naam van een trol. In een kort filmpje op You Tube legt zij de herkomst van deze raadselachtige naam uit. Het woord stamt uit het Middel-Nederlands en 'woet' betekent: een woede/drift/verlangen om samen te smelten met een Hogere Macht, met Jezus Christus. Voordat je gaat denken dat we hier opnieuw met een godsdienstwaanzinnige te maken hebben, moet ik je tegenspreken, want de uiterlijk en innerlijke beeldschone jongedame is van een gedegen kaliber en zij heeft meerdere pijlen op haar Diana-boog. 'Ore' betekent: beesten, die door horzels in hun oren werden gestoken, waar ze hondsdol van werden, waanzinnig. Of het betekent: licht/vuur/gloed, een groot gevoel.
'Orewoet' verscheen bij de commerciële grootgrazer en het arrogante lachebekje Mai Spijkers van Prometheus. Het gaat over de dunne grens tussen verlangen en waanzin, ontbrekende/afwezige vaders en de antipsychiatrie van de vroege jaren zeventig. Met name de psychiater Ronald David Laing (1927 - 1989), die zelfdoding pleegde.
By the way, wie wel een hypochondrische, gestolde godsdienstwaanzinnige en voortzetter van de gereformeerde drek en moeraspoelen is, is de protestantse mankepoot en tegen zelfvernietiging aanhikkende Marieke Lucas Rijneveld met haar eeuwige, egocentrische treurnisblik. Desalniettemin heeft ze wel de International Booker Prize ontvangen, samen met de Engelse vertaalster Michele Hutchison, die 'De avond is ongemak' in 'The Discomfort of Evening' vertaalde. Nu zijn die Engelsen sinds de Brexit voorgoed halve garen geworden en valt er bijzonder veel op die keuze voor het sluwe vosje Marieke af te dingen. Het berekenende tweespan kreeg wel ieder 27.500 euro op hun rekening gestort. Te besteden bij Bart Smit. Of in Marieke's geval bij de evangelische boekhandel voor dementerenden....

Wreed gemangeld door Paul Verlaine en Arthur Rimbaud

beschouwing
5,0 met 10 stemmen 20
(voor Mathilde Mauté (1853 - 1914))
Je bent geboren als Mathilde Sophie Marie Mauté op 17 april 1853 in Nogent-le-Rotrou, waar het oude Château Saint-Jean uit 1040 staat. De dichter Rémy Belleau (1528 - 1577) van de Pléiade is er ook geboren. Hij was de eerste Franse vertaler van Sappho. Jouw ouders waren de rentenier Theodore Jean Mauté en Antoinette-Flore Chariat, een pianolerares. Ze was de weduwe van Pierre Louis Sivry en jouw halfbroer was de componist/dirigent/muzikant Charles Sivry (1848 - 16 januari 1900). Op uitnodiging van haar schoonmoeder Rosalie Maugar, getrouwd met Jean René Mauté, is jouw moeder in Nogent-le-Rotrou van jou bevallen. In 1857 verhuisden jullie van de Rue Miromesnil naar de Rue Suresnes in Parijs, een groot appartement, waar jouw moeder muziekavonden hield. In 1859 werd jouw zus Alice Marguerite geboren. Jouw opa was in 1851 overleden en jouw oma in 1860 in Nogent-le-Rotrou. Hun huis werd verkocht. Jouw vader kocht toen het huis op 14, rue Nicolet in Montmartre. Jouw andere oma was Sophie Leroy.
Jullie bezochten vaak Château Reynel, omdat jouw moeder een vertrouwelinge van de Hertog van Rohan Henri Charles Louis de Beurges en zijn vrouw Alexandrine de Rohan-Chabot was. Hun dochter Osine de Beurges (1853 - 1877) was jouw jeugdvriendin. Jouw moeder was verwant met Richard Wagner en zijn vrouw, de actrice Minna Planer. Jouw halfbroer Charles nam jouw moeder en jou mee naar de salon van de dichteres Nina de Callias op 17, Rue Chaptal. Daar heb je Paul Verlaine voor het eerst ontmoet. Voorts ontmoette je hem bij de beeldhouwster Madame Léon Bertaux. Paul over jou: 'In een grijze en groene jurk met bijenkorven'. Toen je Paul vertelde, dat jij enkele gedichten van hem 'bijzonder leuk' vond, ontdooide hij en was hij meteen niet lelijk meer. Paul woonde enkele jaren bij zijn oom in Fampoux, waar jouw halfbroer Charles hem bezocht en hem zei, dat hij geduld moest hebben als hij met jou wilde trouwen, want je was pas 16 jaar. In 1870 publiceerde Paul de dichtbundel 'La Bonne Chanson', 21 gedichten, die hij voor jou had geschreven. Hij noemde jou Mathilde Mauté de Fleurville om jouw vermeende, adellijke afkomst te benadrukken. Paul was alle avonden en de zondagen bij jou.
Voor het huwelijk kregen jouw moeder en jij de pokken en vluchtte Paul een tijd naar Moissy. Drie dagen voor het huwelijk was Paul op de begrafenis van zijn vriend Lambert de Roissy, die zelfdoding pleegde om een verloren minnares. Op 11 augustus 1870 ben jij met Paul in de Notre-Dame-de-Clignancourt getrouwd. Jij was 17 jaar. Paul 26 jaar. Jouw getuigen waren de schrijver/librettist Paul-Henri Foucher, een vriend van jouw vader, en de oriëntalist Louis-Pierre-Eugène Sédillot. Paul's getuigen waren de dichter/toneelschrijver Léon Valade en de onsympathieke monsieur Istace, een vriend van jouw schoonmoeder. De lerares/vrijmetselaar Louise Michel, een vriendin van jouw familie, schreef een ontroerend gedicht voor jou. Paul noemde haar de 'Rode Maagd'. Jullie woonden eerst nog bij jouw ouders. Na 14 maanden gingen jullie naar een ruim appartement op de hoek van de Rue du Cardinal-Lemoine en de Quai de la Tournelle, met een groot balkon aan de Seine. Dit was tegenover het stadhuis, waar Paul werkte. Tijdens het beleg van Parijs ging de familie Mauté naar de Boulevard Saint-Germain, behalve jouw vader, die een gewondenpost creëerde. Paul werd bij de Nationale Garde van Parijs gevoegd, maar hij verweerde zich, waardoor hij twee dagen in de gevangenis zat, waar jullie erg om gelachen hebben. Jij ging naar jouw moeder in Batignolles....

Lekker beesten in Dieren

verhaal
Er is nog niet op deze inzending gestemd. 28
Op de Hoflaan 26 in Dieren. 'Toch lijkt het mij het beste dat we de beroving een week uitstellen!', zegt Charlotte Calkoen, die zenuwachtig op haar nagels bijt. 'Maar waarom dan?', vraagt de opgefokte Diederik van Vloten, die alsmaar naar buiten zit te loeren of hun partner in crime Wilhelm al in aantocht is. 'Ik kan dat niet goed uitleggen, weet je, het is een soort voorgevoel, vrouwelijke intuïtie zeg maar!', antwoordt Charlotte, die het nagel bijten inruilt voor een Belinda-sigaret. 'Met voorgevoelens kunnen we geen rekening houden, schatje, anders kunnen we de boel beter opblazen!' 'Bewaar dat opblazen nou maar voor de kluis, Pino, en noem me geen 'schatje' ja, want dat klinkt erg denigrerend!' 'Ik wil je wel 'hoer' noemen, is dat soms een goed idee?' 'Pardon? Vergeet niet dat ik een barones ben hé, uilskuiken, dat je zo af en toe met me van bil gaat, geeft je nog niet het recht om me te schofferen!' 'Verdomd zeg, daar zul je hem eindelijk hebben, die trage slak, ben benieuwd wat hij te zeggen heeft!' 'Doe nou eerst maar eens open, Pino, en loop wat minder hard van stapel!'. Zodra Wilhelm von Steiger binnen zit, zegt hij: 'Sorry dat ik zo laat ben, maar ik kon mijn poes Roodbaard nergens vinden, moet je nagaan, hij had zich in een kast verstopt, de deugniet!'. 'Ja, leuk, Willempie, maar we hadden een afspraak, weet je wel, en dan behoor je op tijd te zijn, flapdrol!', zegt Diederik geïrriteerd, 'het gaat wel om een belangrijke onderneming, weet je wel!'. 'Ik ben er nou toch, okay dan, laten we alles nog eens goed doornemen en kijken of alles klopt!', zegt Wilhelm. 'Volgens mij kunnen we het beter een week uitstellen!', begint Charlotte weer. Wilhelm kijkt haar vol verbazing aan. 'Ik zei het toch dat die trut niet spoort!', zegt Diederik. 'Als je me nu een 'trut' gaat noemen, dan kap ik met het hele plan en kom je zeker niet meer tussen mijn benen, Pino!' 'Stop met dat ge-Pino, bitch en luister, we doen het vandaag en daarmee basta ja, jij doet gewoon mee en we delen de buit vanavond hier in jouw 'Seringenhof'!'. 'Vergeet niet dat we maanden van intensieve voorbereiding achter de rug hebben!', zegt Wilhelm, 'en we kunnen alledrie wel een lekker verzetje gebruiken!'. 'Over een verzetje gesproken, Char, haal eens een fles whisky, want we moeten ons natuurlijk wel wat moed indrinken, zoals het ware krijgers betaamt!', zegt Diederik, die uit zijn binnenzak zijn pistool haalt en die op de glazen tafel legt. Daarna snuift hij een lijntje coke en hij geeft Wilhelm ook een snuifje. 'Toch heb ik er geen goed gevoel over om het vandaag te doen!', kermt Charlotte nog één keer. 'Ook een lijntje, lekker dier van me, dan denk je er gelijk anders over!', zegt Diederik en hij slaat haar op haar dikke, sexy billen. 'Ik hou het liever bij een glas whisky als je het niet erg vindt!', zegt ze met een hautaine blik. Wilhelm haalt twee automatische pistolen uit zijn aktetas en hij geeft er één aan Charlotte. Wilhelm knikt instemmend naar haar, want hij heeft haar schietles gegeven en ze weet inmiddels heel goed met dat ding om te gaan. 'Goed dan!', zegt ze na een tweede glas whisky, 'we doen het vandaag en we doen het tegen sluitingstijd!'.
In de Rabobank aan de Wilhelminaweg 80-a staat de laatste klant een paar duizendjes op zijn rekening te storten. Het is Lucas Verkerk, een erudiete streekschrijver, die met de dichteres Ilse Starkenburg, geboren te Dieren, bevriend was. Hij heeft al haar dichtbundels, gesigneerd en soms met een persoonlijke zin erbij. Sinds zij op 11 november 2019 op 56-jarige leeftijd is overleden, maakt hij zich hard voor een standbeeld of plaquette voor haar. Haar laatste bundel 'De boom valt op mij' valt niet ver van de boom, want de kruin van een boom is echt op haar gevallen en ze raakte bewusteloos. Op de cover zie je een kunstwerk van Iris Le Rütte, een artistieke boomsculptuur. De dood is ook als een soort boom op haar gevallen. Lucas ziet hoe een blauwe scootmobiel met een man en een vrouw erop de bank binnen rijdt. Eenmaal voor de balie staan ze allebei vliegensvlug op en trekken ze hun pistolen. 'Open de deur en waag het niet om op de alarmknop te drukken!', roept Diederik, die een bivakmuts draagt. Charlotte was het even vergeten, maar ze doet ook snel haar bivakmuts op. 'Vooruit, opschieten, teringwijf!', schreeuwt Diederik, 'laat ons erdoor!'. Lucas plast in zijn broek en hij wil de bank verlaten, maar daar is Wilhelm ineens, ook met een bivakmuts op. 'Nee, kereltje, hier blijven jij en verroer je niet, anders schiet ik een kogel door jouw duffe kop!', zegt Wilhelm, die de bankdeuren op slot draait. Wilhelm ziet de natte plek in zijn broek en hij sleurt hem mee naar de kluis, waar Charlotte de medewerkers onder schot houdt, terwijl Diederik de explosieven plaatst. Voordat hij die laat afgaan, dwingt hij de directeur om de cijfers van het codeslot te geven. Na twee valse cijfercombinaties schiet hij de directeur door zijn maag en gebruikt hij de explosieven. De bankovervallers zoeken dekking, terwijl de anderen een enorme explosie te verduren krijgen. Zodra de rook neerzakt, rent Diederik naar de geopende kluis en vult hij een jutezak met diamanten, sieraden en stapels grootgeld. De medewerkers liggen allemaal gewond op de grond te kermen van de pijn. De gewonde directeur probeert met man en macht Diederik tegen te houden, maar Wilhelm schiet hem in zijn rug. 'Opschieten, Diederik, dit gaat anders te lang duren, denk aan het tijdsschema!', roept Charlotte bang om zich heen kijkend. 'Verdomme, Wilhelm, daar zijn de smerissen al! Iemand heeft toch op een alarmknop gedrukt!', schreeuwt Diederik. Wilhelm pakt een baliejuffrouw bij haar lurven en hij schudt haar door elkaar. 'Was jij het?', schreeuwt hij keihard. Versuft door de explosiewonden weet ze niets te zeggen, zodat hij haar laat vallen en snel naar de voorkant rent. 'Jij blijft hier!', roept hij in de haast tegen Charlotte, 'hou die verraders onder schot!'. Voor de bank staan inmiddels twee politiewagens schuin geparkeerd met politie-agenten erachter, die hun pistolen op de bank gericht hebben. Wilhelm snelt terug en hij zoekt naar een achteruitgang, die er niet is, wat hij wel wist, maar toch. 'We zitten als ratten in de val!', roept hij naar Charlotte en Diederik. Diederik gooit de gevulde zak over zijn schouder en hij zegt: 'Als je maar niet denkt dat ik mij ga overgeven, want we hebben er zoveel moeite voor gedaan en die paar sheriff's daar buiten kunnen de rambam krijgen!'.
'We vechten onszelf een weg naar buiten en we knallen al die dienders neer!', roept Diederik op zijn hurken achter de balie. 'Je weet dat zoiets je reinste dwaasheid is!', zegt Charlotte, 'want ze zijn inmiddels met veel meer en waarschijnlijk liggen er al scherpschutters op de daken!'. 'Heb jij een beter plan dan?', vraagt Wilhelm. 'Als we in leven willen blijven, kunnen we ons maar het beste overgeven!', zegt zij zonder bivakmuts. 'Geen denken aan!', begint Diederik direct, 'ik laat me door die rattenplaag daar buiten niet tegen houden!'. Wilhelm gaat naar achteren en hij komt terug met een bankmedewerkster, die hij voor zich houdt. 'Ik ga onderhandelen!', zegt hij koelbloedig. Buiten op de stoep eist hij een vluchtauto en de terugtrekking van alle agenten, want anders zullen alle gijzelaars het niet overleven. 'Wanneer jullie je overgeven, zal er geen bloed vloeien!', klinkt het door een megafoon. 'Mijn eis geldt een kwartier!', krijst Wilhelm, 'daarna is het einde oefening!'. Terug in het bankgebouw overlegt hij met Diederik en Charlotte wat ze het beste kunnen doen. De directeur is doodgeschoten en de andere twee medewerksters zijn zwaar gewond, maar kunnen zeker nog als gijzelaars dienen. Diederik opent een fles cognac, die hij van het bureau van de directeur heeft gepakt. Hij klokt het goedje als ranja naar binnen. 'Hier, neem ook wat!', zegt hij tegen Wilhelm, 'het kan wel eens ons laatste moment van genot zijn!'. Charlotte neust wat in de zak en ze doet een parelsnoer rond haar nek. 'Als ik dan ten onder ga, dan wel in stijl graag!', zegt ze met een opgeheven hoofd. Ze smijt een gouden horloge naar Diederik, die hem inderdaad omdoet. 'Laten we het hoofd koel houden!', zegt Wilhelm, 'het kwartier is bijna om!'. 'Er is beweging buiten!', zegt Diederik. De poltiewagens worden weggereden en er komt een zwarte BMW voor in de plaats. De chauffeur stapt uit en hij laat de deur open staan. De sleutels legt hij goed zichtbaar op het dak. 'De eis is ingewilligd!', klinkt het uit de megafoon, 'jullie vluchtauto staat gereed, laat de gijzelaars gaan en jullie krijgen een vrije aftocht!'. 'Ik geloof die snoeshaan echt niet!', zegt Diederik, 'maar we hebben geen alternatief!'. 'We nemen elk een gijzelaar mee, voor de zekerheid!', zegt Wilhelm, die nog een laatste slok uit de cognacfles neemt. De medewerkster, die Charlotte voor zich houdt, kan nauwelijks op haar benen staan en heeft amper besef van wat er allemaal gebeurt. Wilhelm heeft Lucas bij zich, terwijl hij als eerste naar buiten komt. Diederik volgt op een afstand van drie meter. Ze houden hun wapens voor zich uit. Charlotte aarzelt. Wanneer Wilhelm op zo'n vijf meter vanaf de auto is, vliegen de deuren van de zwarte BMW ineens heel snel open en klinken er van alle kanten schoten. De gijzelaars vallen op de grond en Diederik en Wilhelm vuren wanhopig om zich heen, terwijl ze door vele kogels geraakt worden. Charlotte laat haar gijzelaar los, ze smijt haar wapen weg en ze doet haar handen omhoog. Mannen met zwarte bivakmutsen en zwarte kleren rennen naar haar toe en duwen haar op de grond. Ze krijgt meteen handboeien om en in haar ooghoeken ziet ze hoe Diederik en Wilhelm levenloos op straat liggen. 'Zie je wel', denkt ze somber, 'ik had toch gelijk, we hadden het volgende week moeten doen!'....

Familie van Janine Abbring

beschouwing
Er is nog niet op deze inzending gestemd. 44
De achternaam van mijn oma van moederszijde is Abbring. Zij heet Fennechien Abbring en zij is in Onnen geboren. Vlakbij Haren. Vlakbij Groningen-Stad. Janine Abbring is op 5 februari 1976 in Groningen-Stad geboren. Zij is opgegroeid in Roden, net als Ellen ten Damme. Later ging Janine met haar familie naar Warffum, waar mijn jongste broer nog heeft gewoond. Op de middelbare school werd ze gepest en ze wisselde van middelbare school. Zij studeerde journalistiek aan het christelijke Windesheim in Zwolle, duidelijk te zien vanaf het spoor. Daar was zij een nogal teruggetrokken type, maar wel iemand met het hart op de tong. Na haar afstuderen ging ze eerst een jaar iets anders doen om de druk te vermijden, die het journalistieke werk haar gaf. Ze zat toen tegen een burn-out aan en ze moest echt rustiger aan gaan doen. Zo werkte ze in een broodjeszaak in de Gamma. Daarna werkte ze bij de kunstredactie van het Groninger Dagblad, op de redactie in Winschoten. Van 1999 tot 2001, toen ze bij RTV Noord ging werken. Bij RTV Noord zijn de programma's 'Zondag met Lubach' en 'Zomergasten' ontstaan. Zij is de eindredactrice van 'Zondag met Lubach' en Arjen duldt het alleen dat zij boos op hem mag worden. Dat voorrecht heeft ze blijkbaar bij hem verdiend. Bij 'Zondag met Lubach' gebruiken ze o.a. het journalistieke werk van 'Follow the Money', waar ze dan grappen over verzinnen.
Vanaf 2006 woonde Janine in een boerderijtje in Westeremden, met een bomentuin van ruim 10.000 vierkante meter. Westeremden ligt vlakbij Stedum, waar mijn oma Abbring en opa Wiepkema in een bejaardenhuisje woonden. Ik heb als kind vier jaar in Stedum gewoond. Over mijn herinneringen daaraan heb ik reeds in de rubriek 'autobiografie' op deze schrijfsite geschreven. Overigens ligt Westeremden ook in de buurt van de hereboerderij tussen Roodeschool en Uithuizermeeden, waar mijn moeder is opgegroeid. Mijn ouders en ik zijn in Bedum geboren. Mijn oudste broer in Sint-Annen en mijn jongste broer in Stedum. Op een hereboerderij, waar ze ooit als kind de tong naar een Duitse soldaat heeft uitgestoken. In Westeremden woont de realistische kunstschilder Henk Helmantel in zijn eigen droomkasteeltje. Zijn commerciële schilderen loont de moeite.
Hoe Janine aan zo'n grote bomentuin is gekomen, is mij een raadsel. Wellicht had/heeft ze rijke ouders. In gedachten zie ik haar als een Jane naakt door de bomen slingeren. Haar Tarzan zal ze wel nooit vinden en ze heeft nog nooit samengewoond. Te eigengereid kan een onoverbrugbare handicap zijn. Bovendien is ze de stilte, verlatenheid en verre uitgestrektheid van het Groningse landschap gewend. Lang geleden had ze een relatie met de populaire volksnar Arjen Lubach. Naast haar boerderijtje had ze een kleine woonark in Loosdrecht, bij Hilversum. In 2012 deed ze mee met 'Wie is de Mol?', waarbij ze een fatale sprong van 11 meter in het water maakte. Ze verbrijzelde een ruggenwervel. Haar fiere rug was gebroken. In Pretoria werden 4 van haar ruggenwervels aan elkaar vastgezet. Er werd één van haar ribben verwijderd en vermalen. Daar werd één nieuwe wervel van gemaakt. Er zitten nog steeds pinnen en schroeven in haar rug en ze traint iedere week, samen met fysiotherapie en yoga.
In 2014 verhuisde ze naar Amsterdam en in 2017 presenteerde ze haar eerste 'Zomergasten'. Vooral de uitzending met Eberhard van der Laan staat bij menigeen nog op het netvlies. Voor die uitzending ontving zij bij DWDD de Sonja Barend Award uit handen van de verrimpelde, fossielachtige Sonja zelf. Plus de openbare nasleep-feuilleton van zijn charmante weduwe Femke Graas, die als braaf en gewiekst schaapje gezellig nagraasde. Voor 'Zomergasten' werkt Janine vooral thuis in Hilversum. Ze zegt 'Een goed interview is in het moment zijn' en daarom draagt ze geen oortje. Tijdens de keuzefragmenten heeft ze wel contact met haar eindredacteur. In de zomer van 2018 verhuisde Janine naar Hilversum. Daar woont ze in een huis aan de bosrand. Samen met haar hond Loïs, die niet net als haar vegetariër is. Loïs gaat overal mee naartoe en Janine laat in haar contracten vastleggen, dat Loïs met haar mee mag komen. ...

De halfbroer van Paul Verlaine's vrouw

beschouwing
Er is nog niet op deze inzending gestemd. 18
(voor Charles de Sivry (1848 - 1900))
Je bent geboren als Louis Charles Erhard de Sivry op 15 november 1848 op 43, rue de Miromesnil in Parijs. Jouw vader was Pierre Louis de Sivry, die in 1849 overleed. Jouw moeder was Antoinette-Flore Chariat, een pianolerares, die enkele lessen van Frédéric Chopin had gekregen. Jouw moeder hertrouwde met Theodore Jean Mauté. Ze kregen op 17 april 1853 in Nogent-le-Rotrou samen een dochter, Mathilde Sophie Marie Mauté, jouw halfzus. Jullie woonden in Parijs. In 1857 verhuisden jullie naar een groot appartement aan de Rue Suresnes, waar jouw moeder muzikale avonden organiseerde. In 1859 werd jouw halfzus Alice Marguerite geboren. Jouw stiefvader kocht het huis op 14, rue Nicolet in Montmartre. Jouw moeder was een vertrouwelinge van de Hertog van Rohan Henri Charles Louis de Beurges en zijn vrouw Alexandrine de Rohan-Chabot. Hun dochter was Osine de Beurges (1853 - 1877), de jeugdvriendin van Mathilde. Samen met jullie ouders kwamen jullie vaak op Château Reynel, 15 jaar lang iedere jachtperiode van drie maanden.
Jouw moeder gaf pianoles aan Claude Debussy, ter voorbereiding voor het Conservatorium van Parijs. Zij ontmoette vele Russische en Poolse kunstenaars. Jij ging naar de salons van Nina de Callias (1843 - 1884), waar je jouw moeder en Mathilde mee naartoe bracht. Daar kwamen de schrijver/arts Antoine-Hippolyte Cros, de schilder Henry Cros, de dichter Charles Cros, de dichter/schilder Léon Dierx en de schrijver Anatole France. Mathilde zong er 'En passant par la Lorraine' en ze ontmoette er jouw vriend Paul Verlaine, die ze eerst maar lelijk en slecht gekleed vond. Later ontmoette ze Paul bij de beeldhouwster Hélène Bertaux, waar jij Paul en zijn jeugdvriend, de dichter/schrijver Edmond Lepelletier, liet zingen. Mathilde was toen 14 jaar en jij liet haar 'Saturniens' en 'Fêtes Galantes' van Paul lezen. Jij zette enkele gedichten van Paul op muziek.
Paul Verlaine wilde in augustus 1869 al met Mathilde trouwen, toen ze 16 jaar was. In 1870 verscheen zijn 'La Bonne Chanson', geïnspireerd door Mathilde. Op 11 augustus 1870 trouwden Mathilde en Paul in de Notre-Dame-de-Clignancourt. Op 30 oktober 1871 werd hun zoon Georges Auguste Verlaine geboren. Ze woonden bij jouw ouders op 14, rue Nicolet. Arthur Rimbaud heeft er dan al enkele weken gelogeerd. Mathilde vond Arthur ongevoelig, omdat hij boeken uit de boekhandels in Charleville stal. Jij studeerde aan het lycée Chaptal, 45, Boulevard des Batignolles en daarna aan het Conservatorium bij Alexandre Chevillard (1811 - 1877) voor celloles. Je was zeer weerbarstig en je werd weggestuurd. Jouw stiefvader stuurde jou naar de landbouw- en penitentiaire kolonie Mettray. Daarna werd je een eenvoudige werknemer bij een verzekeringsmaatschappij. Je werkte ook voor een effectenmakelaar, die zelfdoding pleegde na het faillissement van Émile en Isaac Pereire. ...

Van schaduwplek naar zonovergoten siertuin

beschouwing
Er is nog niet op deze inzending gestemd. 19
(voor Silvina Ocampo (1903 - 1993))
Je bent geboren als Silvina Inocencia Ocampo Aguirre op 28 juli 1903 op 550 Viamonte Straat in Buenos Aires. Jouw rijke, elitaire, aristocratische ouders waren de architect Manuel Silvio Cecilio Ocampo en Ramona Aguirre Herrera, die van tuinieren en vioolspelen hield. Jij was de jongste van hun zes dochters; Victoria, Angelica, Francisca, Rosa, Clara, Maria en Silvina. Jij kreeg thuis les van drie gouvernantes, 1 Franse en 2 Engelse, een Spaanse en een Italiaanse leraar. Jouw voorouders waren gouverneurs, krijgsheren en de politicus Manuel José de Ocampo y Gonzáléz (1810 - 1896), die presidentskandidaat was en bevriend met de schrijver/politicus Domingo Faustino Sarmiento, die van 1868 tot 1874 president was. Jij had een eenzame kindertijd.
Jouw zus Victoria was geboren op 7 april 1890 en zij was de oprichter/uitgever van het literaire tijdschrift 'Sur', opgericht in 1931. Zij was ook een schrijfster. Jij publiceerde ook in 'Sur', artikelen, gedichten en korte verhalen. In Victoria's huis Villa Ocampo in San Isidro, gebouwd door jullie vader in 1891, ontving zij o.a. Rabindranath Tagore, Federico Garcia Lorca, Antoine de Saint-Exupéry, André Malraux, Albert Camus, Graham Greene, Jorge Luis Borges en Igor Stravinsky. De bibliotheek telt 12.000 boeken.
In 1906-1907 waren jullie in Parijs. Victoria trouwde in 1912 met Bernardo de Estrada. Na dit huwelijk nam zij de door jou zeer geliefde gouvernante/oppasser Fanni mee. Fanni hield het allermeeste van jou. Dit betekende voor jou het einde van jouw jeugd. Jij studeerde eerst schilderkunst in Parijs. Jij kreeg les van de kubistische schilder/beeldhouwer Fernand Léger (1881 - 1955) en de kunstenaar/schrijver Giorgio de Chirico. Terug in Buenos Aires kreeg jij les van de kunstcritica Norah Borges, de zus van Jorge Luis Borges, en jij kreeg les van de schrijfster Maria Rosa Oliver, die een vriendin van Che Guevara was, met wie zij correspondeerde. Victoria en Bernardo zijn in 1920 gescheiden. Victoria begon een lange relatie met de diplomaat Julián Martinez. Ze correspondeerde met Virginia Woolf, die ze in juni 1939 in Londen ontmoette, wat geen succes was. Toen jouw zus Clara overleed, begon jij gezelligheid te haten. ...

De laffe ploert van Hindeloopen

verhaal
Er is nog niet op deze inzending gestemd. 28
'Stel dat alles wat je gelooft of wat de geloven je hebben doen geloven, niet waar is en er geen hiernamaals bestaat, dan nog of zelfs juist daarom is het leven de moeite waard of waard geweest!', zegt de filosofisch ingestelde Befke Swart tegen haar partner Fopje Wieringa. 'Als alles in een niet-zijn eindigt bedoel je!', antwoordt Fopje met een serieuze blik. De harde wind beukt tegen de voordeur van hun kleine huis op de Kalverstraat 4 in Hindeloopen. In de tuin waait een gieter omver. 'Precies dat, wat voor velen onvoorstelbaar en niet te verkroppen is!', zegt Befke met een stukje kaas in haar mond. Fopje zegt: 'Mooi geprobeerd, maar het gaat er bij mij niet in, dat geesten en zielen, wat wij ten diepste zijn, zomaar uitdoven aan het einde van een vaak zware rit!'. 'Daarin heb je gelijk', vervolgt Befke, 'en dat komt omdat er alleen op de aarde en dergelijke planeten een tijdsbesef is gecreëerd, die haaks staat op het eeuwige zijn!'. 'Jij ook nog een biertje?', vraagt Fopje, terwijl ze naar de koelkast loopt. 'Graag!', zegt Befke, 'maar je hoeft dus niet in een godendom te geloven om een zinvol leven te leiden, dat heeft Ilja ons net gezegd!'. De hippe dames hadden net naar de laatste aflevering van 'Zomergasten' gekeken, waarin Ilja Leonard Pfeijffer zoveel mogelijk de diepte in was gegaan. Ilja zei in goede mensen te geloven, die de wereld iets beter weten te maken. Fopje geeft Befke een nieuw flesje bier en ze zet de tuit van haar flesje meteen aan haar mond. 'Ik vind het heerlijk om zo naar jouw lippen te kijken!', zegt Befke, 'dat windt me heel erg op!'. 'Heb je die vijf knoerten van ringen gezien, die Ilja droeg? Alsof hij koning van vijf landen is!', zegt Fopje, terwijl er wat bier langs haar kin glijdt. 'Raar dat er niet meer over zijn vrouw Stella is gepraat, terwijl Ilja dat wel min of meer aankondigde!', zegt Befke. 'Ja, inderdaad raar, zelfs geen foto of een smeuÏge anekdote!' 'Alleen dat ze zijn buurvrouw was' 'Wel knap van hem dat hij al ruim vijf jaar zonder de drank is' 'Dat zie ik jou niet doen nee' 'Daar heb ik ook geen reden voor' 'Nog niet, bedoel je' 'Gaan we weer katten?' 'Die Janine werd wel even fel op hem toen hij over zijn literaire vrouwbeeld moest praten' 'Ze snapt zijn fictieve literatuurmethoden niet echt geloof ik' 'Dat was het enige moment dat ik hem echt beteuterd zag kijken' 'En natuurlijk toen hij over zijn corono-ervaringen praatte', zegt Fopje, 'zullen we nog even een ommetje maken, even lekker uitwaaien?'. 'Dat gaan we meteen doen!', zegt Befke en ze loopt naar de hal, waar ze haar zomerjas aantrekt. Fopje's jas houdt ze galant voor haar open. Even later lopen ze door hun geliefde Hindeloopen, hun eigen vertrouwde openluchtmuseum. Ze lopen richting de dijk om naar het IJsselmeer te kijken. Her en der zien ze schimmige lichtjes van moedige zeelieden. De wind blaast pal in hun knappe gezichten. De haren van Befke slingeren alle kanten op. Ze zien verder niemand op de dijk en ze kussen elkaar hartstochtelijk op de mond. 'Ik wil hier nooit meer weg!', roept Fopje. 'Dat hoeft ook niet!', roept Befke terug.
Het is maandagmiddag en Befke bereidt haar schilderijententoonstelling voor. Dat doet ze in het Museum Hindeloopen aan de Dijkweg 3. Omdat al haar schilderijen vrolijke taferelen uit Hindeloopen en omgeving zijn, ging het museumbestuur akkoord. Ze heeft één kamertje ter beschikking gekregen in dit voormalige stadhuis. Naast haar baan als lingerieverkoopster in Sneek is schilderen een serieuze hobby van haar. Ze schildert ook van alles in de typische schilderkunst van Hindeloopen, zo met de kleuren rood, blauw, groen en wit. Dat lijkt sprekend op de Noorse Rosemaling, waar ze ook zo dol op is. Twee jaar geleden is ze nog met Befke naar Noorwegen geweest en hebben ze hun ogen uitgekeken. Zodra de coronacrisis voorbij is, gaan ze weer. Haar telefoon gaat. 'Hoi, lieverd, met mij, lukt het een beetje met jouw solo-expositie?', vraagt Fopje vanuit Bolsward, waar ze een kleine kledingboetiek heeft, die ondanks de croma (zoals zij het noemt) nog steeds fantastisch loopt. 'Het gaat echt te gek worden, schatje, misschien kunnen we vanavond even gaan kijken, want ik heb een sleutel gekregen!', zegt Befke met een brede glimlach. 'Lijkt me toppie, lekker ding, ik zie je vanavond, succes verder en vergeet niet, dat we vanavond bij Skutsje en Barber eten!', antwoordt Fopje hyperverheugd. 'Kus op je Sappho-driehoek!', zegt Befke, die even snel om zich heen kijkt of er niemand in de buurt is. 'Tot later, continu geile vrouw!', besluit Fopje met een lachende stem. De stem van Fopje heeft haar helemaal opgepept en ze gaat er met nieuwe energie tegenaan. Zodra ze helemaal tevreden is, wandelt ze nog wat door de stad en geniet ze van de vele, idyllische plekjes. Ze zwaait naar de oude mannen op de Leugenbank en ze zwaaien allemaal uitbundig terug. Om daarna weer flink te roddelen en slokjes beerenburg te nuttigen. In het verre verleden handelden de schippers van Hindeloopen in jenever, nu doen ze alleen nog aan de naproeverij. Vol bewondering kijkt ze naar de Grote Kerk uit 1632. 'Hij dient nergens meer voor', denkt ze, 'maar hij is onmisbaar voor het indrukwekkende stadsgezicht!'. Timmerman Frodo Vredeman klampt haar aan en hij zegt: 'Ik heb vernomen dat u binnenkort een schilderijententoonstelling heeft in ons museum, nou, mevrouw, ik wil alvast zeggen, dat ik mij daar zeer op verheug en dat ik zeker kom kijken en niet alleen, maar met het hele gezin!'. 'Dat is mooi!', zegt Befke apetrots, 'dan zal het in ieder geval niet ongezien blijven!'. 'Zeer zeker niet, mevrouw, dag mevrouw!', zegt Frodo, die haastig verder fietst. Bij het Sylhús aan 't Oost 12 kijkt ze vol vreugde naar de overkant van het water, waar hun huisje staat. Vol tintelende geluksgevoelens nadert ze de voordeur, waar twee vieze potten staan met in één ervan een verfrommeld briefje. Ze leest: 'Vuile potten voor vuile potten!'. De rillingen lopen over haar rug, wanneer ze in die vuile potten twee dode muizen ziet liggen. Binnen loopt ze meteen naar de koelkast om een aangebroken fles wijn te pakken. Met trillende handen drinkt ze uit de fles. Ze besluit Fopje maar niet te bellen, want die kan elk moment thuis komen. Vol ongeloof nestelt ze in de hoek van de bank. Zodra ze Fopje ziet verschijnen, staat ze op om haar voor te bereiden op deze walgelijke actie. Ze staat huilend in de deuropening. 'Moet je nu eens kijken!', zegt ze verslagen, 'en dit briefje zat erbij!'. Fopje sluit Befke meteen in haar armen en ze weet haar op een formidabele manier gerust te stellen en te troosten. 'Die rommel brengen we eerst naar de vuilnisbakken en daarna gaan we gewoon gezellig naar Skutsje en Barber, zonder ons nog om die gefrustreerde zakkenwasser te bekommeren!', zegt Fopje, die alsmaar heel lief over het hoofd van Befke aait. 'Moeten we dit niet aangeven?', vraagt Befke bedeesd. 'Dat gaan we ook doen, schat, maar we laten er ons deze avond niet door verpesten, okay?', zegt Fopje. 'Natuurlijk!', antwoordt Befke en er breekt alweer een glimlach door.
Het hatelijke incident wordt bij het lesbische stel Skutsje en Barber besproken om er maar vanaf te zijn. Skutsje vertelt, dat ze maandenlang door een boerenknecht is achtervolgd, Tsjiebe Wadman, die maar niet kon begrijpen, dat zij niet op mannen valt. 'Wil je niet eens een echte kerel zoals ik proberen?', had hij haar gevraagd. 'Voor wat proberen?', had ze tegen hem gezegd, terwijl ze hem indringend in de holle ogen keek. Daarna heeft hij haar gemeden als de pest en soms nog voor 'lesbotrut' uitgescholden. 'Kortom, je moet er gewoon boven gaan staan, lieve Befke!', zegt Barber, die de toastjes met gerookte zalm serveert. 'Op een gegeven moment houden ze vanzelf wel op!', vult Skutsje aan. Fopje knikt instemmend en nipt van haar glas port. De avond verloopt verder heerlijk ongedwongen en vol lachsalvo's en binnenpretjes. De zelfgemaakte pizza's smaken overheerlijk en de wijn vloeit rijkelijk. Tegen tienen stappen Befke en Fopje op, omdat ze nog een ander plannetje hebben, wat ze op de valreep nog even vertellen.. Er wordt druk gezoend en feestelijk uitgezwaaid. Beiden zijn wat aangeschoten, maar ze gaan nog wel even bij Befke's expositie kijken. Door de alcoholroes vergeten ze de deur van het museum achter zich op slot te doen. De lampen zijn veel te fel voor hun ogen, maar ze zetten toch maar door. Fopje is meteen enthousiast en superlyrisch over de opstelling en de afwerking. 'Gunst, meid', zegt ze duidelijk beschonken, 'ik wist niet dat je dit allemaal in je hebt!'. 'Ik ook niet!', zegt Befke. 'Jij ook niet?', reageert Fopje lacherig. 'Stil! Ik hoor wat, er loopt daar iemand!', zegt Befke ineens verschrikt. 'Het spook van een knorrige burgemeester!', grapt Fopje. Ineens gaan de lichten uit en kunnen ze elkaar nog maar nauwelijks zien. 'Ik zei het toch!', fluistert Befke. 'We gaan terug, ik ga voorop!', fluistert Fopje terug. Langzaam schuifelen ze richting de uitgang. Hun handen betasten de muren. Opeens klinken er harde schoten en vallen de vrouwen op de grond. Een donkere schim rent langs hun lichamen naar buiten. Na enkele minuten doet iemand het licht weer aan. Het is Skutsje, die de door Befke vergeten handtas komt brengen. Ze ziet de neergeschoten vriendinnen en ze belt meteen een ambulance. Befke is door haar hoofd geschoten en zij leeft niet meer, maar Fopje ademt nog en maakt zeker nog een kans. Nadat Fopje zo snel mogelijk in de ambulance wordt weggebracht, wordt politie-agent Heitse Poortinga door een oplettende Siebe Brandsma aangesproken, die zegt, dat hij de schoten heeft gehoord en dat hij even later bijna omver werd gelopen door Dikke Tamminga, die zeeman op de grote vaart is en een huisje aan de rand van Hindeloopen bewoont, tenminste als hij er is. Nog diezelfde avond wordt Dikke Tamminga gearresteerd en verhoord. Hij bekent meteen en hij zegt: 'Want ik heb een bloedhekel aan dat soort smerige wijven! Toen ik ze op de dijk elkaar zag kussen, werd ik des duivels en heb ik ze eerst met dode muizen wat schrik aangejaagd, maar dat vond ik toch niet genoeg straf!'. 'Dus jij vond het nodig om hen te straffen, omdat zij van elkander houden?', zegt Heitse, 'welnu, Dikke Lul, wij vinden het nodig om jou eens flink te straffen, omdat wij niet van jou houden!'. Op datzelfde moment opent Fopje haar ogen in het ziekenhuis van Sneek en vraagt ze meteen hoe het met Befke is. 'Befke heeft het helaas niet gered!', zegt een vriendelijke arts, terwijl zij de tranen van Fokje's wangen debt....

Met stenen vol dierbare herinneringen geschreven

beschouwing
Er is nog niet op deze inzending gestemd. 16
(voor Olga Orozco (1920 - 1999))
Je bent geboren als Olga Noemi Gugliotta Orozco op 17 maart 1920 in Santa Rosa de Toay, in de provincie La Pampa, in Argentinië. Jouw vader Carmelo Gugliotta was een Siciliaan uit Capo d'Orlando aan de Tyrreense Zee, waar een vuurtoren uit 1904 staat. Jouw Argentijnse moeder was Cecilia Orozco. Je woonde van jouw achtste tot jouw zestiende jaar in Bahía Blanca, wat in 1828 als een fort werd gesticht door kolonel Ramón Estomba. De belangrijkste openbare bibliotheek daar is de Biblioteca Bernardino Rivadavia. Je verhuisde met jouw ouders naar Buenos Aires. Je studeerde filosofie en letteren aan de universiteit van Buenos Aires. Je bent afgestudeerd als lerares, maar je hebt nooit les gegeven.
In 1946 verscheen jouw eerste dichtbundel 'From Far'. Je was op jonge leeftijd al lid van de surrealistische, literaire groep 'Third Vanguard', net als o.a. de dichter Oliverio Girondo en Ulysses Mezzera. Je werkte in de journalistiek, waarbij je diverse pseudoniemen gebruikte. Je trouwde met de dichter Miguel Angel Gómez, die het tijdschrift 'Canto' leidde, waar jij aan meewerkte. In 'Canto' werd de Generatie van 1940 bijeen gebracht. Jij was kritisch op het klassieke, Spaanse en Argentijnse theater op Radio Municipal. Je was ook een actrice en van 1947 tot 1954 speelde je het karakter van Monica Videla. Radio Splendid is op 23 mei 1923 begonnen met uitzenden vanuit een studio in de Cinema Teatro Gran Splendid in Buenos Aires. Jij werkte bij Radio Splendid in het gezelschap van de legendarische radio-actrice Nydia Reynal en de radio-acteur Héctor Coire, de zoon van de filmactrice Benita Puértolas. Je publiceerde in de literaire tijdschriften 'Sur', 'Canto', 'From Zero', 'Cabalgata' en 'Annals of Buenos Aires'. Je beschreef enkele jaren de horoscopen van de 'Clárin'.
In 1952 verscheen jouw eerste dichtbundel 'Las muertes'. In 1961 kreeg jij een beurs van de National Endowment for the Arts. Je ontving o.a. de Premio de Honor de la Fundación Argentina, de Gran Premio de Honor de la SADE, de Premio Esteban Echeverria, de Premio Gabriela Mistral, de Premio Konex de Honor, de Láurea de Poesia de la Universidad de Turin, de Premio de Literatura Latinoamericana y del Caribe Juan Rulfo, de Primer Premio Municipal de Poesia en de Premio Nacional de Poesia. ...

Erika uit Erica

verhaal
Er is nog niet op deze inzending gestemd. 30
De lerares Grieks en Latijn Erika Annelie Braam leidt een dubbeldik dubbelleven in de stijl van Dr. Jekyll and Mr. Hyde. Overdag werkt Erika bij het Hondsrug College aan de Emmalaan 25 in Emmen, waar de sfeer bijna altijd buitengewoon opgewekt is vanwege de christelijke signatuur, die overal bezit van heeft genomen, zelfs in het strak gemaaide gras rondom de school. Het halleluja-gevoel hangt in alle klaslokalen, alsof leren en in God geloven een ideale combinatie voor maatschappelijk succes is.
In Erika's lokaal hangt ook een lichte walm van rebellie, al is het alleen al door de sigaret, die zij elke middagpauze met open raam rookt. Haar collega-leerkrachten hebben er bijna allemaal bij directeur Henk Hartlief over geklaagd, maar Henk gedoogt het, daar er nergens zo'n goede lerares Grieks en Latijn is te vinden. 'Bovendien doet zij haar zonde bij een open raam!', had hij tegen de NSB-ers gezegd, 'waaruit wel degelijk haar goede wil blijkt!'.
De docente geschiedenis Klara Reijn mopperde nog, dat zij ondanks dat de stank nog steeds op de gang kon ruiken en dat het een uitermate slecht voorbeeld is voor de beïnvloedbare leerlingen. 'Het is vaak een wolkje', had Henk haar geantwoord, 'het waait snel genoeg weer weg!'. Met toegeknepen billen had Klara de directeurskamer verlaten. Even later klonk er een vals 'Merde!'. Henk kreeg meteen zin om Klara met een zweep over haar strakke billen te zwiepen, maar hij onderdrukte de gedachte met een snel afgerafeld Onze Vader. Dat had hem als een tovermiddel gekalmeerd.
Erika's klas zit vol nieuwsgierige, ijverige, welopgevoede, wereldvreemde, keurig nette leerlingen, die braaf het krijtje in haar hand volgen. Zij schrijft 'Barbarus hic ego sum, quia non intellegor ulli' op het groene bord. 'Wie kan mij vertellen wat hier staat?', vraagt zij met haar felrood gekleurde mondlippen. 'Niemand?', vraagt ze even later. Op dat moment steekt Baukje Bremer haar hand op. 'Ja, Baukje!', zegt Erika met een zucht van opluchting. 'Ik geloof dat er zoiets staat als: ik ben hier een barbaar, omdat ik niet intelligent ben!', zegt Baukje nonchalant. 'Nee, Baukje en de anderen, er staat: ik ben hier een vreemdeling, omdat ik door niemand begrepen word.', legt Erika uit. 'Wie van jullie voelt zich ook wel eens onbegrepen?', vraagt Erika. 'Daar mogen jullie dan een kort verhaal van maken en dat verhaal in het Latijn inleveren!', vervolgt Erika, terwijl ze even haar BH wat verschuift, zodat het lekkerder zit. Iedereen begint te puffen en te kreunen, maar ja, het gymnasium is een gymnasium. Gelukkig voor hen gaat de verlossende bel en schuiven zij de stoelen keurig onder de tafeltjes. 'Tot volgende week allemaal!', zegt Erika met een meelevende glimlach. 'Dag juf!', zeggen sommigen met ingehouden enthousiasme of meer met een bezwaard gemoed. ...

Occulte magie als een vorm van zelfdoding of moord?

beschouwing
Er is nog niet op deze inzending gestemd. 20
(voor Netta Fornario (1897 - 1929))
Je bent geboren als Marie Emily (Netta) Fornario in 1897 in Caïro, Egypte. Jouw Italiaanse vader Giuseppe Nicola Raimundo Fornario was een professor en directeur van het Medisch Instituut van Milaan. Jouw Engelse moeder Norah Edith Ling overleed toen jij één jaar was. Je werd verzorgd door jouw Engelse grootouders, jouw opa Thomas Pratt Ling, een theehandelaar, en zijn vrouw. Met hen woonde jij in Leigham Holme, aan de Leigham Court Road in Streatham. Op jouw 14-de ging jij naar een verre kostschool en naar Ladies' College, 2 Grassington Road in Eastbourne. Opa Thomas overleed in februari 1909. Soms ging je met jouw vader op reis, o.a. naar Egypte, waar jouw vader een standbeeldje van Osiris voor jou kocht. Jullie kregen ruzie over dit standbeeldje. Jij vond dat het vervloekt was en Giuseppe vond jou belachelijk doen. Daarna hebben jullie nooit meer met elkaar gesproken. Je raakte vervreemd van jouw vader.
Jij was een vegetariër, je had lang, donker haar, waarvan je vaak vlechten maakte, en je droeg alternatieve, kunstzinnige, handgeweven kleding. Als jong volwassene woonde je deels in Italië. In juli 1922 ging je naar Engeland terug en werd je lid van de Rozenkruisers Orde van Alpha et Omega, voortgekomen uit de Hermetische Orde van de Gouden Dageraad. Jij deed aan rituele magie, het leggen van tarotkaarten, het oproepen van geesten en demonen, lange trances, mystiek, alchemie, astrologie en telepathie. Jij hield ook erg veel van feeën. In 1921 werd jij benoemd tot Outer Guardian van een co-maçonnieke (vrijmetselarij) lodge in de Sinclair Road in Hammersmith. Je hebt de occulte opera 'The Immortal Hour' zo'n 23 keer bekeken. In 'The Occult Review' schreef je er een recensie over. Jij was een medium/sjamaan, die kon genezen door in trance te geraken. Jij las een verhaal van jouw favoriete schrijver William Sharp, die over vrij rondlopende feeën schreef, waardoor jij door Iona werd aangetrokken. Je wilde de feeën bestuderen.
In de nazomer van 1929 ging jij van Londen naar het kleine, Schotse eiland Iona. Je was 32 of 33 jaar. Je was eerst een week in trance geweest, voordat je tot dit besluit kwam. Je had een zeer grote hoeveelheid bagage bij je, plus meubilair. Je was van plan om een lange tijd op Iona te blijven. Je vond een huurkamer in Traigh Mhor, nabij het dorp Baile Mòr. Jij logeerde bij de hospita Mevrouw MacRae. Jullie werden vriendinnen van elkaar. Overdag was jij grotendeels over het eiland aan het zwerven en 's nachts deed jij diverse, paranormale handelingen. In de herfst stuurde jij een cryptisch bericht naar jouw huishoudster Mevrouw Varney in Kew. Je schreef: 'Wees niet verbaasd als je lange tijd niets van mij hoort. Ik heb een vreselijke genezingszaak te doen.'. Iona is bekend van St. Columba en de Book of Kells, die daar geschreven is. Jij kwam er de voor-christelijke, Keltische, heilige plekken bezoeken. ...

Als magisch medium uiteindelijk opgebrand en uitgehongerd

beschouwing
5,0 met 2 stemmen 23
(voor Moina Mathers (1865 - 1928))
Je bent geboren als Mina Bergson op 28 februari 1865 in Genève, Zwitserland. Je komt uit een invloedrijke en getalenteerde, Pools-Joodse familie aan de kant van jouw vader Michel Bergson (Bereksohn), geboren op 20 mei 1820 in Warschau. Hij was een componist, pianist en promotor van Frédéric Chopin. Hij was een leerling van de componist/pianist/dirigent Friedrich Schneider, de componist Carl Friedrich Rungenhagen en de componist/pianist Wilhelm Taubert. In 1863 werd hij professor aan het Conservatorium in Genève. Later werd hij er directeur. Hij componeerde de opera's 'Louisa de Montfort' en 'Salvator Rosa'. Jouw moeder was Katherine (Kate) Levison uit Yorkshire. Zij was van Engelse, Ierse en Joodse afkomst. Haar vader was de arts/tandarts Jacob Levison. Haar moeder Katherine Levison was in Londen geboren. Jouw oudere broer was de filosoof Henri-Louis Bergson, geboren op 18 oktober 1859 in Parijs. Henri trouwde met Louise Neuberger, de nicht van Marcel Proust. In 1896 werd hun dochter Jeanne geboren, die doof geboren was. Henri kreeg in 1927 de Nobelprijs voor de Literatuur.
Jij was twee jaar toen jullie van Londen naar Parijs verhuisden. Op jouw 15-de ging jij naar de Slade School of Art. Jij kreeg een beurs en vier certificaten voor tekenen. Je was bevriend met de kunstschilderes Beatrice Vanfor (Offor), geboren op 21 maart 1864 in Sydenham. Zij schilderde vooral portretten van jonge vrouwen en vaak van esoterische aard. Ze trouwde met de beeldhouwer William Farran Littler. Haar zussen waren vaak haar modellen en bruiden en naakte vrouwen. Zij portretteerde ook de schrijfster Marie Louise Ramé (Ouida) van de beroemde bestseller 'Under Two Flags'. In 1919 kreeg Beatrice een zenuwinzinking en op 7 augustus 1920 pleegde zij zelfdoding door in Londen uit een raam te springen. Ze werd 56 jaar. Jouw broer Henri en jij waren betrokken bij het occultisme en het paranormale. In 1882 ontmoette jij op de Slade School of Art Annie Horniman, die jouw vriendin werd. Annie financierde later de Hermetische Orde van de Gouden Dageraad.
In het British Museum tekende en bestudeerde jij vaak Egyptische voorwerpen. In dit museum ontmoette je Samuel Liddell MacGregor Mathers, met wie jij zou trouwen. Deze occultist was geboren op 8 of 11 januari 1854 in Hackney. Hij had zojuist zijn eerste boek 'Kabbalah Onthuld' gepubliceerd, een vertaling van Knorr von Rosenroth. Jouw ouders waren tegen een huwelijk, omdat hij geen vast inkomen had. Samuel en jij trouwden op 16 juni 1890 in de bibliotheek van het Horniman Muzeum. Zo werd jij Moina Mathers. Met Moina benadrukte je jouw Ierse afkomst. Je omschreef jouw huwelijk als 'zuiver', wat sommigen als 'celebatair' interpreteerden. In 1888 werd de Isis-Urania Tempel geopend en was jij de eerste ingewijde. Jouw motto was 'Vestigia Nulla Retrorsum' en jij was van zeer groot belang voor de Orde, ook gezien de grote hoeveelheid informatie, die jij als medium doorgaf. Samuel was de Magus, de rituelen creërende tovenaar, en jij was de Hogepriesteres. Jij was de belangrijkste, goddelijke zieneres en helderziende voor de Orde. Jij was de channeler en schepper van visionair materiaal voor de rituelen van oproeping van de Innerlijke Orde. ...

'De schaakspeelster' van Bertina Henrichs

beschouwing
Er is nog niet op deze inzending gestemd. 25
Voor Bas Heijne's 'Angst en schoonheid' las ik 'De schaakspeelster' van Bertina Henrichs, een blinkend juweel binnen de 21-ste eeuwse literatuurwereld. Bertina Henrichs (1966, Frankfurt am Main) studeerde Franse literatuur en filmtechnieken in Berlijn en Parijs. In 1987 ging ze naar Parijs en daar woont ze nog steeds. Ze promoveerde in 1997 aan de Paris Diderot University met haar proefschrift over schrijvers, die een vreemde taal in ballingschap hebben aangenomen. Haar debuutroman 'La Joueuse d'échecs' verscheen in 2005 bij Éditions Liana Levi. Bertina schrijft in het Frans. In 2007 verscheen de Duitse vertaling 'Die Schachspielerin'. In 2008 verscheen haar tweede roman 'That's all right, Mama'. In 2009 verscheen de verfilming van 'De schaakspeelster' als 'Queen to Play' of 'Joueuse', met Sandrine Bonnaire in de hoofdrol. De verfilming is gebaseerd op het boek en is dan ook heel anders. Zo speelt het verhaal zich af op Corsica, inplaats van op het Griekse eiland Naxos. In 2010 verscheen 'Le Narcisse', in 2011 'Le Jardin' en in 2013 'Das Glück der blauen Stunde'.
De hoofdpersoon is de uiterst sympathieke Eleni, moeder van Yannis en Dimitra, die elke dag 20 kamers in een toeristenhotel op Naxos schoonmaakt. Op een dag gooit ze in kamer 17 per ongeluk een zwarte pion op een schaakbord om. Hiermee begint haar eigen schaakavontuur. Ze koopt een schaakmachine voor haar man Panos, die jarig is, maar ze gaat er zelf mee aan de slag. wat ze voor iedereen verborgen houdt, op de oud-leraar van haar Kouros na, die in Halki haar geheime schaakmentor wordt, terwijl iedereen denkt dat zij haar ouders bezoekt. Panos, zijn vrienden en de dorpelingen halen zich van alles in hun hoofd als het om Eleni gaat. Ze wordt zelfs van overspel verdacht en Panos achtervolgt haar tot het huis van Kouros. Uiteindelijk gaat Eleni naar Athene voor een schaaktoernooi. Ze is in de derde ronde uitgeschakeld door de kampioen van Koukaki. Ze wint niet, maar ze overwint wel enorm veel in zichzelf. Op Naxos is ze inmiddels tot heldin verklaard. De apotheker Costa vertelt haar dat Kouros is overleden. Hij zegt: 'Hij is twee dagen geleden gestorven in het ziekenhuis. Er was niets meer aan te doen. Hij heeft me gevraagd u te zeggen dat u zijn beste leerling was en dat hij blij was dat hij u kende. Hij was trots op u.'.
Dit is het verhaal in een notedop, maar het verhaal verdient het echt om helemaal gelezen te worden. Het is heel beeldend geschreven en het raakt meteen het hart van de lezer. Ik ervoer dezelfde sensatie, die ik met de boeken van Hermann Hesse en Cesare Pavese heb ervaren. Het is pretentieloos gebracht en het zit op zielsniveau. Bovendien ruik je de geuren en zie je de vergezichten. Je ademt mee met het innerlijke leven van Eleni. Je kijkt vanuit haar naar de mensen en gebeurtenissen rondom haar. Het is zo wezenlijk goed invoelbaar. Als lezer ben je zelf meteen Eleni. Het is een dieptepsychologisch hoogstandje en tevens zo heerlijk simpel levend. Eleni is een vrouw naar mijn hart. Eleni is door Bertina Henrichs verzonnen en daarom is Bertina Henrichs een vrouw naar mijn hart....