De rijke boef uit Noorwegen
"Sie werden dich nicht finden, niemand wird dich finden, du bist bei mir", uit 'Jeanny' van Falco
In het voormalige SS-kasteel Wewelsburg op Burgwall 19 in Büren zwalkt een zeer verdacht persoon rond. Op zijn borst staat met grote cijfers zijn geboortejaar getatoeëerd. In zijn rechterhand houdt hij een SIG-Sauer P226 vast. Het is niemand anders dan de schietgevaarlijke, internationale crimineel Marius Borgen, die flirt met de duistere SS-ers, die zich eens in dit kasteel almachtig waanden. Marius heeft een afspraak met de grootste drugsbaron van Europa, Heinrich von den Loe. Als belangrijkste drugskoerier van Heinrich weet hij hoe beladen en gevaarlijk zo'n afspraak kan zijn. Daarom houdt hij zijn pistool in de aanslag. Op gepaste afstand wordt hij bijgestaan door de geroutineerde scherpschutter Derek von Hipper, die een Steyr HS .50 hanteert. 'Da bist du schon!', weerklinkt het ineens door de marmeren ruimte, 'lass deine Waffe sinken!'. Marius laat zijn pistool langzaam zakken en hij glimlacht naar Heinrich, die twee gevulde champagneglazen in zijn handen houdt. 'Trink, mein Freund!', roept Heinrich. Op een steekwagen liggen vijf zakken vol cocaïne en het is de bedoeling dat Marius die mee naar Noorwegen neemt. De opbrengst van één zak is voor hem. De rest voor Heinrich. Ze nemen beiden enkele lijntjes om de kwaliteit te testen en beiden beginnen cool te glimlachen. De nieuwe deal is rond en Marius is opgelucht, want hij dacht even, dat Heinrich hem voor die vorige maand ontvreemde lading xtc-pillen wilde villen. Zodra Marius zijn rug naar Heinrich draait, haalt Heinrich een Mauser C96 tevoorschijn en wil hij Marius een nekschot geven, maar voordat hij de trekker kan overhalen, schiet Derek door zijn voorhoofd. Marius draait zich vliegensvlug om en hij ziet meteen wat er gebeurd is. Hij zwaait voor het raam, waar de kogel van Derek doorheen gevlogen is. Hij weet dat Derek hem kan zien en dat hij trots op hem is. Hij neemt de steekwagen met de vijf cocaïnezakken mee naar zijn BMW X7 en hij smijt de zakken op de achterbank. Het steekwagentje laat hij liggen en even later pikt hij Derek op en rijden ze samen zo snel mogelijk naar Kasteel Erpernburg op Erpernburg 1 in Büren-Brenken.
In Kasteel Erpernburg worden Marius en Derek vriendelijk ontvangen door de kasteeleigenaren Magnus von Beust en Mette-Marit von Romberg. Er is een groot feest gaande en Marius en Derek zijn eregasten. Ze hebben wel zin om de spanning met Heinrich te ontladen en te vergeten. 'Partytime!', joelt Marius, die al gauw met Natalie von Boetzelaer aan de haal gaat. Natalie rookt steevast marihuana en zijn slikt om de haverklap xtc-pillen. Zij is altijd zo geil als gesmolten roomboter en het kost Marius weinig moeite om haar uit de kleren te krijgen. Zij vrijen ergens in een koude kelderruimte, maar zij merken niets van de kou, want beiden zijn zo heet als gloeiend smeedijzer. Na Natalie is het de beurt aan gravin Hedwig von und zu Brenken, die zo uitdagend sexy danst, dat Marius niet aan haar kan weerstaan. Hij durft zelfs al op de dansvloer even snel met zijn middelvinger in haar kletsnatte inham te roeren. De feestende omstanders doen alsof zij niets zien, want zo gaat dat in de hogere kringen van de misdaad. Hedwig heeft zo verdomde veel zin, dat zij zelf haar strakke minirokje en string kapot scheurt en direct haar benen maximaal spreidt. Marius gaat als een dronken sater tekeer en tijdens de paring vertoont hij alarmerende, gewelddadige handelingen. 'Ik hou niet zo van SM!', protesteert Hedwig, maar hij ontspoort van kwaad tot erger. 'Een rat, ik voel een rat!', gilt Hedwig. De verbaasde Marius slaat even op tilt en Hedwig weet daardoor snel weg te vluchten. 'Vuile rat!', schreeuwt ze nog naar hem. Marius voelt zich alleen maar aangespoord tot meer veroveringen en zijn volgende aanwinst is de eerzame, nogal timide, maar onderhuids intens hartstochtelijke barones Gudrun von Büren, die in haar lange bloemetjesjurk op een onschuldige boself lijkt. Met zijn subtiele charme, want die kant heeft hij ook, lokt hij haar naar de Kelder Van De Lage Driften. Terwijl zij wil beginnen met een minzaam, mierzoet wangkusje, rukt hij vanuit het niets haar jurk in één keer van haar lijf. Hij duwt een hadn voor haar mond, terwijl hij haar BH en slip verwijdert. Haar rillende lichaam probeert zich deels te verzetten en deels over te geven, waarbij dat laatste meer en meer terrein wint. Zij voelt hoe hij iets hards bij haar naar binnen steekt en zij durft niet meer tegen te stribbelen. Als een slappe lappenpop laat zij hem zijn gang gaan en dat doet hij niet bepaald zachtzinnig. Nu met zijn hand rond haar keel verkracht hij haar op zeer hardhandige wijze. Daarna strompelt zij als een gesloopte slavin naar boven. Na wat lijntjes coke kan Marius er weer helemaal tegenaan en stapt hij op de onafscheidelijke vriendinnen Nora von Gulik en Märtha von Derfflinger af. Ondanks de lastige moeilijkheidsgraad weet hij deze extra uitdaging te volbrengen. Na zijn geraffineerde versiertrucs houdt hij beiden in zijn armen, Nora links, Märtha rechts. De dames zijn zo high en dronken, dat zij nauwelijks beseffen wat er gebeurt. Eenmaal in de lustkelder gaan zij traag, maar volkomen meegaand uit hun kleren. Marius wordt er zelf ook erg loom van en hij laat de naakte schoonheden hun gang gaan. Hij laat zich door hen berijden en hij geniet op bovenaardse wijze van hun op en neer bewegende heupen en borsten. Het lijkt wel eindeloos door te gaan.
Tegen het ochtendgloren waggelt Marius door het feestkasteel en ziet hij de wonderschone markiezen Jeanny Droste zu Vischering liggen. Met zijn haviksblik glijdt hij langs de soepele, golvende contouren van haar hoogst onweerstaanbare lichaam. Hij sluipt naar haar toe en juist wanneer hij haar wil optillen, zegt haar chaperonne Giselle von Ruttenstein: 'Als je het maar laat!'. 'Stil toch, Giselle, je maakt haar nog wakker!', fluistert Marius terug en hij geeft Giselle een injectie met een zeer sterk slaapmiddel. Voorts tilt hij Jeanny op en neemt hij haar mee naar zijn BMW X7. Hij legt haar op de zakken cocaïne en zij slaapt rustig door. Hij rijdt met haar naar de Maria Immaculatakerk op de Königstrasse 19 in Büren. Daar tilt hij Jeanny mee naar binnen. Hij weet dat er op hem gejaagd wordt, zowel door de bende van Heinrich als door het Duitse arrestatieteam. Het is een kwestie van wie hem het eerste weet te vinden. Hij legt Jeanny naakt op het altaar en hij bindt haar armen en benen vast. Ze slaapt nog steeds. Marius hoort diverse auto's naderen en hij ziet laserstralen door de kerkramen naar binnen komen. Hij is niet van plan om zich te laten arresteren of om zich weerloos te laten neerschieten. Hij kust Jeanny op haar mond en hij rent naar het orgel, waarvan hij alle registers helemaal open gooit. Hij begint op het orgel te spelen. Het hoeft voor hem nergens op te lijken, als het maar enorm luid is. Hij verneemt niet dat de arrestatie-agenten de trap naar het orgel zijn opgeklommen. Een agent schreeuwt, dat hij op de grond moet gaan liggen. Hij hoort het niet. Hij kijkt opeens opzij en hij ziet hoe hij door drie agenten onder schot gehouden wordt. Hij reageert automatisch en hij grijpt meteen naar zijn pistool, dat naast hem op de orgelbank ligt. Diverse kogels doorzeven zijn lichaam en Jeanny schrikt wakker.
3 februari 2026
Geplaatst in de categorie: misdaad

Geef je reactie op deze inzending: