Twee schoten in een mooi park te Ponta Delgada
(voor Antero de Quental (1842 - 1891))
Jij bent geboren als Anthero Tarquínio de Quental op 18 april 1842 in Ponta Delgada op het eiland São Miguel, net als de schrijver Teófilo Braga, die kort de president van Portugal was. Jouw ouders waren Ana Guilhermina da Maia (1811 - 1876) en Fernando de Quental (1814 - 1873), een veteraan van de Portugese Burgeroorlog. Jouw moeder was een vroom familielid van de heilige priester Bartolomeu de Quental, die de Congregatie van het Oratorium in Portugal heeft opgericht. Jouw broers waren Antero en André. Jouw zussen waren Amélia, Maria Ermelinda en Ana Guilhermina. Op jonge leeftijd begon jij sonnetten te schrijven. Jij kreeg Franse lessen van de romantische schrijver António Feliciano de Castilho, geboren op 28 januari 1800 in Lissabon. Later bekritiseerde jij hem en andere romantici. Op jouw 7-de ging jij naar het Liçeu Açoriano, een privéschool. Jij kreeg Engels van meneer Rendall, een goudzoeker.
In augustus 1852 verhuisde jij met jouw moeder naar Lissabon, waar jij naar het Colégio do Pórtico ging. De directeur was jouw vroegere leraar De Castilho. In 1853 sloot deze school en ging jij naar Ponta Delgada terug. In 1855 ging jij eerst naar Lissabon en daarna naar Coimbra, naar het Colégio de São Bento, waar jij in 1857 afstudeerde. In de herfst van 1856 ging jij ook naar de Universiteit van Coimbra om rechten te studeren. Deze universiteit is op 1 maart 1290 opgericht door de Dichterkoning Denis (Dinis Afonso), die met de heilige Elisabeth van Aragón twee kinderen kreeg. De barokke Biblioteca Joanina met een kolonie vleermuizen behoort tot deze universiteit. De dichter Luís Vaz de Camões en de schrijver José Maria de Eça de Queirós studeerden hier ook. Jij werd er een ware socialist. Jij hebt de Sociedade do Raio opgericht, die literatuur onder de massa wilde brengen en de religie op een godslasterlijke wijze uitdaagde.
Jij had uitstekende schrijvende en orale talenten. In 1861 publiceerde jij jouw eerste sonnetten en in 1865 verscheen 'Odes Modernas', onder invloed van het werk van de socialist/anarchist/filosoof Pierre-Joseph Proudhon, die op 19 januari 1865 is overleden. Hij was o.a. tegen dictatuur, militarisme, nationalisme, oorlog en kapitalisme (gestolen eigendommen). Dat hij tegen de Joden was, was een negatief aspect van hem. In 1865 was er een conflict tussen de traditionalistische dichters, gesteund door António Felicianone de Castilho, en de jongere, moderne schrijvers, de Generatie van 70, die jij verdedigde, met o.a. Teófilo Braga, Ramalho Ortigão, met wie jij duelleerde, Guerra Junqueiro, Eça de Queirós, Oliveira Martins, Jaime Batalha Reis, Guilherme de Azevedo, die op 6 april 1882 in Parijs overleed en 42 jaar werd, jouw vriend Solomon Bensabat Saragga, Fialho de Almeida, Anselmo de Andrade en José Cardoso Vieira de Castro, die zijn 21-jarige vrouw Claudina Adelaide Gonçalves Guimarães vanwege overspel vermoordde en die op 5 oktober 1872 in Luanda door de tyfus overleed en 35 jaar werd. De groep 'Vencidos da Vida' was sterk verbonden met de Generatie van 70, met o.a. 3 graven en Luís Pinto de Soveral, die in 1900 markies werd.
Jij noemde de dichtstijl van A.F. de Castilho 'belachelijk en triviaal'. Castilho noemde jullie poëzie 'exhibitionistisch, obscuur en zonder zonder gezond verstand en smaak'. Castilho werd onttroond, ook door de opkomst van de dichter João de Deus de Nogueira Ramos. In 1866 verhuisde jij naar Lissabon, waar jij samen met Eça de Queirós, Guerra Junqueiro en Ramalho Ortigão 'Cenáculo' oprichtte, een anarchistische groep tegen veel politieke, sociale en intellectuele conventies. In 1868 heb jij met Oliveira Martins de krant 'A República - Jornal da Democracia Portuguesa' opgericht. In 1871 organiseerde jij de 'Casinoconferenties', het begin van de verspreiding van socialistische en anarchistische ideeën in Portugal. Jij was een voorvechter van de republikeinse idealen. In 1872 ging jij met de uitgever José Fontana het tijdschrift 'O Pensamento Social' redigeren. José overleed op 2 september 1876 in Lissabon en hij werd 35 jaar. In 1873 erfde jij veel geld en in 1874 kreeg jij tuberculose en heb jij 'Odes Modernas' opnieuw geredigeerd.
In 1879 verhuisde jij naar Porto en in 1880 adopteerde jij de twee dochters van jouw vriend Germano Vieura Meireles, die op 3 december 1877 in Penafiel door een aneurysma overleed. Germano was een journalist, literair criticus en advocaat. Zijn dochters waren Beatriz en Albertina. In 1865 heb jij 'Odes Modernas' aan hem opgedragen. Tijdens een reis naar Parijs werd jij ernstig ziek en in september 1881 ging jij op aanraden van jouw arts in Vila do Conde wonen. Jij bleef daar tot mei 1891, al was jij tijdelijk op de Azoren en in Lissabon. Jij vond jouw tijd in Vila do Conde de beste tijd van jouw leven. Aan jouw vriendin, de romaniste Carolina Michaelis de Vasconcelos, schreef jij, dat jij met het schrijven van gedichten wilde stoppen om filosofie te ontwikkelen en te beschrijven. Carolina is geboren op 15 maart 1851 in Berlijn. Op 11 januari 1890 werd jij voorzitter van de 'Noordelijke Patriottische Liga'. In Lissabon verbleef jij bij jouw zus Ana Guilhermina.
Jij leed waarschijnlijk aan een bipolaire stoornis en jouw depressie verergerde, mede door een ruggenmergziekte. Jij bleef een maand in Lissabon en rond juni 1891 ging jij naar Ponta Delgada terug. Op 11 september 1891 pleegde jij rond 20.00 uur zelfdoding door jezelf twee keer in jouw buik te schieten, terwijl jij op een parkbank zat. Jij werd 49 jaar. Jij bent in de Cemitério de São Joaquim in Ponta Delgada begraven. Bij jouw vader, jouw broer Antero en jouw zus Amélia. Jouw vader overleed op 7 maart 1873 en hij werd 58 jaar. Jouw moeder overleed op 27 november 1876. Zij werd 65 jaar en zij is in de Cemitério do Alto de São João in Lisboa begraven. Antero overleed op 28 november 1838 en hij werd 16 dagen. Amélia overleed op 17 maart 1849. Zij werd 1 jaar. Jouw broer André overleed op 4 oktober 1888 in Lissabon. Hij werd 51 jaar.
25 februari 2026
Geplaatst in de categorie: idool

Geef je reactie op deze inzending: