De hinderlaag in Burg Fischhausen
Hoe het graaf Karl von Hindenburg is gelukt om acht bloedmooie edelvrouwen naar zijn Burg Fischhausen in Wangerland te lokken, blijft ergens toch een groot raadsel, want de onverzorgde, ongemanierde en slordig geklede baardaap heeft nog nooit eerder een vrouw kunnen verleiden, laat staan mee naar huis kunnen nemen. Het is dan ook zeer opvallend, dat hij er nu opeens acht heeft gescoord. Niet dat het hem zomaar is gelukt, nee, hij heeft er bijna een jaar over gedaan en hij is met uiterste precisie te werk gegaan. Zijn jachtterrein is de Sint-Martinuskerk aan de Schmiedestrasse in Tettens, waar hij iedere zondag present was om de boel zo goed mogelijk in kaart te krijgen. Hij kwam er al gauw achter dat er veel adellijke vrijgezellinnen tussen de vaste kerkgangers zijn en daar heeft hij zich zo onopvallend mogelijk op gericht. De frivole balkenzolder met de witte akanthusranken op een rode ondergrond hielp hem om in zijn opzet te slagen. Het geeft de kerk een lichtzinnige bordeelsfeer. Tijdens de samenkomsten na de kerkdiensten knoopte Karl met bijna alle vrouwen wel een prettig gesprek aan. Tijdens het roeren in zijn kopjes koffie keek hij hen diep in hun goedgelovige, naïeve en met godsdienstkwakzalverij vervulde ogen aan. Hij hypnotiseerde hen waar zij bij zaten en hij vertelde hen allemaal dat hij thuis in Burg Fischhausen een ongekend grote, godsdienstige bibliotheek heeft, met als klap op de vuurpijl een handgeschreven brief van Maarten Luther. Hij vertelde hen ook dat hij aan een godsdienstig boek werkt en dat hij graag met hen over godsdienstige kwesties wil praten. Hij heeft hen wijs gemaakt, dat hij een protestants-christelijke praatgroep wil oprichten. De acht edelvrouwen, die hebben toegehapt, zijn Chloris von Beust, Greta von Jever, Wiebke von Neuthall, Hannelore von Loewenthal, Sonja Losy von Losymthal, Adalwolfa von Auerswald, Edeltraut von Goethe en Liebgard von Ruffin.
Zodra Karl de ophaalbrug neerhaalde, voelden de acht vrouwen zich wel wat gevangen, maar Karl stelde hen meteen gerust. 'Dat doe ik altijd wanneer ik niet gestoord wil worden!', zegt hij met een brede glimlach. De strak geklede dames grinniken wat in hun handen en zij verheugen zich op het interieur van Karl's riante woonhuis. Karl is uiterst gespannen, maar hij laat hen niets merken. 'O, wat een schattig en indrukwekkend sprookjeshuis!', zegt Wiebke. De anderen beamen het met knikkende hoofden en vergulde glimlachen. Karl leidt hen eerst helemaal rond en de opgewonden dames vallen stil van pure verbazing en verrukking. Er hangen wel opvallend veel naaktschilderijen en Karl kijkt goed hoe men daar op reageert. De schilderijen van François Boucher, Jean Honoré Fragonard en Thomas Rowlandson prikkelen de in wezen niet echt preutse dames. Karl is in zijn nopjes. Na het tonen van de enorme bibliotheek en de originele brief van Luther gaan zij in een luxe ingerichte woonkamer in gesprek met elkaar. Karl bepaalt steeds de onderwerpen en zijn butler Kurt von Everstein verzorgt de drank en lekkernijen. De discussies raken behoorlijk verhit en om de zoveel tijd neemt Karl één van de dames apart om haar zogenaamd iets bijzonders te laten zien. Wiebke is de eerste, die ergens in Burg Fischhausen door Karl bemind wordt. Zij gaat helemaal uit haar dak en zij wil maar doorgaan, totdat Karl haar met een sterk verdovingsmiddel injecteert. De volgende is Sonja, die graag zolang mogelijk overal gelikt wil worden, maar bij het zien van haar behaarde liefdesgrot steekt Karl meteen zijn geval bij haar naar binnen. Zij kreunt volop en aanhoudend, totdat Karl ook haar injecteert. Dan is het de beurt aan Hannelore, die meteen op de gang haar rokken al omhoog zwiept en Karl smeekt om haar zo snel mogelijk van dienst te zijn. Bij de aanblik van haar keurig gekapselde schaamharen gaat hij meteen overstag en vervult hij haar hitsige wens. Daarna volgt natuurlijk de injectie, waarna hij haar naar de kamer sleept, waar Wiebke en Sonja liggen.
De andere vijf dames beginnen wel een beetje argwaan te krijgen, maar Karl verzint geloofwaardige smoezen. Chloris gaat dolgraag alleen met Karl op pad en bij een erotisch schilderij neemt zij het initiatief door Karl haar dikke borsten aan te bieden. Zij ondersteunt ze met haar handen en zij wipt ze op en neer. Karl likt heel snel rond en op haar vrolijke erwten en even later steekt hij zijn onvermoeibare penis in haar hunkerende vulva. Na de liefdesdaad steekt hij de injectie in haar bil en sleept hij haar naar de geheime kamer. Na Chloris volgt Greta, die speelt alsof ze heel erg geshockeerd is, maar al gauw laat zij haar teugels vieren en trekt zij haar benen zo wijd mogelijk uit elkaar. Zij gebiedt hem om haar te beminnen. 'Jawohl, Königin!', grapt Karl. Direct na de daad steekt hij een injectie in haar nek en sleept hij haar naar de anderen. Edeltraut en Liebgard gaan samen met Karl op ontdekkingsreis en Adalwolfa blijft in haar eentje over. Karl loodst de twee dames naar een logeerkamer, waar hij meteen zijn broek en onderbroek naar beneden doet. De dames tasten toe en hun kleren vliegen al gauw door de lucht. Op het grote bed bedrijven zij de liefde met elkaar. Nadat Karl hen optimaal heeft verwend, storten de vrouwen zich op elkaar en geniet Karl nog even van het lesbische schouwspel, voordat hij ook hen injecteert en naar de geheime kamer sleept.
Ondertussen speelt de butler Kurt open kaart met Adalwolfa. 'Hij verdooft jullie, zodat ik jullie ongemerkt naar zijn bewaakte bordeel in Berlijn kan brengen!', zegt Kurt, die valt voor Adalwolfa's schoonheid en lieftalligheid. 'Ik ben er klaar mee, we gaan hem onklaar maken!', zegt Kurt, die haar een injectiespuit toont. 'Zo, jij bent de laatste voor een leuke wandeling met mij!', zegt Karl tegen Adalwolfa, die meteen met hem meegaat, maar in de deuropening steekt Kurt een injectie in de nek van Karl. 'Jij, adder!', zegt Karl, die meteen in elkaar stort. 'Ik bel de politie!', zegt Kurt. 'Nee, wacht!', zegt Adalwolfa, 'eerst nog samen wat genieten!'. Adalwolfa stapt uit haar jurk en zij ontdoet zich van haar rode BH. 'O, wat een schitterende borsten!', zegt Kurt, 'die ga ik eens lekker verwennen!'. 'Vergeet dan niet de inhoud van mijn slip!', zegt Adalwolfa, die vliegensvlug uit haar slip stapt. Als de lasso van een rodeoruiter draait ze de slip in het rond en even later werpt ze die op de seinpaal van Kurt. Na het seksfeest bevrijden zij de zeven andere dames uit de geheime kamer en laten ze hen koffie drinken en coke snuiven. Karl krijgt een extra injectie, omdat hij dreigde te ontwaken. Wanneer alle acht dames weer bij bewustzijn zijn, vraagt Kurt hen: 'En, dames, wie ga ik nu bellen?'. 'De politie!', schreeuwen de dames in koor.
18 januari 2026
Geplaatst in de categorie: misdaad

Geef je reactie op deze inzending: